In 2013 schreef Renate Dorrestein een gastcolumn in Nouveau over een keerpunt in haar leven. In haar geval, een writer's block. Hoe ze daarmee geconfronteerd werd en ermee omging beschreef ze op de haar kenmerkende wijze. Deze week overleed ze, 64 jaar oud. Daarom plaatsen we deze column nog een keer om stil te zijn bij deze geweldige schrijfster.

Renate Dorrestein over een keerpunt in haar leven

"Het grootste gedeelte van mijn leven ben ik een van die schrijvers geweest die graag schrijven. Iedere ochtend ging ik met rode wangen van opwinding aan de slag, altijd in de greep van de heerlijke vragen ‘Hoe zal het verhaal verder gaan?’ en ‘Hoe loopt het af?’

Maar anderhalf jaar geleden werd ik op een ochtend wakker en besefte ik dat ik plotseling iemand was geworden die ging kokhalzen bij alleen al het idee aan een nieuwe roman. Ik moest er gewoon niet aan denken. Wat was er met me aan de hand?

Vreemd genoeg bleek ik nog wel artikelen, columns of essays te kunnen schrijven. Als ik maar niet een heel fictief universum leven in hoefde te blazen.

Even dacht ik dus dat het nog wel meeviel, maar naarmate de maanden verstreken, ging ik begrijpen dat dit nu juist het wezenskenmerk is van het verschijnsel waaraan ik leed en dat writer’s block wordt genoemd: het treft het hart van je schrijverschap, in mijn geval het vermogen om romans te schrijven.

Overdrachtelijk gesproken kon ik nog best een beetje door een hoepel springen, maar koorddansen of aan de trapeze zwieren, zat er niet meer in.

Een writer’s block is voor schrijvers een zó afschrikwekkend beroepsrisico, dat zij niet eens aan het woord willen dénken - zo ongeveer zoals in de Harry Potterboeken niemand het in zijn hoofd zal halen om de Heer van het Duister bij zijn echte naam te noemen.

Een schrijfblokkade betekent niet ‘vastzitten met je werk’ of ‘niet meer weten hoe je verder moet’, het is veelomvattender. Het is alsof je in je slaap bent ontvreemd van je eigen hoofd en er op je romp stiekem een waardeloze kop is geschroefd die nog ergens rondslingerde.

Het was alsof ik in één klap beroofd was van alles wat mijn leven altijd zin had gegeven. Je zou toch denken dat je jezelf wel weer aan je eigen haren uit het moeras zou kunnen trekken. In welke bocht ik me ook wrong, het lukte me niet.

Hoe moest ik hier ooit weer vanaf komen? Of tilde ik er te zwaar aan? Was het misschien zelfs maar inbeelding? ‘Kinderen’, had ik ooit ergens gelezen, ‘krijgen ook geen zandkastelenblokkade, dus waarom zouden schrijvers wel een schrijfblokkade krijgen?’

Maar als ik een baan had gehad zou ik, wanneer een burn-out of iets anders me het werken ineens onmogelijk had gemaakt, vast ook hebben willen weten wat me parten speelde. Dus besloot ik op onderzoek uit te gaan.

Ik las iedere letter die ik over dit onderwerp te pakken kon krijgen. Ik ging mijn licht erover opsteken bij hersenwetenschappers, psychologen en filosofen. En ik ging bij mezelf te rade totdat ik scheel zag.

De seizoenen verstreken en ik puzzelde door. Het resultaat is De blokkade, een persoonlijk relaas over de pijn van beroepsmatig falen. De blokkade biedt zogezegd een kijkje onder de motorkap van mijn schrijverschap en analyseert waarom de zaak daar ineens zo dramatisch haperde.

Gek: een jaar geleden zou ik hebben gezegd dat mijn writer’s block een van de grootste keerpunten in mijn leven was. Maar dat is achteraf niet zo.

Ook mijn uiteindelijke ontdekking over de oorzaak ervan was dat niet, en daarom vermeld ik die hier niet eens.

Wat Het Keerpunt wél was, was het moment, ergens in deze angstaanjagende periode, waarop ik besloot om de toestand interessant te vinden, in plaats van ervoor terug te deinzen en er alleen maar van verlost te willen zijn.

Dat ik het monster in z’n muil heb durven kijken, dat is de beslissende factor geweest.

Hopelijk onthoud ik dat tot in de eeuwigheid.

Renate Dorrestein (1954 - 2018) debuteerde in 1983 met Buitenstaanders, gevolgd door een indrukwekkend oeuvre succesvolle romans.

Haar boek De blokkade is een uitgave van Podium.

Beeld: Merlijn Doornerik

Het is vandaag Internationale Vrijwilligersdag. Doe jij al iets onbaatzuchtig? Daar win je zelf ook zeker iets mee. De uitspraak 'wie goed doet, goed ontmoet, is niet voor niets zo actueel.

Natuurlijk zijn er enorm veel dingen die je vrijwillig kan doen. Van rondgaan met de collectebus tot een het organiseren van een event of diner voor het goede doel (dat is dan iets meer in ons straatje).

Random act of kindness

Maar onderschat ook 'random acts of kindness' niet. Dat bloemetje dat je stuurt naar een zieke buurvrouw, ervoor zorgen dat iemand na vakantie in een schoon huis thuis komt, zomaar een kaartje voor die lieve vriendin die even niet zo goed in haar vel zit.

Van dat soort dingen word je zelf ook gelukkiger.

 
 
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Een bericht gedeeld door Junya Tsubota (@junyartsubota) op

Dat positieve gevoel straalt ook weer af op de mensen om je heen. Het zogenoemde 'pebble-effect' verspreidt zich als de ringen in het water nadat je er een steen in gooit.

Vrijwilligerswerk is gezond

Volgens onderzoek heeft het uitvoeren van vrijwilligerswerk een positieve invloed op je gezondheid. Dat is nog eens win-win! Hoe dat komt? 

Je lichaam maakt oxytocine aan als je aardig voor iemand doet. Dit stofje stimuleert de aanmaak van stikstofmonoxide in je bloed. Door meer stikstofmonoxide verwijden je bloedvaten en verlaagt de bloeddruk.

Vrijwilligerswerk vergroot je sociale en relationele vaardigheden, je zelfvertrouwen en je eigen sociale banden in de maatschappij. Daardoor heb je minder kans dat verveling toeslaat en je je nutteloos of depressief voelt.

Doordat je je huis uit gaat overdag, kom je sneller aan de benodigde vitamine D. Zeker in de winter is dat belangrijk!

Lees ook: Vitamine D tekort in de overgang? Zo herken je dat

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in

Zelden werd een ontslag van een bekende presentator zó tenenkrommend genânt als het als het live ontslag van Philip Freriks (74) op de radio afgelopen zondag. Maar heel de gang van zaken zwengelt een discussie aan: wanneer is een arbeidsleven voorbij en kan je van iemand verwachten dat 'ie dat zelf aangeeft?

Freriks presenteert al jaren het geschiedenisprogramma OVT. Nadat hij zondag weer een kunststukje had afgeleverd bedankte presentator Jos Palm hem voor diens ‘prachtige en ter zake zijnde column´ en vervolgde met: ´Dat we tot onze grote spijt, ons groot leedwezen zoals dat heet, afscheid van je gaan nemen als columnist’. 

Palm had het vertrek van de gewaardeerde columnist niet zien aankomen, ‘Jij wel?’, vroeg hij aan de Freriks. 

Die reageerde verrast: ‘Ik verbaas me erover dat me dat hier en tijdens de uitzending wordt meegedeeld. Maar het zij zo.’

Pijnlijk misverstand

Om een lang verhaal kort te maken; Paul van de Graag, eindredacteur van OVT zegt dat Philip Freriks in de zomer aangaf te willen stoppen. Het idee ontstond dat de columnist tot het einde van het jaar zou doorgaan.

Op dat gesprek is echter niemand meer teruggekomen. Met het pijnlijke gesprek en misverstand van afgelopen zondag als gevolg.

Freriks reageert in de Volkskrant: ‘Voor mij is dit niet meer dan een incident. Ik moet oud en wijs genoeg zijn om te beseffen dat er ergere dingen zijn dan het verlies van een column. Wat niet wegneemt dat ik me op het moment zelf wel op mijn ziel getrapt voelde.’ 

Maar misverstand of niet: de gang van zaken is hoe dan ook slordig. ‘Ook als voor de redactie vaststond dat ik zou vertrekken, had het in de rede gelegen dat we daar na de zomer nog eens over hadden gesproken. Ik heb een half  jaar op een telefoontje gewacht.’

Kruip nooit achter een geranium!

Maar deze genânte vertoning legt een groter vraagstuk bloot. Wanneer is een arbeidsleven voorbij? Met de vergrijzende samenleving moeten steeds meer mensen zélf bepalen wanneer ze stoppen met werken en dat kunnen we helemaal niet zo goed.

Barbara van Beukering  schreef het inspirerende boek: Kruip nooit achter een geranium. Zij signaleert ook een tendens:

Was het leven vroeger op je vijftigste wel zo’n beetje voorbij – kinderen uit huis, man ongeïnteresseerd, geen baan, geen enorme vriendinnengroep (geen wonder dat de midlifecrisis of een depressie toen rond de overgang veel vaker voorkwam) – tegenwoordig ziet onze toekomst er heel anders uit.

De zeventigplussers staan zelfs nog midden in het leven. Ze hoeven niet meer te zorgen en niets meer te bewijzen, ze genieten van hun vrijheid. 

Hedy D'Ancona, Ans Markus en Barbara van Beukering tijdens een paneldiscussie op het Nouveau Matinee

Een paar voorbeelden:

Gerdi Verbeet (66): ‘Toen ik nog Kamervoozitter was, stond er één keer in de zes weken in de agenda: Open Monumentendag. Dan ging ik naar de pedicure, de nagelspecialist, de kapper en de schoonheidsspecialist. Achter elkaar. Een soort wasstraat. En dan kon ik er weer even tegen.’

Neelie Kroes (76): ‘Het kan mij niks schelen dat ik rimpels heb. Die rimpels laten ook zien dat ik kennelijk het een en ander heb meegemaakt.’

Wouke van Scherrenburg (71): ‘Ik wil het liefst 110 worden. Maar niet met kunstgebitten en kunstheupen. Als het een aan elkaar gelast en genageld zooitje wordt, mag het wel eerder ophouden.’

Hedy D’Ancona (80): ‘Ik voel me helemaal niet dertig, ik voel me tachtig. Ik ben blij dat ik me niet dertig voel, ik moet er niet aan denken.

Lees ook: Lessen in de levenskunst van Ans Markus, Hedy D'Ancona en Marianne Mudder

Wanneer is een arbeidsleven voorbij?

"Zelfs onder optimale verhoudingen op de werkvloer kost het mensen moeite om afscheid te nemen van een positie waaraan zij houvast hebben ontleend, zegt psycholoog René Diekstra tegen de krant. "We zijn veel bedrevener in het bereiken van doelen en verwerven van posities dan in het loslaten van dat alles."

Open gesprek

Arbeidspsycholoog Jaap van den Broek onderschrijft dat: ‘Ons brein is van nature lui, dus we kunnen ons maar moeilijk losmaken van de zekerheden en de status die het werk ons biedt. Afscheid, zeker van zichtbare en prestigieuze posities, gaat dus vaak gepaard met verwarring. Met het gevoel controle te verliezen.’

Het is daarom zaak, zegt Renée de Vries van ouderenorganisatie Anbo, dat opdrachtgever en opdrachtnemer ‘op reguliere basis een open gesprek’ met elkaar voeren over de verwachtingen over en weer. ‘Daarbij moet het niet gaan over de leeftijd van een werknemer, maar over wat hij kan en wil.'

Op naar nieuwe avonturen

Dat is bij Philip Freriks in ieder geval niet gebeurd, zoveel is zeker. En toen hij aan tafel bij de talkshow PAUW werd gevraagd of hij nog zou willen doorgaan, was zijn antwoord dan ook gedecideerd: "Nee. Op naar nieuwe avonturen."

Dat hopen we dan maar.

Bron: De Volkskrant. Beeld: ANP

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in