Rebecca is nog altijd verliefd op Hazem, een bedoeïen uit de Wadi Rum-woestijn, die ze drie jaar geleden ontmoette. Ze beleefden een onvergetelijke romance, maar stuitten op onoverkomelijke verschillen in leeftijd en cultuur.

“Een maand geleden sprak ik Hazem voor het eerst in maanden weer via Skype. Ik keek naar zijn gezicht en alle tijd dat ik hem niet had gezien, verdween. Ik zag zijn ogen, zijn vertrouwde blik en verlangde zo naar hem dat ik hem wel door het beeldscherm naar me toe wilde trekken."

Hazem houdt ook van mij, dat weet ik
"Ik kon mijn ­tranen niet bedwingen. Na afloop bleef het gemis zo groot, dat ik hem de volgende ­morgen een bericht stuurde dat ik afscheid wilde nemen. Geen contact meer, niet meer appen. Het is enkel het korstje van de wond openkrabben, keer op keer op keer. De periode daarna bleef het stil. Erg pijnlijk, maar tegelijkertijd was het ook een opluchting. Hazem houdt ook van mij, dat weet ik, daar ben ik heilig van overtuigd. Maar onze liefde is onmogelijk en heeft geen toekomst."

'Wat een indruk maakt deze man'
"Ik leerde Hazem kennen toen ik in 2013 een week in de Wadi Rum was, de woestijn in het zuiden van Jordanië. Ik was op dat moment vier jaar gescheiden. Hazem, geboren en getogen in de woestijn, was de gids van de groep waarmee ik een week lang rondtrok. Hij bleek een boeiende man, die prachtig verhalen kon vertellen. Hij was heel behulpzaam en straalde veel rust uit. Echt een persoonlijkheid. Al op de eerste dag schreef ik in mijn notitieboekje: ‘Wat een indruk maakt deze man.’ Maar verder ging mijn gevoel op dat moment absoluut niet. Ik genoot van de woestijn, de ruimte, de weidsheid en de bedoeïenencultuur en het verrukkelijke eten. De woestijn doet iets bijzonders met mij; ik vergeet er alles en voel me honderd procent gelukkig." 

Lees ook: 5x deze beroemde mannen zijn nog altijd verliefd op hun oudere echtgenote

Verliefd
"Bij het afscheid wisselden Hazem en ik gegevens uit, om elkaar wat foto’s te sturen. Pas na twee maanden, toen hij me uit­nodigde voor Facebook, begonnen we te mailen. Als vanzelf werden onze berichten langer. We Skypeten ook en soms zaten we wel vijf uur lang te praten. We hadden elkaar zó veel te vertellen. Over alles, ons leven, onze achtergrond, de cultuur waarin we zijn opgegroeid, familie, het geloof. 
Het was zo fijn om met elkaar te praten. Ondanks veel verschillen begrepen we elkaar goed en we lachten heel veel. 
Maanden heeft het geduurd voor ik besefte dat ik verliefd was. Het lag niet voor de hand voor mij. Hij woonde zo ver weg en was ook nog eens twintig jaar jonger dan ik. Maar ik merkte niets van het leeftijdsverschil ­tussen ons, maar het wás er wel, natuurlijk."

Het bleek wederzijds
"Op zeker moment kon ik niet meer om mijn gevoelens heen. Op een avond, vlak voordat ik naar het buitenland zou gaan voor familie­bezoek, besloot ik hem te vertellen wat ik voelde. Het bleek wederzijds, hij liep er ook al even mee rond. Toen ik na drie weken familiebezoek weer thuiskwam – ik had expres een tablet gekocht zodat ik hem nog vaker kon spreken – nam ik, nog ­versuft van de jetlag, een impulsieve beslissing. Ik wilde naar Hazem toe en boekte een ticket. Toen ik hem weer sprak, zei ik: ‘Ik heb een verrassing. Ik kom naar Jordanië.’ De opgetogen uitdrukking op zijn gezicht zal ik nooit vergeten. En zo reisde ik, tien maanden na mijn woestijntrip, af naar deze bedoeïenman, die ik inmiddels zo goed had leren kennen. Ik moest gewoon weten: hoe zou het zijn als we elkaar weer in het echt zouden zien?"

Het was niet in woorden te vatten
"Hazem kwam me ophalen met een vriend en diens dochtertje. In Jordanië is het niet gebruikelijk dat je elkaar uitbundig met zoenen begroet. Vrij neutraal stapten we in de auto, hij voorin op de bijrijdersstoel, ik achterin. Toen keek hij achterom. Weer die blik. Zo blij. Zo liefdevol. Hartverwarmend. Ik wist op slag dat het goed was dat ik gekomen was. We zijn naar het huis gegaan waar hij woonde met familie en daarna met zijn pick-up de woestijn in gereden. Daar bleek alles te kloppen. Het was niet in woorden te vatten, fantastisch. Samen in die prachtige, verlaten woestijn, eindeloos praten, lachen, vrijen, grapjes maken, huilen en stil zijn. Ons leeftijdsverschil speelde geen moment. ‘Ik val op wie je bent, op je hart,’ zei Hazem – en ik voelde dat dat waar was."

'Wie weet hoe alles dan gelopen zou zijn?'
"Het gold voor mij ook. Bovendien herkende ik in hem een oude ziel, terwijl ik jong van geest ben, speels bijna. Het klopte, heel simpel. Het leek mij fantastisch om Hazem voor een vakantie naar Nederland te halen. Zo kon hij ook mijn land zien, beter begrijpen wat mijn achtergrond was. We moesten ieder van alles regelen. Toen ik een paar maanden later naar hem terugvloog, hadden we een afspraak bij de Nederlandse ambassade. Daar dook een probleem op: zijn papieren moesten vertaald worden en dat kostte geld. Geld dat Hazem niet had.
En hij was veel te trots om iets van mij aan te nemen, wilde niet dat ik het voor hem betaalde. Achteraf heeft hij daar veel spijt van. Hij zegt weleens: ‘Wie weet hoe alles dan gelopen zou zijn?’ Maar op dat moment lieten we het erbij en hadden we opnieuw een heerlijke tijd samen. Over de toekomst spraken we niet, we wisten dat dat ingewikkeld lag en leefden volledig in het nu. Want o, wat genoten we van elkaar en de liefde tussen ons spatte ervan af."

Door familie onder druk gezet
"Maar na die tweede reis is het misgegaan. Hazem had me vaker al verteld dat hij door zijn familie erg onder druk werd gezet om te trouwen. Bij de bedoeïenenstammen trouwen de mannen meestal al wanneer ze begin twintig zijn; voor hem, ‘al’ midden dertig, was het dus de hoogste tijd om een gezin te stichten. Zijn familie moet hebben gezien hoe wij naar elkaar keken, al toonden we hun onze liefde niet openlijk. Ze zeiden hem dat als hij nu niet snel zou ­trouwen, hij verstoten zou worden. In de hechte gemeenschap waar hij vandaan komt, is dat vreselijk." 

Gerarrangeerd huwelijk
"Op een avond, ik was een paar maanden terug, vertelde Hazem me zwaar terneergeslagen dat hij zijn hoofd had gebogen. Hij had ingestemd met een gearrangeerd huwelijk, met een nichtje van twintig jaar oud. We hebben ontzettend zitten huilen, allebei, terwijl we elkaar zagen via Skype. Dit zou het einde van ‘ons’ betekenen. Ik zou hem niet meer kunnen komen opzoeken. Ja, puur als vrienden – stiekem gerommel, dat zou ik nooit doen, dat verdient onze liefde niet – maar dat leek me alleen maar een kwelling.
Toch, hoe verdrietig ik ook was, ik begreep het wel. Hij woont daar, hoort daar, heeft daar een leven. En wat kon ik hem bieden? Als ik jonger was geweest, in de dertig bijvoorbeeld, dan was het heel anders geweest. Dan zou ik ongetwijfeld alles voor hem in de steek hebben gelaten in Nederland en was ik naar hem toe gegaan. Extreem eenvoudig leven, in een huis waar op de grond wordt gegeten, waar geitjes en kippen rondlopen, waar ik een hoofddoek had moeten dragen – ik had het allemaal graag gedaan. Maar nu, ver in de vijftig, al mijn zekerheden in Nederland opgeven en niet meer in staat hem kinderen te geven? Nee, het kón gewoon niet."

Ik was nog zo verliefd
"Dus ik kon niets anders dan hem steunen. Ik hoopte oprecht dat hij gelukkig zou ­worden. Dat staat voor mij op de eerste plaats. Maar natuurlijk was het moeilijk, want ik was nog zo verliefd. En hij ook. We spraken elkaar onverminderd vaak en hij deelde alles met mij. Met zijn vrouw had hij niets, vertelde hij, hij kon totaal niet met haar praten. Het duurde niet lang of hij had het al over scheiden. Toen vlamde mijn hoop weer op: zou er dan toch nog een toekomst voor ons zijn? Maar telkens werd er weer bemiddeld en waaiden zijn scheidings­plannen weer over."

Slopend
"Het was fijn om nog steeds contact te hebben, maar ook slopend. Hazem bleef in mijn hart, ziel en hoofd en ik was continu met hem bezig. Wachtte op berichtjes. Keek uit naar gesprekken met hem. Wat ik ook deed, hij was bij me, en dat was natuurlijk niet goed. Mijn eigen leven stond op die manier in de wacht. Voor een andere man kon ik absoluut niet openstaan, die maakte gewoon geen kans.
Het voelde echt als een verslaving. Verliefdheid op afstand kan zo lang duren als het telkens wordt gevoed. Pas begin dit jaar is het wat gezakt. We hadden dan ook bewust wat afstand genomen, zo skypeten we niet meer omdat het te moeilijk was. Vier keer hebben we het contact zelfs helemaal verbroken, maar dat hielden we toch niet vol. Ook na de laatste keer, een maand geleden dus, na mijn hevige huilbui toen ik zijn gezicht weer zag, heeft hij opnieuw weer wat laten horen. 
Na drie weken stilte appte hij me dat hij nu echt gaat scheiden. Ik had hem verschrikkelijk gemist, dus het was fijn om van hem te horen."

Zou die scheiding wel echt doorgaan?
"Aan de andere kant: nu begint alles weer opnieuw. En zou die scheiding wel echt doorgaan? En zo ja, wat dan? Hoe dan verder? Eén ding weet ik zeker: als hij ooit weer vrij man is, wil ik uitzoeken wat er nog is tussen ons. Maar ik had dit hoe dan ook, voor geen goud willen missen. Het was en is nog steeds echte liefde, daar steek ik mijn hand voor in het vuur. Ik zie ons als twee zielen die elkaar al eerder hebben ontmoet. En wat ik met hem heb meegemaakt, koester ik. Niemand neemt me dat af.” 

De mensen op de foto zijn niet de personen in het interview.

Annemarie(46) had nooit gedacht dat haar dochter in de gevangenis zou belanden en al helemaal niet dat ze vervolgens zelfs de steun van haar vriendinnen kon vergeten... 

‘In het dorp waar we wonen, gaat het als een lopend vuurtje dat Denise in de gevangenis zit. Op straat kijken mensen anders naar me en ik zie hen tegen elkaar fluisteren: “Kijk, daar loopt ze.”

Achter mijn rug om bekritiseren ze ook mijn opvoedingsstijl. Ik zou niet streng genoeg zijn geweest. Soms twijfel ik aan mezelf. Heb ik inderdaad steken laten vallen?

Mijn man overleed een jaar na de geboorte van onze dochter. De opvoeding van Denise kwam daardoor volledig op mij neer. Ik combineer een bijna-fulltime baan in een delicatessenwinkel met de zorg voor haar. Maar eigenlijk ging dat al die tijd best goed.

Haar naïviteit baarde me wel eens zorgen

Ze zat op hockey en had een verzorgpony waarmee ze veel tijd doorbracht. Een lief en gezellig kind. Wel merkte ik al eerder dat ze erg goedgelovig is. Ze kan bijvoorbeeld niet altijd goed inschatten of iemand  een grapje maakt of niet. Die naïviteit baarde me weleens zorgen, omdat het haar kwetsbaar maakt.

Maar door mijn drukke baan had ik niet al te veel tijd om daarbij stil te staan.

Social media

Zo'n jaar geleden, Denise was net zestien geworden, ging het me irriteren dat ze continu met social media in de weer was. Als ik uit mijn werk kwam, trof ik haar steevast aan op haar kamer met haar mobiel in haar hand. Zelfs ’s avonds in bed kon ze geen afscheid nemen van haar telefoon. 

Op een avond tijdens het eten bracht ik haar gedrag ter sprake. Toen biechtte ze me op: “Mam, ik heb een leuke jongen leren kennen via Instagram.”

Naar onderbuikgevoel

Het bleek een jongen van een andere school, maar hij was pas zeventien en ik zag er in eerste instantie niet veel kwaads in. Toch kreeg ik, toen ze me een paar weken later voorstelde aan deze Michael, een naar onderbuikgevoel. En naarmate de dag vorderde, werd mijn gevoel sterker.

Hij deed overdreven vriendelijk tegen mij, terwijl ik hoorde dat hij haar, boven op haar kamer, commandeerde. Toen hij weg was, begon ik erover. Maar Denise werd boos: hij was juist geweldig. Ik wist dat aandringen een averechts effect zou hebben, dus liet ik het maar op z’n beloop.

Totdat ze op een gegeven moment tussen neus en lippen door vertelde dat hij een paar keer in aanraking was geweest met de politie, wegens diefstal. Ik werd ongerust, zei meteen dat ze moest stoppen met de relatie. Maar ze was te verliefd om te gehoorzamen.

Een paar maanden later vertelde ze dat een jongen uit haar klas gek op haar was. Hij vond zichzelf een veel betere partij voor haar dan Michael en dat liet hij haar nadrukkelijk merken. Zij vond het wel vermakelijk, maar toen Michael het hoorde, werd hij woest.

Ik raakte volledig in shock

Het weekend daarop ging ik naar een vriend buiten de stad. Hij had gevoetbald en we liepen net van het veld naar de kantine, toen mijn telefoon ging. Het bleek mijn beste vriendin te zijn, die me vertelde: “Je dochter is net door politieagenten meegenomen in een busje. Bel even de politie om te horen wat er aan de hand is.”

Maar wat er precies gebeurd was, hoorde ik pas in de rechtbank. Ik raakte volledig in shock toen ik het mijn dochter aan de rechter hoorde vertellen.

Michael had de jongen die achter zíjn vriendin aanzat een lesje willen leren. Hij had een gruwelijk plan bedacht, dat ze samen zouden uitvoeren.

Denise vroeg de jongen, via WhatsApp, naar haar toe te komen. Ze wachtte hem op bij een bushalte in ons dorp. Toen hij uitstapte, kwam Michael vanachter een geparkeerde auto tevoorschijn met een doek voor zijn mond en neus.

Hij greep de jongen met een nekklem vast, dreigde met een mes en eiste zijn portemonnee. Toen hij die gekregen had, stak hij de jongen nog eens keihard in z'n bovenbeen en rende vervolgens weg.

Toen de ambulance en de politie arri­veerden, loog Denise, zoals ze met haar vriendje had afgesproken, tegen de agenten dat ze de overvaller niet kende. 

Een halfjaar detentie

Een halfjaar detentie in een jeugdgevangenis legde de rechter mijn dochter op. De straf was zo hoog, omdat ze het krankzinnige plan samen hadden beraamd en uitgevoerd. Mijn dochter werd gezien als medepleger van straatroof met geweld.

Nog voel ik de woede die me overviel. Gericht op Michael. Hij had mijn wat naïeve, maar beschaafde meisje meegesleurd in de drek. Volledig van de kaart was ik.

Nadat ze gearresteerd was, heb ik twee weken niet geslapen, omdat ik vol adrenaline zat. Flarden van wat er gebeurd was, bleven maar door mijn hoofd schieten. Werken ging ook niet meer; ik moest me ziek melden.

Dit is een echte gevangenis

De eerste keer dat ik mijn dochter bezocht in de gevangenis herinner ik me nog goed. Na een treinreis van tweeënhalf uur liep ik over het bospad in de richting van de jeugdgevangenis.

In de verte zag ik een groot gebouw opdoemen. Het leek op een villa met een mooie tuin eromheen. Maar toen ik dichterbij kwam, zag ik de hoge hekken, overal beveiligd met schrikdraad. “Dit is een echte gevangenis,” schoot het door me heen, alsof het nu pas echt tot me doordrong. “En hier zit mijn kind nu.”

Binnen moet je eerst alles afgeven: sleutels, telefoon, riem. Dan ga je naar de wachtruimte, waar ook de andere mensen zitten die een gedetineerde komen bezoeken.

Ik ging zitten, keek rond en liet mijn oog even rusten op een vrouw met een korte broek en een vaal shirt. Onze ogen kruisten elkaar kort toen ze me boos toeschreeuwde: “Waarom kijk je naar me?” Ik schrok. Het was een totaal andere wereld waarin ik terecht ben gekomen. Een wereld waar je echt niet in wilt zitten.

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen

Tussen twee bewakers in liepen we naar de kantine. Daar zat Denise te wachten aan een tafeltje. “Wil je koffie mam?” vroeg ze, terwijl ze opstond om naar de koffie-­automaat te lopen. Ze zette twee plastic bekertjes op de tafel voor ons neer en kwam naast me zitten. Zwijgend zaten we even naast elkaar.

Toen zei ze: “Niet meteen kijken, maar dat meisje daar verderop links van je, heeft haar vader en haar broer vermoord.” Vanuit mijn ooghoeken zag ik een knap meisje met donkere krullen zitten. Ook zag ik een meisje met haar armen vol snijwonden. Het was behoorlijk schokkend, allemaal. 

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen: “Denise, waarom heb je dit gedaan? Waarom?” Ik vertelde dat haar oma ook enorm geschokt was. “Ik weet het niet mama, maar ik was bang. Bang voor wat Michael mij zou aandoen als ik niet meedeed.”

Na een uur zei een van de medewerkers met een zware, harde stem: “Het bezoekuur is afgelopen.” Denise stond op, omhelsde me en zei huilend: “Mam, ik hou onwijs veel van jou. En het spijt me wat ik gedaan heb.”

Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer

Ik weet dat ze het meent, maar de situatie heeft onze sociale positie in het dorp enorm aangetast. Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer. Ik kan met hen niet praten over de situatie, omdat ik me schaam.

Hun afkeurende houding, hoe ze naar me kijken als ik ze tegenkom, versterkt dat gevoel. Maar er zijn ook mensen die mij enorm steunen. Mijn moeder, mijn beste vriendin, mijn collega’s. Met hen is de band juist versterkt.

Dat is een voordeel, als je het zo mag noemen, van deze situatie: je merkt wel feilloos wie je echte vrienden zijn.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Anne (54) verloor haar dochter en zocht verdoving in de alcohol. Vier jaar verder lijkt het onmogelijk dat ze drank ooit nog opgeeft.

‘Twee weken geleden stond ik om half tien in de avondwinkel. Met een fles witte wijn in mijn handen. Ineens dook er een buurvrouw naast me op. “Feestje?” vroeg ze met een glimlach. Ik smoesde iets over onverwacht bezoek en dat ik niets in huis had.

In de auto kwamen de tranen

Voor de vorm greep ik nog naar een zak nootjes. Daarna draaide ik me gehaast om, bang dat ze aan mijn gezicht zou aflezen dat ik loog. Of dat ze zou ruiken dat ik al een aantal glazen wijn achter de kiezen had. 

Of ik haar een lift naar huis kon geven: ik hoorde heus nog wel dat ze dat riep. Maar ik hield me van de domme. Dat ik zelf de auto was ingestapt met drank op was al erg genoeg, al was het maar een paar straten rijden. Maar aangeschoten en wel een passagier meenemen? Geen denken aan.

In de auto kwamen de tranen; ik besefte weer eens goed hoe dom ik bezig was en ik schaamde me zo. Thuis bleek er maar een remedie: de fles opentrekken en een glas inschenken. En vervolgens doordrinken totdat ik de schaamte verdrongen had.

Totdat ik haast niets meer voelde en zonder gedachten in bed kon kruipen.

Tot vier jaar geleden was ik een matige drinker

In mijn studententijd ben ik weleens dronken geweest, maar toen ik trouwde, kwam dat allang niet meer voor. Toen ik kinderen kreeg, ben ik vanzelfsprekend lange periodes gestopt met alcohol en dat kostte me geen enkele moeite.

Mijn man was wel een behoorlijke innemer. In de eerste tien jaar dat we samen waren, stoorde me dat niet, toen werd hij nog gezellig van drank.

Later, toen het met ons huwelijk al bergafwaarts ging, begon hij een kwade dronk te krijgen. Dan begon hij te schreeuwen en te schelden en was hij niet meer voor rede vatbaar.

Ultimatum

Het liep zo uit de hand dat ik hem uiteindelijk een ultimatum stelde: als hij zou stoppen met drank, wilde ik nog wel relatietherapie proberen. Als hij het niet voor mij over had, was het maar beter dat hij vertrok. We zijn gescheiden.

Later hoorde ik dat hij een nieuwe vriendin had en voor haar wel bereid was, zich te laten behandelen. Dat deed pijn. Ik vond het pittig om er alleen voor te staan met mijn kinderen. Vooral mijn zoon baarde me grote zorgen. Hij is hoogbegaafd en had het op de middelbare school niet gemakkelijk.

Hechte band

Gelukkig kreeg ik veel steun van mijn dochter, die al in de twintig was en met wie ik een hechte band had. Ondanks dat ze het huis al uit was, hadden we dagelijks contact en kwam ze vaak bij me langs.

Op een gegeven moment stonden we zelfs allebei op Tinder. We zaten samen te swipen, bekeken elkaars matches en vertelden elkaar over onze dates.

Op een zonnige zaterdag ging ze naar het strand met een jongen die ze via deze datingapp had ontmoet. Op de terugweg raakten ze betrokken bij een frontale botsing.

Ik bad onophoudelijk

Vier dagen lang heb ik aan het bed van mijn dochter gewaakt, dagen waarin ik amper sliep en waarin ik voor het eerst sinds mijn vroege jeugd weer bad, onophoudelijk.

Een week later stonden we bij haar graf. Mijn zoon en ik, mijn ex en zijn nieuwe gezin. Al onze familie en vrienden. En de vrienden van mijn dochter, jong en springlevend, zoals zij dat pas ook nog was geweest.

Ik leefde in een waas. Ik had voortdurend het gevoel dat ik straks weer wakker zou worden. Dan zou alles weer gewoon zijn. Dan zou mijn dochter nog leven. Dan zouden we weer lachen, praten, shoppen, swipen en koken.

Durfde niet te gaan slapen

Maar dat moment van wakker worden uit die afschuwelijke droom kwam niet. ’s Avonds durfde ik haast niet te gaan slapen. Elke ochtend, als de waarheid weer tot mij doordrong, deed dat zoveel pijn dat ik dacht dat ik het niet zou overleven.

Dat korte moment van onwetendheid, totdat de waarheid erin hakte, mijn hart stilstond alsof ik het nieuws voor het eerst hoorde: het was te erg. Maar hele nachten opblijven was ook geen optie. Het enige waardoor ik kon ontspannen, waren een paar glazen wijn.

Met elke slok nam het gespook in mijn hoofd af

Mijn gedachten werden trager, stroperig, tot ik, doodmoe, indutte. De kater de volgende dag vond ik ook niet erg; ook die verdoofde mijn hartzeer enigszins. 

Ik ben in die tijd bij mijn huisarts geweest. Die schreef me kalmeringspillen voor. Maar niet te veel, niet te vaak, waarschuwde hij. ‘Voordat je het weet, ben je verslaafd. Dat moeten we niet hebben.’ Ik vind het een misser dat hij niet beter naar mij keek.

De drang om mezelf te verdoven, was zo groot dat ik dat ook zonder zijn hulp wel voor elkaar kreeg. Zo werd alcohol mijn beste vriend. Dat was immers overal voorhanden, elke supermarkt staat er vol mee.

Naïef

Ik lette wel op dat mijn zoon er niets van meekreeg. Ik wilde niet dat hij zich zorgen om mij zou maken. En dat was ook nergens voor nodig, dacht ik.

Ik had dit nu nodig om de eerste tijd door te komen. Maar ik was geen alcoholist, dat had ik mijn leven lang al bewezen, als matige drinker. Dan zou ik heus niet zomaar verslaafd raken, daar moet je toch een genetische aanleg voor hebben? 

Wat een naïeve gedachte. Als je maar stug doordrinkt, komt het zo in je systeem; wordt het zo’n gewoonte, dat je niet meer zonder kunt. Inmiddels is het vier jaar geleden dat mijn dochter overleed en hoewel ik haar nog dagelijks mis, zijn er momenten dat ik weer kan lachen.

Ik weet dat niet alles verloren is. Mijn met zoon gaat het heel goed. Hij heeft een eigen bedrijf opgestart waarmee hij succesvol is. Ik heb een fijne baan, lieve vriendinnen en door wat er met onze dochter is gebeurd, zijn mijn ex en ik weer naar elkaar toegegroeid.

Niet als partners, wel als vrienden. Ik kan alles met hem delen. Bijna alles.

Ik drink nog steeds veel te veel

Want wat niemand, ook hij en mijn zoon niet, weet, is dat ik nog altijd veel drink. Te veel, veel te veel. Het lukt me om dat voor iedereen te verbergen, omdat ik alleen drink als ik thuis ben. In mijn eentje.

In gezelschap neem ik nooit meer dan één drankje, dan kan ik me heel goed inhouden. Ik taal er ook niet naar. Op die momenten ben ik graag helder, zodat ik weet wat ik doe en wat ik zeg. Maar zodra ik alleen ben, ’s avonds, dan lonkt de wijn.

Als ik thuiskom, gaat meestal binnen tien minuten de eerste fles open. Ik probeer het daar bij te houden, maar het gebeurt regelmatig dat ik er nog eentje ontkurk. Want pas dan komt de verdoving, die ik zo prettig ben gaan vinden.

Dan komt de roes waarin ik mij kan onderdompelen. Die mij ontspant en tot mezelf brengt. Daarom zorg ik ervoor dat ik tenminste drie of vier avonden thuis ben. Zodat ik me in mijn eigen wereld kan terugtrekken. Ik zorg er wel voor dat ik op tijd mijn bed opzoek. Ik wil niet dat mijn baan eronder lijdt.

Ik zag het als iets dat ik verdiende

Of mijn drankgebruik daadwerkelijk geen negatieve invloed heeft, betwijfel ik: in de ochtend voel ik me zelden fit, terwijl ik vroeger toch een ochtendmens was. Maar in de loop van de dag ga ik me altijd beter voelen en daardoor verdwijnen telkens weer de voornemens om het niet meer zo bont te maken.

Lang heb ik de ernst er ook niet van ingezien. Ik zag het als troost, als iets wat ik verdiende. 

Hoe erg het was, ontdekte ik pas toen ik vorig jaar weer een relatie kreeg. De eerste tijd dronk ik minder, daarna kwam de trek terug. Wanneer hij het hele weekend bij me was, stuurde ik hem op zondagavond vaak naar huis. Om een fles wijn open te kunnen trekken.

Ik ben fout bezig, zelfdestructief

Ik was continu bezig met verbergen dat ik dronk. Ik forceerde weleens een ruzie om alleen te zijn. Uiteindelijk heb ik het uitgemaakt. Dat was simpeler dan steeds maar liegen. Toen besefte ik wel: ik ben fout bezig. Zelfdestructief, ook dat.

Als ik in de auto stap naar de avondwinkel, weet ik ook heel goed hoe verkeerd het is. Ik heb me na die pijnlijke ontmoeting met de buurvrouw voorgenomen om dat nooit meer te doen; dan pak ik de fiets maar.

Veel beter zou ik natuurlijk kunnen besluiten om op te houden met deze verschrikkelijke gewoonte.

Ik heb zelfs iemand in de buurt die mij heel goed zou kunnen helpen: mijn ex. Maar vooralsnog is de schaamte te groot om open kaart met hem te spelen.’