José Rozenbroek is bladenmaker, journalist en coach. elke maand schrijft ze in Nouveau over haar drukke leven met dochters, vrienden en werk. 

Lees ook
José Rozenbroek: 'Do you coffee or cocktail?'

Eén keer in mijn leven ben ik op groepsreis geweest. Op de bucketlist van de dochters (toen 14 en 16 jaar) en mij stond Zuid-Afrika. Ik wilde erheen vanwege het landschap en de cultuur, de meisjes wilden zo graag eens olifanten en zebra’s in het echt zien. Omdat zelfs mijn avontuurlijkste vrienden me ten zeerste afraadden zelf een auto te huren en met drie vrouwen door het land te trekken, besloot ik een groepsreis te boeken. De dochters vonden het bij voorbaat dol; ik huiverde in stilte. Ik ben nogal op mijn privacy gesteld en voor een groot deel van de mensheid heb ik simpelweg geen geduld. Nu zou ik drie weken lang met vijf andere gezinnen in een bus door het land reizen. Dat zou weleens dramatisch kunnen aflopen.

Gelukkig vloeide er geen bloed. Met één familie – vader, moeder, drie jongens – was het zelfs liefde op het eerste gezicht. En, zoals de groeps­dynamiek dat voorschrijft, hadden we al snel een gezamenlijke zondebok; een drakerige vijftien­jarige die haar vriendelijke alleenstaande moeder voortdurende afbekte en nooit haar verrekijker wilde delen. Het was fascinerend om te zien hoe snel de groep vaste gewoontes ontwikkelde; bijvoorbeeld wie waar zat in de bus – alle volwassenen in de voorste helft, allemaal op hun vaste plek, de kluit kinderen achterin waar ze halve dagen met elkaar aan het donderjagen waren. Ik zat het liefst in mijn eentje achter de chauffeur en keek dan urenlang naar buiten. In de loop van de middag arriveerden we dan op de plaats van bestemming, wandelden we in plukjes door een stadje of dorp of door dat wonderbaarlijke landschap, en aten daarna braai met boerewors en struisvogelbiefstuk met Zuid-Afrikaanse rode wijn erbij. 

Lees ook
José Rozenbroek: 'In Parijs bracht ik mijn eerste echte liefdesnacht door'

Tot mijn verbazing bleek ik het heerlijk te vinden. Voor één keer geen verantwoordelijkheid over de route, het eten of waar te slapen. Ik gaf me over aan de zorgen van de gids en de chauffeur, en zag hoe mijn dochters plezier hadden met de andere kinderen. Ik was domweg gelukkig in Afrika. Helemaal toen ik eenmaal leeuwen op een rots had gespot, olifanten door de bush had zien sukkelen en onverwacht een giraf, verscholen in de bosjes langs de kant van de weg, in de ogen mocht kijken. 

Afrika is verslavend, zeggen ze, en ik weet dat het waar is. Op een dag ga ik weer terug. En wie weet, misschien wel met een groepsreis.

José Rozenbroek is bladenmaker, journalist en coach. Elke maand schrijft ze in Nouveau over haar drukke leven met dochters, vrienden en werk. 

En opeens sta ik op mijn hoofd. Nog niet helemaal op eigen kracht – Marloes, mijn yogajuf, houdt me vast bij mijn taille – maar het lukt 
me zowaar mijn benen te strekken en een minuut te blijven staan. Wow, this is exciting! Ondersteboven grijns ik van oor tot oor. Dat moet een vreemd gezicht zijn.

Het begon allemaal een paar jaar geleden en goed beschouwd per ongeluk. Ik had een ­schouderblessure opgelopen bij de bodypump, mijn spinningschoenen waren gestolen uit de kleedkamer van mijn sportschool na een af­mattende sessie waarbij ik het snot voor mijn ogen had gefietst. Omdat ik toch iets moest van mijzelf, schreef ik me in voor een yogalesje. Niet zonder vooroordelen: ik verwachtte voornamelijk bejaarde dames en een dito juf die op het geluid van klingelende belletjes spirituele taal zou bezigen. Tot mijn verbazing was ik de oudste; om mij heen zag ik voornamelijk fitgirls in strakke leggings en tanktops. De juf had gespierde billen waar ik een moord voor zou doen. In de zaal was het kil, ik rilde in mijn hemdje, terwijl ik voor het eerst in mijn leven op een yogamatje mijn adem ‘stuurde naar de pijnpunten’ in mijn lijf. Langzaam werd de les opgebouwd en na een kwartier begreep ik waarom de airco op volle toeren draaide. Sodeju, dit was poweryoga, waarbij de ene oefening na de andere in hoog tempo werd uitgevoerd en alle 650 skeletspieren een flinke beurt kregen. De volgende dagen had ik spierpijn. Spierpijn van de yoga – ik kon het niet geloven. De week erop ging ik weer, en al gauw was ik verslaafd aan mijn wekelijkse sessies. Ik probeerde ook wat andere vormen van yoga uit: hatha, yin, noem maar op, en ik vond het allemaal fijn. 

Maar de poweryoga van Marloes vind ik toch het allerfijnst. Erna voel ik me soepel, sterk en ook mentaal verlaat ik geheel opgefleurd en zen de zaal. Op één ding na: als yogabeoefenaar wordt mij elke week verteld dat het gaat om de intentie, niet om het resultaat. Dat ik, kortom, mijn ego moet verbannen. Dat blijkt voorlopig te veel gevraagd van een ambitieus type als ik. Pas als ik die kopstand geheel zelfstandig kan, en de billen van Marloes bezit, pas dan is deze yogi een echt tevreden mens.
 

José Rozenbroek is bladenmaker, journalist en coach. Elke maand schrijft ze in Nouveau over haar drukke leven met dochters, vrienden en werk. 

Als ik me in een gesprek laat ontvallen dat ik op Tinder zit, kan ik twee reacties verwachten. Of de ander vertrekt geen spier - want wie zit er nou niét op Tinder? - of hij of zij valt achterover van verbazing. ‘Wat, jij? Maar op Tinder zitten toch alleen maar mensen die op seks uit zijn? Zielige, eenzame, perverse mensen? Wat moet jij daar?’ Ik moet daar altijd om lachen. Of seks iets vrese­lijks en viezigs is, uitsluitend bedoeld voor eenzame, zielige, perverse mensen. Nu moet ik bekennen dat ik tot een jaar geleden ook dacht dat je op Tinder uitsluitend onenightstands kon scoren. Totdat ik hoorde ik dat een man, die ik in het geheim bijzonder leuk vond, verliefd was geworden op een vrouw die hij via dit dating­platform had ontmoet. Aanvankelijk was ik in shock. Toen was ik om.

Een profiel was snel aangemaakt en daarmee kon het spel van swipen en liken of afwijzen beginnen. In het begin deed ik dat met kloppend hart: ‘Stel je voor dat ik hier betrapt word door een bekende!’ Toen realiseerde ik me dat die bekende zich net zo betrapt zou kunnen voelen. En ik kwam ze inderdaad tegen: kennissen en collega’s, gebonden en ongebonden. Ik swipete ze snel naar links, weg ermee, zoals je in het echte leven een andere kant zou opkijken wanneer je iemand ziet die je op dat moment niet wilt zien. Het bleek een democratisch platform bij uitstek, waarop zowel bouwvakkers als bankiers voorbijkomen. Beschaafde intellectuelen die informeren welke krant je leest en getatoeëerde bonken die geen woord zonder spelfout kunnen tikken. Mannen die er ruiterlijk voor uitkomen dat ze graag een zweepje hanteren en stoute dingen met je willen doen, maar ook brave borsten die samen op de bank naar Heel Holland bakt willen kijken.

Maar tinderen bleek vooral vrolijker dan ik dacht. Ik heb inmiddels verschillende tindermannen ontmoet, saaie en speelse tinderconversaties gevoerd, opwindende en slaapverwekkende tinderdates gehad. Ik heb er zelfs een vriendschap uit gesleept, met een Italiaan die ik nog nooit heb gezien, maar die me elke dag virtuele rozen stuurt en die mij leert hoe ik spaghetti vongole moet maken: ‘Noo, not like Jamie! Is Jamie Italian?!’ Alleen die ene zielsverwant; inderdaad, goed dat je ernaar vraagt. Nee, die heb ik nog niet gevonden.