Hartstochtelijk leven - iedereen kan het, maar je moet wel durven. Durven om uit je comfortzone te stappen en te besluiten dat je maar één leven hebt en daar alles uit wilt halen. En dan? Dan ga je op verkenning naar alles wat je hart sneller doet kloppen.

1. Ontdek wat je passie is 

Hartstochtelijk verliefd zijn, niet op een leuke meneer — of mevrouw, maar op iets wat je dóét. Wijnreizen maken, langeafstandswandelen, kitesurfen, koken... Het maakt niet uit wat het is, als het je maar gelukkig maakt.

In iedereen sluimert een passie. Je moet ’m alleen wakker zien te schudden.

 

Een bericht gedeeld door 50snew30s (@50snew30s) op

Waar ben je goed in? Bedenk eens wat je als kind zo graag deed dat je jezelf er urenlang zonder problemen mee kon vermaken. Verkleedpartijen, knippen en plakken, verhaaltjes schrijven? Super! 

Als we volwassen worden, raken al die pleziertjes ondergesneeuwd. Er zijn immers hypotheken, gezinnen, banen en andere zaken van gewicht die je bezighouden. Je passie is iets wat volkomen losstaat van je verantwoordelijkheden als moeder, dochter, vrouw of collega. 

Maar je krijgt er wel tintelende wangen van... Denk je dat je je passie hebt gevonden? Ga er dan ook helemaal voor! 

2. Zet je blik non-stop op nieuwsgierig en blijf leren

Laat maar komen dat leven. Ook dat is een keus: ofwel blijven teren op wat je al kent of leven met een open blik en uitgestrekte armen. Een gezonde dosis nieuwsgierigheid is onmisbaar als je geïnspireerd wilt raken - en blijven.

Ga een opleiding volgen of doe een workshop. Behalve kennis doe je nieuwe ervaringen op en vooral dat scoort aanzienlijk op de geluksschaal. 

3. Houd altijd ruimte voor spontane invallen

Natuurlijk moet je van alles plannen in je leven. Werk, gezin, vrienden: het regelt zich niet vanzelf. Maar leven volgens een rooster waarin elke activiteit al bij voorbaat vastligt, is het andere uiterste.

Voorspelbaarheid is killing voor passie.

Bewaar daarom altijd wat ruimte, hoe vol je agenda ook is, voor kansen die zich onverwachts voor kunnen doen. Reisje? Voorstelling? Yogaweekend? Op de valreep nog iets beslissen is helemaal niet onhandig - spannend juist!  

4. Heb volledig en hartgrondig lief

Beminnen en bemind worden, is dat niet wat het leven zin geeft? Wie wil leven met passie, heeft lief met passie. Dreigt de relatie met je partner te verschralen? Time to spice up your love life.

Inderdaad, dat kan wat ongemakkelijk aanvoelen en ja, je bent kwetsbaar als je alle verleidingstrucs uit de kast haalt om the old magic terug te halen. (Oefening baart kunst: waarom geen workshop burlesque volgen?)

Maar je niet blootgeven, in welke vorm dan ook, betekent dat je jezelf ook intens contact en een rijk gevoelsleven ontzegt. Ga niet voor een zesje. Heb hartstochtelijk lief of helemaal niet.

5. Wees een bron van inspiratie

Passie is aanstekelijk. Vertel wat je doet, laat zien wat je maakt, geef een voorstelling, laat vriendinnen meegenieten van je recente triomfen. Op die manier geef je je passie door aan anderen.

Ik beleef mijn passie hoofdzakelijk zittend achter een beeldscherm, maar mijn vriendin is een fanatiek trailrunner.

Nu zal ik me daardoor niet direct warmlopen voor een marathon, maar als ik haar weer eens op Facebook stoer over een bergkam zie rennen, ben ik mezelf toch op z'n minst een dagelijks rondje door het park verplicht, vind ik. Zo werkt dat. 

6. Trek erop uit

‘The world is a book and those who do not travel read only one page’. Dus: reis! Reizen is je horizon verbreden, alles in een nieuw perspectief bekijken. Verleg je grenzen eens écht en trek er alleen op uit; dat zou je best eens een hoop waardevolle zelfkennis kunnen opleveren. 

7. Beleef de flow

Hoe meer je je richt op gepassioneerd leven, hoe vaker je een staat van flow zult ervaren. Flow, een term van de Hongaars-Amerikaanse psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi, betekent volledig opgaan in een bezigheid.

Helemaal de tijd vergeten, doordat je zo veel lol hebt in wat je aan het doen bent. Als kind overkwam je dat geregeld. ‘Ineens’ was het dan donker terwijl je ‘pas net’ was begonnen met buiten spelen... 

8. Geef het tijd

Een gepassioneerd mens staat zonniger in het leven - wel zo  leuk voor z'n omgeving ook - en geniet meer. Als de voordelen zo evident zijn, waarom leiden we dan (nog) niet allemaal ons opwindendste leven? Simpel: omdat we zulke meesters zijn in onszelf dwarszitten.

Is het niet zo dat we zelf vaak de meeste  barrières opwerpen bij het najagen van onze dromen? ‘Geen tijd’ is er zo een.

Je passie vinden kan altijd nog, eerst alle zaken afwikkelen die er echt toe doen. Wie zichzelf dat wijsmaakt... Bedenk dat gepassioneerd leven niet alleen geluk, maar ook evenwicht en overzicht aan je leven kan toevoegen.

Bovendien: zijn we werkelijk zo belangrijk en onvervangbaar in het leven van anderen dat er werkelijk geen mi-nuut-je tijd voor onszelf overschiet? Nou dan.

Passie ontstaat niet vanzelf. Je moet ernaar toe werken, wat tijd aan besteden. Hartstocht laat zich niet forceren.

9. Dapper doorzetten

Passie gedijt bij stug volhouden. Doorgaan met salsa, net zolang tot die zogenaamd houten heupen onbedaarlijk swingen; eindeloos diezelfde liedjes blijven repeteren totdat straks die eerste voorstelling er staat en gewoon dat rode hoofd negeren als je over een kabel struikelt.

Overigens is dat ook iets wat mensen, al niet bewust, belet om vol voor hun eigen manier van leven te gaan: schaamte. Want wat zullen 'anderen' niet denken van jouw passie?  

Bevrijd jezelf van het oordeel van anderen (en dat van jezelf). 

10. Formuleer je persoonlijke kernwaarden

Ongehinderd je eigen gevoelens, ideeën en overtuigingen erkennen en navolgen: dat lijkt toch echt de sleutel tot leven met passie.

Wat zijn de principes die voor jou het zwaarst wegen als het gaat om liefde, integriteit, creativiteit? Laat dat de meetlat zijn waarlangs je al je keuzes legt. Dat maakt het leven een stuk simpeler; veel ogenschijnlijk belangrijke zaken blijken dan eigenlijk randverschijnselen.

Jij bent heer en meester over je eigen passie, hoezeer die ook tegen de wind ingaat.

Niet per se hot & happening, wel vlinders in je buik. En wat niet is, kan altijd komen.

No guts, no glory.

Hedy d’Ancona, wát een vrouw en wát een energie. Deze ex-politica en feministe van het eerste uur zien en spreken is een vreugde. Overal heeft ze een afgewogen mening over en haar agenda staat nog steeds vol.

14 juni 2018 gaat Hedy d'Ancona in gesprek met Barbara van Beukering tijdens de Nouveau Matinee. Wil je daarbij zijn? Klik hier

Vorig jaar sprak Maria Goos met Hedy over haar jeugd, liefdes, minnaars en levenslessen:

We hebben afgesproken in De Plantage (bij Artis, Amsterdam, red.) om één uur. Om kwart over een komt ze het restaurant binnengestormd.

Nog voor we elkaar kunnen begroeten roept ze: “Jij had iets gezegd over lekkere soep en toen heb ik dat geassocieerd met de Hortus! En daar hangt zo’n streng bordje dat je niet mag telefoneren, dus ik bleef braaf op je wachten tot ik doorkreeg dat ik in het foute etablissement zat.”

Als we aan ons tafeltje zitten kan ze er nog niet over uit, dat ze zich vergist heeft. “Ik heb zo een hekel aan te laat komen en ik kom zo ontzettend vaak te laat! En nu had ik eerst nog iets heel zelfverzekerds dat ik ’s een keer de eerste was.”

Je hebt al je hele leven een intense bewondering voor allerlei vormen van kunst. Waar is dat begonnen? “Ik heb altijd het gevoel gehad dat het er moet zijn, ook al zit niemand erom te springen.

Je moet mensen er mee in aanraking brengen omdat het je inlevingsvermogen vergroot en daar word je een leuker en beter mens van. En degene die het maken, zijn zo leuk!

Ik doe alleen maar dingen die in mijn agenda staan en dat is best veel, maar die kunstenaars, of het nou schrijvers of dansers of beeldend kunstenaars zijn, daar staat het niet bij in een agenda en ze doen het toch. Ze kunnen het niet laten, ook al vraagt niemand erom. Dat is zo mooi.”

Wat staat er allemaal in jouw agenda? “Ja, waarom doe ik het allemaal, hè? Terwijl ik al zo oud ben. Ik heb het heel druk met de dingen doen die ik kan. Ik kan mensen enthousiasmeren. Ik kan goed praten, dat is een talent, maar mijn praten gaat altijd in opdracht.

Ik doe openingen van exposities, schrijf intro’s op boeken, ik zit in een paar besturen en ik doe dagvoorzitterschappen. Ik doe de meeste dingen uit nieuwsgierigheid en als mensen een halfjaar van tevoren me voor iets vragen dan zeg ik altijd ja omdat ik denk: het is pas voor over een halfjaar, ik kan dan al wel dood zijn, dus wat maakt het uit.”

Je hebt op je 79ste nog heel veel energie en ziet er fantastisch uit. Hoe doe je dat? “Ik heb in mijn jeugd als een gek gesport terwijl ik nergens goed in was. Ik kon geen bal vangen. Maar ik heb mijn hele schooltijd elf kilometer van en naar school gefietst.

Ik heb misschien gewoon geluk, of misschien heeft al dat bewegen me toch een goede conditie gegeven, ik weet het niet. En ik fiets elke dag nog naar het huis van Aatje Veldhoen.”

Je hebt nu al járen verkering met Aatje toch? “Ja. We zijn nu langer met elkaar dan we daarvoor ooit met iemand zijn geweest.

Aatje heeft drie huwelijken versleten en misschien ook nog wel wat tussendoor – dat zal wel – en ik één huwelijk, en serieuze jarenlange relaties tijdens en na mijn huwelijk. Op 5 mei waren wij twintig jaar samen. Het is niet te geloven.”

Maar jullie hebben wel elk een eigen huis? “Ja, dat is heel belangrijk. Sinds mijn 42ste woon ik niet meer samen met een man. Het is toch ook heerlijk om een autonoom leven te hebben?

Aatje had altijd een vrouw in huis. Dit, zoals ik het nu doe, vindt hij geen normale situatie, maar hij schikt zich erin. Wij zijn oude mensen die verliefd zijn geworden. Daar steek ik veel van op hoor, dat ik ook weleens denk: dat zou ik op moeten schrijven.”

Wat dan? “Nou, dat je kiest waarvan je een punt maakt. Ik denk nu heel vaak: is dit het mij waard om een punt van te maken met geschreeuw en mijnerzijds machteloze tranen. Nee, dat doe ik vaak gewoon niet meer. Ik heb geen enkele illusie meer dat ik iemand kan veranderen of redden.

Hij is goed in verliefdheid. Hij gaat elke week naar de bloemenstal om een roos te halen en hij blijft goed opletten. Ik heb vaak te weinig belangstelling, echte belangstelling voor de ander getoond. Dat doe ik nu pas beter. Ik heb het nu ook nog druk, maar ik maak er tijd voor.”

Had je dat eerder willen weten? “Ja, ik denk wel dat je veel meer moet doen aan onderhoud van een relatie dan je denkt. Maar ja, dan heb je kinderen, dat is een onderneming die geleid moet worden.

Ik had natuurlijk ook wel vaak mannen die goed waren in de initiële verliefdheid en dat wordt dan vaak een voortkabbelend iets.”

De serveerster zet een glas Tourraine voor Hedy neer. Hedy kijkt de serveerster allerliefst aan. Ik vraag aan Hedy of ze de wijn heeft besteld. “Nee,” zegt ze, “maar ik vind dat helemaal niet erg, heerlijk.”

Hoe zien jouw dagen eruit? “Om een uur of negen, halftien, gaan Aatje en ik ontbijten. Dan ga ik zijn huis een beetje opruimen, de was doen, boodschappen doen, van die dingen.

Om 12 uur fiets ik naar mijn eigen huis, ga ik daar een uurtje tutten met bloemetjes, en telefoneren, dan ga ik ’s middags aan het werk en ’s avonds om halfacht fiets ik weer terug naar Aatje. Dan kook ik en eten we, zijn de hele avond en nacht samen en dan vertrek ik weer.”

Je bent bijna zestig jaar lid van de PvdA. Hoe kijk je tegen dat enorme verlies aan? “Het kan weleens voorkomen dat een partij er nog wel is, maar dat het soort mensen voor wie de partij is bedoeld, niet meer bestaat.

Je kunt nu met je linkse ideeën ook bij GroenLinks terecht of bij de Partij voor de Dieren. Ik ben nog steeds lid van de PvdA maar het is geen gezellige partij. Het is intern een competitieve partij. Vroeger was het altijd al streng met weinig camaraderie.

Ik had een minnaar, Ed van Thijn, vijf jaar lang, die was fractievoorzitter van de partij, dus ik zat er middenin, maar echte vrienden heb ik er niet aan overgehouden.

En wat me echt heeft teleurgesteld, is dat bij deze verkiezingen niemand het van de partij opgenomen heeft voor de cultuur die door Zijlstra zo is uitgekleed.”

Wat vind jij van de vrouwen van nu? “Het feminisme is voor veel vrouwen een levenshouding geworden, terwijl ze het zelf niet zo benoemen. Eigenlijk meer dan in mijn generatie hebben deze vrouwen een vriendinnendom.

Toen ik jong was, was het nogal trendy om te zeggen dat je het met mannen beter kon vinden dan met vrouwen. Dat zeggen ze niet meer. Dat merk ik. Ze besteden ook veel tijd aan het vriendinnenschap, dat deed ik niet.

Het ontdekken dat andere vrouwen je bondgenoten zijn, dat is ook feminisme. Wij predikten het wel, maar het werd nog niet zo algemeen toegepast.”

Jij bent een van de weinige mensen die ik ken die tevreden is met zichzelf. Heb je dat je hele leven gehad? “Hadassah, mijn dochter, die dicht bij me staat maar ook heel kritisch kan zijn, zegt dat ik altijd wel optimistisch en erg vrolijk ben. Bij mij is het glas altijd halfvol.

Dat komt niet omdat ik fundamenteel zo’n lachebekje ben, maar omdat ik altijd denk, vanaf mijn veertiende, dat het lot kan toeslaan en dat je in de diepste ellende gedompeld kan worden, dus dat je wel bijna de plicht hebt om ervan te genieten en niet te gaan zeuren en zeiken zolang die ellende er níét is. Het is gekoppeld aan een besef dat het zo heel erg kan zijn.”

Dat besef was er bij jou al heel vroeg. Hoe kwam dat? “Mijn moeder had een ingewikkelde relatie met mijn vader. Die relatie was getekend door het begin van de oorlog.

Hij was Joods en helemaal niet gelovig, eerder een afvallige, maar hij kwam uit een heel religieus milieu waar hij zich los van had gemaakt. Door de beperkende maatregelen die Joden werden opgelegd, ging mijn vader zich steeds meer Joods voelen.

Zijn ouders, vooral zijn moeder maakte er echt werk van dat hij zou gaan trouwen met een Joodse vrouw. Op een dag vond mijn moeder een briefje in mijn vaders jas; een advertentie waarin hij een Joodse vrouw zocht. Mijn moeder is toen gelijk met mij vertrokken. Ze was zo tot op het bot gekwetst.

Ze was geen intellectueel zoals mijn vader en heel jong, 21, toen dit gebeurde. Mijn vader was een stuk ouder. Nou, mijn vader is toen inderdaad met een Joodse vrouw getrouwd en is met die vrouw naar Amerika vertrokken, wat heel verstandig was.

Hij kreeg een kind met die vrouw, en toen dat kind een jaar was, was hij nog zo verliefd op mijn moeder dat hij in het begin van de oorlog met die vrouw en dat kind teruggegaan is naar Nederland. De relatie met mijn moeder is weer aangeknoopt, maar deze keer als een geheime relatie.

En daar kan ik me iets bij voorstellen, bij geheime relaties.

Het hele gezin van mijn vader is toen opgepakt. Mijn halfzusje en haar moeder zijn in Auschwitz meteen vergast. Mijn vader is op 7 februari 1945, terugkomend uit het kamp, op een open veewagen, aan een longontsteking gestorven.” 

Hoe verging het jouw moeder daarna? “Toen mijn moeder zeker wist dat mijn vader dood was – ik was zeven jaar –, was ze inmiddels filiaalhoudster van een grote banketbakkerij in Den Haag.

Ze is toen verliefd geworden op een weduwnaar met drie kleine kinderen. Ze heeft een kind van hem gekregen en ze waren erg gelukkig samen. Toen ik veertien was, waren ze samen een avond uit, terwijl ik op de vier kleinere kinderen paste.

Op die avond is mijn tweede vader in de armen van mijn moeder gestorven. Dus mijn moeder was voor de tweede keer weduwe. Ze heeft haar hele leven gewerkt en heeft die vijf kinderen alleen opgevoed.”

Herken je die mentaliteit van je moeder? “Ze was wel een heel vrolijk ingestelde vrouw. Nooit zeuren, nooit klagen. Dat heb ik inderdaad van haar. Ze trok mensen heel erg naar zich toe.

Ik had een hele hechte band met mijn moeder maar ze irriteerde me ook wel omdat ze zo lijfelijk was met iedereen, ook met mensen die ze nauwelijks kende. Ze sloot iedereen letterlijk in haar armen.

Ze is doodgegaan op haar 65ste aan kanker. En van die vijf kinderen is de jongste, mijn halfbroertje, doodgegaan aan een hartaanval op zijn 39ste. Dus er zijn wel dingen gebeurd waardoor ik weet dat het leven van de een op andere dag totaal anders zijn.”

Wat was de gelukkigste periode in je leven? “Ik denk weleens dat dat nu is. Die ouderdom heeft ook iets... ja, ik bedoel... alles onder voorbehoud dat je morgen je verstand niet verliest, maar onder dat voorbehoud is het ook wel logisch dat je gelukkig bent als je ouder wordt.

Je bent van een heleboel verantwoordelijkheden af. De jaren zestig en begin jaren zeventig, dat was wel een bijzondere tijd, je verdiende zelf je geld, je voerde actie, actie, actie.

Dat tijdsgewricht was erg leuk en stimulerend maar ik was toen zeker niet gelukkiger dan nu, want het leven was vaak zo ingewikkeld voor me met een man en een minnaar.”

Want je had minnaars? “Dat is niet iets waar ik trots op ben of wat ik over zou willen doen, het is absoluut niet aan te bevelen.”

Nee? “Nee, o nee. Zo’n verhouding die niet mag heeft alles in zich om eeuwig te duren. Het is spannend, romantisch, schuld en boete, en je hoeft nooit te vragen wie de bloemkool afgiet of de wasmachine laat repareren.

Het vuurtje kan eeuwig blijven branden want er komt geen sleur of gewoonte of vanzelfsprekendheid om de hoek kijken. Toen de verhouding uitkwam, ben ik officieel gescheiden.

En dat was afschuwelijk, om tegen de wil van de ander toch los te laten. Dat is een van de ergste dingen die ik meegemaakt heb, maar ik dacht daarna wel: nu ik dit heb gedurfd kan ik alles aan.

Na mijn scheiding had ik tien jaar een relatie. Toen heb ik zeven jaar niets met iemand gehad, en van die zeven jaar had ik er zeker zes waarin ik dacht: ik wil geen man meer. Ik heb mannen gehad vanaf mijn achttiende tot mijn 51ste. Het is wel genoeg.

Ik had in die tijd wel homoseksuele vrienden waar ik mee uitging, dat vond ik wel relaxed. De rust op dat gebied kwam mij ook wel goed uit want ik was in die tijd minister en had nauwelijks ergens anders tijd voor. Ja.

En ik dacht ook: het is weleens goed voor me dat dit mij nu overkomt. Dat ik de verlaten partij ben. Dat ik die kant van het verhaal ook leer kennen.

Maar na zeven jaar dacht ik: ik zou wel weer eens iemand willen die me aanraakt, ik dacht niet zo ernstig aan seks maar wel aan erotiek. Daar begon ik zin in te krijgen. Toen duurde het niet lang meer voor ik Aatje ontmoette.”

Ze kijkt me ondeugend aan. Alweer twintig jaar met hem. Ongelofelijk.

Ik kijk naar haar en denk: mag ik alsjeblieft oud worden zoals zij het doet? Mag dat? Ik hoop het met heel mijn hart.

Hedy in het kort

Sociologe en sociaal geografe Hedy (Den Haag, 1937) is natuurlijk vooral bekend door haar politieke loopbaan en haar betrokkenheid bij de feministische golf, bijvoorbeeld als medeoprichter van Opzij.

Ze – nog immer PvdA-lid – was onder meer Eerste Kamerlid, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. Ze was getrouwd met psychiater Guus de Boer met wie ze twee kinderen kreeg, en had relaties met Ed van Thijn en Berend Boudewijn.

De dochter van haar huidige relatie, kunstschilder Aatje Veldhoen, is getrouwd met haar zoon Hajo.

Hedy in het kort

Sociologe en sociaal geografe Hedy (Den Haag, 1937) is natuurlijk vooral bekend door haar politieke loopbaan en haar betrokkenheid bij de feministische golf, bijvoorbeeld als medeoprichter van Opzij. Ze – nog immer PvdA-lid – was onder meer Eerste Kamerlid, staats­secretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. Ze was getrouwd met psychiater Guus de Boer met wie ze twee kinderen kreeg, en had relaties met Ed van Thijn en Berend Boudewijn. De dochter van haar huidige relatie, kunstschilder Aatje Veldhoen, is getrouwd met haar zoon Hajo.

Mensen die vaak een korte nacht maken, zouden een groter risico op gezondheidsproblemen lopen. Geldt dat voor jou ook? Door dat slaaptekort af en toe te compenseren met een goede uitslaapsessie, zou je dat risico kunnen voorkomen.

Dat blijkt uit een onderzoek dat woensdag is gepubliceerd in Journal of Sleep Research.

De onderzoekers verzamelden data over gezondheid en levensstijl van meer dan 38.000 Zweedse volwassenen. In totaal werden gedurende dertien jaar gegevens van deze personen verzameld.

5 uur of minder

Ook het rook- en eetgedrag, het gewicht, lichaamsbeweging werd gemonitord. Hieruit bleek dat mensen onder de 65 jaar die dagelijks vijf of minder uren per nacht sliepen, 65 procent meer kans hadden op vroegtijdig overlijden.

Wanneer mensen doordeweeks kort, maar in het weekend wel acht uur of langer sliepen, bleek dit risico niet meer significant.

Regelmatig lang slapen (8 uur of meer) is niet per se beter voor de gezondheid. Mensen die dagelijks zes à zeven uur slapen hebben een grotere kans op een langer leven dan de langslapers.

Erfelijkheid

De onderzoekers benadrukken dat zij niet hebben bekeken waarom personen die vaak te weinig of te veel slapen meer kans lijken te hebben op een vroegtijdig overlijden.

Volgens de auteurs verschilt het per persoon hoeveel slaap zij nodig hebben. Dat heeft onder meer te maken met erfelijkheid.

Bron: NU.nl Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in