Wat als onverwerkt oud zeer onbewust je leven vergalt? 

Renske (60) leefde lang in de overtuiging dat ze vrede had met haar scheiding en haar kinderloosheid. Totdat haar nichtje haar een pijnlijke vraag stelde.

Article continues after the ad

‘Het was mijn nichtje Dana van vijftien dat mij de ogen opende. Plompverloren vroeg zij mij op een dag: “Renske, waarom ben je altijd zo boos?” Dat moest ik even tot me door laten dringen. Ze had de vraag gesteld alsof het een gegeven was: ik was boos. Altijd. Maar ik wás toch helemaal niet boos? Dana en ik zijn twee handen op een buik. Ik kon me niet herinneren dat ik ooit boos op haar was geweest of dat zij mij ooit boos had gezien. Ik word altijd juist zo blij van haar. Zij is de dochter die ik nooit heb gekregen…

'Typisch mijn nichtje. Kritiek verpakt in een genegenheidsverklaring'

Maar langzaam begon me iets te dagen. “Hoe bedoel je?,” vroeg ik haar, op mijn hoede. “Nou,” zei ze, “ik zat laatst te denken hoe fijn het is dat ik een tante heb als jij, maar dat het eigenlijk vreemd is dat ik zo dol op je ben, omdat je iets uitstraalt wat ik bij andere vrouwen juist een beetje eng vind. Ingehouden woede, iets agressiefs.” Typisch mijn nichtje. Kritiek verpakt in een genegenheidsverklaring.

Ik hapte naar adem. “Ik, agressief?!” riep ik, in een vergeefse poging de aantijging, die niet eens een aantijging was, te ontkennen. Van binnen begon zich van alles te roeren - geen onprettige sensatie overigens. Het moment van de waarheid is heftig, maakt kwetsbaar, maar geeft direct lucht.

Ik denk dat Dana dat begreep, want gedecideerd ging ze door: “Ja, je zult het zelf waarschijnlijk niet eens meer merken, maar ik zie het in je hele lichaam. Vooral in je ogen, die soms ineens hard kunnen worden, en in je kaken, alsof je voortdurend aan het knarsetanden ben. Ik hoor het soms ook in je stem en in je lach, als die geen echte lach is, alsof je de wereld, of iemand in het bijzonder, iets verwijt.”

'Dana had de vinger op de zere plek gelegd'

Ik voelde me betrapt. Op het moment dat ze mijn kaken noemde, probeerde ik die te ontspannen, maar dat lukte me met geen mogelijkheid. Dana had de vinger op de zere plek gelegd. Een plek waarvan ik niets eens wist dat die nog pijn deed.

“Poe, meid, je weet me wel te raken zeg,” zei ik, half-huilend. De stuwdam in mijn binnenste stond op barsten. “Zo jong, en nu al scherper dan iedere psycholoog die ik in mijn leven heb bezocht.”

Nee, van psychologen heb ik geen hoge pet op. Ik heb er een paar geprobeerd in de periode waarin ik alleen nog maar bestond uit woede, wanhoop en verdriet. Ze hebben me aangehoord, maar zaten er naar mijn idee een beetje machteloos bij. Uiteindelijk was het de tijd – en heel veel wandelingen met de hond, een beschamende hoeveelheid rode wijn, een meditatiecursus en een detoxvakantie - die mij heeft genezen.

'Dat had ik wél van mijn therapeutische sessies opgestoken: boosheid is onverwerkte pijn'

Nou ja, genezen… Als ik mijn nichtje moest geloven, en dat deed ik gek genoeg meteen, droeg ik die woede dus nog steeds bij me. En dus ook, zo concludeerde ik snel, nog het verdriet. Want dat had ik wél van mijn therapeutische sessies opgestoken: boosheid is onverwerkte pijn. Het enige wat weg was, was die totale ontreddering van dat eerste jaar. Dat jaar waarin mijn hart, mijn eigenwaarde en toekomstbeeld aan gruzelementen lagen. Maar dat jaar lag al twee decennia achter me!

Natuurlijk weet ik dat heftige gebeurtenissen uit het verleden je tot in de lengte der dagen kunnen achtervolgen. Maar vreemd genoeg had ik het idee dat ik eroverheen was. Achteraf vind ik dat dom en enigszins arrogant van mezelf. Alsof ik beter was dan anderen, beter in staat om met tegenslag om te gaan…

'Ik wierp me zelfs op als oppas voor zijn baby!'

Nee, verwerking was het niet geweest, ik had gewoon besloten dat het afgelopen moest zijn met al het gejammer. Mijn verdriet stopte ik weg, zand erover en de blik weer naar voren. En, o ja, tussen neus en lippen vergaf ik ook nog mijn ex. Ik wierp me zelfs op als oppas voor zijn baby! De hele wereld verklaarde me voor gek, maar ik stelde doodgemoedereerd dat we volwassen mensen zijn en dat je nu eenmaal niet eeuwig wrok kunt blijven koesteren… Life goes on. Wat heb ik mezelf met die houding ondermijnd!

'Of ik had Wim een ultimatum moeten stellen'

Wat ik had moeten doen - gemakkelijk gezegd met de wijsheid van nu - is: jaren eerder een duidelijke keuze maken, voor Wim of voor het moederschap. Of ik had Wim een ultimatum moeten stellen. Maar dat kwam nooit in me op, ik zag het als een voldongen feit. Wim wilde mij geen kind geven, dat heeft hij nooit onder stoelen of banken gestoken. Hij was geen vadertype, hij zou niet weten wat hij met een kind aan moest. Hij zou het een kind ook nooit aan willen doen: hem als vader.

'Als ik dolgraag een kind wilde, zou hij mij dat toch niet weigeren?'

Ik moest er in het begin om lachen; komt tijd komt raad, dacht ik. We hielden toch van elkaar? Als ik dolgraag een kind wilde, zou hij mij dat toch niet weigeren? Ik had het helemaal mis. Niet dat hij ongevoelig was voor mijn steeds sterker wordende kinderwens. Hij vond het juist verschrikkelijk dat hij mij niet kon geven waar ik zo intens naar verlangde. Het vrat aan hem. Maar hij hield voet bij stuk. Hij wilde niet. Punt.

'Ik was mijn toekomst kwijt: Wim en de kinderen die ik nooit meer zou krijgen'

Toch bleef ik hopen. Als het maar even kon, bracht ik het onderwerp ter sprake. En dat eindigde zonder uitzondering in verwijten over en weer, en naarmate mijn veertigste verjaardag dichterbij kwam, werden die steeds heviger. Totdat Wim een keer riep:  “En nu is het genoeg!”, zich omdraaide, door de deur naar buiten liep en niet meer terugkwam… Ik viel in duizend stukjes uit elkaar. Ik was mijn verleden kwijt – en mijn toekomst. Wim, en de kinderen die ik definitief nooit meer zou krijgen.

'Dat ik via-via te weten was gekomen dat hij een ander had, vond hij al erg genoeg'

Kon het erger? Ja, dat kon. Een paar maanden later kwam Wim onaangekondigd langs. Hij moest me iets vertellen. Nee, het kon niet wachten, want hij zou het vreselijk vinden als ik het van iemand anders zou horen. Dat ik via-via te weten was gekomen dat hij een ander had, vond hij al erg genoeg. Het kon maar één ding zijn, vermoedde ik. En inderdaad, Wims nieuwe vriendin was zwanger.

Dat voelde als de genadeslag. Snikkend en naar adem snakkend leunde ik tegen de deurpost. Ik was knock-out, er was helemaal niets meer van mij over.

'Waar haalde zij het gore lef vandaan om gewoon maar zwanger te raken?'

Maar tussen de onbedwingbare huilbuien door, begon de woede te razen. Het werd een obsessie; die vrouw, die zwangerschap. Waar haalde zij het gore lef vandaan om gewoon maar zwanger te raken? Oh, wat ik haar in gedachten allemaal niet heb aangedaan! En ik was verbijsterd over Wim. Hij wilde toch geen kind?! Wat deed hij dan nog bij haar? Hoezo verantwoordelijkheid nemen!?

Die gedachten lieten me niet los, ze bleven maar door mijn hoofd malen. Dag en nacht. Het maakte niet uit of ik sliep of wakker was. Ik raakte uitgeput, functioneerde niet meer. Ik begon zulke rare fouten te maken, dat een collega van me naar Personeelszaken stapte. Ik moest naar huis, tot mezelf komen, zeiden ze daar.

'Boos worden op de wereld, om maar niet te hoeven zien welke rol je zelf speelt'

Ach, het hele verhaal oprakelen, heeft geen zin. En daar gaat het ook niet om. Het had elk verhaal kunnen zijn. Waarschijnlijk was ik sowieso zo’n boze vrouw geworden, die meisjes als mijn nichtje angst inboezemen. Want kennelijk was dit mijn manier om met teleurstellingen om te gaan. Boos worden op de wereld, om maar niet te hoeven zien welke rol je zelf speelt. Slachtoffergedrag, ik heb er een enorme hekel aan, maar ik vrees dat dat van mij er ook onder valt.

Samen met een coach ben ik nu bezig om mijn denkpatronen te onderzoeken. Alleen al door ze bloot te leggen, veranderen ze, merk ik. Ik vind het een openbaring.

'Dit is het leven. Wijsheid vergaar je gaandeweg'

Zonder die onderhuidse boosheid zouden de afgelopen twintig jaar wellicht veel lichter en vrolijker hebben aangevoeld. Maar aan de andere kant: dit is het leven. Wijsheid vergaar je gaandeweg. En sommige lessen zijn gewoon ontiegelijk moeilijk te begrijpen. Genoeg mensen die het nooit leren, die gaan verbitterd en boos dood. Dat is mij bespaard gebleven. En dat heb ik aan dat ontzettend lieve, bijdehante nichtje van mij te danken.

Foto (c) Getty Images

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in