© Sacha de Boer voor Nouveau / DPG Media 2022
© Sacha de Boer voor Nouveau / DPG Media 2022

Een dubbelinterview over goed scheiden en vrienden en collega's blijven.

Ze zijn al langer uit elkaar dan ze ooit samen waren, maar op de een of andere manier blijven Gerard Cox en Joke Bruijs een paar. Joke: ‘In mijn eentje denk ik weleens: kan ik dat wel? Met Gerard samen twijfel ik nooit.’

‘Jij nog een lekker bakkie?’ vraagt Joke Bruijs aan Gerard Cox. Ja, daar heeft hij wel zin in. Ze zitten aan de grote, houten eettafel in Jokes woonkeuken. Allebei nog altijd voorzien van een prachtige haardos, terwijl ze samen inmid­dels kunnen bogen op ruim een eeuw ervaring in het arties­tenvak.

Toneel, cabaret, muziek, film, televisie, ze hebben het allemaal gedaan. Zestien seizoenen langs speelden ze een echtpaar in Toen was geluk heel gewoon, langer dan de veertien jaar dat ze werkelijk man en vrouw waren.

Article continues after the ad

© Sacha de Boer voor Nouveau / DPG Media 2022

Maar ook ervoor en erna waren ze veelvuldig als stel te zien. Alles aan hen ademt vertrouwdheid en wederzijds respect. Volgens Joke bleef hun vriendschap intact doordat ze op tijd is weggegaan uit hun huwelijk. ‘De koek was op, maar we hebben elkaar nooit de tent uitgevochten.’

Hoe het komt dat het publiek hen zo graag samen ziet, daar hebben ze geen verklaring voor.

Gerard: ‘Dat was al zo vanaf het begin. Een gouden formule heet zoiets.’

Joke, droog: ‘U vraagt en wij draaien, al vonden we het zelf ook weer enig om samen te werken in Casa Coco.’

Hulde aan de jonge producent die hen – samen met onder anderen Loes Luca, Richard Groenendijk, Frédérique Spigt en Katja Schuurman – wist te strikken voor deze roman­tische comedy in tropische verpakking.

Waarin ze nu eens geen stel spelen, maar oude liefdes, die elkaar na een ver­wijdering van veertig jaar tegen het lijf lopen op Bonaire. Zij runt daar pension Casa Coco, waar hij stomtoevallig neerstrijkt voor een vakantie, meegetroond door een demen­terende vriend wiens vrouw de bui al ziet hangen.

Gerard: ‘De cameraman zei: ‘Er gebeurt iets als jullie samen een scène spelen.’

‘Dan spatten jullie van het doek af!’ vult Joke enthousiast aan. De opnames waren een feest, daar zijn ze duidelijk over. Maar het waren ook pittige weken, met draaidagen van zeven uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds.

JOKE: ‘Of we begonnen ’s middags. Dan waren we pas om twee uur ’s nachts thuis.’ Naar Gerard: ‘Laatst zei je wel dat je dat nu niet meer zou willen.’

GERARD: ‘Nou, ik begrijp niet dat ik het heb gekund. Maar als je lekker bezig bent, heb je het niet zo in de gaten. Op de set was ik gewoon die man.’

JOKE: ‘Ik heb dat ook, hoor, dat ik meer tegen dingen opzie dan vroeger. En als ik het dan doe, is het toch weer leuk.’

Flashback naar het najaar van 1973. Gerard, alweer even gescheiden, woont op een kamer in de Rotterdamse Witte de Withstraat en Joke woont nog thuis in Rotterdam-Zuid.

JOKE: ‘Ik zong al vanaf mijn vijftiende, deed radio, tv, en feesten en partijen. Jij deed geëngageerd cabaret.’GERARD: ‘Maar ik had net een hit met ’t is weer voorbij die mooie zomer, waardoor ik ineens bij Willem Duijs zat en werd uitgenodigd voor Op Losse Groeven, de voorganger van Op Volle Toeren. Ik had ergens gelezen dat jij daar zong.’

JOKE: ‘Eerst wilde je niet, maar je vond mij een lekker wijf, dus toen deed je het toch. En je verleidde me om die avond te komen kijken naar jouw voorstelling met Frans Halsema. Het was meteen aan.’

GERARD: ‘We waren opgegroeid in dezelfde wijk, hadden vaders die allebei havenarbeider waren. Dezelfde roots, heet dat nu. Vreselijk, al die Engelse woorden, maar onbewust speelde dat ook mee.’

JOKE: ‘Als je ’s avonds belde, zei ik tegen mijn moeder: ‘Ik ga even naar Gerard.’ Ik was vreselijk verliefd, dus toen je op 5 december bij ons Sinterklaas had gevierd, zei ze met een knipoog naar mij tegen hem: ‘Neem dat wijf maar mee.’ Haha, zo was ze. We hebben het samen ontzettend leuk gehad. Eerst aan de Witte de Withstraat, maar die verloe­derde te veel, dus na twee jaar kochten we een boerderij in de Hoekse Waard.’

GERARD: ‘Daar woon ik nu nog. In die jaren kwamen we trouwens hoofdzakelijk thuis om weer weg te gaan. We hadden succes en waren altijd aan het werk.’

JOKE: ‘Op de foto’s uit die jaren dragen we broeken met wijde pijpen en zo. Die zie je nu ook weer.’

GERARD: ‘Mooi toch? Als je maar oud genoeg wordt, komt alles gewoon weer terug.’

JOKE: ‘Het grappige is dat jij aan het eind van onze relatie veel bedrijfsoptredens deed en ik bij cabaretgroep Don Quishocking zat. Heel fijn dat zij niet in hokjes dachten.’

GERARD: ‘Ook zoiets stoms, al die vooroordelen. Veertig jaar geleden gingen alle halve en hele intellectuelen over hun nek van André van Duin, terwijl ik hem een geweldige komiek vond. En moet je nu eens zien: hij kan geen kwaad meer doen!’

 

Jullie zijn pas samen gaan spelen na jullie huwelijk...

JOKE: ‘Ja, anderhalf jaar later.’

GERARD: ‘Toen ik werd benaderd voor de comedyserie Vreemde praktijken vroegen ze wat ik ervan vond als jij mijn vrouw zou spelen. De scheiding was pijnlijk, maar ik had geen rancune en zei meteen: ‘Dat zal ze heel goed doen.’ En dat deed je ook. Dus het lag voor de hand dat ik jou vroeg voor Toen was geluk heel gewoon, dat ik samen met Sjoerd Pleijsier schreef.

Zestien seizoenen, 229 afleveringen. Wij als Jaap en Nel Kooiman, Sjoerd als Simon Stokvis. Jij was in feite de enige normale.’

JOKE: ‘Jullie schreven die rol echt op mijn lijf, omdat jullie al wisten hoe ik het zou zeggen.’

GERARD: ‘Dat was niet zo makkelijk als het eruitzag, maar als we speelden, ging het vanzelf.’

JOKE: ‘Het was een feest om te doen, zeker als we op vrijdag gingen opnemen voor publiek. Gewoonlijk trok je dan een bejaardenhuis leeg, maar wij hadden een wachtlijst. En al die mensen dachten: wat jammer dat ze niet meer bij elkaar zijn. Ja echt! Op de terugweg uit Hilversum voelde het ook best vreemd als jij de A20 naar Rotterdam pakte en ik doorreed naar Den Haag. Soms voel ik dat nog als ik daar rijd.’

 

Jij bent al heel lang gelukkig met muzikant en arran­geur Frits Landesbergen...

JOKE, STRALEND: ‘Binnenkort alweer negentien jaar.’

GERARD: ‘Ik woon alleen, maar heb sinds twee jaar een hond, Blake waarmee ik hele gesprekken voer. Ik neem ook zijn rol voor mijn rekening. Allemaal flauwekul, natuurlijk.’

JOKE, PLAGERIG: ‘Als ze echt iets terugzeggen, hoef je ze niet. Dan zie ik je met een leuke vrouw, zeg je achteraf: ‘Ze heeft mij te veel praatjes.’’

GERARD: ‘Oké, er is er weleens een die te veel praatjes heeft. Maar jij zei indertijd ook genoeg en dat vond ik helemaal niet erg.’

JOKE: ‘Ik mag het zelfs nog steeds.’

GERARD: ‘Vroeger was ik zeker geen heremiet, maar ik heb geen behoefte meer aan een vrouw, zeker niet in huis. Dan gaan ze de prullenbak weer verplaatsen...’

JOKE: ‘Of vragen of je dat schilderij van mij weghaalt, waarop jij zegt: ‘Dat hangt daar best!’’

GERARD: ‘Zeg, zit je me nou af te schilderen als een oude mopperkont? Dat ben ik niet, hoor. In mijn ziel heerst een diepe rust. Ik maak me nog weleens druk, om antivaxers en zo, maar ik ben vooral heel tevreden.’ Joke en Gerard hebben allebei vijf kleinkinderen. Joke noemt zich een ‘onbevlekte’ oma, want het zijn de kleinkinderen van haar man Frits. Gerards zoon heeft twee kinderen en zijn dochter drie.

GERARD: ‘Alle drie horend, wat bijzonder is, want mijn dochter en haar man zijn doof geboren. Mijn oudste kleinkind is tweeëntwintig. Wat ze van mijn werk vinden? Geen idee.’

JOKE: ‘Nou, ze komen wel naar premières. Mijn kleinkin­deren zijn veel jonger, de oudste is pas vijf. Vorig jaar had ik een rolletje in het Sinterklaasjournaal. Zaten ze met grote ogen voor de tv: ‘Oma Joke!’ Dan smelt ik. Toen eentje er een wigwam had gekregen voor haar verjaardag, ben ik wel twintig keer die tent in en uit gekropen. Puur omdat ze ‘oma!’ bleef roepen, zo heerlijk. Ik was bekaf.’

GERARD ZIET EEN LINK MET BLAKE: ‘Zo’n jonge hond, daar had ik me een beetje in verslikt. Hij dook voortdurend op de kippen af, en ik erachteraan. Eén keer ben ik boven op hem gaan liggen, denkend: nu leert hij het wel af. Niet dus. Ik heb de kippen weg moeten doen. Maar het is natuurlijk ook goed, zo’n hond die je in beweging houdt.’

 

Hoe staat het met jullie gezondheid?

JOKE: ‘Het is alweer veertien jaar geleden dat ik borstkanker had. Nu ben ik hartstikke gezond.’

GERARD: ‘Even afkloppen, maar mijn gezondheid is ook prima. Ik ga twee keer per week naar de sportschool, op mijn gemak een rondje maken langs de apparaten. Verder moet je een beetje geluk hebben.’

JOKE: ‘Je bent een jaar of tien geleden over een monitor gevallen in De Doelen. Een kláp, maar je had niks.’

GERARD: ‘Ik denk dat ik goede botten heb.’

JOKE: ‘Je moeder werd zesennegentig, dus ik kan nog wel even van je genieten.’

 

Hoe is jullie contact buiten het werk?

GERARD: ‘Uitstekend, al zien we elkaar niet zo dikwijls.’

JOKE: ‘Je hoort bij onze vriendenkring. Tijdens de opnamen op Bonaire logeerde je bij ons en je komt weleens een paar dagen langs als we met vakantie zijn.’

GERARD, SPOTTENDE BLIK: ‘Dat is ook genoeg! Nee, onzin. We hebben in Den Haag een leuk kringetje waarmee we geregeld gaan lunchen.’

JOKE: ‘We praten over van alles, al gaan we niet enorm de diepte in.’

GERARD: ‘Het moet gezellig blijven.’

JOKE: ‘We praten zelden over problemen, al heb ik je inder­tijd wel verteld dat het niet goed meer ging in mijn tweede huwelijk.’

GERARD: ‘We weten wel hoe het gaat met de ander.’

JOKE: ‘We zijn ook begaan met elkaar, als er wat speelt.’

 

Hoe vinden jullie het dat jullie nooit uit de mode zijn geraakt?

GERARD: ‘We hebben veel geluk gehad. Vroeger was je onder­hand melaats als je wat ouder werd. Sinds het succes van Omroep Max beginnen ze door te krijgen dat er steeds meer ouderen komen. Ik vind het ook hartstikke leuk dat we veel respect krijgen van jongere collega’s.’

JOKE: ‘Toen Brigitte Kaandorp jaren geleden een groot feest voor vakgenoten gaf, kwamen ze allemaal op ons af.’

 

Zoveel ervaring, geeft dat ook rust?

GERARD: ‘Was dat maar waar. Een artiest blijft gevoelig voor kritiek. Voor mijn laatste soloprogramma De grote grijze belofte was ik één nacht totaal in paniek. Wat als niemand er iets aan vindt? Daarom doe ik nu geen toneel meer. Én vanwege het krankzinnig drukke verkeer.’

JOKE: ‘Terwijl die show ontzettend leuk was. Ik herken dat wel, dat dingen ’s nachts wat zwarter zijn. Als ik in mijn eentje ga optreden, denk ik soms ook: kan ik het eigenlijk wel? Met Gerard samen heb ik die twijfel nooit.’

GERARD KNIKT: ‘We helpen elkaar, en ik weet dat je altijd levert. Je komt op tijd, kent je tekst.’

JOKE: ‘Bij jou weet ik ook dat het goed zit.’

 

Hebben jullie nog dromen?

JOKE: ‘Ik heb alles al gedaan en ben blij met hoe het nu is.’

GERARD: ‘Ik zeg altijd dat ik nog weleens in een Hollywood­productie wil staan. Ik hoef er maar honderdduizend dollar voor, een koopje.’

JOKE, MET EEN KNIPOOG: ‘Wie weet, na Casa Coco.’ Joke vraagt na het gesprek of we iets willen eten. Na Gerards bevestiging springt ze meteen op. ‘Zal ik een boterhammetje voor je roosteren, schat?’

Over Joke en Gerard

(Jazz)zangeres, actrice en cabaretière Joke Bruijs (70) zong al op haar vijftiende bij het befaamde VARA Dansorkest. Ze werkte met André van Duin, zat bij cabaretgroep Don Quishocking en speelde in talloze theater-en tv-producties.

Zanger, acteur, cabare­tier en script-en tekstschrijver Gerard Cox (81) vormde een legendarisch duo met wijlen Frans Halsema. HIj scoorde grote hits en zong prachtige luisterliedjes. Hij speelde in films, theaterstukken, commercials en tv-series.

Joke en Gerard maakten samen het album Sentimental Journey en waren samen te zien in tv-series als Vreemde praktijken en Toen was geluk heel gewoon, de toneelstukken Alles went behalve een vent en De oasebar. De release van hun film Casa Coco werd wegens corona uitgesteld. Hij staat nu gepland voor half mei.  

Foto's (c) Brunopress, tenzij anders aangegeven

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in