'Eigenlijk verdiende ik haar liefde niet.'

Hij staat bekend als vrouwenversierder. ‘De bekendste vreemdganger sinds prins Bernhard,’ zoals hij zelf zegt. Tegenwoordig is hij monogaam en dolgelukkig met z’n vriendin Anne. Schrijver Raymond van de Klundert, beter bekend als Kluun, is op zijn zesenvijftigste niet meer de man die hij ooit was. ‘Gelukkig niet’.

Article continues after the ad

MOEDER

Riky Elias

‘Ze las 'Komt een vrouw bij de dokter' twee keer achter elkaar. Ze wilde precies weten wat er stond. Na afloop zei ze: “Er stond niks in wat pap en ik nog niet wisten, we kennen je, we weten wie je bent.” Ze gaf geen moreel oordeel, wat ik heel mooi vond.

Mijn ouders hadden een hecht en goed huwelijk, verliefd vanaf hun tienerjaren en dat bleef zestig jaar zo, tot aan hun dood. Ze hebben nooit moralistisch gedaan over mijn turbulente liefdesleven, ze hebben me juist altijd verdedigd tegen de buitenwereld.

Mijn moeder zag in mijn boek ook de liefde, het onvermogen en het lijden van een man die de ernstige ziekte van zijn vrouw niet aankon. “Ge zijt er veel te jong voor,” zei ze, toen ik haar vertelde dat mijn vrouw Judith aan ongeneeslijke borstkanker leed. In mijn moeders leeftijdsklasse werd al vaak over ziekte en dood gepraat, maar bij ons hoorde ze op verjaardagen alleen maar over vakanties, carrière en kinderen.

'Bij een vergissingsbombardement van de Engelsen moest ze schuilen in een greppel'

Haar eigen jonge jaren waren bepaald niet onbezorgd. Haar vader moest in de oorlog onderduiken bij zijn broer in Hulten, waar hij een jaar lang in de kelder zat. Mijn moeder reisde als meisje van zes af en toe per bus met schone kleren naar hem toe. Bij een vergissingsbombardement van de Engelsen moest ze schuilen in een greppel, later bij haar vader in de kelder. Daar heeft ze een levenslange angst voor lawaai, vuurwerk en harde muziek aan overgehouden. Ik hield van hardrock, maar die mocht ik nooit voluit draaien.

Haar vader raakte na de oorlog aan de drank; zijn erfenis van de onderduik. Hij had vaak ruzie met zijn vrouw, waaraan mijn moeder ook nog een enorme afkeer van ruzie overhield. Ruzies ging zij uit de weg, een conflict werd bij ons nooit uitgepraat, waardoor ze haar moeder of vrienden soms een halfjaar niet zag. Daarna ging ze dan weer eens op bezoek alsof er niets gebeurd was.

Mijn vader liet dat over zijn kant gaan; ze vormden één front tegen de buitenwereld. Mijn ouders hadden eigenlijk nooit ruzie. Mijn moeder was de enige getrouwde vrouw in onze straat die vrijwel haar hele leven buitenshuis heeft gewerkt. Dat werd toen nog als een schande gezien, maar zij genoot ervan. Eerst was ze winkeljuffrouw in een stoffenzaak en later, tot haar pensioen, caissière bij Albert Heijn. Op haar begrafenis, vorig jaar, waren nog collega’s van toen.

'Tweemaal per jaar op vakantie naar Benidorm, 24 uur met de bus'

M’n ouders vormden een echt middenklasse gezin, er stond thuis geen boekenkast, m’n moeder las de Boeketreeks en de leesmap en keek alle quizzen op tv. Tweemaal per jaar op vakantie naar Benidorm, 24 uur met de bus, worst van de slager mee voor onderweg en ook een paar flesjes pils, waarvan de eerste bij Lyon openging. In het hotel werden señor en señorita Van de Klundert standaard hartelijk welkom geheten door de eigenaars, die altijd dezelfde kamer voor hen hadden gereserveerd.

Aan het eind van haar leven werd m’n moeder dement en moest ze worden opgenomen in een verpleeghuis. Wat ik nu het meeste mis, zijn de momenten waarop ik rustig naast haar zat, arm om haar heen, af en toe een kus, samen kijkend naar haar levensboek met foto’s van haar, mijn vader, die vijf jaar eerder was overleden, kinderen en kleinkinderen. Ik probeerde haar altijd aan het lachen te maken. “Weet u wel hoe oud ge bent? 81.” Dan zei ze: “Maar dan he’k nie meer zo lang.” Waarop ik zei: “Dat hoop ik inderdaad nie, want ik kan wel effe wat geld van de erfenis gebruiken.” Dan lachte ze, trots dat ze de grap begreep, en ik was trots dat ik haar had opgevrolijkt.’

ECHTGENOTE

Judith van Laer

‘Een fantastische vrouw: mooi, geestig, een vrouw die de liefde verdiend had die ik nu ik ouder ben pas kan geven. We kwamen elkaar tegen op het jaarlijkse jazzfestival in Breda. Ik was zevenentwintig en net een halfjaar vrijgezel. M’n vrienden hadden haar meegenomen en dachten: daar gaan we Kluun een enorm plezier mee doen. Dat klopte helemaal.

Ze had vijf jaar in Londen gewoond en gewerkt, had een wereldreis van een jaar achter de rug; een avontuurlijke vrouw naar mijn hart. We spraken af voor een etentje. Zij had een T-shirt met een diepe ronde hals aan. Ik dacht dat ik haar tijdens ons gesprek steeds had aangekeken, maar ze zei later: je kon je ogen niet van m’n borsten afhouden. Na het eten gingen we stappen, we zoenden buiten voor de Mazzo en ze bleef slapen.

De volgende dag liet ik een enorme bos rozen bij haar bezorgen, waar ik geen enkele reactie op kreeg. Na een paar dagen belde ik zelf maar eens op: “Hoe vond je de bloemen?” “Bloemen? Niets gezien.” Bleek ik ze naar de bejaarde buren te hebben gestuurd, waar ze pontificaal op tafel stonden, met een kaartje waarop stond: “Het was leuk, Raymond.”

'Ze wist al snel dat ik weleens een scheve schaats reed'

We kregen een relatie, het was allemaal fijn, ze was de grappigste vrouw, die ik kende, alles was leuk. Ze zette een zaak op, die een megasucces werd, miljoenen omzet, dertig man personeel, vier vestigingen, we waren dolgelukkig. Ze wist al snel dat ik weleens een scheve schaats reed; dat gebeurde al in het eerste jaar van onze relatie.

Veel later vertelde ze dat ze toen een week getwijfeld heeft of ze bij me wilde blijven, want als zoiets één keer gebeurt, gebeurt het vaker, wist ze. Ze besloot te blijven, want ze hield veel van me. In de laatste maanden voor haar dood, in 2001, hebben we over al deze dingen gepraat. Toen vertelde ze ook dat zij het, als tegenwicht, ook wel eens met een andere man had gedaan, maar niet te vergelijken met mijn vele uitstapjes.

De morele kant van vreemdgaan stopte ik altijd weg

Ach, hoe dom ben ik geweest in die tijd. Inmiddels, jaren verder en met heel wat therapie achter de rug, weet ik dat ik lang gevochten heb tegen het beeld van de puisterige, bebrilde puberjongen die ik was. Als de vrouwen je dan opeens zien zitten, misschien dankzij je carrière, is dat heel verleidelijk. Die scoringsdrang van mij was misschien normaal voor een puber, maar niet meer voor de dertiger die ik inmiddels was. De morele kant van vreemdgaan stopte ik altijd weg.

En toen werd Judith op haar vierendertigste ernstig ziek. Vanaf het begin wisten we dat ze die ziekte niet zou overleven. We hadden een dochter van één, het was allemaal afschuwelijk. Wat ik in die tijd wél goed heb gedaan, is voor haar zorgen. Maar ik ging vreemd, ik zocht warmte en zorgeloosheid bij een andere, gezonde vrouw.

Het is geen excuus, maar ik wil al die mensen wel eens zien die mij sterk veroordeelden na de verschijning van mijn boek

Uit onderzoek is bekend dat één op de drie relaties, waarin een partner een levensbedreigende ziekte krijgt, fout afloopt. Het is geen excuus, maar ik wil al die mensen wel eens zien die mij sterk veroordeelden na de verschijning van mijn boek. Hoe zouden die het doen als zij hiermee te maken zouden krijgen? Vlak voor haar dood heb ik Judith dus alles verteld. Heel veel wist ze al. Toen ze alles gehoord had, zei ze: “En toch zou ik morgen weer met je trouwen.”

Ik zei het al, ze was een fantastische vrouw. Nu denk ik: hoe kon ik zo dom zijn door zo’n mooie, lieve vrouw zo veel pijn te doen. Eigenlijk verdiende ik haar liefde niet. Wat ze ook nog voor me heeft gedaan, is me de weg wijzen naar het schrijverschap. Ze zei: “Ga een boek schrijven over wat wij samen hebben meegemaakt.”

En dat heb ik na haar dood gedaan, in een roes van een halfjaar. Door dat boek, dat heel succesvol was, ben ik de bekendste vreemdganger sinds prins Bernhard geworden. Tja. Inmiddels ben ik al tien jaar monogaam, ik ben blij dat ik niet meer de man ben die ik was, maar ik kijk wel met mededogen op hem terug.’

NIEUWE LIEFDE

Anne de Jong

‘Mijn nieuwe liefde, met wie ik dolgelukkig ben. We leven in Sonja’s Goed Nieuws Show, zeg ik weleens. Toen mijn vrienden hoorden van haar bestaan, zag je ze met hun ogen rollen: “O nee, Ray is weer eens verliefd!” Maar dit is echt heel anders. Vooral omdat ik inmiddels een andere man ben, niet meer de versierder van vroeger.

Ik heb Anne leren kennen als lerares, toen ik jaren geleden een opleiding tot coach bij haar volgde. Ze is negenenveertig, psycholoog met een bloeiend coachingsbedrijf. Na die opleiding hebben we jaren niets meer van elkaar gehoord, tot ik opeens een appje kreeg: of ik haar wilde helpen bij de marketing van een boek dat ze had geschreven. Natuurlijk deed ik dat. Zo zijn we weer in elkaars leven gekomen.

Ik was inmiddels vrijgezel, zij had een aflopende relatie. Bijna twee jaar geleden gingen we een hapje eten om over dat boek te praten. Op een gegeven ogenblik vroeg ik: “Zijn we hier alleen voor je boek? Wat zitten we hier eigenlijk precies te doen.” We waren allebei erg in de war, hebben afscheid genomen, maar daarna nog twee uur met elkaar zitten appen.

Ik wist eigenlijk meteen: Anne is voor mij de categorie Judith, een indrukwekkende vrouw, slim, empathisch, open, geestig en ze prikt dwars door me heen. Ook iemand die net als ik buiten de lijntjes loopt, die als laatste het licht uitdoet bij feestjes, kind van een krakersechtpaar dat voor haar twaalfde al in vijftien verschillende huizen heeft gewoond.

Zij schrijft geregeld over haar werk. Het plan is nu om samen een boek te schrijven: een dialoog over de liefde, zij als psycholoog, ik als cliënt. We wonen niet samen, want zij heeft twee kinderen en ik heb er drie, die regelmatig bij mij zijn. We willen die kinderen niet zomaar met elkaar opzadelen. Maar zodra die het huis uit zijn, wil ik samenwonen.

Ik hoop heel erg dat ze mijn derde vrouw wil worden, want ik voel voor haar een liefde waar ik eerder nog niet aan toe was. Pas zei ik tegen haar: “Als jij morgen ziek wordt, weet ik zeker dat ik voor je wil zorgen.” Iets wat jonge verliefden waarschijnlijk nooit tegen elkaar zeggen, maar voor mij iets heel belangrijks. Ja, Anne krijgt de beste versie van Raymond van de Klundert.’

ZUS

Melanie van de Klundert

‘Mijn nieuwe boek is aan haar opgedragen. “Vur ons Melaan,” staat op pagina 2. Ze is een rustige vrouw, kordaat, echt een verpleegster. Ze is vier jaar jonger dan ik. Ze heeft sinds haar zevenentwintigste MS, maar gelukkig een passieve vorm.

Ik herinner me nog hoe het grote bed van onze ouders, waarin zij werd geboren, in de woonkamer was gezet. Ruzie maakten we niet, daar kon m’n moeder niet tegen. We hadden een normale broer-zusband, een losse band.

De laatste tien jaar ben ik haar veel meer gaan waarderen

Zij leidt een heel ander leven dan ik, eigenlijk de moderne uitvoering van het leven van onze ouders. De laatste tien jaar ben ik haar veel meer gaan waarderen. Dat heeft ook te maken met haar verzorging van onze moeder. Ik belde dan wel elke dag, maar zij was er voor de onderbroeken, de kunstgebitten, de financiën en de was.

Mijn vriendin Anne heb ik ook als eerste aan Melanie voorgesteld. Ik weet dat ze trots op me is, maar nooit mijn leven zou willen leiden. Prima, we waarderen elkaar om wie we zijn, we zien elkaars positieve kanten en hebben die ook uitgesproken. Dat schept een warme band.’

Kluun in 30 seconden

  • Raymond van de Klundert (Tilburg, 1964) is schrijver. Hij publiceert onder het pseudoniem Kluun. Voor hij ging schrijven, was hij actief in de marketing- en reclamewereld.
  • In 2001 verloor hij zijn eerste vrouw Judith aan kanker; zij was toen zesendertig, net als hij. Hij verkocht zijn marketingbureau en vertrok met zijn driejarige dochter Eva naar Australië. Daarna beschreef hij zijn ervaringen in zijn debuutroman Komt een vrouw bij de dokter.
  • Het boek werd niet goed ontvangen door de recensenten, maar des te beter door het publiek: er werden 1,2 miljoen exemplaren van verkocht. De roman werd verfilmd en in zo’n dertig talen vertaald – in het buitenland gingen meer dan tweehonderdduizend stuks over de toonbank.
  • Daarna schreef Kluun Help, ik heb mijn vrouw zwanger gemaakt, De weduwnaar, Haantjes en DJ. In zijn nieuwe boek Familieopstelling gaat hij terug naar zijn Tilburgse roots. Kluun was tweemaal getrouwd (zijn tweede huwelijk eindigde in een scheiding) en heeft drie dochters (22, 15 en 12 jaar). Hij woont in Amsterdam.  

Foto's (c) Brunopress, privébezit Kluun. Dit interview heeft eerder in de print editie van Nouveau gestaan © DPG Media / Nouveau 2021

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in