'Ik verzamel klaarblijkelijk karakteristieke dames in m’n leven.'

Journaalpresentator Winfried Baijens (42) is geen man van idolen. Zijn liefde gaat vooral uit naar mensen uit zijn directe omgeving, met wie hij vertrouwelijk is en alles deelt. Vaak zijn dat stoere, eigenwijze vriendinnen, die hem figuurlijk, maar soms ook letterlijk op de been houden. ‘Ik 'verzamel' klaarblijkelijk karakteristieke dames in m’n leven.’

Article continues after the ad

Winfried over zijn moeder Jopie de Does

‘Als er iemand bescheiden is, dan is het mijn moeder. Ze is de goedheid zelve, met een onuitputtelijke liefde voor mensen. Zelfs voor diegenen met wie ze het helemaal niet eens is, heeft ze begrip. Als ik van iemand heb geleerd empathisch te zijn, dan is het van haar. Soms wil ik haar door elkaar schudden: “Mamma, je mag ook best eens iets of iemand stom vinden”.

Ze verdiende meer ruimte dan ze in ons gezin met drie mannen kreeg. Bovendien zijn haar echtgenoot en één van de twee zoons, namelijk ik, ook nog eens flink eigenwijs. Als mijn vader en ik vroeger met elkaar spraken, ging dat soms op hoge toon, waardoor mijn moeder dacht dat we ruzie hadden. En als ze ergens een hekel aan heeft, is het ruzie.

Als ik aan haar jonge jaren denk, zie ik een paar fases: haar vroege jeugd in Zuid-Afrika en daarna haar kostschooltijd bij de nonnen in Brabant. Heel fijn vond ze het op de Antillen, waar zij en mijn vader vlak na hun huwelijk een paar jaar gewoond hebben.

'Als jong meisje hielp mijn moeder soms in dat café, wat ze niet fijn vond, verlegen als ze was'

Mijn vader, leraar techniek, werkte er, mijn moeder floreerde er; ze is een echt tropenmens, ze heeft het in Nederland eigenlijk altijd koud. Dat ze na terugkomst in Nederland uiteindelijk in Zeeland gingen wonen, was niet zo gek, daar kwam m’n moeder vandaan. Haar ouders hadden er, na een mislukt boerenbestaan in Zuid-Afrika, een kroeg annex vishandel gekocht. Als jong meisje hielp mijn moeder soms in dat café, wat ze niet fijn vond, verlegen als ze was.

Ze had talent voor ballet en dansen, er is nog sprake van geweest dat ze daarin zou doorgaan, maar uiteindelijk is ze onderwijzeres geworden. Ze is wel altijd blijven dansen en heeft ook lang dans- en balletles gegeven. Als kinderen gingen we naar haar uitvoeringen en dan zag ik echt wel het verschil tussen de goedwillende amateurs en m’n moeder.

Op mijn achttiende verjaardag vond ik het tijd m’n ouders te vertellen dat ik homo ben. Dat was nogal een verrassing, want ik had in die tijd een vriendinnetje. Maar op de School voor Journalistiek was ik mateloos verliefd op een jongen geworden. Ik maakte me geen zorgen, want m’n moeder zei altijd: “Iedereen is gelijk en verdient dezelfde behandeling”, maar ja, toch was ik gespannen. Ik zei: “Ik val op jongens, ben erg verliefd en heb al verkering”. Homo of homoseksueel vond ik geen fijne woorden, dus ik deed het zo.

'Volgens mij heeft mijn moeder zelfs nog altijd contact met mijn exen, waarvan ik er wel een paar heb'

Ik zag schrik in de ogen van mijn ouders en rende naar buiten, ik had toch iets in gedachten van gezellig confetti in de lucht. M’n vader kwam me achterna, omhelsde me buiten in de regen en zei dat ze me een makkelijk leven gunden en bang waren dat dat er nu misschien niet in zou zitten.  Het kwam allemaal goed. Volgens mij heeft mijn moeder zelfs nog altijd contact met mijn exen, waarvan ik er wel een paar heb. Met m’n huidige vriend Ferdinand zijn ze ook heel blij.

Vorig jaar werd m’n moeder ernstig ziek, er werden een paar tumoren bij haar gevonden, het zag er even erg slecht uit. In het ziekenhuis van Gent heeft ze een reeks zware behandelingen ondergaan. In die tijd ben ik heel vaak thuis geweest, stond ik met m’n vader in de supermarkt en te koken in de keuken. Eindelijk draaide eens alles om m’n moeder, heel lastig voor haar. Ik wist zeker dat ze deze kanker zou overleven. Waarom? Omdat ze zo fit was, maar vooral omdat ik het zo heel erg wilde.

'We appen tegenwoordig bijna elke dag, hoewel zij liever zou bellen. Maar ik haat bellen'

Over de dood denk ik vaak na, ik heb er nog weinig ervaring mee; ik ben een sterfmaagd, kun je zeggen. Op de een of andere manier probeer ik me voor te bereiden op de dood van geliefden, maar dat kan natuurlijk helemaal niet. Gelukkig gaat het nu goed met mijn moeder. We appen tegenwoordig bijna elke dag, hoewel zij liever zou bellen. Maar ik haat bellen. Ik heb haar gevraagd: Mamma, app me, ook op momenten dat je je beroerd voelt, daar hoef je echt geen week over na te denken. Dat doet ze nu. Hoop ik.’

Winfried over goede vriendin Cathelijne Beijn

'Een van de mensen voor wie ik in Rotterdam ben gaan wonen. Via haar man, saxofonist Benjamin Herman, heb ik haar leren kennen. Zij heeft me door roerige tijden heen geholpen. Als dertiger ging ik opeens helemaal los; wat anderen als twintiger doen, deed ik tien jaar later. Dat liep niet allemaal goed af en dan ving Caat me op. Zij was - en is - een veilige haven.

Soms sliep ik bij haar op een matras, omdat m’n relatieproblemen weer eens uit de hand liepen. Voor die gelegenheden hadden we een speciale fles cognac, die dan tevoorschijn werd gehaald. Ze heeft me meerdere keren letterlijk en figuurlijk moeten opvangen.

'Ze ziet me als een soort pup' 

Als journalist en programmamaker is ze een bekende figuur in Rotterdam. Voor mij is ze een soort oudere zus. Soms noem ik haar wel eens gekscherend tante Caat, maar dat vindt ze helemaal niks, veel te ouwelijk, terwijl we maar een jaar of zes schelen.Toch ziet ze me als een soort pup.

Caat kent me door en door. Ze is lief, krachtig, maar soms ook streng. Ze heeft me iets heel belangrijks geleerd, namelijk: ga nou eens achterover hangen in plaats van altijd het initiatief te nemen en in de aanval te gaan om dingen af te dwingen. Wacht af als het even niet lekker loopt in een relatie of in je werk, laat de andere partij maar eens met een initiatief komen, duik niet overal als eerste bovenop.

'Of ik haar net zulk nuttig advies kan geven als zij mij, vraag ik me af'

Voor dat advies ben ik haar nog altijd heel dankbaar, het werkt. Overigens kom ik niet alleen maar uithuilen bij haar. We doen ook gezellige dingen en als zij sores heeft, bespreekt ze die ook met mij. Het is geen eenrichtingsverkeer. Maar of ik haar net zulk nuttig advies kan geven als zij mij, vraag ik me af.’

Winfried over zijn poes Desi

‘Ik begon in Rotterdam met de dames Eva en Bram. Ja, Bram was, ondanks zijn naam, een vrouwtje. Het was een rode poes en dus dacht ik automatisch dat het een kater was. Nee dus. Dit poezenpaar was genoemd naar Bram Moszkowicz en zijn toenmalige vriendin Eva Jinek, een geliefde collega van me. Bram en Eva verdwenen, de een overleed, de ander werd overgenomen door een vriendin omdat ze volstrekt verzenuwd door ons huis liep.

Er kwam een nieuwe poes, die we Desi noemden, naar Desi Bouterse, ook iemand uit de kringen van Moszkowicz. Ondanks de naam is Desi ook een vrouwtje, inmiddels vier jaar. Mijn vriend Ferdinand, grafisch ontwerper, werkt vanwege corona thuis en als ik Desi dan zo naast hem zie liggen, denk ik tevreden: ‘Dit is mijn clan.’

Foto's (c) Winfried Baijens, NTR

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in