Elisabeth (49) houdt van haar echtgenoot, maar er hangt een schaduw over haar geluk: de niet aflatende rouw om haar grote liefde…

“Afgelopen herfst was het twintig jaar geleden dat Michel overleed. Zoals altijd op die dag wilde ik ook dit keer graag alleen zijn. Ik bleef wat langer in bed, mijn tweede echtgenoot Ben zorgde ervoor dat onze kinderen naar school gingen."

Grote liefde
"Pas toen het huis stil was, stond ik op. Al onder de douche kwamen de herinneringen boven. Steeds helderder, alsof er mistflarden in mijn hoofd wegtrokken. Mistflarden die ik normaal gesproken omarm, omdat ik anders geen leven zou hebben. Later, in het bos, met kaplaarzen en een dikke jas aan, zag ik mijn grote liefde weer duidelijk voor me: Michel. Zijn gezicht met het stoppelbaardje, toen we die laatste ochtend samen ontbeten. Zijn donkere, warme ogen. Ik hoorde zijn stem, waarmee hij had verteld over een verwarrende droom. En het was alsof ik zijn lippen weer voelde, hoe ze zacht mijn wang raakten."

Een uur later lag mijn toekomst aan flarden
"Vlak voordat hij vertrok, boog hij voorover naar onze dochter Marit, toen twee jaar oud. Ook zij kreeg een zoen. Toen pakte hij zijn koffertje en liep de deur uit. Rond zes uur ’s avonds verwachtte ik hem weer thuis. Ik zou stamppot andijvie maken, met kaas en spekjes, daar was hij dol op. We zouden naar een geleende video gaan kijken, zodra onze dochter sliep. Een doodgewone avond zou het worden, zoals er al zoveel avonden waren geweest en waarvan er nog zo veel zouden komen − dacht ik. Een uur later lag mijn toekomst aan flarden. Michel was betrokken geraakt bij een kettingbotsing. Hij heeft het ziekenhuis niet eens gehaald."

Verbaasd om de pijn
"Mij konden ze pas uren later bereiken, ik had nog geen mobiele telefoon. Toen ik hem weer zag, leek zijn gezicht wel van was. Niets herinnerde nog aan de sprankelende man die mijn grote liefde was geweest.
Tijdens mijn jaarlijkse wandeling, in het bos waar ik zo vaak met Michel kwam, moest ik opnieuw huilen. De tranen kwamen uit mijn tenen. Het verbaast me telkens weer dat de pijn nog zo dicht onder de oppervlakte zit. Meestal voel ik die pijn niet, duw ik hem weg. Ik heb geleerd om ermee te leven. Dat moet wel, er zit niets anders op."

We praatten, dansten en zoenden
"Ik kende Michel van de middelbare school. Ik vond hem altijd al leuk, maar was veel te verlegen om dat te laten blijken. De vonk sprong pas over toen we elkaar jaren later weer troffen op de verjaardag van een gezamenlijke kennis. We praatten de hele avond, we dansten en zoenden. Toen hij me die avond thuisbracht, was het niet meer dan logisch dat hij bleef slapen. Vier jaar zijn we samen heel gelukkig geweest. Alles klopte gewoon, hij was het voor mij. Dat ik met hem oud wilde worden, stond vast.
Michel zou nooit ouder worden dan dertig. Vijf dagen na zijn ongeluk stond ik bij zijn graf, ons dochtertje op mijn arm. Zij begreep er niets van. Ik ook niet. Zoiets valt niet te begrijpen. Michels dood is een keerpunt in mijn leven geweest. Niet alleen moest ik alles opnieuw uitvinden, mijn leven en mezelf, ook besefte ik plotseling heel goed dat er geen enkele zekerheid bestaat. Alles wat je vandaag hebt, kan morgen weg zijn."

Ze hadden ongelijk
"Dat besef vond ik heel moeilijk, het drukte als een zware last op mijn schouders. Maar ik ging door, met de steun van mijn ouders en de ouders van Michel. Ik had een dochter, ik moest wel. En ik was nog jong, zoals iedereen zei. Hoe erg het ook was, het zou wel weer goed komen.
Aan die woorden dacht ik, toen ik op de twintigste sterfdag van Michel in de striemende regen door het bos ploegde. En ik dacht: ze hadden ongelijk. Want het is niet meer goed gekomen. Ja, ik heb mijn leven weer op orde, al jaren. Mijn dochter studeert inmiddels, ze maakt het goed, is slim, heeft bergen vrienden. En ik heb nog twee kinderen gekregen, van wie ik heel veel hou. Zo op het oog gaat alles prima."

‘Je moet niet te lang alleen blijven’
"En toch, ik voel het diep in mij: het is niet meer goed gekomen. Zo onbekommerd gelukkig als ik was, ben ik niet meer geworden. Er is iets kapot gegaan en niet meer hersteld. En hoewel ik opnieuw getrouwd ben en van mijn tweede man hou, is het toch heel anders. 
Het eerste jaar na Michels dood was puur overleven. Iedere avond om zes uur, wanneer ik Marit haar eten gaf, wachtte ik onbewust tot Michels auto zou voorrijden. Maar avond aan avond lag ik alleen in bed. Na ongeveer een jaar zeiden mijn ouders: ‘Je moet niet te lang alleen blijven.’ Ook Michels ouders zeiden dat. Ondanks hun eigen verdriet − Michel was hun enige zoon − vonden ze dat ik verder moest met mijn leven. Ook ik had het gevoel dat ik op deze manier niet door kon gaan. Het gapende gat in mijn borst deed te veel pijn. Ik voelde me eenzaam. De liefde die je van je kind, je ouders en vrienden krijgt, is toch niet dezelfde als die van een partner."

Mijn hart bleef gepantserd
"Ik wilde weer met iemand de kleine dagelijkse dingen delen. Overleggen wat we zouden eten, een net gekochte pepermolen laten zien, dat soort dingen. Dus ik probeerde me weer open te stellen. Had zo nu en dan een date. En etentjes bij vrienden, die me probeerden te koppelen. Ik ontmoette leuke mannen, met wie ik soms een verhouding kreeg. Het was fijn om weer fysiek contact te hebben, om te knuffelen en te vrijen. Nee, ik voelde me niet schuldig tegenover Michel dat ik dat deed. Ik wist dat hij achter me zou staan. Eerder voelde ik me schuldig tegenover de mannen in kwestie. Want hoewel ik mijn lichaam aan ze gaf, mijn hart bleef gepantserd."

Eerlijke kans
"Een paar keer werd ik wel verliefd, maar niet meer zoals vroeger. Ik was voortdurend op mijn hoede. Het was jammer om zo’n rem te voelen. Ik ben ervoor in therapie geweest. We behandelden het trauma van het plotselinge verlies en probeerden de ergste lading ervan af te halen. 
En ik dacht werkelijk dat dat ook gelukt was. Want met Ben, die ik zes jaar na het overlijden van Michel leerde kennen, voelde het anders. Dieper, echter. Ik werd weer overweldigd door vlinders. Ben lijkt ook op Michel, is net zo vrolijk, heeft dezelfde soort humor. Zelfs qua uiterlijk hebben ze iets van elkaar weg. Bij Ben dacht ik: ik ga dit een eerlijke kans geven. Ik wilde niets liever dan weer van iemand houden. En ik gunde mijn dochter een nieuwe vader. En wie weet, misschien kon ik nog eens moeder worden." 

Maar toch, hij is niet Michel
"Ben was meteen gek op Marit en zij op hem. Ik denk dat ook zij de gelijkenissen aanvoelde. Al na een halfjaar vroeg zij uit zichzelf of ze hem papa mocht noemen. Fantastisch. Ook ik was dol op Ben. We zijn getrouwd en hebben twee kinderen gekregen. Ons samengestelde gezin heeft altijd als een trein gelopen, daar prijs ik me gelukkig mee. En we hebben het goed samen. Ik weet dat ik mijn handen dicht mag knijpen met een man als Ben. Hij is eerlijk, hartelijk, heeft geen verborgen agenda en hij gaat voor mij door het vuur. Hij heeft alles wat een vrouw zich kan wensen. 
Maar toch… Hij is niet Michel. En al zijn we al veel langer samen dan Michel en ik ooit geweest zijn, Michel steekt nog altijd met kop en schouders boven alles uit. Híj is mijn grote liefde. En dat gevoel neemt niet af, integendeel. Ik zeg vaak tegen mezelf dat ik Michel waarschijnlijk enorm idealiseer. Ik heb immers geen idee hoe mijn huwelijk met Michel zich zou hebben ontwikkeld. Misschien waren we wel uit elkaar gegroeid, had hij mij bedrogen. Of hadden we steeds vaker ruzie gekregen; het kon sowieso erg knallen tussen ons." 

Wat als...
"Wie weet… Maar ik wéét het niet. En dat is juist het probleem! Er lag een leven voor me dat ik had moeten leven, een parallel universum waarin alles anders was, als Michel die fatale ochtend net vijf minuten eerder of later was vertrokken. Ik blijf het gevoel houden dat mijn leven op die dag een verkeerde afslag heeft genomen en alles daarna tweede keus is. En ja, dat maakt Ben dus ook tweede keus. Mijn kinderen níet, gek genoeg, dat kan ik ook niet rijmen. Maar bij hen heb ik het gevoel dat zij toch wel waren gekomen, dat ze nu eenmaal bij mij horen. Maar Ben…. Ik geef om hem, nee, ik hou van hem, en toch: als ik Michel morgen terug kon krijgen, zou ik hem meteen inruilen."

Ik borg mijn tranen op
"En daar voel ik me vreselijk over. Ik ben een paar keer in therapie geweest om hiermee in het reine te komen. Mijn behandelaar meent dat ik mezelf straf met deze gevoelens, omdat ik mezelf kwalijk neem dat ik nog altijd leef en Michel niet. Dat ik toch het gevoel heb, dat ik hem heb ingewisseld. En dat ik mezelf daarom niet toesta om echt gelukkig te zijn. Ik kan mijn gevoel nu inderdaad nog beter onderdrukken. Maar toch, het zit er nog steeds, dat merkte ik wel weer op Michels laatste sterfdag. 
Aan het eind van mijn wandeling heb ik warme chocolademelk gedronken in een café waar hij en ik graag kwamen. In mijn hoofd sprak ik tegen hem, vertelde ik hem hoe het met onze dochter gaat. Toen het etenstijd werd, waste ik mijn gezicht in de toiletten. Ik borg mijn tranen op, stapte in de auto en ging op weg naar huis, naar Ben en onze kinderen, om stamppot andijvie te maken. Met kaas en spekjes, want daar zijn ook zíj dol op.”

Toen haar schoonmoeder overleed, ving Joke (49) haar verdrietige schoonvader op. Wat niemand voor mogelijk hield, gebeurde: ze werden verliefd op elkaar.

‘Vorige week was mijn schoonvader jarig. We gingen met het hele gezin naar hem toe. Het zou de eerste verjaardag worden zonder zijn vrouw Mary, die tien maanden geleden overleed.

Mijn schoonvaders grijze lokken waren bruin geverfd, de kleur die ze vroeger hadden. Michel, mijn partner, reageerde verbaasd. “Dit had mam moeten zien zeg,” zei hij. “Hoe kom je hier nou ineens bij?

Zijn vader reageerde afhoudend. “Gewoon, eens wat anders,” zei hij, en liet ons binnen. Hij serveerde taart en koffie, onze jongens kregen frisdrank. We praatten wat. Afgezien van zijn nieuwe look leek alles heel gewoon. 

Het zweet brak me uit

Totdat ik plotseling een vestje zag hangen over een van de eetkamerstoelen. Een blauw gestreept vestje. Míjn vestje. Ik had het al jaren, herkende het uit duizenden. Het leek me onmogelijk dat Michel het niet zou opmerken – en zich zou afvragen hoe dat daar kwam.

Mijn hart schoot een versnelling hoger; als hij erover zou beginnen, moest ik snel met een smoes komen. Sneller dan mijn schoonvader, die vast paniekerig een ander verhaal op zou hangen. Het zweet brak me uit.

Maar Michel zag niets, kletste ontspannen met zijn vader. Na een tijdje opende hij de tuindeuren om te voetballen met onze jongens. Achter zijn rug om greep ik het vestje en propte het in mijn tas.

Het hing daar al drie dagen, sinds de laatste keer dat ik mij een middag vrij had weten te maken om in mijn eentje naar mijn schoonvader Job te gaan. Het was warm geweest in zijn huis, daardoor had ik het meteen bij binnenkomst uitgetrokken.

De rest van mijn kleding volgde kort daarna. In de slaapkamer, waar Job al op bed was gaan liggen. Daar lagen we, praatten we en vreeën we, tot ik terug naar huis moest. Gehaast was ik weggelopen, na nog een laatste zoen in de hal. Weg naar mijn andere leven, naar mijn echte leven.

Naar Michel, met wie ik al meer dan twintig jaar samenwoon en die ik zie als de liefde van mijn leven. Toch zijn er gevoelens voor zijn vader ontvlamd. 

Ik kreeg er echt een familie bij

Ik heb Job altijd sympathiek gevonden. Net als zijn vrouw Mary. Aangezien het tussen Michel en mij al snel serieus werd, duurde het ook niet lang voordat ik zijn vader en moeder ontmoette. Ik was verbaasd dat Michel van die jonge ouders had. Net twintig waren ze, toen Michel was gekomen.

Bij hen thuis ging het er veel losser aan toe dan in mijn ouderlijk huis. Ik was een nakomertje, mijn moeder liep al tegen de veertig toen ze mij kreeg. Tel daarbij op dat ik ben opgegroeid in het oosten van het land en Michel in de Randstad, en het is wel duidelijk dat mijn achtergrond heel anders was.

Mijn schoonouders hielden ook wel van een drankje en het werd weleens drie uur ’s nachts als we daar op bezoek gingen. Dan speelden we Risk, waarbij Michels vader razend fanatiek was en om te winnen soms zelfs balorig vals speelde. Ik moest daar erg om lachen. Het waren hartverwarmende ontmoetingen. Ik had er echt een familie bij. 

Ik heb nooit bijgedachten gehad

Hoe aardig ik Job ook vond – en hoe knap, want dat is hij altijd geweest – ik heb nooit bijgedachten over hem gehad. Dat ik hem aantrekkelijk vond of zo. Natuurlijk niet. Hij was de vader van mijn partner. En de opa van onze kinderen.

Vorig jaar waren mijn schoonouders, beiden net gepensioneerd, op vakantie in Zuid-Frankrijk toen Mary onwel werd. Ze belandde in het ziekenhuis. “Gewoon voor de zekerheid,” vertelde Job ons.

Het zat Michel niet lekker – zijn moeder was altijd zo gezond. Hij overwoog het vliegtuig te pakken. Had hij dat maar gedaan, dan had hij nog afscheid kunnen nemen. De volgende dag belde Job opnieuw. In tranen. Mary was overleden. Zelfs de artsen hadden dit niet zien aankomen.

Verdoofd zijn we met het hele gezin afgereisd, om Job te halen. En het lichaam van Michels moeder. Er volgde een intense week van rouw, veel dingen regelen, een aangrijpend afscheid. Daarna het gat: het besef dat ze echt, voorgoed weg was.

Hij voelde zich eenzaam

Job kwam in de tijd daarna vaak bij ons over de vloer. Zonder baan, en met dat veel te grote huis voor hem alleen, voelde hij zich eenzaam. Natuurlijk zetten wij graag een bord erbij op tafel.

Ook kon hij blijven slapen wanneer hij maar wilde. Dat deed hij regelmatig; hij houdt nog altijd van een wijntje. Daarnaast vond Job het gewoon fijn bij ons. Hij leerde gamen van onze jongens. Daarin was hij net zo fanatiek als vroeger bij Risk.

Hij ving ze op als Michel en ik tot laat moesten werken. Ook vond hij het prettig om in ons huis te klussen. Het gaf hem afleiding van zijn verdriet.

Onze band werd persoonlijker 

Een half jaar geleden verloor ik mijn baan. Daardoor was ik ineens veel meer thuis. De eerste tijd voelde Job zich daardoor opgelaten, hij had het gevoel dat hij mij in de weg liep. Maar ik drukte hem op het hart dat hij zich niet teveel moest voelen.

Ik vond het alleen maar gezellig om niet alleen aan de ontbijttafel achter te blijven als iedereen naar werk of school vertrok. Vaak zaten wij nog lang koffie te drinken. Soms voerden we diepe gesprekken over Mary. Dan weer hielp hij me met een sollicitatiebrief of sprak hij me zelfvertrouwen in wanneer ik ergens op gesprek ging.

Onze band werd persoonlijker. Ik begon hem als vriend te zien. Wanneer die vriendschappelijke gevoelens overgingen in andere gevoelens, gevoelens van verliefdheid, dat durf ik niet te zeggen. Het ging langzaam.

Soms bleven wij samen zitten praten of tv kijken als Michel naar bed ging. Michel vond dat niet erg, hij was alleen maar blij dat het beter met zijn vader leek te gaan. Andere keren deden Job en ik samen boodschappen. We kochten nieuwe kleren voor hem.

Toen ik op een dag eerst naar Job belde, na een afwijzing voor een baan die ik graag wilde, dacht ik wel: “Dat is gek. Waarom bel ik niet eerst naar Michel?” Maar die was toch druk, wist ik. Wij leefden behoorlijk langs elkaar heen. Met Job daarentegen had ik echt contact. 

En toen was daar die zoen 

Bij ons thuis, op de bank, ’s avonds laat. Michel lag een verdieping hoger. Het was een zoen waar we helemaal in verdwenen. Toen glipte Job weg, naar onze logeerkamer, en kroop ik onthutst naast Michel. Totaal in de war.

Dat was Job ook: de volgende morgen vertrok hij toen ons gezin nog zat te ontbijten. Hij mompelde iets over een afspraak die hij vergeten was. Ook zei hij dat het tijd werd om meer op eigen benen te gaan staan.

Twee dagen later belde hij me: we moesten praten, vond hij. Ik reed naar zijn huis, naar “neutraal gebied”, vastbesloten om aan te geven dat we die kus zo snel mogelijk moesten vergeten. Job wilde exact hetzelfde zeggen. Maar we belandden in bed, er was geen houden aan.

Dat je zó verliefd kunt zijn. Zo overweldigend verliefd dat de rest van de wereld volledig oplost; al is de situatie nog zo gecompliceerd, ik had het mij niet kunnen voorstellen. Ik was nog nooit vreemdgegaan, zelfs niet in de verleiding gekomen. Maar na die eerste keer was ik verslaafd. Net zoals mijn schoonvader. 

Wij hebben nu twee maanden een verhouding 

Mijn leven staat totaal op z’n kop. Ik weet dat dit fout is, iets fouters dan dit is haast niet denkbaar. Maar we worden zo naar elkaar toe getrokken…

Sinds die eerste zoen heeft Job nooit meer bij ons thuis geslapen. Hij komt ook minder, zegt tegen Michel dat hij zijn leven weer aan het opbouwen in. Maar ik ga wel naar hem, ten minste drie keer per week.

Omdat ik nog steeds niet werk, heb ik alle tijd – en die tijd besteed ik het liefste aan Job. Michel heeft geen enkel idee wat er speelt, hij is enkel blij dat het beter lijkt te gaan met zijn vader. 

Hij fantaseert over een toekomst samen

Na ons verjaardagsbezoek en zijn verbazing over het geverfde haar van zijn vader, zei Michel in de auto tegen me: “Er is vast een nieuwe vrouw in zijn leven, denk je niet?” Ik knikte en verbeet me.

Hij moest eens weten wie die nieuwe vrouw is. Ik bestierf het van schuldgevoel. Jegens Michel, maar ook jegens Job. Want hoewel we het er niet over hebben, voel ik aan alles dat hij fantaseert over een toekomst met mij.

Kennelijk is zijn liefde zo groot, dat hij daarvoor zelfs de band met zijn zoon en kleinkinderen op het spel wil zetten.

Dat is heftig, vooral omdat het voor mij anders is. Ik ben verliefd, dat zeker: maar ik hou ook van Michel en zal hem en mijn gezin nooit opgeven. Michel is mijn leven, Job is mijn vlucht. Maar hier kan onmogelijk nog een einde aan komen zonder dat er harten worden gebroken.’

De namen in dit interview zijn gefingeerd.

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in

 

Sinds Saskia (55) een nieuwe partner heeft, heeft ze ook de dochter waar ze altijd al naar verlangde. Daar is ze blij mee, maar het strooit tevens zout in de wond die er klaarblijkelijk nog steeds is.

‘Op mijn verjaardag belde ze me op mijn werk. ‘Ga je mee lunchen straks? Ik trakteer!’ Ik nam de spontane uitnodiging van mijn stiefdochter graag aan. Wat leuk dat ze eraan dacht dat ik jarig was en dat ze de moeite wilde nemen om naar me toe te komen!

We troffen elkaar in een cafétje vlakbij. Ze bleek ook nog een cadeautje voor me te hebben. Oorbellen, die perfect bij een bepaalde outfit passen die ik onlangs aan had. Zíj ziet dat soort dingen, zo leuk.

Felicitatie-appje

Maar hierdoor kwam het extra hard aan dat mijn oudste zoon zich er met een felicitatie-appje vanaf maakte. Mijn jongste liet zelfs helemaal niets van zich horen. Aan het einde van de avond belde ik hem zelf, omdat ik zijn stem even wilde horen.

Natuurlijk vatte hij dat op als verwijt en we kregen woorden. Gefrustreerd kroop ik na afloop in bed, boos dat ik niet gewoon blij kon zijn met wat ik wél had gekregen, aan aandacht en attenties. Ik geef nota bene niet eens zoveel om mijn verjaardag!

Maar het warme contact met de stiefdochter die ik sinds anderhalf jaar heb, wakkert gevoelens bij me aan die ik allang een plaats dacht te hebben gegeven.

Gezin viel uit elkaar

Ik kom uit een meidengezin. Ik heb drie zussen en het was altijd een vrolijke boel bij ons thuis. Soms werd het mijn vader te veel, dan vluchtte hij naar zijn werkkamer. Maar hij was stapelgek op ons. Helaas is ons gezin na de dood van mijn ouders, kort na elkaar, uit elkaar gevallen.

Twee van mijn zussen zijn naar het buitenland verhuisd en met mijn jongste zus, die nog wel dichtbij woont, deelde ik altijd al wat minder. Soms hebben we fantastische reünies met z’n vieren, maar de verbondenheid van vroeger, nee, die is er niet meer.

Twee was het maximum

Toen ik Joris leerde kennen en met hem trouwde, hoopte ik met hem net zo’n fijn gezin te stichten als dat waarin ik was opgegroeid. Met een hoop kinderen, voor mijn part vier of vijf.

Als snel bleek dat Joris dat niet zag zitten. Twee was voor hem het maximum. En dat snapte ik ook wel; we vonden allebei onze carrière ook belangrijk en hoe vind je daar nog ruimte voor als je alleen maar aan het zorgen ben?

Ik was net dertig toen ik stopte met de pil. Binnen een paar maanden was het raak. Hoewel ik sociaal wenselijk tegen iedereen riep dat het me niets uitmaakte wat het zou zijn - ‘als het maar gezond was’ - klopte dat niet helemaal. Ik hoopte met heel mijn hart op een meisje. Dat leek mij toch het allerleukste. Ik had ook al meisjesnamen. Voor een jongen was het meer puzzelen.

Maarten werd geboren op een stralende zondag. Ik keek in zijn blauwe ogen en was op slag verliefd. Van een meisje had ik onmogelijk meer kunnen houden, mijn lichaam kon dit sterke gevoel van liefde al nauwelijks aan.

Allemaal positieve voortekenen

Na een paar jaar besloten we voor een tweede kind te gaan. Helaas ging het dit keer niet zo vlot. Ik was me al enige zorgen aan het maken toen ik na ruim een jaar toch over tijd was.

Zo goed als ik mij bij de eerste zwangerschap voelde, zo ziek was ik deze keer. Ik kon zelfs een paar maanden amper werken. Door het grote verschil met de vorige keer, moest het dit keer wel een meisje zijn, meende ik. Mijn buik zag er ook anders uit, en mijn buik en billen werden dikker. Allemaal positieve voortekenen!

Het bleek opnieuw een jongetje 

Ook hem sloot ik direct in mijn hart, toch voelde ik dit keer wel degelijk teleurstelling. Het onmogelijke was gebeurd: ik had een jongensgezin. En dat zou het blijven, want mijn man wilde geen kinderen meer.

In de loop van de jaren hebben we daar nog vaak over gepraat. Want in mijn hart bleef ik naar een dochter verlangen. Af en toe sneed ik het onderwerp aan. Maar mijn man was heel duidelijk: nee.

Ik heb nog getwijfeld of ik zou sjoemelen met de pil. Maar dat stuitte me tegen de borst, een kind moet je met z’n tweeën wensen. En het zou anders weleens een obsessie kunnen worden voor me. Nee, ik moest tevreden zijn met wat ik had.

En dat lukte. Onze jongens zijn geweldig en ik hou zielsveel van ze. Ze zijn net zo sportief als hun vader. Dat bracht ook mij in beweging; toen zij op de latten stonden, kon ik niet achterblijven. We zijn fervente wintersporters geworden. Ook in de zomer gingen we de bergen in. Ik genoot er net zoveel van als zij.

Zo ontzettend op zichzelf

Maar toen mijn jongens in de puberteit waren, begon het toch weer te knagen. Ze waren ontzettend op zichzelf, maakten onvoorstelbaar veel troep, deden niets anders dan gamen op hun kamer en sloten mij buiten. Als we 's avonds zaten te eten, zaten ze continu op hun telefoon.

Het leek in niets op de sfeer die er vroeger bij ons thuis aan tafel heerste. Maar ik verbood mezelf erover te piekeren. Al voelde ik soms wel een steek van jaloezie als een van mijn vriendinnen leuk ging shoppen met haar dochter.

Dan dacht ik vlug aan een andere vriendin, wiens dochter zo dwars was dat ze naar een internaat moest. Je hebt het niet voor het kiezen. En er waren andere dingen om me druk over te maken: mijn huwelijk liep niet meer.

Lege nest-syndroom

Drie jaar geleden zijn Joris en ik uit elkaar gegaan. Onze oudste was toen net het huis uit. Onze jongste was zeventien en bleef bij mij wonen, in ons oude huis.

Ik heb in het eerste jaar na de scheiding veel steun aan hem gehad. Niet met veel woorden, hij is vrij introvert, maar wat hebben wij een series gekeken, samen op de bank. En dan frituurden we samen bitterballen, ’s avonds laat. Zo gezellig.

Dat hield op toen hij ging studeren en het huis uitging. Ik heb veel moeite gehad om mijn draai weer te vinden. In een paar jaar tijd was er zoveel veranderd. Ik kampte echt met het lege-nestsyndroom.

De voldoening die ik uit mijn werk haalde, maakte weinig goed; ik miste het moederen. De overgang en de gedachte dat mijn beste tijd misschien wel achter me lag, speelde ongetwijfeld mee.

Nieuwe liefde

Nu denk ik dat mijn beste tijd juist nog voor me ligt. Ik heb een nieuwe liefde gevonden met wie het klikt op een manier die ik nooit voor mogelijk had gehouden. Bij hem voel ik me echt thuis, geaccepteerd, ik kan volledig tot bloei komen en ben gelukkiger dan ooit.

We hebben het goed voor elkaar: een groot huis, twee zeilboten, en we zijn beiden minder gaan werken om meer van het leven te genieten. Kan niet beter, zou je denken. Maar de dochter van mijn nieuwe liefde strooit zout in de wond die, zo ontdek ik nu, nooit helemaal genezen is.

Ze is een leuke, sprankelende meid van twintig, dol op haar vader – en omdat hij van mij houdt, stond zij ook meteen open voor mij. We hebben een heel leuke band gekregen.

Contact met haar is beter dan met mijn eigen kinderen

Ik geniet ervan als ze bij ons is, en dat is vaak. Ze is altijd vrolijk en vertelt heel veel. Over haar werk, vriendjes, vriendinnen, uitgaan, alles. Zij en ik doen ook geregeld dingen met z’n tweeën, zoals die lunch op mijn verjaardag.

Ik zou daar blij mee moeten zijn, en dat ben ik ook, maar het maakt me tegelijk verdrietig. Eigenlijk is het contact met haar beter dan met mijn eigen kinderen. Die zijn geslotener, minder attent. Ze gaan op in hun eigen leven en hoewel het altijd fijn is om elkaar te zien, laten ze uit zichzelf weinig horen.

Mijn stiefdochter is zo anders. Ik merk nu hoe leuk het is om een meid in huis te hebben. Zij is precies de dochter die ik mij altijd al had gewenst. ‘Wees blij met wat je nu hebt,’ zeggen mijn vriendinnen, maar ik realiseer me steeds wat ik níet heb gehad.

En hoe dol ze ook op mij is, de echte reden dat ze bij ons thuis komt, is haar vader, natuurlijk. En bij haar moeder komt ze nog veel vaker. Bij hun band valt die van mij met haar in het niet. Logisch, en toch voel ik me jaloers.

Als ik zie hoe gemakkelijk zij met elkaar omgaan, denk ik: had ik toch maar een dochter gehad. Misschien was het dom om niet te sjoemelen met de pil. Als ik het over kon doen, zou ik het er toch op gewaagd hebben.’ 

De namen in dit artikel zijn gefingeerd en de personen op de foto zijn niet de personen uit dit verhaal.

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in