Vier jaar geleden verloor Sabine plotseling haar tweelingzus Saskia. Niemand kon haar troosten - ook haar eigen man niet. “Er zijn meer mannen op de wereld, maar een tweelingzus is onvervangbaar.”

“Elke ochtend als ik opsta, zie ik Saskia’s gezicht in de spiegel. Nog voor de dag goed en wel begonnen is, word ik met haar geconfronteerd. Ik zie haar langzaam ouder worden, ouder dan ze ooit is geweest. Vier jaar geleden is ze overleden, mijn tweelingzus, die sprekend om mij leek. Een tijdbestek waarin je een verlies toch een plek zou moeten kunnen geven. Mij lukt dat nog steeds maar mondjesmaat." 

Mijn haar afknippen
"Soms denk ik dat het zou helpen als ik mijn haar af zou knippen en onze lange krullen zou laten verdwijnen in de afval-bak, de krullen waar wij zo trots op waren. En als ik een donkere spoeling zou nemen en een bril zou dragen, in plaats van lenzen. Misschien dat ze dan minder aanwezig zou zijn in mijn dagelijks leven. Tegelijkertijd wil ik haar helemaal niet laten gaan. Want ik mis mijn zus meer dan ik zeggen kan - of zeggen durf.
Saskia en ik waren een eeneiige tweeling. Dat we met z’n tweeën waren, was voor onze moeder een grote verrassing. Toen ik geboren was, riep de arts plotseling: ‘Er komt er nog een!’ Achteraf een leuk verhaal, maar op het moment zelf waren onze ouders totaal overdonderd. Saskia en ik maakten er vaak grapjes over. We zeiden dan dat we tot aan de geboorte één waren geweest en ons pas op het allerlaatste moment hadden verdubbeld." 

Twee-eenheid
"In al mijn jeugdherinneringen komt Saskia voor. Ik denk dat dat normaal is bij twee­lingen. Je groeit tenslotte samen op en wordt door de buitenwereld als twee-eenheid gezien, vroeger nog meer dan nu. Indertijd was het heel gebruikelijk dat tweelingen dezelfde kleren droegen. Ook Saskia en ik hadden altijd hetzelfde aan, tot aan de middelbare school. Toen eisten we verschillende kledingstukken, maar alleen omdat we zo samen een grotere garderobe hadden. We deelden onze kleding, zoals we alles deelden. Ruzie was er nooit, zelfs niet toen we nog peuters waren, vertelde mijn moeder ons. Samen konden we heel dwars zijn en anderen buiten­sluiten. Maar elkaar? Nooit. Mijn moeder maakte zich daar weleens zorgen over. We hadden ons eigen taaltje en waren volledig op elkaar gefocust."

Lees ook: 'Ik ben hopeloos verliefd op een twintig jaar jongere woestijnprins'

Zij was mij altijd een stap voor
"Toen we in de puberteit kwamen en ons bewust werden van onze eigen identiteit, verschillende talenten en interesses, was het dan ook moeilijk om elkaar te laten gaan. Saskia had als eerste een vriendje. Typerend; hoewel zij jonger was, was zij mij altijd een stap voor, net iets minder afhankelijk van mij dan ik van haar. Ik was vreselijk jaloers. Het is de enige periode geweest waarin we weleens met elkaar overhoop lagen. Ik voelde me in de steek gelaten door haar. Pas toen ik zelf ook verliefd werd, begreep ik haar en kwam er weer balans. Het was best goed om op eigen benen te leren staan. We kregen langzaamaan een eigen leven, eigen vrienden. Toch bleef onze band ongelooflijk hecht, sym­biotisch haast. We deelden alles en voelden elkaar naadloos, vaak zonder woorden, aan." 

Ik voelde me onbegrepen
"Bij mij is dat van grote invloed geweest op mijn liefdesleven. Ik ben de symbiose die ik met mijn zus voelde altijd bij een man blijven zoeken. Soms dacht ik die te vinden, tijdens de verliefdheidsfase. Maar telkens raakte ik weer gefrustreerd in relaties. Bij misverstanden kon ik me zo eenzaam voelen. Niet-verbonden en onbegrepen. Saskia had dat minder; zij trouwde met haar eerste liefde en was gelukkig met hem. Maar ze snapte wel wat ik bedoelde en kon me goed troosten. ‘Je moet de lat niet zo hoog leggen’, adviseerde ze me. ‘Wat jij en ik hebben, daar kan niets aan tippen. Maar dat zegt niet dat niets goed genoeg kan zijn.’
Tien jaar nadat zij trouwde, vond ook ik een man met wie ik het aandurfde. Thomas accepteerde dat Saskia er altijd was: elke dag per telefoon en ook heel vaak in levenden lijve. En hij begreep dat ik absoluut niet weg wilde uit de plaats waar Saskia woonde. Thomas heeft eens een baan afgeslagen, omdat we ervoor zouden moeten verhuizen. Dat wilde ik niet, simpel."

Zwarte nacht
"Gelukkig kon hij heel goed overweg met Saskia’s man. We waren kind aan huis bij hun gezin. Saskia had twee kinderen, Thomas en ik geen. Na een kort ziekenhuistraject hadden we besloten dat dat niet onze weg was. We gaven ons leven een andere invulling en dat was prima. Ik had het goed en was gelukkig. Tot die zwarte nacht, vier jaar geleden. Ik was vroeg naar bed gegaan, maar werd midden in de nacht wakker met stekende hoofdpijn. Ik lag een tijdje te draaien en stond toen op om paracetamol te pakken. Ik nam ook een slaappil. Daarna ben ik weer weggedommeld. Een paar uur later, om zeven uur ’s ochtends, ging de telefoon. De stem van Saskia’s man klonk schor, ik kon hem bijna niet verstaan. Hij vertelde dat hij in het ziekenhuis was. Hij sprak aarzelend en ik wist meteen dat het fout was. En ik had gelijk, helaas. Hij was wakker geworden en had gemerkt dat Saskia niet naast hem lag. Hij was gaan zoeken en had haar op de badkamervloer gevonden, stil en koud. De ambulancebroeders, die hij meteen had gebeld, hadden niets meer kunnen doen. Een hersenbloeding was haar fataal geworden."

Schuldgevoel
"Versteend hoorde ik mijn zwager aan. Ik kon gewoon niet geloven dat het waar was wat hij zei. Dit kon niet over mijn zus gaan. Saskia, die was onderdeel van mij. Hoe kon ík er nog zijn als haar iets was overkomen? Het voelde zo onwerkelijk. Toen schoot me mijn hoofdpijn te binnen. Saskia en ik hadden altijd gelachen over dingen van elkaar fysiek aanvoelen. Ja, wij waren symbiotisch, maar het was niet zo dat als zij pijn had, ik dat ook had. Dit keer wel dus. Ik wist zeker dat ik mijn stekende pijn op het moment van haar hersenbloeding had gekregen en nam het mezelf ontzettend kwalijk dat ik de pijn had genegeerd en zelfs een slaappil had genomen. Het voelde alsof ik Saskia aan haar lot over had gelaten. Mijn verstand kon dat relativeren, maar mijn hart zei heel wat anders."

Ik kon amper huilen
"De week van de begrafenis is volkomen langs me heengegaan. Ik deed wat ik moest doen, ik regelde dingen, gaf advies, troostte mijn ouders en droogde de tranen van Saskia’s kinderen… Maar ik was er niet bij. Ik kon ook amper huilen. Alsof de pijn te heftig was om toe te laten. Alsof ik met mijn tranen zou bevestigen dat het wáár was. Iedereen vond het vreemd dat ik zo rustig was. Ze noemden me dapper. Ook mijn man Thomas. Hij deed zijn best om me te bereiken, probeerde door mijn masker heen te prikken. Maar als hij zijn armen om me heen wilde slaan, werd ik boos.
Ik moest op mijn lippen bijten om het niet uit te schreeuwen. Ik kon me gewoon niet laten troosten. 'Was jíj maar dood', dacht ik op zulke momenten. ‘Dat zou ik ook vreselijk vinden, maar daar zou ik wel overheen komen. Er zijn meer mannen op de wereld, en heus ook meer mannen die bij mij passen. Maar een tweelingzus, daarvan heb je er maar een. Die is onvervangbaar.’ Vreselijk, om dergelijke gedachten te hebben. Dat kon ik toch niet menen, dacht ik vaak, zo slecht was ik toch niet? Ik hield toch ook van hem? Ja, dat deed en doe ik. Maar toch: van Saskia hield ik gewoon nog net wat meer, vrees ik."

Diepe rouw
"Pas na een halfjaar kwamen de tranen. En ze zijn toen ook heel lang blijven stromen. Er werd een burn-out vastgesteld en ik was een tijd uit de running. Hoewel ik inmiddels heb geleerd hoe ik mijn tranen moet verbergen, is de pijn er nog steeds. Ik voel me geamputeerd. En ik weet niet of dat ooit zal overgaan. Ik ben verhalen gaan lezen van andere tweelingen, die ook hun ‘andere helft’ zijn verloren. Dat heeft me geholpen, ik vond er veel herkenning. Pas toen ik las dat het overlijden van je eeneiige tweelingbroer of -zus net zo’n impact heeft als de dood van een kind, voelde ik me minder schuldig over mijn gedachten over mijn man Thomas. Ik weet nu dat het normaal is, het hoort bij de rouw. En ik heb verschrikkelijk veel steun aan hem. Hij is er voor me, onvoorwaardelijk. Dat is fantastisch. Ook haal ik veel kracht uit Saskia’s kinderen. Wij zijn elkaars grote steun. Ik zie Saskia in hen en zij zien hun moeder in mij. Dat is heel erg dierbaar. Zij vormen voor mij de belangrijkste motivatie om toch te proberen nog wat van het leven te maken en gelukkig gaat me dat steeds iets beter af. Ondanks de stekende pijn bij elke blik die ik in de spiegel werp. Ik probeer blij en dankbaar te zijn dat Saskia zo lang bij me was, in plaats van alleen maar te treuren om haar dood.”   

Een plek voor lotgenoten: www.tweelingalleen.nl

Toen haar schoonmoeder overleed, ving Joke (49) haar verdrietige schoonvader op. Wat niemand voor mogelijk hield, gebeurde: ze werden verliefd op elkaar.

‘Vorige week was mijn schoonvader jarig. We gingen met het hele gezin naar hem toe. Het zou de eerste verjaardag worden zonder zijn vrouw Mary, die tien maanden geleden overleed.

Mijn schoonvaders grijze lokken waren bruin geverfd, de kleur die ze vroeger hadden. Michel, mijn partner, reageerde verbaasd. “Dit had mam moeten zien zeg,” zei hij. “Hoe kom je hier nou ineens bij?

Zijn vader reageerde afhoudend. “Gewoon, eens wat anders,” zei hij, en liet ons binnen. Hij serveerde taart en koffie, onze jongens kregen frisdrank. We praatten wat. Afgezien van zijn nieuwe look leek alles heel gewoon. 

Het zweet brak me uit

Totdat ik plotseling een vestje zag hangen over een van de eetkamerstoelen. Een blauw gestreept vestje. Míjn vestje. Ik had het al jaren, herkende het uit duizenden. Het leek me onmogelijk dat Michel het niet zou opmerken – en zich zou afvragen hoe dat daar kwam.

Mijn hart schoot een versnelling hoger; als hij erover zou beginnen, moest ik snel met een smoes komen. Sneller dan mijn schoonvader, die vast paniekerig een ander verhaal op zou hangen. Het zweet brak me uit.

Maar Michel zag niets, kletste ontspannen met zijn vader. Na een tijdje opende hij de tuindeuren om te voetballen met onze jongens. Achter zijn rug om greep ik het vestje en propte het in mijn tas.

Het hing daar al drie dagen, sinds de laatste keer dat ik mij een middag vrij had weten te maken om in mijn eentje naar mijn schoonvader Job te gaan. Het was warm geweest in zijn huis, daardoor had ik het meteen bij binnenkomst uitgetrokken.

De rest van mijn kleding volgde kort daarna. In de slaapkamer, waar Job al op bed was gaan liggen. Daar lagen we, praatten we en vreeën we, tot ik terug naar huis moest. Gehaast was ik weggelopen, na nog een laatste zoen in de hal. Weg naar mijn andere leven, naar mijn echte leven.

Naar Michel, met wie ik al meer dan twintig jaar samenwoon en die ik zie als de liefde van mijn leven. Toch zijn er gevoelens voor zijn vader ontvlamd. 

Ik kreeg er echt een familie bij

Ik heb Job altijd sympathiek gevonden. Net als zijn vrouw Mary. Aangezien het tussen Michel en mij al snel serieus werd, duurde het ook niet lang voordat ik zijn vader en moeder ontmoette. Ik was verbaasd dat Michel van die jonge ouders had. Net twintig waren ze, toen Michel was gekomen.

Bij hen thuis ging het er veel losser aan toe dan in mijn ouderlijk huis. Ik was een nakomertje, mijn moeder liep al tegen de veertig toen ze mij kreeg. Tel daarbij op dat ik ben opgegroeid in het oosten van het land en Michel in de Randstad, en het is wel duidelijk dat mijn achtergrond heel anders was.

Mijn schoonouders hielden ook wel van een drankje en het werd weleens drie uur ’s nachts als we daar op bezoek gingen. Dan speelden we Risk, waarbij Michels vader razend fanatiek was en om te winnen soms zelfs balorig vals speelde. Ik moest daar erg om lachen. Het waren hartverwarmende ontmoetingen. Ik had er echt een familie bij. 

Ik heb nooit bijgedachten gehad

Hoe aardig ik Job ook vond – en hoe knap, want dat is hij altijd geweest – ik heb nooit bijgedachten over hem gehad. Dat ik hem aantrekkelijk vond of zo. Natuurlijk niet. Hij was de vader van mijn partner. En de opa van onze kinderen.

Vorig jaar waren mijn schoonouders, beiden net gepensioneerd, op vakantie in Zuid-Frankrijk toen Mary onwel werd. Ze belandde in het ziekenhuis. “Gewoon voor de zekerheid,” vertelde Job ons.

Het zat Michel niet lekker – zijn moeder was altijd zo gezond. Hij overwoog het vliegtuig te pakken. Had hij dat maar gedaan, dan had hij nog afscheid kunnen nemen. De volgende dag belde Job opnieuw. In tranen. Mary was overleden. Zelfs de artsen hadden dit niet zien aankomen.

Verdoofd zijn we met het hele gezin afgereisd, om Job te halen. En het lichaam van Michels moeder. Er volgde een intense week van rouw, veel dingen regelen, een aangrijpend afscheid. Daarna het gat: het besef dat ze echt, voorgoed weg was.

Hij voelde zich eenzaam

Job kwam in de tijd daarna vaak bij ons over de vloer. Zonder baan, en met dat veel te grote huis voor hem alleen, voelde hij zich eenzaam. Natuurlijk zetten wij graag een bord erbij op tafel.

Ook kon hij blijven slapen wanneer hij maar wilde. Dat deed hij regelmatig; hij houdt nog altijd van een wijntje. Daarnaast vond Job het gewoon fijn bij ons. Hij leerde gamen van onze jongens. Daarin was hij net zo fanatiek als vroeger bij Risk.

Hij ving ze op als Michel en ik tot laat moesten werken. Ook vond hij het prettig om in ons huis te klussen. Het gaf hem afleiding van zijn verdriet.

Onze band werd persoonlijker 

Een half jaar geleden verloor ik mijn baan. Daardoor was ik ineens veel meer thuis. De eerste tijd voelde Job zich daardoor opgelaten, hij had het gevoel dat hij mij in de weg liep. Maar ik drukte hem op het hart dat hij zich niet teveel moest voelen.

Ik vond het alleen maar gezellig om niet alleen aan de ontbijttafel achter te blijven als iedereen naar werk of school vertrok. Vaak zaten wij nog lang koffie te drinken. Soms voerden we diepe gesprekken over Mary. Dan weer hielp hij me met een sollicitatiebrief of sprak hij me zelfvertrouwen in wanneer ik ergens op gesprek ging.

Onze band werd persoonlijker. Ik begon hem als vriend te zien. Wanneer die vriendschappelijke gevoelens overgingen in andere gevoelens, gevoelens van verliefdheid, dat durf ik niet te zeggen. Het ging langzaam.

Soms bleven wij samen zitten praten of tv kijken als Michel naar bed ging. Michel vond dat niet erg, hij was alleen maar blij dat het beter met zijn vader leek te gaan. Andere keren deden Job en ik samen boodschappen. We kochten nieuwe kleren voor hem.

Toen ik op een dag eerst naar Job belde, na een afwijzing voor een baan die ik graag wilde, dacht ik wel: “Dat is gek. Waarom bel ik niet eerst naar Michel?” Maar die was toch druk, wist ik. Wij leefden behoorlijk langs elkaar heen. Met Job daarentegen had ik echt contact. 

En toen was daar die zoen 

Bij ons thuis, op de bank, ’s avonds laat. Michel lag een verdieping hoger. Het was een zoen waar we helemaal in verdwenen. Toen glipte Job weg, naar onze logeerkamer, en kroop ik onthutst naast Michel. Totaal in de war.

Dat was Job ook: de volgende morgen vertrok hij toen ons gezin nog zat te ontbijten. Hij mompelde iets over een afspraak die hij vergeten was. Ook zei hij dat het tijd werd om meer op eigen benen te gaan staan.

Twee dagen later belde hij me: we moesten praten, vond hij. Ik reed naar zijn huis, naar “neutraal gebied”, vastbesloten om aan te geven dat we die kus zo snel mogelijk moesten vergeten. Job wilde exact hetzelfde zeggen. Maar we belandden in bed, er was geen houden aan.

Dat je zó verliefd kunt zijn. Zo overweldigend verliefd dat de rest van de wereld volledig oplost; al is de situatie nog zo gecompliceerd, ik had het mij niet kunnen voorstellen. Ik was nog nooit vreemdgegaan, zelfs niet in de verleiding gekomen. Maar na die eerste keer was ik verslaafd. Net zoals mijn schoonvader. 

Wij hebben nu twee maanden een verhouding 

Mijn leven staat totaal op z’n kop. Ik weet dat dit fout is, iets fouters dan dit is haast niet denkbaar. Maar we worden zo naar elkaar toe getrokken…

Sinds die eerste zoen heeft Job nooit meer bij ons thuis geslapen. Hij komt ook minder, zegt tegen Michel dat hij zijn leven weer aan het opbouwen in. Maar ik ga wel naar hem, ten minste drie keer per week.

Omdat ik nog steeds niet werk, heb ik alle tijd – en die tijd besteed ik het liefste aan Job. Michel heeft geen enkel idee wat er speelt, hij is enkel blij dat het beter lijkt te gaan met zijn vader. 

Hij fantaseert over een toekomst samen

Na ons verjaardagsbezoek en zijn verbazing over het geverfde haar van zijn vader, zei Michel in de auto tegen me: “Er is vast een nieuwe vrouw in zijn leven, denk je niet?” Ik knikte en verbeet me.

Hij moest eens weten wie die nieuwe vrouw is. Ik bestierf het van schuldgevoel. Jegens Michel, maar ook jegens Job. Want hoewel we het er niet over hebben, voel ik aan alles dat hij fantaseert over een toekomst met mij.

Kennelijk is zijn liefde zo groot, dat hij daarvoor zelfs de band met zijn zoon en kleinkinderen op het spel wil zetten.

Dat is heftig, vooral omdat het voor mij anders is. Ik ben verliefd, dat zeker: maar ik hou ook van Michel en zal hem en mijn gezin nooit opgeven. Michel is mijn leven, Job is mijn vlucht. Maar hier kan onmogelijk nog een einde aan komen zonder dat er harten worden gebroken.’

De namen in dit interview zijn gefingeerd.

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in

 

Sinds Saskia (55) een nieuwe partner heeft, heeft ze ook de dochter waar ze altijd al naar verlangde. Daar is ze blij mee, maar het strooit tevens zout in de wond die er klaarblijkelijk nog steeds is.

‘Op mijn verjaardag belde ze me op mijn werk. ‘Ga je mee lunchen straks? Ik trakteer!’ Ik nam de spontane uitnodiging van mijn stiefdochter graag aan. Wat leuk dat ze eraan dacht dat ik jarig was en dat ze de moeite wilde nemen om naar me toe te komen!

We troffen elkaar in een cafétje vlakbij. Ze bleek ook nog een cadeautje voor me te hebben. Oorbellen, die perfect bij een bepaalde outfit passen die ik onlangs aan had. Zíj ziet dat soort dingen, zo leuk.

Felicitatie-appje

Maar hierdoor kwam het extra hard aan dat mijn oudste zoon zich er met een felicitatie-appje vanaf maakte. Mijn jongste liet zelfs helemaal niets van zich horen. Aan het einde van de avond belde ik hem zelf, omdat ik zijn stem even wilde horen.

Natuurlijk vatte hij dat op als verwijt en we kregen woorden. Gefrustreerd kroop ik na afloop in bed, boos dat ik niet gewoon blij kon zijn met wat ik wél had gekregen, aan aandacht en attenties. Ik geef nota bene niet eens zoveel om mijn verjaardag!

Maar het warme contact met de stiefdochter die ik sinds anderhalf jaar heb, wakkert gevoelens bij me aan die ik allang een plaats dacht te hebben gegeven.

Gezin viel uit elkaar

Ik kom uit een meidengezin. Ik heb drie zussen en het was altijd een vrolijke boel bij ons thuis. Soms werd het mijn vader te veel, dan vluchtte hij naar zijn werkkamer. Maar hij was stapelgek op ons. Helaas is ons gezin na de dood van mijn ouders, kort na elkaar, uit elkaar gevallen.

Twee van mijn zussen zijn naar het buitenland verhuisd en met mijn jongste zus, die nog wel dichtbij woont, deelde ik altijd al wat minder. Soms hebben we fantastische reünies met z’n vieren, maar de verbondenheid van vroeger, nee, die is er niet meer.

Twee was het maximum

Toen ik Joris leerde kennen en met hem trouwde, hoopte ik met hem net zo’n fijn gezin te stichten als dat waarin ik was opgegroeid. Met een hoop kinderen, voor mijn part vier of vijf.

Als snel bleek dat Joris dat niet zag zitten. Twee was voor hem het maximum. En dat snapte ik ook wel; we vonden allebei onze carrière ook belangrijk en hoe vind je daar nog ruimte voor als je alleen maar aan het zorgen ben?

Ik was net dertig toen ik stopte met de pil. Binnen een paar maanden was het raak. Hoewel ik sociaal wenselijk tegen iedereen riep dat het me niets uitmaakte wat het zou zijn - ‘als het maar gezond was’ - klopte dat niet helemaal. Ik hoopte met heel mijn hart op een meisje. Dat leek mij toch het allerleukste. Ik had ook al meisjesnamen. Voor een jongen was het meer puzzelen.

Maarten werd geboren op een stralende zondag. Ik keek in zijn blauwe ogen en was op slag verliefd. Van een meisje had ik onmogelijk meer kunnen houden, mijn lichaam kon dit sterke gevoel van liefde al nauwelijks aan.

Allemaal positieve voortekenen

Na een paar jaar besloten we voor een tweede kind te gaan. Helaas ging het dit keer niet zo vlot. Ik was me al enige zorgen aan het maken toen ik na ruim een jaar toch over tijd was.

Zo goed als ik mij bij de eerste zwangerschap voelde, zo ziek was ik deze keer. Ik kon zelfs een paar maanden amper werken. Door het grote verschil met de vorige keer, moest het dit keer wel een meisje zijn, meende ik. Mijn buik zag er ook anders uit, en mijn buik en billen werden dikker. Allemaal positieve voortekenen!

Het bleek opnieuw een jongetje 

Ook hem sloot ik direct in mijn hart, toch voelde ik dit keer wel degelijk teleurstelling. Het onmogelijke was gebeurd: ik had een jongensgezin. En dat zou het blijven, want mijn man wilde geen kinderen meer.

In de loop van de jaren hebben we daar nog vaak over gepraat. Want in mijn hart bleef ik naar een dochter verlangen. Af en toe sneed ik het onderwerp aan. Maar mijn man was heel duidelijk: nee.

Ik heb nog getwijfeld of ik zou sjoemelen met de pil. Maar dat stuitte me tegen de borst, een kind moet je met z’n tweeën wensen. En het zou anders weleens een obsessie kunnen worden voor me. Nee, ik moest tevreden zijn met wat ik had.

En dat lukte. Onze jongens zijn geweldig en ik hou zielsveel van ze. Ze zijn net zo sportief als hun vader. Dat bracht ook mij in beweging; toen zij op de latten stonden, kon ik niet achterblijven. We zijn fervente wintersporters geworden. Ook in de zomer gingen we de bergen in. Ik genoot er net zoveel van als zij.

Zo ontzettend op zichzelf

Maar toen mijn jongens in de puberteit waren, begon het toch weer te knagen. Ze waren ontzettend op zichzelf, maakten onvoorstelbaar veel troep, deden niets anders dan gamen op hun kamer en sloten mij buiten. Als we 's avonds zaten te eten, zaten ze continu op hun telefoon.

Het leek in niets op de sfeer die er vroeger bij ons thuis aan tafel heerste. Maar ik verbood mezelf erover te piekeren. Al voelde ik soms wel een steek van jaloezie als een van mijn vriendinnen leuk ging shoppen met haar dochter.

Dan dacht ik vlug aan een andere vriendin, wiens dochter zo dwars was dat ze naar een internaat moest. Je hebt het niet voor het kiezen. En er waren andere dingen om me druk over te maken: mijn huwelijk liep niet meer.

Lege nest-syndroom

Drie jaar geleden zijn Joris en ik uit elkaar gegaan. Onze oudste was toen net het huis uit. Onze jongste was zeventien en bleef bij mij wonen, in ons oude huis.

Ik heb in het eerste jaar na de scheiding veel steun aan hem gehad. Niet met veel woorden, hij is vrij introvert, maar wat hebben wij een series gekeken, samen op de bank. En dan frituurden we samen bitterballen, ’s avonds laat. Zo gezellig.

Dat hield op toen hij ging studeren en het huis uitging. Ik heb veel moeite gehad om mijn draai weer te vinden. In een paar jaar tijd was er zoveel veranderd. Ik kampte echt met het lege-nestsyndroom.

De voldoening die ik uit mijn werk haalde, maakte weinig goed; ik miste het moederen. De overgang en de gedachte dat mijn beste tijd misschien wel achter me lag, speelde ongetwijfeld mee.

Nieuwe liefde

Nu denk ik dat mijn beste tijd juist nog voor me ligt. Ik heb een nieuwe liefde gevonden met wie het klikt op een manier die ik nooit voor mogelijk had gehouden. Bij hem voel ik me echt thuis, geaccepteerd, ik kan volledig tot bloei komen en ben gelukkiger dan ooit.

We hebben het goed voor elkaar: een groot huis, twee zeilboten, en we zijn beiden minder gaan werken om meer van het leven te genieten. Kan niet beter, zou je denken. Maar de dochter van mijn nieuwe liefde strooit zout in de wond die, zo ontdek ik nu, nooit helemaal genezen is.

Ze is een leuke, sprankelende meid van twintig, dol op haar vader – en omdat hij van mij houdt, stond zij ook meteen open voor mij. We hebben een heel leuke band gekregen.

Contact met haar is beter dan met mijn eigen kinderen

Ik geniet ervan als ze bij ons is, en dat is vaak. Ze is altijd vrolijk en vertelt heel veel. Over haar werk, vriendjes, vriendinnen, uitgaan, alles. Zij en ik doen ook geregeld dingen met z’n tweeën, zoals die lunch op mijn verjaardag.

Ik zou daar blij mee moeten zijn, en dat ben ik ook, maar het maakt me tegelijk verdrietig. Eigenlijk is het contact met haar beter dan met mijn eigen kinderen. Die zijn geslotener, minder attent. Ze gaan op in hun eigen leven en hoewel het altijd fijn is om elkaar te zien, laten ze uit zichzelf weinig horen.

Mijn stiefdochter is zo anders. Ik merk nu hoe leuk het is om een meid in huis te hebben. Zij is precies de dochter die ik mij altijd al had gewenst. ‘Wees blij met wat je nu hebt,’ zeggen mijn vriendinnen, maar ik realiseer me steeds wat ik níet heb gehad.

En hoe dol ze ook op mij is, de echte reden dat ze bij ons thuis komt, is haar vader, natuurlijk. En bij haar moeder komt ze nog veel vaker. Bij hun band valt die van mij met haar in het niet. Logisch, en toch voel ik me jaloers.

Als ik zie hoe gemakkelijk zij met elkaar omgaan, denk ik: had ik toch maar een dochter gehad. Misschien was het dom om niet te sjoemelen met de pil. Als ik het over kon doen, zou ik het er toch op gewaagd hebben.’ 

De namen in dit artikel zijn gefingeerd en de personen op de foto zijn niet de personen uit dit verhaal.

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in