Modeconservator Madelief Hohé over de expositie Global Wardrobe.

'Tegenwoordig beschouwen we mode als een wereldwijd fenomeen. We zetten het Westen niet meer zo centraal.'

Aan het woord is modeconservator Madelief Hohé. Als hoofd van een van de belangrijkste westerse modecollecties ter wereld koesterde ze al jaren de wens een tentoonstelling te maken over de invloed van oosterse culturen op westerse mode.

Modeconnectie

De tentoonstelling Global Wardrobe heeft als ondertitel De wereldwijde modeconnectie en neemt daarmee duidelijk afstand van het eurocentrisme dat lange tijd domineerde in de westerse mode.

Article continues after the ad

De modewereld heeft niet alleen meer oog gekregen voor andere culturen, maar stelt tegenwoordig ook kritische vragen over het overnemen of kopiëren van erfgoed uit die culturen.

Tot in de jaren negentig gingen West-Europese ontwerpers vrijuit aan de slag met ideeën die ze buiten Europa opdeden. Nu vragen steeds meer mensen zich af: hoe ver mag je gaan met culturele toe-eigening?

'Tegenwoordig zetten we vraagtekens bij 'indiaanse' hoofdtooien'

Madelief Hohé: 'In de jaren zestig werden in Canada native kinderen bij hun ouders weggehaald en in internaten geplaatst, waar ze hun traditionele kleding niet meer mochten dragen. Intussen liepen op westerse catwalks modellen rond met 'indiaanse' hoofdtooien en franjejassen.

Daar zette niemand toen vraagtekens bij. Tegenwoor­dig gebeurt dat wel. Zo kwam Louis Vuitton onlangs met een sjaal geïnspireerd op de arafat-sjaal, maar het merk moest die uit productie halen omdat mensen het respectloos vonden om het symbool van de Palestijnse vrijheidsstrijd te verkopen als mode-item.'

Kluwen van invloeden

De tentoonstelling plaatst deze ontwikkelingen in historisch perspectief. Er zijn drie thema's: imitatie, inspiratie en innovatie.

Imitatie

De achttiende en negentiende eeuw vormen de periode van imitatie. Stoffen en kledingstukken uit verre landen werden geïmiteerd of gekopieerd en aangepast aan de Europese smaak.

Een voorbeeld is de zogenoemde 'Japonsche rock', een kamerjas naar voorbeeld van de Japanse kimono die in de zeventiende eeuw door Nederlandse mannen werd gedragen. Het was een soort statussymbool en deftige heren lieten zich er graag in portretteren – als geleerden in hun studeerkamer.

'Die Japonsche rock werd vaak van sits gemaakt, een kleurrijke katoenen stof uit India,' vertelt Hohé. 'Textiel was kostbaar en werd door han­delaren vaak als betaal­middel gebruikt. Indiase stoffen kwamen zo ook terecht in Zuid-Afrika en Indonesië, waar mensen er bijvoorbeeld kabaja's, traditionele blouses van naaiden. Je ziet dus niet een simpele, rechtlijnige invloed van het Oosten op het Westen: het is één kluwen van invloeden.'

Inspiratie

De twintigste eeuw is de tijd van de inspiratie: in de roaring twenties lieten Europese ontwer­pers zich inspireren door kleding en dessins uit landen als China, Egypte en India.

Veel oog voor de oorspronkelijke symboliek of functie van deze kledingstukken was er niet. Modieuze vrouwen maakten furore met oosterse herenjassen als avondmantels en tooiden zich met turbans die in het land van oorsprong alleen door moslimmannen werden gedragen.

In de jaren zestig en zeventig werd hippiechic dé trend. Elke zichzelf respecterende hippie hulde zich in een Marokkaanse kaftan, een Afghaanse jas of een Indiase geborduurde blouse.

Couturiers als John Galliano, Jean-Paul Gaultier en Alexander McQueen citeerden eveneens vrij uit andere culturen.

John Galliano ontwierp bij­voorbeeld voor Dior een Maasai-collectie. 'Als je er nu naar kijkt, voel je je er ongemakkelijk bij,' zegt Hohé

Innovatie

De tentoonstelling sluit af met het thema innovatie: werk van jonge ontwerpers uit de hele wereld die hun eigen culturele achtergrond vooropstellen. Dat levert prachtige, soms ronduit spectaculaire ontwerpen op.

Neem de xibelani-rok van de jonge Zuid- Afrikaanse couturier Rich Mnisi. Deze bestaat uit vijf kilometer wollen draad, bevestigd aan nikkelen ringen die vastzitten aan een riem. Mnisi liet zich ervoor inspireren door de rokken die Tsonga-vrouwen dragen tijdens de traditionele xibelani-dans.

Feest van Afrikaanse kleuren

Jamie Okuma verwerkt native American-invloeden in haar ontwerpen. Op de tentoon­stelling is haar little black fringe dress te zien, een cocktailjurk met enorme witte franje. Ook een kleurrijke deken van haar hand, die als een soort cape gedragen kan worden, is te zien.

Madelief Hohé zelf is fan van de Nigeriaanse ontwerper Kenneth Ize. Zijn kleding is vaak westers van snit, maar de stoffen zijn een feest van Afrikaanse kleuren en vormen. 'Het is hip, stoer en heel modern.'

'Lange tijd poetsten ontwerpers met een buiten- Europese achtergrond hun eigen erfgoed weg om maar in de westerse modewereld te passen,' vertelt Hohé. 'Maar voor deze jonge ontwerpers vormt hun culturele achtergrond juist de kern van hun werk.'

Global Wardrobe, de wereldwijde modeconnectie, is te zien in Kunstmuseum Den Haag tot en met 16 januari 2022 

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in