In haar serie ontmoetingen voor Nouveau sprak Maria Goos met actrice Loes Luca. Een supertalent met een doe-maar-gewoon-uitstraling. De schrijfster kan zich hun eerste ontmoeting nog goed herinneren. “Ik vond je heel intimiderend."

Ik ben nog niet binnen of ze staat al in de keuken. Ze roept: “Wil je een gin-tonic? Het is zo leuk met de jongens van De Ploeg, joh.” Ik roep terug: “Vertel.” Vanuit de keuken: “Nee, eerst jouw gin-tonic. Wil je er een sigaretje bij? Leuk dat je er bent.” Ik hoor flessen rinkelen en gerommel in de keuken.

Ondertussen kijk ik even rond. Omdat ze met De Ploeg repeteert, verblijft ze nu in haar pied-à-terre in Amsterdam. Het is een kleine kopie van haar huis in Rotterdam; een mix van art nouveau, kitsch, een ronde tafel, veel lampjes en een met de hand gedecoreerde houten vloer. Ik zie een flyer op de tafel liggen van de voorstelling die al speelt als dit interview uitkomt, maar op het moment van het interview zitten ze pal voor de première.

Het is het stuk Pilp Fuction van De Ploeg, een club die al heel lang bestaat en samen stukken maakt. Het zijn Viggo Waas, Peter Heerschop, Genio de Groot, Han Römer en Titus Tiel Groenstege. Maar deze keer hebben ze er drie meisjes bij gevraagd; Ria Marks, Ilke Paddenburg en Loes Luca. Pittig clubje, denk ik als ik naar de flyer kijk.

Met zijn achten een stuk maken, hoe doe je dat? De drank en de shag komen op tafel en dat zal die avond zo blijven. Ze steekt een jointje op. “We zijn met negen manisch creatieve types; acht spelers en Jakop Ahlbom, de regisseur. Kun je je er iets bij voorstellen? Dus de tekst: ‘Weet je wat ook leuk is’, die kon ik na vier weken niet meer horen. We hadden op een gegeven moment 120 bladzijden tekst! Veel te veel! Ik denk dat de mensen die naar de eerste try-outs komen geen bloemen mee moeten brengen, want die verleppen. Dus toen riep ik: ‘Laten we het nu gewoon doen met wat we hebben! Alles is leuk, maar we dijen maar uit en er moet toch echt een lijn in komen!’”

En zit er nu een lijn in? “Nou, we zijn een samengesteld gezin dat een bioscoopje heeft en we wonen met zijn allen achter het filmdoek. Dat hebben Han en Titus bedacht en toen zijn we bij elkaar gekomen en iedereen schrijft nu dus mee. Ik zei in het begin: ‘Ik kan helemaal niet schrijven’, maar zij riepen: ‘Wel waar, dat kan iedereen, iedereen kan schrijven. Schrijf jij maar een scène over figuranten.’ Maar ik dacht wel: als we nou alle negen schrijven, hoe krijg je dat ooit fatsoenlijk in één stuk?

Wie kon, ging een week mee naar Spanje en later nog eens twee weken naar Middenbeemster en dat was ont-zet-tend leuk. Maar op een gegeven moment zei ik: ‘Mag ik liedjes schrijven in plaats van scènes?’ Dat mocht. Dus nu schrijf ik liedjes!”

Dat ze liedjes kan schrijven weet ik allang. Dat deed ze al voor de Paradevoorstelling Draaikonten die ik achttien jaar geleden voor haar en Peter Blok heb geschreven. Ze kijkt me verbaasd aan. “Ja, dat is ook zo. Dat was ik helemaal vergeten. Enfin, nu heb ik dus liedjes geschreven op bestaande filmmelodieën. Op de melodie van Goldfinger bijvoorbeeld. Ze zingt: ‘In de filluuuuum-mmm, papadah, neem een duik in glamour en schone schijn... een ander zijn.’

'Ik hou voor mijn gevoel nu best veel mijn waffel, maar ik denk dat anderen daar wel anders over denken'

Nou, zoiets dus. Ik weet niet hoe het gaat worden. Het zijn allemaal heel leuke mensen en het leuke is dat niemand snel op zijn pik getrapt is. Dat is fijn joh! Ze zijn heel straight tegen elkaar. Best wel zo heftig af en toe dat ik ervan moet huilen. Ik ken dat niet, ik ben enig kind. Deze mannen werken al dertig jaar met elkaar, die gaan er bovenop, dus dat is soms wel pittig. En iedereen probeert natuurlijk zijn eigen weg in het stuk te vinden. Soms moet je ook een beetje met je ellebogen werken. Dat vind ik zo goed van dat jonge ding, die Ilke Paddenburg, hoe die zich staande houdt tussen al dat geweld. Die roept dan bijvoorbeeld: ‘Nee, nee, dit kan niet, je anticipeert nu op iets wat nog niet is gebeurd.' Dan denk ik: kijk die jonge blom ’s gaan zeg. Dat vind ik geweldig.”

Je bent zelf nogal direct en impulsief en... “Bomvol goeie ideeën...”

Inderdaad, bomvol goede ideeën. Ik heb nooit meegemaakt dat mensen zoals jij op jou reageren zoals jij zelf reageert. Dat iemand bijvoorbeeld tegen jou zegt: ‘Ik vind het echt niet werken wat jij nu doet.’ “Dat zeggen ze ook niet. Het gaat niet over het spel. Nee, ze vinden het volgens mij leuk wat ik doe. Alle inbreng wordt met hartelijkheid ontvangen, maar negen ego’s op een bootje en wie zegt nou welke kant we op varen. Ik hou voor mijn gevoel nu best veel mijn waffel, maar ik denk dat anderen daar wel anders over denken.”

Lees ook: Rob de Nijs: ‘Ik zag Jet in het publiek en wilde zó graag contact met haar’

Zeg jij dan niet: laat mij nou maar aan het stuur. “Ja, maar dat denken die andere acht ook. Het is een democratisch gebeuren, dat is leuk, maar dat brengt ook een hoop sores met zich mee.”

Je doet dit nou al zo’n veertig jaar. “Jazeker.”

En in die jaren heb je heel veel stukken zelf gemaakt. “Jazeker, maar meestal doe ik dat niet in mijn uppie, hè? Bij Orkater verzonnen we samen half het script, het verhaal, alleen niet als ik in een stuk van Alex van Warmerdam stond. Dan doe je gewoon wat er staat. Met mijn vriendin Nettie van Hoorn heb ik tv-series gemaakt; Achter de Dijk met Mieke Muts en Rok en Rol. Nou, dan ging het bijvoorbeeld een aflevering over vuil en schoon. Dan zei ik: ‘O dat is leuk, dan speel ik een meisje dat in een hotel werkt en vuile condooms en volle onderbroeken van mensen moet opruimen. Vieze vlekken, weet ik veel.’ En door te spelen kreeg je dan wel een affe scène.”

Met Nenette et Les Zézettes heb je jarenlang je eigen show op de Parade gehad, met je eigen band. “Wat was dat hard werken! Ik word nog moe als ik eraan denk. Dat was ook beginnen met niks. Ik had wel een vastomlijnd typetje, Nenette dus, en een verhaaltje, maar wat ik zei, dat kon per avond wisselen. Het verschil tussen de eerste en de laatste show was enorm. Dan ontstond iets door de reacties van het publiek.”

Hadden de jongens van de band inbreng? “Jazeker, maar ze reageerden op wat ik inbracht. Het was zo fijn dat ik met mijn eigen neger vorig jaar weer op de Parade stond in mijn eigen voorstelling. ‘Neger’ mag je niet meer zeggen, maar van Dennis mag dat wel. Hij is daar trots op en ik zeg het vol liefde en daar zit nou niks van slavernij bij. Hou ’s op, schei ’s uit.”

Ging de samenwerking met de band altijd goed? “Nou, ze zullen heus weleens gedacht hebben: daar hebbie haar weer met haar dominante dinges. Maar als iets ze niet beviel, dan zeiden ze dat ook wel. Ik ben gek op werken met mannen. Mannen zijn minder onderhuids. Bij vrouwen kan het voorkomen dat je ineens te horen krijgt: ‘Jij hebt twaalf jaar geleden de laatste sigaret uit mijn pakje opgerookt, daar ben ik nooit meer overheen gekomen.’”

Mensen hebben het idee van jou dat je iets in je hoofd hebt en dat dat gaat gebeuren. Maar je hebt toch al je hele werkende leven, met groepen mensen te maken, en over het algemeen vrij harmonieus. “Ja, maar dat kan ik ook heel goed hoor. Ik neem me iets voor en dat probeer ik met overtuiging te brengen, maar als iemand met een idee komt dan sta ik daar wel voor open. Maar je moet me overtuigen dat het echt een beter idee is dan dat van mij. Je moet stevig in je schoenen staan om mij te overtuigen. Dat denk ik wel. Hoewel... Dat weet ik eigenlijk niet, dat moet je aan mijn collega’s vragen. Ik weet het niet, ik ben een Weegschaal. Ik denk toch ook vaak: o, zo kan het ook. Ik ben niet van lang lullen, maar van het doen. Alles uitproberen. We doen mijn plan en dat van jou en als dat van jou beter werkt, dan doen we dat.”

De eerste keer dat ik jou zag, dat was op het terrasje voor het Shaffy Theater, dertig jaar geleden. Je droeg een sjerp. “Een sjerp? Wat gek.”

Misschien was je jarig. “Ja, want ik ga in mijn gewone leven toch niet met een sjerp omlopen of het moet mode zijn geweest.”

Ik vond je aanwezigheid heel intimiderend. Kun je je dat voorstellen? Ze schudt heftig haar hoofd en ik zie dat ze eigenlijk moet lachen. “Nee! Daar kan ik me niets bij voorstellen. Mijn schoonzoon noemt me om te pesten ook ‘My humble and timid mother-in-law’. Geen idee waarom. En dan begint ze hikkend te lachen, wat eindigt in een hoestbui. Daarna: “Ik vroeg pas aan Pierre (Pierre was een van de jongens van haar band en ze zijn nog steeds goed bevriend, MG): ‘Vind jij dat ik te weinig aandacht voor je heb?’ Toen zei hij: ‘Je doet de krantenkoppen.’ Dat is een lieve omschrijving voor een niet al te lieve eigenschap.” Ze overpeinst: “Intimiderend, intimiderend, ja, dat zal wel zo zijn. Ik heb dat in de loop der tijd ook wel voor mijn kiezen gekregen dat ik zo ben. Terwijl ik vaak denk dat ik alleen maar gezellig ben; lekker praten, lekker dingen doen. Kom op jongens, we gaan dingen doen. Sommige mensen noemen dat dominantie, ik noem het werklust.” Ze schatert het uit. Zelfspot is deze vrouw gelukkig in het geheel niet vreemd.

'De eerste jaren woonden we in bij mijn overgrootmoeder. Die was stapelgek op mij. Ik ben door veel warme vrouwen grootgebracht'

Hoe was je als kind? “Ik was van horen zeggen een lief kind en heel bescheiden, maar dat zal best wel weer helemaal niet waar zijn. Ik was veel op straat, altijd ondersteboven in de klimrekken. We woonden heel klein. De eerste jaren woonden we in bij mijn overgrootmoeder. Die was stapelgek op mij. Ik ben door veel warme vrouwen grootgebracht. Mijn overgrootmoeder, mijn grootmoeder, mijn moeder. Ik zat veel te lezen. Nu niet meer. Dat vind ik heel jammer want ik kan er helemaal in opgaan. Alleen op vakantie en op tournee lees ik nu.” Ze denkt even na. Mompelt: “Ja, hoe was ik als kind.” Dan: “Ik was niet per se de knapste van de klas, maar ik wist me wel geliefd te maken bij de jongens. Niet zoenen, hoewel ik dat best wel gewild had, maar zoenen deden ze met de knappe meisjes en met mij gingen ze praten, over de knappe meisjes. Ik was one of the guys en dat ben ik eigenlijk altijd gebleven en dat is ook een mooie positie waar ik me met graagte in geschikt heb.”

Je komt niet uit een artistiek milieu. Ze begint weer hikkend te lachen. “Nou, mijn homoseksuele vader vond zichzelf heel artistiek. Hij zag de advertentie van de jeugdtoneelschool en zo ben ik daar ook terechtgekomen. Dat vond ik meteen geweldig. Ik ben ook naar zondagschool gegaan, omdat je daar mocht dansen en verhalen van de zee splitsen mocht lezen. Ik was als kind altijd wel bezig geweest met stukjes schrijven en knippen en plakken en mijn kamer schilderen, als ik tenminste een kamer had, want die kreeg ik pas op mijn dertiende.”

Lees het gehele interview in de nieuwe Nouveau, die vanaf vandaag in de winkel ligt. 

Loes in het kort
Louise - Loes - Luca (Rotterdam, 18 oktober 1953) schitterde in meer dan 65 theater- en televisieproducties, films en zangvoorstellingen. Memorabel zijn haar personages in o.a. Nénette et les Zézettes, Ja zuster, nee zuster en het nieuwe 't Schaep met de 5 pooten. Maar vergeet ook de hilarische reclamespots voor het milieu niet. In augustus 2008 overleed haar partner Harald van der Lubbe. Hun dochter is filmmaker Nina Gantz. In oktober 2015 ontving Loes Luca De Lof der Zotheidprijs, omdat de Rotterdamse leeft en werkt in de geest van Desiderius Erasmus.

Vierentwintig vrouwen ontmoette Maria Goos de afgelopen anderhalf jaar voor Nouveau. Vrouwen die haar ontroerden en inspireerden. Deze maand nemen we afscheid van de scenarioschrijfster. We blikken terug en vooruit op haar leven dat zo ingrijpend is veranderd. 'Ik werd teruggeworpen op mezelf, maar ik leef weer volop.’

Maria Goos heeft zichzelf de afgelopen jaren opnieuw uitgevonden. Haar leven stond na haar scheiding, vijf jaar geleden, volledig op zijn kop. Maar het schrijven behoedde haar voor die diepe put waarin ze per se niet terecht wilde komen. Ze maakte van een aantal nadelen daadwerkelijk een voordeel.

Ze schreef toneelstukken, ging op reis, koesterde haar vrienden en haar volwassen dochters, verwelkomde een kleinkind en liet zich inspireren door de 24 vrouwen die ze voor 22 Nouveau-interviews ontmoette.

Het was een mooi avontuur

In haar sfeervolle huis in het drukke hart van Amsterdam blikt ze terug op anderhalf jaar, soms enerverende, ontmoetingen met bekende Nederlandse vrouwen. ‘Ik heb het zeer leuk en inspirerend gevonden; fantastische vrouwen ontmoet. Het was een mooi avontuur.’

Welk gevoel heb je aan die 22 interviews overgehouden?

‘Ze waren allemaal heel verschillend, maar een paar hebben diepe indruk op me gemaakt.

Is er een gemene deler te vinden in de vrouwen die je hebben geïnspireerd?

‘Ja, het vermogen je eigen geluk niet afhankelijk te maken van anderen…

Wat me intrigeert, zijn vrouwen die gretig leven. Ik heb een aversie tegen mensen die zichzelf van alles ontzeggen, die altijd maar bang zijn. Ik voel me het meest thuis bij mensen die zich loswrikken en risico’s durven nemen.

Het is inmiddels vijf jaar geleden dat je bent gescheiden van Peter Blok, heb jij je voor je geluk in de 33 jaar dat jullie samen waren, ooit afhankelijk gemaakt van je man?

‘Ik heb nu in elk geval een veel groter gevoel van eigenwaarde dan toen ik getrouwd was. Het ging altijd wel erg om wat we samen uitdroegen. Dat we zo gelukkig waren, dat we zulke mooie producties maakten… Een boegbeeld van lang en gelukkig. Maar wie ik in essentie was, ben ik kwijtgeraakt.

Nu komt dat weer terug. Als je ineens wordt teruggeworpen op jezelf, ontdek je interessante dingen. Bijvoorbeeld dat een beetje van jezelf houden nog helemaal zo makkelijk niet is. Het gekke is dat ik dat nu beter kan dan toen ik nog getrouwd was.’

De liefde als keurslijf. Is daar niet aan te ontkomen?

‘Nou, die jaren met Peter waren ook een enorme verwennerij. Het idee dat je altijd wist dat er iemand intens van je hield. Maar je meandert in een langdurige relatie wel naar elkaar toe.

Je gaat bepaalde dingen doen en laten omdat de ander het wel of niet leuk vindt, omdat het niet handig is voor de gezamenlijke planning. Het is een soort jas die je aantrekt. Een warme jas, begrijp me niet verkeerd, maar niet jóuw jas. Die jas is bij mij nu uit en dat is toch wel fijn.’

Dat betekent niet dat je herinneringen een andere lading krijgen?

‘Nee, die koester ik. Ik heb van de jaren met Peter en de kinderen genoten, ik zie het als een geschenk.

Je houdt van een beetje onaangepast, dat kwam nog ter sprake in je interview met Wende Snijders. Bij welke vrouwen vond je dat?

‘Bij Loes Luca, zij is onaangepast en eigenzinnig. Best lastig om haar te interviewen, want ze is een van mijn beste vriendinnen. Dat gold ook voor Hedy d’Ancona. We zien elkaar nog geregeld en het is altijd leuk met haar.

Welk interview vond je achteraf gezien het moeilijkst?

‘Dat met Sonja Barend, omdat ik haar al zo lang bewonder. Ik zag haar vanaf mijn zestiende op televisie, een wereld die ik niet kende. Zo’n mooie, leuke, goed geklede vrouw die het voor het zeggen had. Een rolmodel. Ik kon dat moeilijk van me af zetten.

Ik dacht: ik zit hier met Sonja Barend en ze zet koffie voor me. Als mijn moeder me nu zou kunnen zien….’

Zij was net zo onder de indruk van jou.

‘Haha, ja, dat heeft ze me later verteld, maar dat wist ik tijdens het interview niet.’

En dan Femke Halsema die niets over haar aanstaande burgemeesterschap mocht zeggen...

Femke heeft best stevige dingen gezegd in dat licht. Zoals: “Er wordt mij al snel een multiculturele meegaandheid toebedeeld, waardoor ik alles maar zou vergoelijken, maar dat is helemaal niet waar. Ik geloof in een sterke rechtsstaat, waarin je heel goed van elkaar kunt verschillen, maar je zult mij nooit horen zeggen dat de sharia een goed idee is of dat hoofddoekjes leuk zijn, want dat vind ik niet.’'

In wat voor fase ben je als vrouw?

‘Ik leef weer volop. Zonder mijn grote liefde, maar niet zonder liefde. Mijn leven is vól liefde. Liefde heeft een andere vorm gekregen. Ik heb vriendschappen met mensen die ik al veertig jaar ken, met wie ik me intens verbonden voel. Het is alleen maar hechter geworden.

Ik heb ook een heel sterke band met mijn dochters. De scheiding heeft me niet alleen maar dingen afgenomen, het heeft me ook veel gegeven. Het heeft me mijn zwaktes getoond, maar ook mijn kracht. De wereld ligt weer voor me open.’

Benieuwd naar heel het interview met Maria Goos en alle anekdotes over de bekende en inspirerende vrouwen die ze interviewde? Nu in Nouveau.

Beeld: Sacha de Boer, Stef Nagel, Anne Timmer

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in

Rijk, beeldschoon, beroemd en begeerd. Vrouwen hadden genoeg redenen om te willen ruilen met de Italiaanse filmster Sophia Loren. Ze had zelfs  nóg een troef: een Grote Liefde. Vanaf haar vijftiende draaide haar leven om één man: filmproducent Carlo Ponti. Bijna altijd samen, bijna altijd trouw...

Rozengeur en maneschijn?

Welnee, het leven van Sophia Loren – op 20 september 1934 geboren in Rome als Sofia Villani Scicolone – is lang niet altijd een sprookje.

Neem alleen al haar jeugd als kind van een ongehuwde moeder, wat in het conservatief katholieke Italië van die tijd een grote schande is. Ze wordt gepest en heeft het ook verder niet breed.

Moeder Romilda, op haar zeventiende winnares van een Greta Garbo-lookalikewedstrijd, werd pianolerares, omdat ze van haar ouders niet mocht acteren.

Ze projecteert al haar vroegere dromen op Sophia – dan nog Sofia – die ze op haar veertiende meetroont naar een schoonheidswedstrijd. Voor de noodzakelijke galajurk is een roze gordijn opgeofferd.

Sophia, die dan al aantrekkelijke rondingen heeft, wint niet de hoofdprijs, maar wel 40 euro in lires, een ticket naar Rome en een aantal rollen behangpapier; ideaal om de scheuren in de muren te bedekken die door een bombardement zijn veroorzaakt.

Op naar Rome!

Belangrijker is het ticket: voor Sophia dé kans op een beter leven. Met haar moeder en zusje verhuist ze naar Rome, waar ze aanvankelijk de kost voor alle drie verdient als model in goedkope fotostripboekjes.

Als ze in 1950 een andere schoonheidswedstrijd bijwoont, wordt ze gespot door een van de juryleden: Carlo Ponti, dan al een filmproducent van naam en de ontdekker van Gina Lollobrigida.

Maar de screentest waarvoor hij haar uitnodigt, is geen doorslaand succes: haar heupen worden te breed bevonden, haar gezicht te kort, haar mond te groot, haar neus te lang.

Om er nog wat van te maken, moet ze afvallen en haar neus laten verkleinen. Sophia weigert: ze wil geen standaardbeauty worden. Bovendien krijgt ze zo al genoeg aandacht van mannen.

Carlo wordt haar grootste supporter

Carlo Ponti, 22 jaar ouder, getrouwd en vader van twee kinderen, ontpopt zich als haar grootste supporter. Sophia vindt in de kleine, kalende, zachtaardige intellectueel de vaderfiguur die ze zo heeft gemist.

Intussen stapelen de filmrollen zich op, eerst piepklein en geleidelijk aan groter, tot ze op haar achttiende de hoofdrol in de operaverfilming Aida (1953) overneemt van Gina Lollobrigida, die niet nagesynchroniseerd wil worden door operaster Renata Tebaldi. ‘Ik kon het me niet veroorloven om zo trots te zijn,’ zei Sophia daar later over.

In 1954 volgt haar doorbraak in L’oro di Napoli (Het goud van Napels) van de beroemde cineast Vittorio De Sica, die haar leert zichzelf te zijn voor de camera en haar natuurlijke sensualiteit te laten zien.

Italiaanse wet verbiedt Carlo's scheiding

Datzelfde jaar brengt nog een ingrijpende verandering: Carlo en Sophia zijn de vader-kindfase definitief voorbij en worden minnaars. Maar niet man en vrouw, want de starre Italiaanse wet verbiedt de scheiding ‘van wat God verbonden heeft’.

Een bittere pil voor Sophia, die als onwettig kind snakt naar een legale verbintenis. Al lijdt haar carrière er niet onder. In 1956 bemachtigt ze dankzij Carlo een hoofdrol in Stanley Kramers The Pride and the Passion, gedraaid in Spanje, met als tegenspelers Frank Sinatra en Cary Grant.

Grant had Ava Gardner in de rol gewild en plaagt haar bij de eerste ontmoeting door haar zogenaamd te verwarren met Gina Lollobrigida: ‘Miss Lolloloren, is het niet?’ Maar al snel stort hij bij Sophia zijn hart uit, onder andere over zijn drie mislukte huwelijken, en zijn de twee na elke draaidag tête-à-tête te vinden in Spaanse restaurantjes.

Cary Grant en Loren worden verliefd

Wat niet kan uitblijven, gebeurt: de aantrekkelijkste vrouw van Italië en de aantrekkelijkste man van Amerika, weliswaar 31 jaar ouder dan zij, worden verliefd.

Hun verhouding blijft naar verluidt platonisch, al wordt het even spannend als Sophia – samen met Carlo – naar Amerika vertrekt, met een contract bij Paramount op zak.

Aanvankelijk moet ze het stellen met clichématige rollen waarin haar talent nauwelijks tot zijn recht komt, al bevat haar Hollywooddebuut Boy on a Dolphin nog wel een visueel gedenkwaardige scène waarin ze, slechts gehuld in een drijfnatte tuniekjurk, aan boord van een vissersboot klimt.

Maar dan volgt een heel aardige komedie – Houseboat (1958) – tegenover Grant. Hij ziet zijn kans schoon, bedelft haar dagelijks onder de bloemen en doet een huwelijksaanzoek.

Sophia beseft dat ze moet kiezen tussen haar vertrouwde wereld en een nieuwe wereld die haar artistiek en persoonlijk niet echt gelukkig maakt. Ze blijft bij Carlo, ‘omdat ik wist dat dat de juiste beslissing was’.     

Twee stand-ins trouwen als Sophia en Carlo

Achter de schermen is Carlo intussen hard bezig om Sophia tot zijn wettige echtgenote te maken via een gedurfde U-bochtconstructie.

Het verhaal gaat dat Sophia bij het ontbijt in hun Hollywoodbungalow de krant openslaat en in de roddelrubriek van Louella Parsons leest dat Carlo’s missie is geslaagd: een rechtbank in Ciudad Juarez, net over de Mexicaanse grens, heeft Carlo’s eerste huwelijk ontbonden.

Daarna is er een nieuw huwelijk voltrokken, met twee advocaten als stand-ins voor Carlo en Sophia. Ironisch genoeg moet ze dan alleen nog de trouwscène van Houseboat draaien, met Grant als bruidegom. Hij is sportief en feliciteert haar volgens bronnen met een klinkende kus op beide wangen.

Huwelijk wordt onwetting verklaard; Carlo gaat in ballingschap

Een dag later gaat het mis: het Vaticaan verklaart het huwelijk onwettig en noemt Carlo een bigamist. Blijven ze bij elkaar, dan dreigt excommunicatie. Nog erger wordt het als iemand in Milaan vanwege de vermeende bigamie een rechtszaak begint.

Sophia stort in: ‘Ik had dolgelukkig moeten zijn, op huwelijksreis moeten gaan, maar in plaats daarvan zat ik uren te huilen.’ Aan haar keus voor Carlo twijfelt ze geen moment, en dus volgt een vijf jaar durende ballingschap, in gehuurde villa’s en châlets in Zuid-Frankrijk en Zwitserland.

Pas als Carlo’s advocaten in 1962 vaststellen dat het Mexicaanse huwelijk niet rechtsgeldig is omdat er geen getuigen waren, kunnen ze terug naar Italië, waar ze krampachtig moeten doen alsof ze apart leven.

Die poppenkast duurt tot ze in 1965 succes hebben met een nieuwe U-bochtconstructie, nu via Frankrijk. Als ze met toestemming van president Pompidou Frans staatsburger zijn geworden, kan Carlo officieel scheiden. Op 9 april 1966 trouwt hij eindelijk met zijn Sophia in de Franse stad Sèvres.

Sophia verlang naar een gezin

Sophia heeft intussen heel wat prijzen verzameld, inclusief een Oscar voor haar bijna dierlijke moederrol in La ciociara (Twee vrouwen) van De Sica. Maar al het succes valt in het niet bij haar verlangen naar een eigen gezin, en helaas is ook dat haar jarenlang niet gegund.

In 1963 krijgt ze haar eerste miskraam en in 1967 volgt een tweede. De gynaecoloog die haar bijstaat in het ziekenhuis zegt: ‘Mevrouw, u bent een prachtige vrouw met uitmuntende heupen, maar u zult nooit kinderen krijgen.’

Sophia houdt zich eerst groot en zegt luchtig tegen Carlo: ‘Nu kan ik tenminste mijn film afmaken’, maar al snel schieten ze allebei in een depressie. Tot Sophia terechtkomt bij een vruchtbaarheidsspecialist in Genève die nieuwe hoop biedt.

Als ze begin 1968 opnieuw zwanger wordt, geeft hij haar oestrogeeninjecties die ervoor zorgen dat het bevruchte eitje zich kan nestelen in de baarmoeder.

Maanden strikte bedrust

Na maanden van strikte bedrust wordt op 29 december 1968 Carlo jr. geboren, nu een gerenommeerd dirigent, en vier jaar later – op 6 januari 1973 – volgt Edoardo, net als zijn vader filmproducent.

‘Na de geboorte van Carlo dacht ik dat mijn leven niet beter kon, maar de komst van Edoardo verdubbelde mijn geluk,’ zei ze later. ‘Dat is een van de onpeilbare mysteries van het moederschap.’

Altijd trouw?

Samen beleven Carlo en Sophia nog een heleboel ups en downs. Tot die laatste categorie hoort een hardnekkige aanklacht wegens vermeende belastingontduiking, waarvoor Sophia zelfs korte tijd de cel ingaat.

Maar dat heeft niets met hun liefde te maken. Of ze elkaar altijd trouw zijn gebleven? Ach, wie zal het zeggen. Sophia wordt in de roddelpers onder andere gelinkt aan acteur Peter Sellers, die voor haar zijn vrouw verliet, maar volgens haar leefde hij in een illusie.

Ook over Carlo gaan wilde verhalen. Zelf zegt hij daarover: ‘Ik wil niet beweren dat ik zo zuiver ben als sneeuw, maar als ik alle affaires had gehad die me werden aangewreven, had ik nooit één film kunnen produceren.’

Na Carlo’s overlijden vat Sophia haar liefde voor hem als volgt samen: ‘Terwijl de wereld in een opwindende, duizelingwekkende vaart om zijn as leek te tollen, hield Carlo me met mijn beide benen op de grond.’

Beeld: ANP

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in