Ze schrijft, maakt programma’s en staat nu ook in de Nederlandse theaters met een collegetour. ‘Halsema meets Soof’, omschrijft ze haar voorstelling. Na een glanzende politieke carrière is voormalig Groen Links-voorvrouw Femke Halsema nog steeds bezig haar identiteit te heroveren. 

‘Wat ruik je lekker,’ zeg ik als we dicht bij elkaar staan om samen gefotografeerd te worden. Ze zegt: ’Ik las ergens dat dit de lucht van Birgit Schuurman is en ik vind haar zo mooi en leuk. Ik dacht: ik wil ruiken zoals Birgit Schuurman.’ 

Article continues after the ad

Ik moet het beeld dat ik van haar had al binnen vier minuten bijstellen

Als je zo vaak op z’n onvoordeligst bent afgebeeld in de media, zegt ze later, vind je het prima om ook eens de andere kant op gefotoshopt te worden. Pats. Ik moet het beeld dat ik van haar had al binnen de eerste vier minuten van onze ontmoeting bijstellen.

Ze vraagt: ‘Wat had je dan voor beeld van me?’ Ik zeg: ‘Principieel. En misschien een beetje moralistisch.’ Ze zucht. ‘Wat jammer is dat toch.

Nu ben ik al acht jaar uit de politiek en nog steeds ben ik bezig om mijn identiteit te herwinnen. Mensen blijven mij maar zien als de belichaming van Groen Links. Het wordt je niet gegund om te twijfelen of om van mening te veranderen. Ik zit nog steeds in dat politieke keurslijf en dat wil ik niet meer.’

Ben je erg veranderd in die acht jaar na je politieke carrière?

‘Ik heb eerst een tijdje voor de Volkskrant en De Correspondent geschreven, maar ik kreeg er genoeg van dat mensen een voorspelbare mening van je willen horen en niet een gedachte. Ik kreeg reacties als: “Dat zei je helemaal niet toen je bij Groen Links zat.” Toen ben ik daarmee gestopt.

Ik heb Pluche geschreven en ben weer gaan studeren; drie dagen per week werk ik in mijn kantoor aan huis. Ik bedoel met studeren, dat ik me verdiep in wetenschappelijke en filosofische benaderingen en inzichten waarin misschien een antwoord of een oplossing verstopt zit voor de problemen van nu.

Dat doe ik in de hoop, tot een heldere gedachte te komen die misschien zinvol is. Ik heb heel lang zitten studeren zonder dat er ook maar één heldere gedachte opkwam. Dat is vreselijk, maar als het dan wel gebeurt, dan is dat een euforisch moment. Alsof je hoofd zich letterlijk opent.

Daar is het boek Nergensland, over migratie, uit voortgekomen; ik ben daar best trots op.

En ik heb mijn tweeling, die ik tot hun zesde minder zag, de afgelopen acht jaar intens meegemaakt. Ze zijn nu veertien en flink aan het puberen.

We zijn met hetzelfde bezig: wie ben ik, wat wil ik? Tijdens de twaalf jaar die ik in de Kamer zat, leek dat het centrum van de wereld. Aan persoonlijke vragen kwam ik toen helemaal niet toe.’

Ze schatert: ’Ik ben zoooooo midlife.’

Je moeder was wethouder in Enschede.

Stralend: ‘Ja, ik was zo trots op haar. Ze werkte in een bestuurlijke mannengemeenschap. Ze was heel conventioneel gekleed, droeg plooirokken en pakjes.

Ze zei: “Fem, ik kleed me ’s ochtends aan, ik maak me op en al mijn ongeluk verstop ik daarachter.” En ik dacht: “Ja, zo doen we dat. Zo wil ik het ook.”’

Als het niet over politiek gaat, ben je veel toegankelijker, je ziet dat de emotie klopt bij wat je zegt.  Maar als het over politiek gaat, word je formeler.

‘Dat zegt mijn man Robert (Oey, red.) ook altijd. Jammer is dat, hè? Maar ik denk dat dat het pakje van mijn moeder is. Dat ik denk dat nodig te hebben. Misschien ben ik wel op zoek naar een manier om in de openbaarheid te treden zonder dat pakje aan.’

Je doet een theatertour waarin je een lezing geeft over Nederland nu. Doe je dat zonder pakje?

‘Als je het zegt, slaat er een golf van paniek door me heen. Maar dat is wel wat ik van plan was. En natuurlijk is het politiek en natuurlijk zit er een visie achter, maar die is niet meer partijgebonden.

Misschien geeft dat wat ruimte om het zonder die fictieve bescherming van die andere manier van praten te doen. O,vreselijk, wat eng.’

Even terug naar je politieke jaren. In 2006 was je tweeling drie jaar oud. Jij was veertig. De standpunten waren aan het verharden, het was al zwaar en als jij weer lijsttrekker zou worden zou het dat ook blijven. Maar je hebt je toen toch weer verkiesbaar gesteld. Waarom?

‘Een beetje ijdelheid. En druk. Van mensen die dicht bij mij stonden, hoorde ik dat ik, als ik voor de kinderen zou kiezen, dan “ook zo’n vrouw was”. Ik was erg gevoelig voor dat argument. En ik vond ook dat ik het allemaal moest kunnen.’

Heb je er spijt van dat je je kinderen zo weinig hebt gezien?

‘Als er iets in aanmerking komt voor spijt, dan is dat het, maar ik heb geen aanleg voor spijt. Ik heb niet het gevoel dat ze ook maar iets tekort zijn gekomen en ik heb ze ook niet echt weinig gezien.

Ze hebben een heel aanwezige vader gehad. Het deed wel pijn als ze ’s nachts om Robert riepen en niet om mij. Maar dat deed mij pijn en niet hen.’

Je bent onverschrokken. Dat vind ik erg leuk en moedig.

Lachend: ‘Dat is geen moed. Dat is drift.’

Je hebt soms uitspraken gedaan en beslissingen genomen waarmee je je de woede van je eigen partij en kiezers op de hals haalde. Het steunen van de verhoging van de AOW-leeftijd bijvoorbeeld. Was dat drift?

‘Nee. Dat is trouw aan je eigen opvattingen. Je bent trouw aan je vrienden, aan je familie en aan jezelf, maar niet aan een partij. Een partij is niet meer dan een vehikel om gelijkgestemden verenigd te krijgen. Ik ben bereid tot compromissen, maar inderdaad ook heel trouw aan mezelf.

Rutte zei ooit: “Je hebt Groen Links en je hebt Femke”. Dat zegt wel iets, denk ik. Toch laat ik mij graag overtuigen van mijn ongelijk hoor, maar dan wel graag met goed doordachte argumenten.’

Maakt dat je eigenlijk niet ongeschikt voor de politiek?

‘Ja. En ook onbegrepen af en toe. Je valt samen met een aantal opvattingen van je partij, maar je bént niet die partij.’

Je hebt zoveel tegenwind gehad, partijgenoten zoals Tara Singh Varma die in opspraak raakten, diepe verscheurdheid in de partij, het opstappen van Rosenmöller, de dood van partijgenoot Ab Harrewijn, bedreigingen, beschuldigingen en in 2002 ging je relatie met Robert, gelukkig tijdelijk, op de klippen. En toch ging je door.

‘Ik hield ontzettend van het debat en van de politiek zelf. Het is een geritualiseerde en vreedzame oorlog en dat is prachtig. Ik bewaar ongelooflijk goede herinneringen aan de debatten over het homohuwelijk en euthanasie, die ik gevoerd heb.

In de beginfase van zo’n onderwerp, waarin de politiek nog tot een standpunt moet komen, zit er nog de ruimte in om elkaar op een intellectueel niveau te overtuigen.’ 

Je ging niet de politiek in om stemmen te winnen, maar om nieuwe ideeën te lanceren. Had je dan niet beter analist kunnen worden?

‘Het is gewoon zo gelopen. Een beetje per ongeluk. En ik kon het gewoon, ik bleek het te kunnen. En ik wilde Paul Rosenmöller ook bijstaan. Paul was mijn leermeester. Mijn beste vrienden zaten in de partij.’

Wat had je gedaan als Groen Links was gaan regeren?

‘Ik had heel graag Groen Links naar de macht geleid, maar was er nooit zelf aan mee gaan doen. Ik was geen minister geworden. Ik hoor bij de mensen die de macht controleren, omdat ik macht een buitengewoon beangstigend, maar noodzakelijk verschijnsel vind.

De rechtsstaat is bedoeld voor burgers, om ze te beschermen tegen de macht. In die traditie ben ik altijd blijven staan. Ik voel mij een deel van de tegenmacht.’

Heb jij een autoriteitsprobleem?

‘Ja, ik vind dat gezag verdiend moet worden. Sommige mensen met wie ik het niet altijd mee eens was, zoals Bos of Donner, kon ik toch respecteren. Balkenende niet. Die maakte de grootste lust tot provocatie in mij wakker. Ik kreeg gewoon zin om te gaan klieren van die man.’

In de laatste jaren van je politieke carrière, tot dusver althans, is je populariteit enorm gestegen.

‘Ja. Ik had inmiddels geleerd om niet zo vaak moreel verontwaardigd te zijn. Dat scheelde en er was tegen die tijd ook wel behoefte aan analyse, aan beschouwing. Dat blijk ik te kunnen. En daar voel ik me heel prettig bij.’ 

Wat was er nou leuk aan de politiek?

‘Dat je rondloopt met een enorm gevoel van noodzakelijkheid. Dat kan je wel een beetje pedant maken en dan moet je er ook mee ophouden. Als je erin zit, dan denk je dat politiek het middelpunt van de wereld is.

Nu ik eruit ben, kijk ik eigenlijk nooit meer naar debatten. Ik kan gemakkelijk twee weken de kranten niet lezen.’

Mensen die jou niet mogen, hebben de neiging om dat fanatiek uit te dragen. Nu je genoemd wordt als burgemeester van Amsterdam, gebeurt dat weer. Is dat een reden om nee te zeggen tegen die positie?

‘O, nou ben je net een echte journalist! Ik kan er echt niets over zeggen. Echt niet.’ 

Oké. Even over ‘Henk en Ingrid’. Daar lijk je het niet zo op te hebben.

‘Dat is echt niet zo. Ik heb met één ding heel veel moeite: onbeleefdheid. Dat mensen er woedend over worden dat er een groot asielzoekerscentrum in hun kleine gemeenschap bedacht wordt, dat begrijp ik volkomen. Die woede is totaal terecht.

Maar als er dan gescandeerd wordt: “Daar moet een piemel in”, dan zijn we echt uitgepraat. En dat verlies van decorum, dat dat vergoelijkt wordt, of door politici zelfs wordt overgenomen, daar heb ik grote moeite mee.

En ik vind het een belediging voor “Henk en Ingrid” als politici op die manier dichter bij hen denken te kunnen komen.

Daarnaast: ik ben niet iemand die op een barricade moet gaan scanderen. Dat staat Jan Marijnissen heel goed, mij niet. Het ziet er echt niet uit. Ach, dat elitaire imago zal ik wel nooit helemaal kwijtraken.’

Je brengt een positief verhaal in je collegetour?

‘Modern Nederland heeft voor mij drie elementen waar ik heel veel van hou. Eén: we zijn een vrijheidlievend land. Twee: we zijn een voortgaand emancipatieproject en drie: we hechten belang aan verdraagzaamheid.

Een onderdeel van verdraagzaamheid is decorum, beleefdheid. De afgelopen vijftien jaar doen we alsof eerlijkheid tegenover beleefdheid staat. Alsof die twee elkaar niet verdragen. Het tegendeel is waar.’ 

Dus je hebt toch weer de behoefte om iets uit te dragen, maar als wie sta je daar dan?

‘Als een publicist. Als iemand die geëngageerd is. Nederland is echt een heel goed idee. En dat wil ik uitdragen, daar ben ik trots op. Weet je waar ik mee begin? Met de fietsscène uit Turks Fruit. Die scène speelden Robert en ik na, ’s nachts op de Albert Cuyp.

Ik at altijd een Raketijsje en dan slingerden we op de fiets naar mijn huis. Dat zijn momenten waarop je je zo vrij en zo Hollands voelt. Dat is nou de emotie waarvan ik vind dat we er veel trotser op mogen zijn.’ 

Je was als de dood om die theatertour te gaan doen en toch doe je het. Waarom?

‘Eerzucht. En ik vind dat het gezegd moet worden. Ik vind dat te weinig mensen progressief Nederland verdedigen. En dat ga ik doen. Ja.’ 

Maar dat pakje van je moeder trek je gelukkig niet meer aan. Je andere, analytische beschouwende kant is zo mooi, zo inspirerend.

‘O, gelukkig, want dat zit heel erg in mijn college. Het is een verhaal over de identiteit van Nederland. Ik vind het heel eng. Ik ben geen cabaretier en geen acteur. Ik heb de neiging om te intellectualiseren. Het moest toch een beetje “Halsema meets Soof” worden.’

Dat beschouwende is iets wat ik de laatste jaren wel verder ontwikkeld heb en dat past goed bij me. Mijn boek Nergensland is een vrij radicaal pleidooi voor vrijplaatsen voor vluchtelingen, maar het is een filosofisch stuk zonder een directe politieke bedoeling, want ik ben voor én tegen migratie.

Het moet mensen juist aanzetten om zelf te gaan nadenken.’   

Je zet met je collegetour dus aan tot denken? We mogen zelf kiezen welke richting op?

‘Graag. Er wordt bij mij al gauw een bepaalde richting uitgedacht. Er wordt mij een multiculturele meegaandheid toegedicht, waardoor ik van alles maar zou lopen te vergoelijken. Dat is helemaal niet zo.

Ik geloof in een sterke rechtsstaat waardoor je heel goed van elkaar kan verschillen, maar je zal mij nooit horen zeggen dat de sharia een goed idee is, want dat vind ik niet, of dat hoofddoekjes leuk zijn, want dat vind ik niet.

Maar dat is de beklemming van zo’n politiek imago, waar je individualiteit in wordt gesmoord.’ 

Hoe sta je nu in het leven?

‘Ik geniet nog steeds van geen agenda hebben. Van alleen maar naast een vriend in een café zitten en niet eens een gesprek te hoeven voeren. Van een leven in betrekkelijke anonimiteit. Maar ja... de aard van het beestje valt niet te verloochenen. Nu ga ik toch weer een podium op.’

Wat zijn je verdere plannen?

‘De helft van de week ben ik bestuurder bij verschillende organisaties en daar verdien ik de kost mee. De andere helft van de week schrijf ik en ik werk samen met Robert, die documentairemaker is, aan het opzetten van een serie over terrorisme.

Ook denk ik aan een roman. Maar eerst maar even die theatertour.’  

Mag ik nog even terugkomen op dat eventuele burgemeesterschap van je?

‘Ja. Als je dictafoon uitstaat.’

Het werd nog een heel genoeglijke, interessante middag. 

Femke in het kort

Femke Halsema (Haarlem, 1966) maakte carrière in de politiek, eerst bij de Partij van de Arbeid, later als fractievoorzitter en politiek leider van Groen Links. In 2010 stapte ze uit de politiek.

Sindsdien heeft ze verschillende bestuursfuncties gehad en gewerkt als docent en columnist. Daarnaast maakt Halsema tv-programma’s en schrijft zij boeken, zoals Pluche. Politieke memoires en Nergensland. Nieuw licht op migratie.

Zij woont in Amsterdam met tv- en documentairemaker Robert Oey en hun tweeling. De oud-politica staat momenteel in de Nederlandse theaters met haar collegetour Een vrij land. www.femkehalsema.nl, www.ntk.nl

Tekst: Maria Goos. Styling: Pieter van Loon. Fotografie: Chantal Ariëns. Visagie: Florence Hagens

Met dank aan: Huize Frankendael

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in