'Ik ben erg gebaat bij dagelijkse discipline en schrijven.'

In de nieuwe Nouveau staat een boeiend interview dat Cisca Dresselhuys had met Adriaan van Dis die de komende weken volop in de belangstelling zal staan in de aanloop naar zijn 75ste verjaardag.

Van Dis over zijn kantelpunten

‘Dat zijn er een paar. Twee hebben te maken met boeken en schrijvers. Ten eerste mijn kennismaking met het werk - en later de persoon - van Breyten Breytenbach, een Zuid-Afrikaanse schrijver. Ik werd heel erg geraakt door de kleurgevoeligheid van zijn werk, waarin ik me herkende. Net als mijn ouders was hij over de kleurlijn getrouwd met een Vietnamese vrouw. Door hem ontdekte ik dat ik zelf ook een verhaal te vertellen had over mijn jeugd in een gekleurde omgeving.

'Stoppen met het meeklappen en -huilen met de dingen van de dag'

Een ander belangrijk boek was Leerschool der liefde van Gustave Flaubert, dat voor mij de aanleiding was mijn baan bij de NRC op te geven, te stoppen met het meeklappen en -huilen met de dingen van de dag en me helemaal aan het schrijven van boeken te wijden.

Article continues after the ad

'In therapie zijn de boomstronken uit de rivier gehaald, waardoor alles beter ging vloeien'

De derde belangrijke wending in m’n leven: mijn besluit in therapie te gaan, een jarenlange dagelijkse analyse. Daar zijn de boomstronken uit de rivier gehaald, waardoor alles beter ging vloeien. Een heel bevrijdend moment was toen ik tot de ontdekking kwam dat ik niet zielig was, niet alleen maar een slachtoffer van mijn vader, maar tegelijk een dader, die hem uitdaagde, hem soms treiterde en zich verzette tegen zijn dictatuur bij ons thuis.

Door die analyse ben ik, ook in mijn boeken, dieper gaan graven. In 2016, toen mijn behandeling al jaren was afgerond, raakte ik opnieuw in een diepe depressie. Waarschijnlijk het gevolg van het boek dat ik over m’n moeder schreef en de dood van mijn laatste zusje.

'Met een gebroken been ga je naar de orthopeed, met een gebroken hoofd naar de psychiater'

Ik had met haar een moeizame relatie, maar samen waren wij toch de laatste getuigen van dat ingewikkelde gezin. Eigenlijk wilde ik toen een beetje dood, een goede reden om terug te gaan naar mijn psychiater. Nee hoor, dat voelde volstrekt niet als falen. Met een gebroken been ga je naar de orthopeed, die er gips omheen doet, met een gebroken hoofd is de psychiater de aangewezen arts, die je zwachtels aanreikt om zelf aan te brengen.

Ik zei tegen hem: “Ik verlang zo ontzettend naar een geloof zonder god, naar geborgenheid, iets waarin ik kan opgaan”. Hij stuurde me naar een mevrouw die aan mindfulness deed, geen modieus gedoe, maar iemand die dat deed met gedetineerden in gevangenissen.

'Langzamerhand vloeide de somberheid weer uit m’n lichaam'

Daar heb ik veel baat bij gehad. Haar aanpak kwam vooral neer op ademhalingsoefeningen, veel wandelen en dan goed ademen. Langzamerhand vloeide de somberheid weer uit m’n lichaam.

Inmiddels weet ik dat ik erg gebaat ben bij dagelijkse discipline en schrijven. Elk boek dat ik schrijf, stuur ik naar mijn psychiater met steeds dezelfde opdracht: ‘Van bank naar boek’. Hij moet inmiddels een hele rij in de kast hebben staan. Ik krijg er nooit commentaar op.’

Verder lezen?

De rest van het interview met Adriaan van Dis staat in de nieuwe Nouveau die nu in de winkel ligt. Online bestellen kan ook, dan wordt het nummer zonder verzendkosten naar je opgestuurd. Altijd als eerste alles kunnen lezen? Neem een abonnement, nu met forse korting!