Wat begon met een kinderlijk leugentje, heeft uiteindelijk het leven van Pauline (48) volledig bepaald. Pas sinds kort beseft ze dat ze een dwangmatige leugenaar is. Hoe moet het roer om?

‘Eigenlijk vertel ik al leugens zolang als ik me kan herinneren. Op de basisschool al. Dat zeg ik nu, maar toen zag ik het helemaal niet als liegen, meer als een rijke fantasie hebben.

More content below the advertising

Lees ook: 'Ik hield meer van mijn tweelingzus dan van mijn man'

Spannender en mooier
'Het kwam ook niet bij me op dat ik daar iemand kwaad mee kon doen. Dat was in elk geval totaal niet de bedoeling. Ik wilde mijn leven gewoon wat spannender en mooier maken dan het was. Het begon toen ik een jaar of acht was. Op school kon ik absoluut mijn draai niet vinden. Het bleef onwennig, zo tussen al die kinderen die er zomaar uitflapten wat in ze opkwam.

Altijd lachen, ruziemaken, dollen: ze waren allemaal zo aanwezig, zo zelfverzekerd. Ik niet. Het leek wel alsof er eigenlijk geen plek voor mij was in die klas. Ik durfde nauwelijks mijn mond open te doen. Wat had ik ook voor spannends te vertellen? Thuis was het altijd stil.

Als ik na school thuiskwam, was het meteen: schoenen uit, tas opruimen en zoet spelen, zoals mijn moeder dat noemde. Als mijn moeder niet bezig was met schoonmaken, was er wel een commissie van het een of ander of een klusje dat ze voor mijn vader moest doen.

Je moest ze zien kijken
Mijn vader was dominee. Altijd op pad of in zijn werkkamer, zijn preek aan het voorbereiden. Rust in huis, dat was erg belangrijk in ons gezin. En mijn jongere zusje en ik hielden ons daar braaf aan.

Waar we wel naar uitkeken elk jaar was de zomervakantie. Twee weken in een huisje in Ooltgensplaat. Dan waren we tenminste even het dorp uit en waren mijn ouders ook wat losser. Maar echt spectaculair was het natuurlijk niet. Niet bepaald een reisje om over te scheppen.

Als we na de zomer­vakantie weer naar school gingen, hadden de andere kinderen prachtige verhalen. Ze waren bruin, omdat ze helemaal naar Frankrijk waren geweest of zelfs naar Spanje. Spanje! Met het vliegtuig! Dus toen me weer eens pesterig gevraagd werd: “En waar ben jij geweest? Zeker weer naar Ooltgensplaat,” antwoordde ik, bijna tot mijn eigen verrassing: “Ja, mijn ouders wel, maar ik niet. Ik ben naar mijn tante in Italië geweest. Die heeft daar een huis. Vlak bij het strand.” 

Je moest ze zien kijken. Aanvankelijk een beetje ongelovig, maar toen ik volhield dat het echt waar was en met allerlei – verzonnen – details kwam, sloeg dat om in belangstelling. Hoe ik me toen voelde... Geweldig gewoon. Die bewonderende blikken! Het was een soort overwinning; nu was ík eens degene die in het middelpunt stond. 

Hek van de dam
Die eerste leugen borrelde min of meer spontaan op, maar toen ik merkte hoe gemakkelijk het was om anderen te overtuigen, was het hek van de dam. Zo weet ik nog dat ik later vertelde dat ik zelf ook van Italiaanse afkomst was – dat klonk wel avontuurlijk, vond ik. En dat mijn moeder nu niet meer werkte, maar vroeger zwemkampioen van Zuid-Holland was geweest en als strandwacht een paar kinderen het leven had gered.

Door dat liegen ging een heel nieuwe wereld voor me open; een wereld waarin ik een heel interessant leven had. Natuurlijk leefde ik vanaf dat moment wel constant met de angst dat ik door de mand zou vallen. Als ik m’n moeder met een van de andere moeders zag praten, klopte mijn hart al in mijn keel. Als die vrouw mijn moeder maar niet vraagt of haar zus in Italië woont, of mijn vader inderdaad die nieuwe auto heeft besteld, of mijn zusje en ik echt pony’s hebben in Ooltgensplaat.

Maar nee, ik werd niet ontmaskerd. Daar-door kreeg ik steeds meer zelfver­trouwen en ging het liegen me steeds gemakkelijker af. Alleen mijn zusje kreeg in de gaten dat ik nogal kleurrijke verhalen ophing op school. Maar haar stilzwijgen kon ik afkopen, met snoep en zakgeld.

Als mijn vader in een nieuwe gemeente werd beroepen, moesten we verhuizen. Dat is een paar keer gebeurd. Dat betekende aan de ene kant dat ik met een schone lei kon beginnen, maar aan de andere kant moest ik opnieuw vrienden maken. Dus na verloop van tijd begon ik dan weer met fantaseren.

Moederziel alleen in Spanje 'bij mijn vakantieliefde'
Zo langzamerhand wist ik ook niet meer hoe ik me zónder liegen moest gedragen. Het werd een tweede natuur, een soort verslaving. Maar het grote probleem is natuurlijk: je liegt om populair te zijn, maar uiteindelijk maakt het juist eenzaam. Het heeft me heel wat jaren gekost om dat toe te geven.

Na de havo ging ik een hbo-opleiding doen in Den Haag. Hartstikke leuk, eindelijk had ik een paar leuke vriendinnen, maar na school ging ik weer netjes met de trein naar huis. Op kamers, dat was nergens voor nodig, vonden mijn ouders.

Maar alles liever dan mijn vriendinnen te laten merken hoe verstikkend saai het thuis was. Bij hen had ik juist een grote mond en gedroeg ik me als een gangmaker. Tegen het begin van de zomervakantie had ik van mijn bijbaangeld een voordelige pakketreis naar Spanje bij elkaar gespaard. Tegen mijn ouders zei ik dat ik met een groep schoolvriendinnen op vakantie ging, voor mijn vriendinnen was ik op weg naar een mysterieuze oude vakantie­liefde, een knappe, vermogende Spanjaard.

In werkelijkheid zat ik twee weken lang moederziel alleen in een rafelig appartementje aan de Costa Blanca. Als ik ’s avonds met mijn flesje wijn en een zak chips de supermarkt uit kwam, prikten de tranen achter mijn ogen. Maar ondertussen stuurde ik iedereen vrolijke ansichtkaarten met een idyllische zonsondergang en: ‘Mis jullie – NIET!’ erop. ‘Haha.’ Wat een dieptepunt was dat. 

Betrapt
Maar liegen bezorgt je nog wel grotere problemen, hoor. Onvermijdelijk word je natuurlijk weleens betrapt in de loop der jaren. En dan is de schaamte bijna onverdraaglijk. Het enige wat je kunt doen is je verbergen, alle contact met die mensen verder vermijden. Als ze niet al uit zichzelf op je zijn afgeknapt, zodra ze doorhebben dat je ’t niet zo nauw neemt met de werkelijkheid.

Mijn zusje heb ik om die reden al jaren niet meer gesproken. Want uiteindelijk lieg je over de simpelste dingen. Demonstratief op Funda kijken, want je gaat een huis kopen. Geen zin om te werken? Je broer heeft een ernstig ongeluk gehad. Ik kon er niet meer mee stoppen.

Als je dan, zoals ik, de vijftig nadert en de balans opmaakt, besef je pas wat een vernietigend effect dat liegen op je leven heeft gehad. Ik woon alleen, heb geen kinderen, mijn ouders zijn overleden. Kennissen heb ik genoeg, maar geen noemenswaardige vriendschappen. Een echt contact opbouwen als gewoon mijn ‘naakte’ zelf, zonder al die franje, dat heb ik nooit aangedurfd; uit angst dat mensen me dan te saai en te onbeduidend vinden. Dat geldt ook voor een liefdesrelatie die serieus dreigt te worden.

In therapie
Toch verlang ik daar enorm naar. Een oprechte liefde waarbij je elkaar vertrouwt en steunt. Een tijdje terug heb ik een goede therapeut gevonden, die luistert zonder te oordelen en me helpt bij het ‘afkicken’. Want zo ervaar ik het; ik wil graag eerlijk zijn, maar hoe je dat doet, dat moet ik echt leren.

Dat wordt een lang en taai proces. Laatst heb ik, na lang twijfelen, een profiel aangemaakt op een datingsite. Dan probeer ik mezelf zo oprecht mogelijk te beschrijven, maar ik moet me bedwingen om er geen onzin tussen te zetten. Iets zogenaamd grappigs, zoals ‘O ja, mijn hond is mijn grote liefde’ of ‘Ik ben dol op lange motorritten’.

Volslagen belachelijk ja, ik weet het. Maar nu ben ik er alert op. Ik hoop alleen dat er een leuke man is die door mijn masker heen prikt en me neemt zoals ik ben...’