Wat begon met een kinderlijk leugentje, heeft uiteindelijk het leven van Pauline (48) volledig bepaald. Pas sinds kort beseft ze dat ze een dwangmatige leugenaar is. Hoe moet het roer om?

‘Eigenlijk vertel ik al leugens zolang als ik me kan herinneren. Op de basisschool al. Dat zeg ik nu, maar toen zag ik het helemaal niet als liegen, meer als een rijke fantasie hebben.

Lees ook: 'Ik hield meer van mijn tweelingzus dan van mijn man'

Spannender en mooier
'Het kwam ook niet bij me op dat ik daar iemand kwaad mee kon doen. Dat was in elk geval totaal niet de bedoeling. Ik wilde mijn leven gewoon wat spannender en mooier maken dan het was. Het begon toen ik een jaar of acht was. Op school kon ik absoluut mijn draai niet vinden. Het bleef onwennig, zo tussen al die kinderen die er zomaar uitflapten wat in ze opkwam.

Altijd lachen, ruziemaken, dollen: ze waren allemaal zo aanwezig, zo zelfverzekerd. Ik niet. Het leek wel alsof er eigenlijk geen plek voor mij was in die klas. Ik durfde nauwelijks mijn mond open te doen. Wat had ik ook voor spannends te vertellen? Thuis was het altijd stil.

Als ik na school thuiskwam, was het meteen: schoenen uit, tas opruimen en zoet spelen, zoals mijn moeder dat noemde. Als mijn moeder niet bezig was met schoonmaken, was er wel een commissie van het een of ander of een klusje dat ze voor mijn vader moest doen.

Je moest ze zien kijken
Mijn vader was dominee. Altijd op pad of in zijn werkkamer, zijn preek aan het voorbereiden. Rust in huis, dat was erg belangrijk in ons gezin. En mijn jongere zusje en ik hielden ons daar braaf aan.

Waar we wel naar uitkeken elk jaar was de zomervakantie. Twee weken in een huisje in Ooltgensplaat. Dan waren we tenminste even het dorp uit en waren mijn ouders ook wat losser. Maar echt spectaculair was het natuurlijk niet. Niet bepaald een reisje om over te scheppen.

Als we na de zomer­vakantie weer naar school gingen, hadden de andere kinderen prachtige verhalen. Ze waren bruin, omdat ze helemaal naar Frankrijk waren geweest of zelfs naar Spanje. Spanje! Met het vliegtuig! Dus toen me weer eens pesterig gevraagd werd: “En waar ben jij geweest? Zeker weer naar Ooltgensplaat,” antwoordde ik, bijna tot mijn eigen verrassing: “Ja, mijn ouders wel, maar ik niet. Ik ben naar mijn tante in Italië geweest. Die heeft daar een huis. Vlak bij het strand.” 

Je moest ze zien kijken. Aanvankelijk een beetje ongelovig, maar toen ik volhield dat het echt waar was en met allerlei – verzonnen – details kwam, sloeg dat om in belangstelling. Hoe ik me toen voelde... Geweldig gewoon. Die bewonderende blikken! Het was een soort overwinning; nu was ík eens degene die in het middelpunt stond. 

Hek van de dam
Die eerste leugen borrelde min of meer spontaan op, maar toen ik merkte hoe gemakkelijk het was om anderen te overtuigen, was het hek van de dam. Zo weet ik nog dat ik later vertelde dat ik zelf ook van Italiaanse afkomst was – dat klonk wel avontuurlijk, vond ik. En dat mijn moeder nu niet meer werkte, maar vroeger zwemkampioen van Zuid-Holland was geweest en als strandwacht een paar kinderen het leven had gered.

Door dat liegen ging een heel nieuwe wereld voor me open; een wereld waarin ik een heel interessant leven had. Natuurlijk leefde ik vanaf dat moment wel constant met de angst dat ik door de mand zou vallen. Als ik m’n moeder met een van de andere moeders zag praten, klopte mijn hart al in mijn keel. Als die vrouw mijn moeder maar niet vraagt of haar zus in Italië woont, of mijn vader inderdaad die nieuwe auto heeft besteld, of mijn zusje en ik echt pony’s hebben in Ooltgensplaat.

Maar nee, ik werd niet ontmaskerd. Daar-door kreeg ik steeds meer zelfver­trouwen en ging het liegen me steeds gemakkelijker af. Alleen mijn zusje kreeg in de gaten dat ik nogal kleurrijke verhalen ophing op school. Maar haar stilzwijgen kon ik afkopen, met snoep en zakgeld.

Als mijn vader in een nieuwe gemeente werd beroepen, moesten we verhuizen. Dat is een paar keer gebeurd. Dat betekende aan de ene kant dat ik met een schone lei kon beginnen, maar aan de andere kant moest ik opnieuw vrienden maken. Dus na verloop van tijd begon ik dan weer met fantaseren.

Moederziel alleen in Spanje 'bij mijn vakantieliefde'
Zo langzamerhand wist ik ook niet meer hoe ik me zónder liegen moest gedragen. Het werd een tweede natuur, een soort verslaving. Maar het grote probleem is natuurlijk: je liegt om populair te zijn, maar uiteindelijk maakt het juist eenzaam. Het heeft me heel wat jaren gekost om dat toe te geven.

Na de havo ging ik een hbo-opleiding doen in Den Haag. Hartstikke leuk, eindelijk had ik een paar leuke vriendinnen, maar na school ging ik weer netjes met de trein naar huis. Op kamers, dat was nergens voor nodig, vonden mijn ouders.

Maar alles liever dan mijn vriendinnen te laten merken hoe verstikkend saai het thuis was. Bij hen had ik juist een grote mond en gedroeg ik me als een gangmaker. Tegen het begin van de zomervakantie had ik van mijn bijbaangeld een voordelige pakketreis naar Spanje bij elkaar gespaard. Tegen mijn ouders zei ik dat ik met een groep schoolvriendinnen op vakantie ging, voor mijn vriendinnen was ik op weg naar een mysterieuze oude vakantie­liefde, een knappe, vermogende Spanjaard.

In werkelijkheid zat ik twee weken lang moederziel alleen in een rafelig appartementje aan de Costa Blanca. Als ik ’s avonds met mijn flesje wijn en een zak chips de supermarkt uit kwam, prikten de tranen achter mijn ogen. Maar ondertussen stuurde ik iedereen vrolijke ansichtkaarten met een idyllische zonsondergang en: ‘Mis jullie – NIET!’ erop. ‘Haha.’ Wat een dieptepunt was dat. 

Betrapt
Maar liegen bezorgt je nog wel grotere problemen, hoor. Onvermijdelijk word je natuurlijk weleens betrapt in de loop der jaren. En dan is de schaamte bijna onverdraaglijk. Het enige wat je kunt doen is je verbergen, alle contact met die mensen verder vermijden. Als ze niet al uit zichzelf op je zijn afgeknapt, zodra ze doorhebben dat je ’t niet zo nauw neemt met de werkelijkheid.

Mijn zusje heb ik om die reden al jaren niet meer gesproken. Want uiteindelijk lieg je over de simpelste dingen. Demonstratief op Funda kijken, want je gaat een huis kopen. Geen zin om te werken? Je broer heeft een ernstig ongeluk gehad. Ik kon er niet meer mee stoppen.

Als je dan, zoals ik, de vijftig nadert en de balans opmaakt, besef je pas wat een vernietigend effect dat liegen op je leven heeft gehad. Ik woon alleen, heb geen kinderen, mijn ouders zijn overleden. Kennissen heb ik genoeg, maar geen noemenswaardige vriendschappen. Een echt contact opbouwen als gewoon mijn ‘naakte’ zelf, zonder al die franje, dat heb ik nooit aangedurfd; uit angst dat mensen me dan te saai en te onbeduidend vinden. Dat geldt ook voor een liefdesrelatie die serieus dreigt te worden.

In therapie
Toch verlang ik daar enorm naar. Een oprechte liefde waarbij je elkaar vertrouwt en steunt. Een tijdje terug heb ik een goede therapeut gevonden, die luistert zonder te oordelen en me helpt bij het ‘afkicken’. Want zo ervaar ik het; ik wil graag eerlijk zijn, maar hoe je dat doet, dat moet ik echt leren.

Dat wordt een lang en taai proces. Laatst heb ik, na lang twijfelen, een profiel aangemaakt op een datingsite. Dan probeer ik mezelf zo oprecht mogelijk te beschrijven, maar ik moet me bedwingen om er geen onzin tussen te zetten. Iets zogenaamd grappigs, zoals ‘O ja, mijn hond is mijn grote liefde’ of ‘Ik ben dol op lange motorritten’.

Volslagen belachelijk ja, ik weet het. Maar nu ben ik er alert op. Ik hoop alleen dat er een leuke man is die door mijn masker heen prikt en me neemt zoals ik ben...’

Annemarie(46) had nooit gedacht dat haar dochter in de gevangenis zou belanden en al helemaal niet dat ze vervolgens zelfs de steun van haar vriendinnen kon vergeten... 

‘In het dorp waar we wonen, gaat het als een lopend vuurtje dat Denise in de gevangenis zit. Op straat kijken mensen anders naar me en ik zie hen tegen elkaar fluisteren: “Kijk, daar loopt ze.”

Achter mijn rug om bekritiseren ze ook mijn opvoedingsstijl. Ik zou niet streng genoeg zijn geweest. Soms twijfel ik aan mezelf. Heb ik inderdaad steken laten vallen?

Mijn man overleed een jaar na de geboorte van onze dochter. De opvoeding van Denise kwam daardoor volledig op mij neer. Ik combineer een bijna-fulltime baan in een delicatessenwinkel met de zorg voor haar. Maar eigenlijk ging dat al die tijd best goed.

Haar naïviteit baarde me wel eens zorgen

Ze zat op hockey en had een verzorgpony waarmee ze veel tijd doorbracht. Een lief en gezellig kind. Wel merkte ik al eerder dat ze erg goedgelovig is. Ze kan bijvoorbeeld niet altijd goed inschatten of iemand  een grapje maakt of niet. Die naïviteit baarde me weleens zorgen, omdat het haar kwetsbaar maakt.

Maar door mijn drukke baan had ik niet al te veel tijd om daarbij stil te staan.

Social media

Zo'n jaar geleden, Denise was net zestien geworden, ging het me irriteren dat ze continu met social media in de weer was. Als ik uit mijn werk kwam, trof ik haar steevast aan op haar kamer met haar mobiel in haar hand. Zelfs ’s avonds in bed kon ze geen afscheid nemen van haar telefoon. 

Op een avond tijdens het eten bracht ik haar gedrag ter sprake. Toen biechtte ze me op: “Mam, ik heb een leuke jongen leren kennen via Instagram.”

Naar onderbuikgevoel

Het bleek een jongen van een andere school, maar hij was pas zeventien en ik zag er in eerste instantie niet veel kwaads in. Toch kreeg ik, toen ze me een paar weken later voorstelde aan deze Michael, een naar onderbuikgevoel. En naarmate de dag vorderde, werd mijn gevoel sterker.

Hij deed overdreven vriendelijk tegen mij, terwijl ik hoorde dat hij haar, boven op haar kamer, commandeerde. Toen hij weg was, begon ik erover. Maar Denise werd boos: hij was juist geweldig. Ik wist dat aandringen een averechts effect zou hebben, dus liet ik het maar op z’n beloop.

Totdat ze op een gegeven moment tussen neus en lippen door vertelde dat hij een paar keer in aanraking was geweest met de politie, wegens diefstal. Ik werd ongerust, zei meteen dat ze moest stoppen met de relatie. Maar ze was te verliefd om te gehoorzamen.

Een paar maanden later vertelde ze dat een jongen uit haar klas gek op haar was. Hij vond zichzelf een veel betere partij voor haar dan Michael en dat liet hij haar nadrukkelijk merken. Zij vond het wel vermakelijk, maar toen Michael het hoorde, werd hij woest.

Ik raakte volledig in shock

Het weekend daarop ging ik naar een vriend buiten de stad. Hij had gevoetbald en we liepen net van het veld naar de kantine, toen mijn telefoon ging. Het bleek mijn beste vriendin te zijn, die me vertelde: “Je dochter is net door politieagenten meegenomen in een busje. Bel even de politie om te horen wat er aan de hand is.”

Maar wat er precies gebeurd was, hoorde ik pas in de rechtbank. Ik raakte volledig in shock toen ik het mijn dochter aan de rechter hoorde vertellen.

Michael had de jongen die achter zíjn vriendin aanzat een lesje willen leren. Hij had een gruwelijk plan bedacht, dat ze samen zouden uitvoeren.

Denise vroeg de jongen, via WhatsApp, naar haar toe te komen. Ze wachtte hem op bij een bushalte in ons dorp. Toen hij uitstapte, kwam Michael vanachter een geparkeerde auto tevoorschijn met een doek voor zijn mond en neus.

Hij greep de jongen met een nekklem vast, dreigde met een mes en eiste zijn portemonnee. Toen hij die gekregen had, stak hij de jongen nog eens keihard in z'n bovenbeen en rende vervolgens weg.

Toen de ambulance en de politie arri­veerden, loog Denise, zoals ze met haar vriendje had afgesproken, tegen de agenten dat ze de overvaller niet kende. 

Een halfjaar detentie

Een halfjaar detentie in een jeugdgevangenis legde de rechter mijn dochter op. De straf was zo hoog, omdat ze het krankzinnige plan samen hadden beraamd en uitgevoerd. Mijn dochter werd gezien als medepleger van straatroof met geweld.

Nog voel ik de woede die me overviel. Gericht op Michael. Hij had mijn wat naïeve, maar beschaafde meisje meegesleurd in de drek. Volledig van de kaart was ik.

Nadat ze gearresteerd was, heb ik twee weken niet geslapen, omdat ik vol adrenaline zat. Flarden van wat er gebeurd was, bleven maar door mijn hoofd schieten. Werken ging ook niet meer; ik moest me ziek melden.

Dit is een echte gevangenis

De eerste keer dat ik mijn dochter bezocht in de gevangenis herinner ik me nog goed. Na een treinreis van tweeënhalf uur liep ik over het bospad in de richting van de jeugdgevangenis.

In de verte zag ik een groot gebouw opdoemen. Het leek op een villa met een mooie tuin eromheen. Maar toen ik dichterbij kwam, zag ik de hoge hekken, overal beveiligd met schrikdraad. “Dit is een echte gevangenis,” schoot het door me heen, alsof het nu pas echt tot me doordrong. “En hier zit mijn kind nu.”

Binnen moet je eerst alles afgeven: sleutels, telefoon, riem. Dan ga je naar de wachtruimte, waar ook de andere mensen zitten die een gedetineerde komen bezoeken.

Ik ging zitten, keek rond en liet mijn oog even rusten op een vrouw met een korte broek en een vaal shirt. Onze ogen kruisten elkaar kort toen ze me boos toeschreeuwde: “Waarom kijk je naar me?” Ik schrok. Het was een totaal andere wereld waarin ik terecht ben gekomen. Een wereld waar je echt niet in wilt zitten.

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen

Tussen twee bewakers in liepen we naar de kantine. Daar zat Denise te wachten aan een tafeltje. “Wil je koffie mam?” vroeg ze, terwijl ze opstond om naar de koffie-­automaat te lopen. Ze zette twee plastic bekertjes op de tafel voor ons neer en kwam naast me zitten. Zwijgend zaten we even naast elkaar.

Toen zei ze: “Niet meteen kijken, maar dat meisje daar verderop links van je, heeft haar vader en haar broer vermoord.” Vanuit mijn ooghoeken zag ik een knap meisje met donkere krullen zitten. Ook zag ik een meisje met haar armen vol snijwonden. Het was behoorlijk schokkend, allemaal. 

Toen vroeg ik haar wat ik al die tijd al had willen vragen: “Denise, waarom heb je dit gedaan? Waarom?” Ik vertelde dat haar oma ook enorm geschokt was. “Ik weet het niet mama, maar ik was bang. Bang voor wat Michael mij zou aandoen als ik niet meedeed.”

Na een uur zei een van de medewerkers met een zware, harde stem: “Het bezoekuur is afgelopen.” Denise stond op, omhelsde me en zei huilend: “Mam, ik hou onwijs veel van jou. En het spijt me wat ik gedaan heb.”

Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer

Ik weet dat ze het meent, maar de situatie heeft onze sociale positie in het dorp enorm aangetast. Met sommige vriendinnen heb ik bijna geen contact meer. Ik kan met hen niet praten over de situatie, omdat ik me schaam.

Hun afkeurende houding, hoe ze naar me kijken als ik ze tegenkom, versterkt dat gevoel. Maar er zijn ook mensen die mij enorm steunen. Mijn moeder, mijn beste vriendin, mijn collega’s. Met hen is de band juist versterkt.

Dat is een voordeel, als je het zo mag noemen, van deze situatie: je merkt wel feilloos wie je echte vrienden zijn.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Anne (54) verloor haar dochter en zocht verdoving in de alcohol. Vier jaar verder lijkt het onmogelijk dat ze drank ooit nog opgeeft.

‘Twee weken geleden stond ik om half tien in de avondwinkel. Met een fles witte wijn in mijn handen. Ineens dook er een buurvrouw naast me op. “Feestje?” vroeg ze met een glimlach. Ik smoesde iets over onverwacht bezoek en dat ik niets in huis had.

In de auto kwamen de tranen

Voor de vorm greep ik nog naar een zak nootjes. Daarna draaide ik me gehaast om, bang dat ze aan mijn gezicht zou aflezen dat ik loog. Of dat ze zou ruiken dat ik al een aantal glazen wijn achter de kiezen had. 

Of ik haar een lift naar huis kon geven: ik hoorde heus nog wel dat ze dat riep. Maar ik hield me van de domme. Dat ik zelf de auto was ingestapt met drank op was al erg genoeg, al was het maar een paar straten rijden. Maar aangeschoten en wel een passagier meenemen? Geen denken aan.

In de auto kwamen de tranen; ik besefte weer eens goed hoe dom ik bezig was en ik schaamde me zo. Thuis bleek er maar een remedie: de fles opentrekken en een glas inschenken. En vervolgens doordrinken totdat ik de schaamte verdrongen had.

Totdat ik haast niets meer voelde en zonder gedachten in bed kon kruipen.

Tot vier jaar geleden was ik een matige drinker

In mijn studententijd ben ik weleens dronken geweest, maar toen ik trouwde, kwam dat allang niet meer voor. Toen ik kinderen kreeg, ben ik vanzelfsprekend lange periodes gestopt met alcohol en dat kostte me geen enkele moeite.

Mijn man was wel een behoorlijke innemer. In de eerste tien jaar dat we samen waren, stoorde me dat niet, toen werd hij nog gezellig van drank.

Later, toen het met ons huwelijk al bergafwaarts ging, begon hij een kwade dronk te krijgen. Dan begon hij te schreeuwen en te schelden en was hij niet meer voor rede vatbaar.

Ultimatum

Het liep zo uit de hand dat ik hem uiteindelijk een ultimatum stelde: als hij zou stoppen met drank, wilde ik nog wel relatietherapie proberen. Als hij het niet voor mij over had, was het maar beter dat hij vertrok. We zijn gescheiden.

Later hoorde ik dat hij een nieuwe vriendin had en voor haar wel bereid was, zich te laten behandelen. Dat deed pijn. Ik vond het pittig om er alleen voor te staan met mijn kinderen. Vooral mijn zoon baarde me grote zorgen. Hij is hoogbegaafd en had het op de middelbare school niet gemakkelijk.

Hechte band

Gelukkig kreeg ik veel steun van mijn dochter, die al in de twintig was en met wie ik een hechte band had. Ondanks dat ze het huis al uit was, hadden we dagelijks contact en kwam ze vaak bij me langs.

Op een gegeven moment stonden we zelfs allebei op Tinder. We zaten samen te swipen, bekeken elkaars matches en vertelden elkaar over onze dates.

Op een zonnige zaterdag ging ze naar het strand met een jongen die ze via deze datingapp had ontmoet. Op de terugweg raakten ze betrokken bij een frontale botsing.

Ik bad onophoudelijk

Vier dagen lang heb ik aan het bed van mijn dochter gewaakt, dagen waarin ik amper sliep en waarin ik voor het eerst sinds mijn vroege jeugd weer bad, onophoudelijk.

Een week later stonden we bij haar graf. Mijn zoon en ik, mijn ex en zijn nieuwe gezin. Al onze familie en vrienden. En de vrienden van mijn dochter, jong en springlevend, zoals zij dat pas ook nog was geweest.

Ik leefde in een waas. Ik had voortdurend het gevoel dat ik straks weer wakker zou worden. Dan zou alles weer gewoon zijn. Dan zou mijn dochter nog leven. Dan zouden we weer lachen, praten, shoppen, swipen en koken.

Durfde niet te gaan slapen

Maar dat moment van wakker worden uit die afschuwelijke droom kwam niet. ’s Avonds durfde ik haast niet te gaan slapen. Elke ochtend, als de waarheid weer tot mij doordrong, deed dat zoveel pijn dat ik dacht dat ik het niet zou overleven.

Dat korte moment van onwetendheid, totdat de waarheid erin hakte, mijn hart stilstond alsof ik het nieuws voor het eerst hoorde: het was te erg. Maar hele nachten opblijven was ook geen optie. Het enige waardoor ik kon ontspannen, waren een paar glazen wijn.

Met elke slok nam het gespook in mijn hoofd af

Mijn gedachten werden trager, stroperig, tot ik, doodmoe, indutte. De kater de volgende dag vond ik ook niet erg; ook die verdoofde mijn hartzeer enigszins. 

Ik ben in die tijd bij mijn huisarts geweest. Die schreef me kalmeringspillen voor. Maar niet te veel, niet te vaak, waarschuwde hij. ‘Voordat je het weet, ben je verslaafd. Dat moeten we niet hebben.’ Ik vind het een misser dat hij niet beter naar mij keek.

De drang om mezelf te verdoven, was zo groot dat ik dat ook zonder zijn hulp wel voor elkaar kreeg. Zo werd alcohol mijn beste vriend. Dat was immers overal voorhanden, elke supermarkt staat er vol mee.

Naïef

Ik lette wel op dat mijn zoon er niets van meekreeg. Ik wilde niet dat hij zich zorgen om mij zou maken. En dat was ook nergens voor nodig, dacht ik.

Ik had dit nu nodig om de eerste tijd door te komen. Maar ik was geen alcoholist, dat had ik mijn leven lang al bewezen, als matige drinker. Dan zou ik heus niet zomaar verslaafd raken, daar moet je toch een genetische aanleg voor hebben? 

Wat een naïeve gedachte. Als je maar stug doordrinkt, komt het zo in je systeem; wordt het zo’n gewoonte, dat je niet meer zonder kunt. Inmiddels is het vier jaar geleden dat mijn dochter overleed en hoewel ik haar nog dagelijks mis, zijn er momenten dat ik weer kan lachen.

Ik weet dat niet alles verloren is. Mijn met zoon gaat het heel goed. Hij heeft een eigen bedrijf opgestart waarmee hij succesvol is. Ik heb een fijne baan, lieve vriendinnen en door wat er met onze dochter is gebeurd, zijn mijn ex en ik weer naar elkaar toegegroeid.

Niet als partners, wel als vrienden. Ik kan alles met hem delen. Bijna alles.

Ik drink nog steeds veel te veel

Want wat niemand, ook hij en mijn zoon niet, weet, is dat ik nog altijd veel drink. Te veel, veel te veel. Het lukt me om dat voor iedereen te verbergen, omdat ik alleen drink als ik thuis ben. In mijn eentje.

In gezelschap neem ik nooit meer dan één drankje, dan kan ik me heel goed inhouden. Ik taal er ook niet naar. Op die momenten ben ik graag helder, zodat ik weet wat ik doe en wat ik zeg. Maar zodra ik alleen ben, ’s avonds, dan lonkt de wijn.

Als ik thuiskom, gaat meestal binnen tien minuten de eerste fles open. Ik probeer het daar bij te houden, maar het gebeurt regelmatig dat ik er nog eentje ontkurk. Want pas dan komt de verdoving, die ik zo prettig ben gaan vinden.

Dan komt de roes waarin ik mij kan onderdompelen. Die mij ontspant en tot mezelf brengt. Daarom zorg ik ervoor dat ik tenminste drie of vier avonden thuis ben. Zodat ik me in mijn eigen wereld kan terugtrekken. Ik zorg er wel voor dat ik op tijd mijn bed opzoek. Ik wil niet dat mijn baan eronder lijdt.

Ik zag het als iets dat ik verdiende

Of mijn drankgebruik daadwerkelijk geen negatieve invloed heeft, betwijfel ik: in de ochtend voel ik me zelden fit, terwijl ik vroeger toch een ochtendmens was. Maar in de loop van de dag ga ik me altijd beter voelen en daardoor verdwijnen telkens weer de voornemens om het niet meer zo bont te maken.

Lang heb ik de ernst er ook niet van ingezien. Ik zag het als troost, als iets wat ik verdiende. 

Hoe erg het was, ontdekte ik pas toen ik vorig jaar weer een relatie kreeg. De eerste tijd dronk ik minder, daarna kwam de trek terug. Wanneer hij het hele weekend bij me was, stuurde ik hem op zondagavond vaak naar huis. Om een fles wijn open te kunnen trekken.

Ik ben fout bezig, zelfdestructief

Ik was continu bezig met verbergen dat ik dronk. Ik forceerde weleens een ruzie om alleen te zijn. Uiteindelijk heb ik het uitgemaakt. Dat was simpeler dan steeds maar liegen. Toen besefte ik wel: ik ben fout bezig. Zelfdestructief, ook dat.

Als ik in de auto stap naar de avondwinkel, weet ik ook heel goed hoe verkeerd het is. Ik heb me na die pijnlijke ontmoeting met de buurvrouw voorgenomen om dat nooit meer te doen; dan pak ik de fiets maar.

Veel beter zou ik natuurlijk kunnen besluiten om op te houden met deze verschrikkelijke gewoonte.

Ik heb zelfs iemand in de buurt die mij heel goed zou kunnen helpen: mijn ex. Maar vooralsnog is de schaamte te groot om open kaart met hem te spelen.’