Vera (57) trouwde bijna dertig jaar geleden in gemeenschap van goederen, tegen het advies van haar vader in. Nu zij en haar man van elkaar vervreemd zijn, heeft ze daar veel spijt van. 

"Ik heb sinds vier jaar een eigen slaap­kamer in de villa waar ik woon met mijn man Frans. Vorige maand hoorde ik hem op de gang terwijl ik al in bed lag. Hij ­stopte voor mijn deur. Kennelijk aarzelde hij even, want het bleef stil. Toen klopte hij aan. Dat was al meer dan een jaar niet gebeurd, maar natuurlijk wist ik precies wat hij wilde. Ik negeerde hem en deed alsof ik sliep.

More content below the advertising

Na een paar minuten hoorde ik hem weglopen. Het was alsof ik zijn afhangende schouders kon zien. De dag erna zei hij er niets over. Ik ook niet. Persoonlijke gesprekken voeren we nooit meer. En de intimiteit, waar hij kennelijk in een opwelling weer even naar verlangde, is al zo lang weg. Alles wat onze harten ooit bond, is opgelost in jaren langs elkaar heen leven en in gekibbel over de kinderen en andere zaken. En vooral in geruzie over geld. 

Hoewel we met elkaar vergroeid zijn, dat krijg je na een huwelijk van bijna dertig jaar, zou ik het liefste scheiden. Ik voel me nog jong, fit en gezond en ik zou graag alleen verder gaan om te ontdekken wat het leven nog meer voor mij in petto heeft. Maar financieel is een scheiding ingewikkeld en zal het voor veel frustraties zorgen.

Had ik maar naar mijn vader geluisterd...

Altijd als ik erover nadenk, denk ik: had ik het maar anders gedaan, ooit, toen we ­trouwden. Had ik maar naar mijn vader geluisterd. In eerste instantie al, en helemaal toen hij later nogmaals zijn standpunt liet blijken. Maar ik was eigenwijs en ging in tegen zijn nadrukkelijke wensen. Nu, na al die jaren, moet ik hem alsnog gelijk geven.

Ik kom uit een bemiddelde familie. Ik ben opgegroeid in een prachtig, statig huis. Toen ik Frans voor het eerst meenam naar een etentje, viel zijn mond open. Aan tafel, met mijn ouders en broers, herpakte hij zich al snel. Hij had gestudeerd, is heel intelligent en weet over alles mee te praten.

Dat zijn vader fabrieksarbeider was, daar schaamde hij zich niet voor. 'Ik geloof dat het leven maakbaar is', zei hij die avond. Ik herinner het me nog precies. Wat was ik trots op hem, mijn zelfbewuste vriend. En wat was ik verliefd. Dat mijn ouders liever een ander type man voor me hadden gewild, een zoon van een van hun vrienden bijvoorbeeld, kon me niet schelen. Ik wilde Frans, en al zou mijn vader hoog en laag springen, ik zou met hem trouwen.

Houd geld en liefde gesscheiden

Mijn vader zag dat het echte liefde was. Dat gunde hij me. Bovendien mocht hij Frans graag en zag hij dat hij veel in zijn mars had. Dus hij legde ons geen strobreed in de weg. Het enige waar hij bij me op aandrong, was dat ik niet zou trouwen in gemeenschap van ­goederen. 'Jij zult later veel geld krijgen', zei hij. 'Hou geld en liefde gescheiden, dat is beter. En geef je zelfstandigheid niet weg. Je weet nooit hoe het leven zal lopen.'

Ik nam zijn advies niet serieus.

Huwelijkse voorwaarden vond ik zo onromantisch. Als je trouwt, doe je dat toch voor het leven? Ik wilde me aan Frans verbinden, in goede en in slechte tijden. En alles met hem delen, niet meteen al met een slag om de arm beginnen. Ik dacht ook dat Frans beledigd zou zijn als ik het hem zou voorstellen. Dus nee, hoe mijn vader er ook op aandrong, huwelijkse voorwaarden waren voor mij simpelweg niet bespreekbaar.

Heel goed gehad

Frans en ik hebben het jarenlang heel goed gehad samen. We kregen vier gezonde ­kinderen, waaronder een tweeling. Terwijl ik voor ons gezin zorgde, maakte Frans ­carrière. Hij was net voor zichzelf begonnen toen mijn ouders, kort na elkaar, overleden. Ik erfde samen met mijn broers een aardig kapitaal. Mijn vader, niet voor één gat te vangen, had er voor mij een uitsluitingsclausule aan verbonden. Het geld ontving ik op mijn naam en viel buiten het gemeenschappelijk bezit.

Ik had verdriet om mijn vaders dood, maar voelde me ook gekwetst. Hij respecteerde mijn keuze dus nog steeds niet. Ik besloot meteen dat mijn geld gewoon óns geld zou worden. We gingen ruimer wonen en lieten onze villa precies naar onze wensen verbouwen. Ik had eigenlijk al het geërfde geld in ons huis willen steken, Frans wilde er liever toch nog een flinke hypotheek op afsluiten. Dan kon hij de rest van het geld investeren in zijn bedrijf. Ik vertrouwde op zijn inzicht en stemde ermee in. 

'Had ik die tweede keer mijn poot maar stijf gehouden'

Een paar jaar later erfde ik onvoorzien opnieuw een flinke smak geld, ditmaal van mijn tante. Dat viel automatisch aan zowel Frans als mij ten deel. Dit keer was ik daar diep in mijn hart al niet helemaal blij mee. Frans drong aan om het merendeel van het geld opnieuw te investeren in zijn zaak.

Hoewel ik zag dat hij het goed deed en een riant jaarsalaris verdiende, voelde het niet helemaal juist dat hij aan de haal ging met het geld van mijn tante. Zij was altijd zuinig geweest en had nooit risico’s genomen. De plannen die Frans ermee had, grote investeringen in het buitenland, waren rigoureus. Het kon goed gaan, maar ook mislukken. Toch wist hij me te over­tuigen. Hij had alles goed op de rit, hij zou dat geld verdubbelen, minstens, ik moest hem vertrouwen, echt. 

Had ik mijn poot toen maar stijf gehouden

Had ik maar geëist dat we tenminste de helft op een verstandige, veilige manier zouden beleggen. Maar ik kon niet tegen Frans' enthousiasme op, en omdat hij degene was die maandelijks het geld binnenbracht, vond ik dat ik minder recht van spreken had. Alleen voor onze kinderen zetten we wat geld vast. Gelukkig maar, zij konden en kunnen dus onbekommerd studeren. En we maakten met het hele gezin een verre, dure reis. Maar daarna was er weinig over van de erfenis. 

Niet lang na Frans’ investeringen zette de crisis in. 2008 was een slecht jaar, 2009 nog slechter en dat hield alleen maar aan. Uiteindelijk moest hij het buitenlandse ­project afstoten en in Nederland werk­nemers ontslaan. Daarna stabiliseerde de situatie gelukkig wel. Hij wist te voorkomen dat we in grote problemen raakten. Maar mijn erfenissen zijn in de loop der jaren zo goed als verdwenen.

Daarmee is ook mijn liefde voor Frans ­vervaagd. Hoe slechter de zaken gingen, hoe meer wij uit elkaar groeiden. Hij trok zich terug, sloot mij buiten. En ik nam hem zijn falen meer kwalijk dan ik had gehoopt en gewild. Ik vind het niet fraai van mezelf, ik dacht dat ik echt in goede en in slechte tijden van Frans zou houden, maar tegen deze financiële dreunen bleek ons huwelijk niet bestand.

Niets zo slecht voor je seksleven als onuitgesproken verwijten

In het begin maakten we er nog ruzie over, later werd het vooral ijzig tussen ons. Zeker toen onze kinderen op eigen benen stonden. Zij waren al die jaren de bliksemafleider tussen Frans en mij geweest, ze brachten een hoop levendigheid in huis. Toen de jongste twee tegelijkertijd elders gingen studeren, werd het stil. Stil aan tafel, waar Frans en ik meestal met een krant zitten, stil op de bank, wanneer ik in mijn eentje televisie kijk terwijl Frans op zijn werkkamer zit en stil in bed. Niets zo slecht voor je seksleven als onuitgesproken verwijten.

Doordat ik een tijd slecht sliep in verband met overgangs­klachten en Frans steeds meer begon te snurken, richtte ik een kamer voor mezelf in. Algauw sliep ik daar elke nacht. In het begin kwam Frans nog wel eens langs voor intimiteiten, maar ook dat doofde uit. Nu zijn we huisgenoten, die elkaar nog wel kunnen verdragen, maar ook niet meer dan dat.

Frans’ zaak zit het laatste jaar weer in de lift. Soms vertelt hij daar vol vuur over en ik probeer dan enthousiast te reageren, maar dat gaat niet van harte. Hoe goed het ook gaat, 'mijn' geld zal hij er niet mee terugverdienen. Ik voel dat dit blijvend ­tussen ons in staat en ik zou het liefste bij hem weggaan. In mijn eentje opnieuw beginnen.

Die achteruitgang zie ik absoluut niet zitten

Maar doordat het meeste geld dat we nog hebben in zijn bedrijf zit, zal een scheiding veel voeten in de aarde hebben. Onze villa zal verkocht moeten worden, we zullen beiden naar een eenvoudiger woning moeten verhuizen. Die achteruitgang zie ik absoluut niet zitten. Ik ben nu al gefrustreerd over hoe alles is gelopen, kun je nagaan hoe ik me dán zal voelen. Dan word ik dagelijks geconfronteerd met hoe dom ik ben geweest.

Dat geld van mijn vader, ik had het nooit in onze gezamenlijke 'pot' moeten storten. Ik voelde me toen beledigd en niet serieus genomen, maar ik had het moeten zien als wijze zorg van mijn vader. Dan had ik nu tenminste een mooie woning voor mezelf kunnen kopen en had ik me geen zorgen over geld hoeven te maken. Wellicht waren Frans en ik dan zelfs nooit zo uit elkaar gegroeid als nu, maar waren we nog gelukkig geweest samen. Mijn vader had toch gelijk: geld en liefde, dat gaat niet samen.” 

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.