Vera (57) trouwde bijna dertig jaar geleden in gemeenschap van goederen, tegen het advies van haar vader in. Nu zij en haar man van elkaar vervreemd zijn, heeft ze daar veel spijt van. 

"Ik heb sinds vier jaar een eigen slaap­kamer in de villa waar ik woon met mijn man Frans. Vorige maand hoorde ik hem op de gang terwijl ik al in bed lag. Hij ­stopte voor mijn deur. Kennelijk aarzelde hij even, want het bleef stil. Toen klopte hij aan. Dat was al meer dan een jaar niet gebeurd, maar natuurlijk wist ik precies wat hij wilde. Ik negeerde hem en deed alsof ik sliep.

Na een paar minuten hoorde ik hem weglopen. Het was alsof ik zijn afhangende schouders kon zien. De dag erna zei hij er niets over. Ik ook niet. Persoonlijke gesprekken voeren we nooit meer. En de intimiteit, waar hij kennelijk in een opwelling weer even naar verlangde, is al zo lang weg. Alles wat onze harten ooit bond, is opgelost in jaren langs elkaar heen leven en in gekibbel over de kinderen en andere zaken. En vooral in geruzie over geld. 

Hoewel we met elkaar vergroeid zijn, dat krijg je na een huwelijk van bijna dertig jaar, zou ik het liefste scheiden. Ik voel me nog jong, fit en gezond en ik zou graag alleen verder gaan om te ontdekken wat het leven nog meer voor mij in petto heeft. Maar financieel is een scheiding ingewikkeld en zal het voor veel frustraties zorgen.

Had ik maar naar mijn vader geluisterd...

Altijd als ik erover nadenk, denk ik: had ik het maar anders gedaan, ooit, toen we ­trouwden. Had ik maar naar mijn vader geluisterd. In eerste instantie al, en helemaal toen hij later nogmaals zijn standpunt liet blijken. Maar ik was eigenwijs en ging in tegen zijn nadrukkelijke wensen. Nu, na al die jaren, moet ik hem alsnog gelijk geven.

Ik kom uit een bemiddelde familie. Ik ben opgegroeid in een prachtig, statig huis. Toen ik Frans voor het eerst meenam naar een etentje, viel zijn mond open. Aan tafel, met mijn ouders en broers, herpakte hij zich al snel. Hij had gestudeerd, is heel intelligent en weet over alles mee te praten.

Dat zijn vader fabrieksarbeider was, daar schaamde hij zich niet voor. 'Ik geloof dat het leven maakbaar is', zei hij die avond. Ik herinner het me nog precies. Wat was ik trots op hem, mijn zelfbewuste vriend. En wat was ik verliefd. Dat mijn ouders liever een ander type man voor me hadden gewild, een zoon van een van hun vrienden bijvoorbeeld, kon me niet schelen. Ik wilde Frans, en al zou mijn vader hoog en laag springen, ik zou met hem trouwen.

Houd geld en liefde gesscheiden

Mijn vader zag dat het echte liefde was. Dat gunde hij me. Bovendien mocht hij Frans graag en zag hij dat hij veel in zijn mars had. Dus hij legde ons geen strobreed in de weg. Het enige waar hij bij me op aandrong, was dat ik niet zou trouwen in gemeenschap van ­goederen. 'Jij zult later veel geld krijgen', zei hij. 'Hou geld en liefde gescheiden, dat is beter. En geef je zelfstandigheid niet weg. Je weet nooit hoe het leven zal lopen.'

Ik nam zijn advies niet serieus.

Huwelijkse voorwaarden vond ik zo onromantisch. Als je trouwt, doe je dat toch voor het leven? Ik wilde me aan Frans verbinden, in goede en in slechte tijden. En alles met hem delen, niet meteen al met een slag om de arm beginnen. Ik dacht ook dat Frans beledigd zou zijn als ik het hem zou voorstellen. Dus nee, hoe mijn vader er ook op aandrong, huwelijkse voorwaarden waren voor mij simpelweg niet bespreekbaar.

Heel goed gehad

Frans en ik hebben het jarenlang heel goed gehad samen. We kregen vier gezonde ­kinderen, waaronder een tweeling. Terwijl ik voor ons gezin zorgde, maakte Frans ­carrière. Hij was net voor zichzelf begonnen toen mijn ouders, kort na elkaar, overleden. Ik erfde samen met mijn broers een aardig kapitaal. Mijn vader, niet voor één gat te vangen, had er voor mij een uitsluitingsclausule aan verbonden. Het geld ontving ik op mijn naam en viel buiten het gemeenschappelijk bezit.

Ik had verdriet om mijn vaders dood, maar voelde me ook gekwetst. Hij respecteerde mijn keuze dus nog steeds niet. Ik besloot meteen dat mijn geld gewoon óns geld zou worden. We gingen ruimer wonen en lieten onze villa precies naar onze wensen verbouwen. Ik had eigenlijk al het geërfde geld in ons huis willen steken, Frans wilde er liever toch nog een flinke hypotheek op afsluiten. Dan kon hij de rest van het geld investeren in zijn bedrijf. Ik vertrouwde op zijn inzicht en stemde ermee in. 

'Had ik die tweede keer mijn poot maar stijf gehouden'

Een paar jaar later erfde ik onvoorzien opnieuw een flinke smak geld, ditmaal van mijn tante. Dat viel automatisch aan zowel Frans als mij ten deel. Dit keer was ik daar diep in mijn hart al niet helemaal blij mee. Frans drong aan om het merendeel van het geld opnieuw te investeren in zijn zaak.

Hoewel ik zag dat hij het goed deed en een riant jaarsalaris verdiende, voelde het niet helemaal juist dat hij aan de haal ging met het geld van mijn tante. Zij was altijd zuinig geweest en had nooit risico’s genomen. De plannen die Frans ermee had, grote investeringen in het buitenland, waren rigoureus. Het kon goed gaan, maar ook mislukken. Toch wist hij me te over­tuigen. Hij had alles goed op de rit, hij zou dat geld verdubbelen, minstens, ik moest hem vertrouwen, echt. 

Had ik mijn poot toen maar stijf gehouden

Had ik maar geëist dat we tenminste de helft op een verstandige, veilige manier zouden beleggen. Maar ik kon niet tegen Frans' enthousiasme op, en omdat hij degene was die maandelijks het geld binnenbracht, vond ik dat ik minder recht van spreken had. Alleen voor onze kinderen zetten we wat geld vast. Gelukkig maar, zij konden en kunnen dus onbekommerd studeren. En we maakten met het hele gezin een verre, dure reis. Maar daarna was er weinig over van de erfenis. 

Niet lang na Frans’ investeringen zette de crisis in. 2008 was een slecht jaar, 2009 nog slechter en dat hield alleen maar aan. Uiteindelijk moest hij het buitenlandse ­project afstoten en in Nederland werk­nemers ontslaan. Daarna stabiliseerde de situatie gelukkig wel. Hij wist te voorkomen dat we in grote problemen raakten. Maar mijn erfenissen zijn in de loop der jaren zo goed als verdwenen.

Daarmee is ook mijn liefde voor Frans ­vervaagd. Hoe slechter de zaken gingen, hoe meer wij uit elkaar groeiden. Hij trok zich terug, sloot mij buiten. En ik nam hem zijn falen meer kwalijk dan ik had gehoopt en gewild. Ik vind het niet fraai van mezelf, ik dacht dat ik echt in goede en in slechte tijden van Frans zou houden, maar tegen deze financiële dreunen bleek ons huwelijk niet bestand.

Niets zo slecht voor je seksleven als onuitgesproken verwijten

In het begin maakten we er nog ruzie over, later werd het vooral ijzig tussen ons. Zeker toen onze kinderen op eigen benen stonden. Zij waren al die jaren de bliksemafleider tussen Frans en mij geweest, ze brachten een hoop levendigheid in huis. Toen de jongste twee tegelijkertijd elders gingen studeren, werd het stil. Stil aan tafel, waar Frans en ik meestal met een krant zitten, stil op de bank, wanneer ik in mijn eentje televisie kijk terwijl Frans op zijn werkkamer zit en stil in bed. Niets zo slecht voor je seksleven als onuitgesproken verwijten.

Doordat ik een tijd slecht sliep in verband met overgangs­klachten en Frans steeds meer begon te snurken, richtte ik een kamer voor mezelf in. Algauw sliep ik daar elke nacht. In het begin kwam Frans nog wel eens langs voor intimiteiten, maar ook dat doofde uit. Nu zijn we huisgenoten, die elkaar nog wel kunnen verdragen, maar ook niet meer dan dat.

Frans’ zaak zit het laatste jaar weer in de lift. Soms vertelt hij daar vol vuur over en ik probeer dan enthousiast te reageren, maar dat gaat niet van harte. Hoe goed het ook gaat, 'mijn' geld zal hij er niet mee terugverdienen. Ik voel dat dit blijvend ­tussen ons in staat en ik zou het liefste bij hem weggaan. In mijn eentje opnieuw beginnen.

Die achteruitgang zie ik absoluut niet zitten

Maar doordat het meeste geld dat we nog hebben in zijn bedrijf zit, zal een scheiding veel voeten in de aarde hebben. Onze villa zal verkocht moeten worden, we zullen beiden naar een eenvoudiger woning moeten verhuizen. Die achteruitgang zie ik absoluut niet zitten. Ik ben nu al gefrustreerd over hoe alles is gelopen, kun je nagaan hoe ik me dán zal voelen. Dan word ik dagelijks geconfronteerd met hoe dom ik ben geweest.

Dat geld van mijn vader, ik had het nooit in onze gezamenlijke 'pot' moeten storten. Ik voelde me toen beledigd en niet serieus genomen, maar ik had het moeten zien als wijze zorg van mijn vader. Dan had ik nu tenminste een mooie woning voor mezelf kunnen kopen en had ik me geen zorgen over geld hoeven te maken. Wellicht waren Frans en ik dan zelfs nooit zo uit elkaar gegroeid als nu, maar waren we nog gelukkig geweest samen. Mijn vader had toch gelijk: geld en liefde, dat gaat niet samen.” 

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Toen haar schoonmoeder overleed, ving Joke (49) haar verdrietige schoonvader op. Wat niemand voor mogelijk hield, gebeurde: ze werden verliefd op elkaar.

‘Vorige week was mijn schoonvader jarig. We gingen met het hele gezin naar hem toe. Het zou de eerste verjaardag worden zonder zijn vrouw Mary, die tien maanden geleden overleed.

Mijn schoonvaders grijze lokken waren bruin geverfd, de kleur die ze vroeger hadden. Michel, mijn partner, reageerde verbaasd. “Dit had mam moeten zien zeg,” zei hij. “Hoe kom je hier nou ineens bij?

Zijn vader reageerde afhoudend. “Gewoon, eens wat anders,” zei hij, en liet ons binnen. Hij serveerde taart en koffie, onze jongens kregen frisdrank. We praatten wat. Afgezien van zijn nieuwe look leek alles heel gewoon. 

Het zweet brak me uit

Totdat ik plotseling een vestje zag hangen over een van de eetkamerstoelen. Een blauw gestreept vestje. Míjn vestje. Ik had het al jaren, herkende het uit duizenden. Het leek me onmogelijk dat Michel het niet zou opmerken – en zich zou afvragen hoe dat daar kwam.

Mijn hart schoot een versnelling hoger; als hij erover zou beginnen, moest ik snel met een smoes komen. Sneller dan mijn schoonvader, die vast paniekerig een ander verhaal op zou hangen. Het zweet brak me uit.

Maar Michel zag niets, kletste ontspannen met zijn vader. Na een tijdje opende hij de tuindeuren om te voetballen met onze jongens. Achter zijn rug om greep ik het vestje en propte het in mijn tas.

Het hing daar al drie dagen, sinds de laatste keer dat ik mij een middag vrij had weten te maken om in mijn eentje naar mijn schoonvader Job te gaan. Het was warm geweest in zijn huis, daardoor had ik het meteen bij binnenkomst uitgetrokken.

De rest van mijn kleding volgde kort daarna. In de slaapkamer, waar Job al op bed was gaan liggen. Daar lagen we, praatten we en vreeën we, tot ik terug naar huis moest. Gehaast was ik weggelopen, na nog een laatste zoen in de hal. Weg naar mijn andere leven, naar mijn echte leven.

Naar Michel, met wie ik al meer dan twintig jaar samenwoon en die ik zie als de liefde van mijn leven. Toch zijn er gevoelens voor zijn vader ontvlamd. 

Ik kreeg er echt een familie bij

Ik heb Job altijd sympathiek gevonden. Net als zijn vrouw Mary. Aangezien het tussen Michel en mij al snel serieus werd, duurde het ook niet lang voordat ik zijn vader en moeder ontmoette. Ik was verbaasd dat Michel van die jonge ouders had. Net twintig waren ze, toen Michel was gekomen.

Bij hen thuis ging het er veel losser aan toe dan in mijn ouderlijk huis. Ik was een nakomertje, mijn moeder liep al tegen de veertig toen ze mij kreeg. Tel daarbij op dat ik ben opgegroeid in het oosten van het land en Michel in de Randstad, en het is wel duidelijk dat mijn achtergrond heel anders was.

Mijn schoonouders hielden ook wel van een drankje en het werd weleens drie uur ’s nachts als we daar op bezoek gingen. Dan speelden we Risk, waarbij Michels vader razend fanatiek was en om te winnen soms zelfs balorig vals speelde. Ik moest daar erg om lachen. Het waren hartverwarmende ontmoetingen. Ik had er echt een familie bij. 

Ik heb nooit bijgedachten gehad

Hoe aardig ik Job ook vond – en hoe knap, want dat is hij altijd geweest – ik heb nooit bijgedachten over hem gehad. Dat ik hem aantrekkelijk vond of zo. Natuurlijk niet. Hij was de vader van mijn partner. En de opa van onze kinderen.

Vorig jaar waren mijn schoonouders, beiden net gepensioneerd, op vakantie in Zuid-Frankrijk toen Mary onwel werd. Ze belandde in het ziekenhuis. “Gewoon voor de zekerheid,” vertelde Job ons.

Het zat Michel niet lekker – zijn moeder was altijd zo gezond. Hij overwoog het vliegtuig te pakken. Had hij dat maar gedaan, dan had hij nog afscheid kunnen nemen. De volgende dag belde Job opnieuw. In tranen. Mary was overleden. Zelfs de artsen hadden dit niet zien aankomen.

Verdoofd zijn we met het hele gezin afgereisd, om Job te halen. En het lichaam van Michels moeder. Er volgde een intense week van rouw, veel dingen regelen, een aangrijpend afscheid. Daarna het gat: het besef dat ze echt, voorgoed weg was.

Hij voelde zich eenzaam

Job kwam in de tijd daarna vaak bij ons over de vloer. Zonder baan, en met dat veel te grote huis voor hem alleen, voelde hij zich eenzaam. Natuurlijk zetten wij graag een bord erbij op tafel.

Ook kon hij blijven slapen wanneer hij maar wilde. Dat deed hij regelmatig; hij houdt nog altijd van een wijntje. Daarnaast vond Job het gewoon fijn bij ons. Hij leerde gamen van onze jongens. Daarin was hij net zo fanatiek als vroeger bij Risk.

Hij ving ze op als Michel en ik tot laat moesten werken. Ook vond hij het prettig om in ons huis te klussen. Het gaf hem afleiding van zijn verdriet.

Onze band werd persoonlijker 

Een half jaar geleden verloor ik mijn baan. Daardoor was ik ineens veel meer thuis. De eerste tijd voelde Job zich daardoor opgelaten, hij had het gevoel dat hij mij in de weg liep. Maar ik drukte hem op het hart dat hij zich niet teveel moest voelen.

Ik vond het alleen maar gezellig om niet alleen aan de ontbijttafel achter te blijven als iedereen naar werk of school vertrok. Vaak zaten wij nog lang koffie te drinken. Soms voerden we diepe gesprekken over Mary. Dan weer hielp hij me met een sollicitatiebrief of sprak hij me zelfvertrouwen in wanneer ik ergens op gesprek ging.

Onze band werd persoonlijker. Ik begon hem als vriend te zien. Wanneer die vriendschappelijke gevoelens overgingen in andere gevoelens, gevoelens van verliefdheid, dat durf ik niet te zeggen. Het ging langzaam.

Soms bleven wij samen zitten praten of tv kijken als Michel naar bed ging. Michel vond dat niet erg, hij was alleen maar blij dat het beter met zijn vader leek te gaan. Andere keren deden Job en ik samen boodschappen. We kochten nieuwe kleren voor hem.

Toen ik op een dag eerst naar Job belde, na een afwijzing voor een baan die ik graag wilde, dacht ik wel: “Dat is gek. Waarom bel ik niet eerst naar Michel?” Maar die was toch druk, wist ik. Wij leefden behoorlijk langs elkaar heen. Met Job daarentegen had ik echt contact. 

En toen was daar die zoen 

Bij ons thuis, op de bank, ’s avonds laat. Michel lag een verdieping hoger. Het was een zoen waar we helemaal in verdwenen. Toen glipte Job weg, naar onze logeerkamer, en kroop ik onthutst naast Michel. Totaal in de war.

Dat was Job ook: de volgende morgen vertrok hij toen ons gezin nog zat te ontbijten. Hij mompelde iets over een afspraak die hij vergeten was. Ook zei hij dat het tijd werd om meer op eigen benen te gaan staan.

Twee dagen later belde hij me: we moesten praten, vond hij. Ik reed naar zijn huis, naar “neutraal gebied”, vastbesloten om aan te geven dat we die kus zo snel mogelijk moesten vergeten. Job wilde exact hetzelfde zeggen. Maar we belandden in bed, er was geen houden aan.

Dat je zó verliefd kunt zijn. Zo overweldigend verliefd dat de rest van de wereld volledig oplost; al is de situatie nog zo gecompliceerd, ik had het mij niet kunnen voorstellen. Ik was nog nooit vreemdgegaan, zelfs niet in de verleiding gekomen. Maar na die eerste keer was ik verslaafd. Net zoals mijn schoonvader. 

Wij hebben nu twee maanden een verhouding 

Mijn leven staat totaal op z’n kop. Ik weet dat dit fout is, iets fouters dan dit is haast niet denkbaar. Maar we worden zo naar elkaar toe getrokken…

Sinds die eerste zoen heeft Job nooit meer bij ons thuis geslapen. Hij komt ook minder, zegt tegen Michel dat hij zijn leven weer aan het opbouwen in. Maar ik ga wel naar hem, ten minste drie keer per week.

Omdat ik nog steeds niet werk, heb ik alle tijd – en die tijd besteed ik het liefste aan Job. Michel heeft geen enkel idee wat er speelt, hij is enkel blij dat het beter lijkt te gaan met zijn vader. 

Hij fantaseert over een toekomst samen

Na ons verjaardagsbezoek en zijn verbazing over het geverfde haar van zijn vader, zei Michel in de auto tegen me: “Er is vast een nieuwe vrouw in zijn leven, denk je niet?” Ik knikte en verbeet me.

Hij moest eens weten wie die nieuwe vrouw is. Ik bestierf het van schuldgevoel. Jegens Michel, maar ook jegens Job. Want hoewel we het er niet over hebben, voel ik aan alles dat hij fantaseert over een toekomst met mij.

Kennelijk is zijn liefde zo groot, dat hij daarvoor zelfs de band met zijn zoon en kleinkinderen op het spel wil zetten.

Dat is heftig, vooral omdat het voor mij anders is. Ik ben verliefd, dat zeker: maar ik hou ook van Michel en zal hem en mijn gezin nooit opgeven. Michel is mijn leven, Job is mijn vlucht. Maar hier kan onmogelijk nog een einde aan komen zonder dat er harten worden gebroken.’

De namen in dit interview zijn gefingeerd.

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in

 

Sinds Saskia (55) een nieuwe partner heeft, heeft ze ook de dochter waar ze altijd al naar verlangde. Daar is ze blij mee, maar het strooit tevens zout in de wond die er klaarblijkelijk nog steeds is.

‘Op mijn verjaardag belde ze me op mijn werk. ‘Ga je mee lunchen straks? Ik trakteer!’ Ik nam de spontane uitnodiging van mijn stiefdochter graag aan. Wat leuk dat ze eraan dacht dat ik jarig was en dat ze de moeite wilde nemen om naar me toe te komen!

We troffen elkaar in een cafétje vlakbij. Ze bleek ook nog een cadeautje voor me te hebben. Oorbellen, die perfect bij een bepaalde outfit passen die ik onlangs aan had. Zíj ziet dat soort dingen, zo leuk.

Felicitatie-appje

Maar hierdoor kwam het extra hard aan dat mijn oudste zoon zich er met een felicitatie-appje vanaf maakte. Mijn jongste liet zelfs helemaal niets van zich horen. Aan het einde van de avond belde ik hem zelf, omdat ik zijn stem even wilde horen.

Natuurlijk vatte hij dat op als verwijt en we kregen woorden. Gefrustreerd kroop ik na afloop in bed, boos dat ik niet gewoon blij kon zijn met wat ik wél had gekregen, aan aandacht en attenties. Ik geef nota bene niet eens zoveel om mijn verjaardag!

Maar het warme contact met de stiefdochter die ik sinds anderhalf jaar heb, wakkert gevoelens bij me aan die ik allang een plaats dacht te hebben gegeven.

Gezin viel uit elkaar

Ik kom uit een meidengezin. Ik heb drie zussen en het was altijd een vrolijke boel bij ons thuis. Soms werd het mijn vader te veel, dan vluchtte hij naar zijn werkkamer. Maar hij was stapelgek op ons. Helaas is ons gezin na de dood van mijn ouders, kort na elkaar, uit elkaar gevallen.

Twee van mijn zussen zijn naar het buitenland verhuisd en met mijn jongste zus, die nog wel dichtbij woont, deelde ik altijd al wat minder. Soms hebben we fantastische reünies met z’n vieren, maar de verbondenheid van vroeger, nee, die is er niet meer.

Twee was het maximum

Toen ik Joris leerde kennen en met hem trouwde, hoopte ik met hem net zo’n fijn gezin te stichten als dat waarin ik was opgegroeid. Met een hoop kinderen, voor mijn part vier of vijf.

Als snel bleek dat Joris dat niet zag zitten. Twee was voor hem het maximum. En dat snapte ik ook wel; we vonden allebei onze carrière ook belangrijk en hoe vind je daar nog ruimte voor als je alleen maar aan het zorgen ben?

Ik was net dertig toen ik stopte met de pil. Binnen een paar maanden was het raak. Hoewel ik sociaal wenselijk tegen iedereen riep dat het me niets uitmaakte wat het zou zijn - ‘als het maar gezond was’ - klopte dat niet helemaal. Ik hoopte met heel mijn hart op een meisje. Dat leek mij toch het allerleukste. Ik had ook al meisjesnamen. Voor een jongen was het meer puzzelen.

Maarten werd geboren op een stralende zondag. Ik keek in zijn blauwe ogen en was op slag verliefd. Van een meisje had ik onmogelijk meer kunnen houden, mijn lichaam kon dit sterke gevoel van liefde al nauwelijks aan.

Allemaal positieve voortekenen

Na een paar jaar besloten we voor een tweede kind te gaan. Helaas ging het dit keer niet zo vlot. Ik was me al enige zorgen aan het maken toen ik na ruim een jaar toch over tijd was.

Zo goed als ik mij bij de eerste zwangerschap voelde, zo ziek was ik deze keer. Ik kon zelfs een paar maanden amper werken. Door het grote verschil met de vorige keer, moest het dit keer wel een meisje zijn, meende ik. Mijn buik zag er ook anders uit, en mijn buik en billen werden dikker. Allemaal positieve voortekenen!

Het bleek opnieuw een jongetje 

Ook hem sloot ik direct in mijn hart, toch voelde ik dit keer wel degelijk teleurstelling. Het onmogelijke was gebeurd: ik had een jongensgezin. En dat zou het blijven, want mijn man wilde geen kinderen meer.

In de loop van de jaren hebben we daar nog vaak over gepraat. Want in mijn hart bleef ik naar een dochter verlangen. Af en toe sneed ik het onderwerp aan. Maar mijn man was heel duidelijk: nee.

Ik heb nog getwijfeld of ik zou sjoemelen met de pil. Maar dat stuitte me tegen de borst, een kind moet je met z’n tweeën wensen. En het zou anders weleens een obsessie kunnen worden voor me. Nee, ik moest tevreden zijn met wat ik had.

En dat lukte. Onze jongens zijn geweldig en ik hou zielsveel van ze. Ze zijn net zo sportief als hun vader. Dat bracht ook mij in beweging; toen zij op de latten stonden, kon ik niet achterblijven. We zijn fervente wintersporters geworden. Ook in de zomer gingen we de bergen in. Ik genoot er net zoveel van als zij.

Zo ontzettend op zichzelf

Maar toen mijn jongens in de puberteit waren, begon het toch weer te knagen. Ze waren ontzettend op zichzelf, maakten onvoorstelbaar veel troep, deden niets anders dan gamen op hun kamer en sloten mij buiten. Als we 's avonds zaten te eten, zaten ze continu op hun telefoon.

Het leek in niets op de sfeer die er vroeger bij ons thuis aan tafel heerste. Maar ik verbood mezelf erover te piekeren. Al voelde ik soms wel een steek van jaloezie als een van mijn vriendinnen leuk ging shoppen met haar dochter.

Dan dacht ik vlug aan een andere vriendin, wiens dochter zo dwars was dat ze naar een internaat moest. Je hebt het niet voor het kiezen. En er waren andere dingen om me druk over te maken: mijn huwelijk liep niet meer.

Lege nest-syndroom

Drie jaar geleden zijn Joris en ik uit elkaar gegaan. Onze oudste was toen net het huis uit. Onze jongste was zeventien en bleef bij mij wonen, in ons oude huis.

Ik heb in het eerste jaar na de scheiding veel steun aan hem gehad. Niet met veel woorden, hij is vrij introvert, maar wat hebben wij een series gekeken, samen op de bank. En dan frituurden we samen bitterballen, ’s avonds laat. Zo gezellig.

Dat hield op toen hij ging studeren en het huis uitging. Ik heb veel moeite gehad om mijn draai weer te vinden. In een paar jaar tijd was er zoveel veranderd. Ik kampte echt met het lege-nestsyndroom.

De voldoening die ik uit mijn werk haalde, maakte weinig goed; ik miste het moederen. De overgang en de gedachte dat mijn beste tijd misschien wel achter me lag, speelde ongetwijfeld mee.

Nieuwe liefde

Nu denk ik dat mijn beste tijd juist nog voor me ligt. Ik heb een nieuwe liefde gevonden met wie het klikt op een manier die ik nooit voor mogelijk had gehouden. Bij hem voel ik me echt thuis, geaccepteerd, ik kan volledig tot bloei komen en ben gelukkiger dan ooit.

We hebben het goed voor elkaar: een groot huis, twee zeilboten, en we zijn beiden minder gaan werken om meer van het leven te genieten. Kan niet beter, zou je denken. Maar de dochter van mijn nieuwe liefde strooit zout in de wond die, zo ontdek ik nu, nooit helemaal genezen is.

Ze is een leuke, sprankelende meid van twintig, dol op haar vader – en omdat hij van mij houdt, stond zij ook meteen open voor mij. We hebben een heel leuke band gekregen.

Contact met haar is beter dan met mijn eigen kinderen

Ik geniet ervan als ze bij ons is, en dat is vaak. Ze is altijd vrolijk en vertelt heel veel. Over haar werk, vriendjes, vriendinnen, uitgaan, alles. Zij en ik doen ook geregeld dingen met z’n tweeën, zoals die lunch op mijn verjaardag.

Ik zou daar blij mee moeten zijn, en dat ben ik ook, maar het maakt me tegelijk verdrietig. Eigenlijk is het contact met haar beter dan met mijn eigen kinderen. Die zijn geslotener, minder attent. Ze gaan op in hun eigen leven en hoewel het altijd fijn is om elkaar te zien, laten ze uit zichzelf weinig horen.

Mijn stiefdochter is zo anders. Ik merk nu hoe leuk het is om een meid in huis te hebben. Zij is precies de dochter die ik mij altijd al had gewenst. ‘Wees blij met wat je nu hebt,’ zeggen mijn vriendinnen, maar ik realiseer me steeds wat ik níet heb gehad.

En hoe dol ze ook op mij is, de echte reden dat ze bij ons thuis komt, is haar vader, natuurlijk. En bij haar moeder komt ze nog veel vaker. Bij hun band valt die van mij met haar in het niet. Logisch, en toch voel ik me jaloers.

Als ik zie hoe gemakkelijk zij met elkaar omgaan, denk ik: had ik toch maar een dochter gehad. Misschien was het dom om niet te sjoemelen met de pil. Als ik het over kon doen, zou ik het er toch op gewaagd hebben.’ 

De namen in dit artikel zijn gefingeerd en de personen op de foto zijn niet de personen uit dit verhaal.

Beeld: iStock

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in