Dat ze veel te mager was, zag iedereen wel. Maar hoe erg ze onder haar anorexia leed, wist Roelfina (60) goed te verbergen. Nu lijkt ze eindelijk haar ziekte onder controle te hebben.

‘Vorige zomer waren mijn man en ik fietsen. Aan het eind van de dag checkten we spontaan in bij een bed & breakfast. Vroeger was zo’n uitstapje onmogelijk. Ik verliet mijn veilige wereldje, kon ’s ochtends niet op mijn eigen weegschaal, het ontbijt zou een verrassing zijn: dat kon ik niet aan. Wat is het fijn dat ik nu wel de vrijheid voel om zoiets te doen. Dat ik de eetstoornis overwonnen heb waar ik mijn leven lang mee hebt gekampt, voelt écht heerlijk.'

More content below the advertising

Alles goed doen

'Ik groeide samen met mijn zusje op bij lieve, zorgzame ouders. Ze waren ook beschermend en dat voelde voor mij als streng. Ik legde mezelf toen al de druk op om alles goed te moeten doen. Toen ik negen was, verhuisden we en ging ik naar een andere school. Op de eerste dag brak ik mijn arm – van mijn schrijfhand. Ik moest met de andere hand leren schrijven én met echte inkt. Het werd zo’n geklieder dat ik geen rapportcijfers kreeg met Kerstmis. Verschrikkelijk vond ik dat.'

Snoep laten staan

'Op de middelbare school zag ik iedereen op uiteenlopende vlakken scoren. Sommige meiden waren populair, anderen heel slim. De laatste schooljaren lukte het me niet meer om hoge cijfers te halen, maar ik kon wel iets anders: snoep laten staan. Veel meiden deden dat voor de lijn en ik zag het als uitdaging om te tonen dat ik dat beter kon. Met slank willen zijn, had het bij mij niets te maken. Het was puur míjn manier om me te laten gelden. In de jaren die volgden, werd ik steeds dunner, maar door mijn volle gezicht viel het niet zo op. Toen ik ging studeren, veel heimwee had en veel piekerde, kon ik er uiteindelijk niet meer omheen: er was iets mis. Ik woog nog maar 38 kilo bij een lengte van 1.66 meter.'

Gerommel

'Met de dokter sprak ik niet over mijn gerommel met eten en mijn beweeglijkheid. Hij dacht aanvankelijk dan ook aan een te actieve schildklier en verwees me naar het ziekenhuis. Daar werd anorexia geconstateerd, dat in die tijd nog niet zo bekend was. Toen ik daar hulp voor kreeg, bleek dat mijn ouders en mijn zusje zich al jaren veel zorgen om mij maakten. Daar schrok ik van! Tijdens de behandeling moest ik snel aankomen. In negen weken kwam er zestien kilo bij. Daarna moest ik het zelf verder redden. Een tijdlang ging het beter, toen sloop mijn oude gedrag er weer in. Weinig eten en veel bewegen gaven mij houvast, daarmee had ik mijn leven onder controle.'

Niet onder de druk

'Ik was 26 toen ik mijn man leerde kennen, in Zuid-Europa. We gingen een avondje uit en bleven daarna met elkaar schrijven. Hij was zeeman, we zagen elkaar pas een jaar later terug. Dat voelde zo goed, dat we besloten samen verder te gaan. Over mijn problemen met eten sprak ik weinig. Alleen soms met mijn zus en mijn man. Zij merkten dat ik dwangmatig met eten omging. Maar échte, confronterende gesprekken erover ging ik uit de weg. Mijn man was wel vaak bezorgd, zei dan: “Je moet wel goed eten, hoor.” Tegelijkertijd merkte hij dat het geen zin had om me onder druk te zetten. Ik weet nu dat hem vaak is gevraagd of ik ziek was. Ik vind het verdrietig dat hij altijd met een vrouw geweest is, die er niet goed uitzag.'

Complimentjes

'Het leven ging zijn gangetje, maar zodra er moeilijke periodes waren, stak de anorexia de kop weer op. Dat gaf me een machteloos en eenzaam gevoel. Toch wilde ik, nee, kón ik niet over mijn eetstoornis praten. Ik was bang om afgewezen te worden. Want hoe kon ik het goed uitleggen? Mensen snappen anorexia niet, ze denken dat het je eigen schuld is en alleen maar over eten gaat. “Dan eet je toch gewoon wat meer?” denken ze. Was het maar zo simpel. Ik nam me vaak voor het anders te doen, at dan een poos nootjes of nam extra beleg op mijn brood. Maar dat hield ik nog geen week vol. De angst die me overviel, was te groot. Anorexia is verschrikkelijk. Het overheerst je persoonlijkheid. Doordat mijn lichaam continu in de spaarstand stond, kon ik niet meer helder denken en belandde ik in een steeds negatievere spiraal. En dat terwijl ik ook wel complimentjes kreeg “omdat ik zo slank was”. Op zo’n moment voelde ik me zo’n huichelaar. Er waren vast ook mensen die hun vermoedens hadden over waarom ik zo dun was, maar vrijwel niemand zei er ooit iets over.' 

Positief en ondersteunend

'Met de jaren werd mijn ziekte slopender. Ik was regelmatig oververmoeid of overspannen. Ik zag er strenger uit, lachte minder. Griep duurde langer, ik kreeg soms paniekaanvallen. Zeven jaar geleden was mijn vader terminaal ziek. Op zijn ziekbed vroeg hij me om op de weegschaal te gaan staan. Ik sputterde tegen, maar hij drong aan. “Ik weeg minder dan vijftig kilo,” bekende ik hem. Ik moest hem beloven beter voor mezelf te zorgen. Ik wist dat hij gelijk had. Mijn lichaam kon steeds minder opvangen. Op een middag las ik: anorexia gaat vooral over destructief denken en de lat te hoog leggen, niet alleen over eten. Toen begreep ik dat ik hulp nodig had. Want als ik op deze manier doorging, had ik geen vijf jaar meer te leven. Ik belde naar een centrum voor eetstoornissen. Het klikte meteen met de medewerkster. “Je bent niet te oud,” zei ze, “we kunnen je helpen.” Ik schiet nog vol als ik eraan denk. Ik moest nog vier maanden wachten: dat was bijna niet meer vol te houden. Ik vertelde het aan mijn man en zoon en mijn zus, zij stonden het dichtst bij me. Omdat ik me zou ziek melden op mijn werk als ik in behandeling ging, moest ik het ook daar vertellen. Mijn baas reageerde opgelucht. Zij bleek zich al lange tijd grote zorgen te maken. Daarna volgde een gesprek met mijn team. Heel eng, alsof ik in mijn blootje stond. Maar iedereen reageerde positief en ondersteunend.'

Aankomen

'De behandeling was in eerste instantie gericht op aankomen. Pas bij een BMI van 18 ben je sterk genoeg om ook aan het mentale deel van de ziekte te werken. Na zeven maanden was ik zo ver. Een bijzonder moment was, toen mijn therapeute me een Chinese vingerklem liet zien. Als je je vingers erin doet en je wilt ze lostrekken, raken ze klem. Juist door ze naar elkaar toe te bewegen, kun je je bevrijden. Dat werkte verhelderend. Ik realiseerde me dat ik écht allerlei angsten moest aangaan. Wat een strijd is het geweest. Keer op keer moest ik over grenzen heen, zoals dingen beleven of iets eten wat ik als strikt verboden zag. En nee, ik mocht het niet compenseren met bewegingen. Het ijzeren doorzettingsvermogen dat ik mezelf had aangeleerd door mijn ziekte, zette ik nu in om te herstellen. Wat daarbij heel belangrijk was, was het begrip dat ik kreeg. Dat ze zeiden: “Je hebt hier niet uit luxe voor gekozen, het was jouw manier om te overleven.” Langzaam maar zeker werd ik beter. Ik ging er beter uitzien. Ik lachte meer. Ik werd een andere persoon: degene die ik echt ben. Eindelijk.'

Eerste zomer

'De eerste zomer dat ik op gewicht was, gingen we naar Italië. We kwamen daar vaker voor vakanties, maar nu was de hele setting anders: ik deed zoveel dingen die ik vroeger ontweek. Op een avond, na een boottocht naar Venetië, stelde mijn man onverwachts voor uit eten te gaan. Ik sputterde tegen, maar hij zette door. Ik at spaghetti met kerstomaatjes en Parmezaanse kaas, wat echt heerlijk smaakte. Ik herinnerde me dat ik datzelfde voor het allerlaatst zo lekker had zitten eten toen ik nog op de middelbare school zat. Het was alsof alle jaren er plotseling tussenuit vielen.'

Helder denken

'Wat ben ik blij dat ik mijn ziekte overwonnen heb. Natuurlijk doet het pijn als ik terugdenk aan die tijd. Maar belangrijk is dat ik nu helder kan denken en mezelf hersteld voel. Ik ben de afgelopen tijd flink op de proef gesteld, met een aanrijding, een operatieve ingreep en deeltijdontslag, maar ik ben níet teruggevallen in destructieve eet- en denkgewoontes. Dat zou immers niets oplossen. Het allerfijnste is dat ik nu vriendelijker voor mezelf ben en mag genieten.

Nooit te laat

De therapie is afgerond. En dat is prima, ik weet dat ik het ga redden. Ik heb zelfs weer, boven op een kast, een weegschaal in huis – die eerst de deur uit moest. Ik haal hem eens in de veertien dagen tevoorschijn. Na het wegen gaat hij terug in de doos en dan denk ik er niet meer aan. Wat zouden mijn ouders trots op me zijn geweest. Ik heb mijn vaders advies opgevolgd: ik zorg nu goed voor mezelf! Iedereen die met een eetstoornis kampt, wil ik meegeven: wees niet bang, zoek hulp. Herstellen kan. Het is nooit te laat. Zelfs niet als je hier al je hele leven mee worstelt.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Beeld: iStock/Brothers91

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in