• Openhartig

Nanet (58): 'Ik dacht dat ik klaar was met mannen'

Nanet (58): 'Ik dacht dat ik klaar was met mannen'

En dan kom je een ándere overtuigde vrijgezel tegen.

Nanet (58) wist het zeker: in haar leven was geen plaats voor een man. Ze hield zichzelf daarom hardnekkig voor dat haar gevoelens voor Arne puur vriendschappelijk waren. Totdat ze er niet meer omheen kon…

‘Als ik mezelf niet zou dwingen afleiding te zoeken, zou ik niets anders doen dan uit het raam staren en zuchten. Ja, zo erg ben ik eraan toe. Als de eerste de beste verliefde puber. En dat op mijn achtenvijftigste.

Geen man kon mij het hoofd toch nog op hol brengen?

Ik had nooit met deze man op vakantie moeten gaan. Ik wist dat er gevoelens sluimerden. Maar ik dacht dat ik ze onder controle kon houden. Geen man kon mij het hoofd toch nog op hol brengen?

Na veertig jaar verliefdheden, flirts, dates, onenightstands, kortstondige verhoudingen en een paar serieuze relaties, waaronder een huwelijk van achttien jaar, dacht ik ze wel te kennen, de mannen.

Ik had ze, met zeer wisselend succes, in alle soorten, maten en leeftijden uitgeprobeerd en geanalyseerd. Daardoor kon ik uiteindelijk iedere man die ik tegenkwam al bij het eerste woord of de eerste blik duiden. Ah, dat is er zó een, hup, in het bijpassende hokje. Ooh, ben jij dat type? Snel, etiketje erop.

Waarom überhaupt nog daten als je toch al weet wat de manheid te bieden heeft?

Mijn laatste dates duurden hierdoor nooit lang. Wel efficiënt hoor. Afspreken voor een kopje koffie in een stationsrestauratie, tussen twee treinen door, was genoeg. Ik wist direct wat voor vlees ik in de kuip had. Een zinloze onderneming, realiseerde ik me op een gegeven moment. Want waarom überhaupt nog daten als je toch al weet wat de manheid te bieden heeft?

Met dit besef kwam ook de spijt. Van de buitensporige hoeveelheid energie en tijd die ik in mijn leven in mannen heb gestoken. Ik heb eigenlijk altijd alles laten bepalen door mijn love interests. En dat waren er, zoals ik al zei, veel – héél veel. Ik heb vrijwel nooit zonder gezeten. Als de ene flirt of verkering op een dood spoor belandde, was ik alweer koortsachtig op zoek naar een andere.

Drama, jaloezie, ruzie: alles beter dan alleen zijn, zonder bestaansreden

Ik kon niet zonder, ik vond het leven saai en onbetekenend als er niet een aantrekkelijke man in rondliep, een man waar ik alles aan kon ophangen. De onrust die dat met zich meebracht, nam ik op de koop toe. Drama, jaloezie, ruzie: alles beter dan alleen zijn, zonder bestaansreden.

Het moment waarop de zinloosheid van mijn verbeten mannenjacht tot me doordrong, was dus echt een keerpunt, een soort hergeboorte. Ik had eindelijk door dat ik al die tijd op het verkeerde spoor zat. Geluk zat niet in een man, ik moest het in mezelf zoeken. De ruimte die dat gaf! Ik voelde me vrij, sterk en onafhankelijk. Een heerlijk gevoel dat ik wilde behouden. Geen man mocht dat nog in de weg zitten. Ach, dacht ik overmoedig, dat zou een man niet eens meer kúnnen, hoe intelligent, knap en lief hij ook is...

Langzaam maar zeker raakte ik verslingerd aan mijn fijne single leven. Ik verstevigde mijn bestaande vriendschappen en creëerde nieuwe – zowel met mannen als vrouwen – en achtte die een prima, ongecompliceerd alternatief voor een liefdesrelatie. Maar toen verscheen Arne.

Ik zat kennelijk zo lekker in mijn vel dat ik totaal niet op mijn hoede was

Dat ik hem niet meteen kon plaatsen, had voor mij, die dacht alle mannen meteen te kunnen doorzien, een alarmsignaal moeten zijn. Maar dat was het niet. Ik zat kennelijk zo lekker in mijn vel dat ik totaal niet op mijn hoede was.

Ik liep met mijn buitenzwemclub, een groepje van zo’n twaalf man, maar vooral vrouwen, door de duinen naar zee. Hij kwam net van het strand af. Aan zijn natte haren te zien had hij een duik genomen, dus ik vroeg hem hoe het water was.

Hij leek verbaasd dat wij blijkbaar ook van plan waren om op die gure dag de zee te trotseren. Ik legde hem uit dat wij dat, weer of geen weer, elke vrijdagochtend doen. Hij had duidelijk interesse, want hij begon me allerlei vragen te stellen. Terwijl ik die beantwoordde, merkte ik op dat hij anders was dan andere mannen.

Ik vond hem knap en heel toegankelijk, maar er was ook iets waar ik niet bij kon

Ik vond hem heel mannelijk, maar hij had ook iets uitgesproken vrouwelijks. Ik vond hem knap en heel toegankelijk, maar er was ook iets waar ik niet bij kon. Dat intrigeerde me.

Als ik had opgelet, was ik meteen op de rem gaan staan. Dan had ik mijn nieuwsgierigheid en lichte nervositeit herkend als ontluikende gevoelens. En dan had ik hem zeker niet spontaan uitgenodigd een keer met ons mee te gaan.

Het bleef niet bij die ene keer. Arne is inmiddels een trouw lid van ons clubje. Een zeer gewaardeerd lid – er wordt bijna om zijn aandacht gevochten door alle vrijgezelle vrouwelijke leden. Hij gaat daar heel relaxed mee om. Hij is altijd vriendelijk en charmant, maar door consequent een zekere afstand te bewaren, maakt hij zonder woorden duidelijk dat hij niet op de markt is.

Voor mij een hele geruststelling. Ik liet al mijn scrupules varen en stond mezelf toe gewoon van zijn gezelschap te genieten. Daarbij gaf ik, als het gespreksonderwerp het toeliet, zelf ook duidelijk te kennen dat ik absoluut geen interesse meer had in een liefdesrelatie. Met andere woorden: voor mij hoefde hij niet bang te zijn. Daar lachten we samen om, opgelucht.

Langzaam maar zeker vonden we elkaar helemaal: twee overtuigde vrijgezellen die niets van elkaar te vrezen hadden. Echte maatjes werden we, wat regelmatig tot afgunstige opmerkingen van clubgenoten leidde. ‘Ik zou toch zweren dat jullie verkering hebben’, dat soort flauwe dingen. We trokken ons er niets van aan, wij wisten wel beter.

Vijf dagen samen, overdag in de natuur, ’s nachts in verlaten hotelletjes, dat was toch de kat op het spek binden?

Maar nu weet ik écht beter. Ik heb mezelf en hem al die tijd voor de gek gehouden. Ik ben vanaf het begin verkikkerd op die man geweest! Die waarheid drong op het meest ongelegen moment tot me door: tijdens een wandeltocht door de Zuid-Spaanse Alpujarras – waar ik überhaupt nooit aan had moeten beginnen. Vijf dagen samen, overdag in de natuur, ’s nachts in verlaten hotelletjes, dat was toch de kat op het spek binden?

Zoals onze clubgenoten ook spottend opmerkten toen wij over onze plannen vertelden. ‘Kunnen jullie echt nergens ander aan denken?’ zeiden wij met rollende ogen. ‘Denken jullie écht dat een man en een vrouw niet gewoon vrienden kunnen zijn?’

Tot mijn afgrijzen voelde ik dat mijn hart een sprongetje maakte toen ik hem zag staan

Nee, zeiden ze, maar over ons hadden ze hun twijfels. Belachelijk, vonden we. Maar toen Arne en ik elkaar op Schiphol troffen, was ik een stuk minder zeker van mijn zaak. Ik had niet goed geslapen, ik was zenuwachtig en tot mijn afgrijzen voelde ik dat mijn hart een sprongetje maakte toen ik hem zag staan. Uit alle macht probeerde ik die opwinding weg te drukken, vooral omdat hij geen krimp gaf. Blijkbaar vond hij het écht heel gewoon om met mij op vakantie te gaan.

De eerste dagen ging het wel. Tijdens de behoorlijk zware wandelingen was er geen ruimte voor kwellende gedachten, ’s avonds was ik te moe. Maar de laatste dag brak alles wat ik niet wilde denken en voelen door alles heen. We stonden boven op een berg van het uitzicht te genieten, schouder aan schouder, zonder dat er sprake was van lichamelijk contact.

Het was een heerlijk gevoel, dat heel heftige verlangens in me opriep

Toch voelde ik hem. Ik voelde zijn warmte, ik werd er helemaal door omsloten. Het was een bijna spirituele ervaring van liefde, van eenwording. Het was een heerlijk gevoel, dat heel heftige verlangens in me opriep. Maar Arne bleef gewoon zijn stoïcijnse zelf. Hij voelde het blijkbaar niet. Deze allesoverstijgende liefdessensatie speelde zich alleen maar af in mijn hoofd – en lichaam.

De gelukzaligheid, het verlangen, ja, de liefde waar ik even door was overmand, veranderden in een peilloos verdriet, waarin alle pijn die ik in mijn leven om mannen had gehad samenkwam. Zie je wel, dacht ik, mannen brengen alleen maar ongeluk.

Ik kan het niet opbrengen Arne onder ogen te komen

Sindsdien heb ik me steeds met een smoesje afgemeld voor het zwemmen. Ik kan het niet opbrengen Arne onder ogen te komen. Hij heeft een paar keer gebeld om te vragen of ik oké ben, maar hij is natuurlijk de laatste aan wie ik zal vertellen wat er aan de hand is.

De miserabele toestand waarin ik nu verkeer is behoorlijk tegenstrijdig. Aan de ene kant denk ik dat ik zonder deze man niet verder kan leven. Aan de andere bevestigt mijn ellende juist dat ik nooit meer een man in mijn leven moet toelaten. Want moet je mij nu zien: dit krijg je ervan!’

Deze Openhartig heeft eerder in de printeditie van Nouveau gestaan. De namen zijn om privacyredenen veranderd (c) Nouveau / DPG Media, foto (c) Getty Images 

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in