Voor leuke 40+ vrouwen met stijl

Jan Mulder: 'Ik heb nog altijd zin in Johanna, omdat zij dat ook heeft in mij'

Jan Mulder (78) over zijn leuke relatie ('waarin echt wel eens wat gebeurd is'): 'Ik heb nog altijd zin in Johanna, omdat zij dat ook heeft in mij.'

Jan Mulder met zijn vrouw Johanna 2010

Leeftijd is slechts een getal: daar is Jan Mulder (78) hét voorbeeld van. Een eeuwige deugniet, altijd met de glimlach. “Eenmaal de zeventig voorbij verminderen de driften. Maar ze zijn er nog, hoor.”

Door Anke Michiels voor Nina | Het Laatste Nieuws



Hoe kijk jij naar je eigen uiterlijk, Jan?

“Nou, ik heb daar nooit een hoge indruk van gehad. Ik heb een beetje de bezorgde trekken van het Groninger platteland, hier rond mijn mond. Maar dat heb ik me nooit aangetrokken. Zo ijdel ben ik niet. Een klein beetje fatsoenlijk voor de dag komen vind ik al fijn. Ik ben geen drankorgel, ik doe geen drugs. Ik ben altijd een sportman geweest. Ik heb dus wel een beeldschoon lichaam. (lacht)



Krijg je veel complimenten over je looks?

“Van mijn vrouw. Om me op te monteren als ik weer eens zielig doe. Als ik oude programma’s zie, sta ik ervan versteld: ik had ooit donker haar. Langzaam wordt je haar grijzer, dat gaat zo geleidelijk. Maar het verschil tussen mij op mijn vijftigste en nu? Het is een andere vent. Ik vond die vorige versie toch beter. Ik snap al die aanbidsters van toen wel.”



Je hebt altijd goed in de markt gelegen.

“Dat is zo. Maar weet je wat het probleem is? Ik had het niet door. Mijn vrouw en ik hebben wel een en ander meegemaakt, dat gebeurt nu eenmaal in een lang huwelijk. Maar het ging altijd van een andere vrouw uit. Ik ben zelf nooit gaan jagen. Ik had daar geen behoefte aan.

Maar als iemand dat wél deed, achter mij jagen? Tja. Ik ben niet van steen. Dus het is wel gebeurd, seks elders. Maar het is niet zo dat ik een open huwelijk heb. Ik vind dat een term om op te spugen. Johanna en ik zijn 55 jaar getrouwd. We kunnen geweldig met elkaar opschieten. Ik moet er niet aan dénken dat ik dat met iemand anders kan hebben. Zij en ik zijn voor eeuwig. En die driften verminderen overigens wel als je de zeventig gepasseerd bent, hoor. Al zit het er nog een béétje in.”

Voel je je jonger dan je leeftijd?

“Absoluut. Onlangs noemde men op tv de kandidaten voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen twee ‘hoogbejaarde’ mannen. Maar Trump is een jaar jonger dan ik. Hoogbejaard, kom nou. In een voetbalmagazine omschreef men mij als ‘kwieke zeventiger’. Dat wil ik niet lezen. Mijn vader was 49 toen hij stierf. Ik ben dertig jaar ouder, maar ik heb het gevoel dat ik vandaag jonger ben dan hij toen.”

Als je terugkijkt: wat zou je anders doen?

“Mijn leven was voetbal. Ik kwam bij Anderlecht terecht op het goede moment (in 1965, red.), bij prachtige voetballers. Ik ben honkvast en trouw aan een club. Maar door ruzie met een trainer ben ik na zeven jaar naar Ajax gegaan. Ik heb Anderlecht – mijn grote liefde – toen een beetje verraden. Maar wat erger is: ik betrok Johanna totaal niet in die beslissing. Wij hielden van Brussel, zij zeker. Ze vond dat helemaal niet leuk om naar Amsterdam te verhuizen. Dat is mij totaal ontgaan.

En als je vooruitkijkt: ben je ongerust over wat er nog komt?

“Ik ben niet bang, ook niet voor de dood. Maar ik vind het zonde. Ik hecht zo aan leven. Als een soort boeddha koester ik mijn lichaam. Ik geniet ervan dat het goed werkt. Ik zal het heel erg vinden als dat op een dag ophoudt. Ik ben op een leeftijd dat er in de vriendenkring zoveel aan de hand is, van kommer en kwel. Mensen breken heupen, krijgen blaasproblemen of ernstige ziektes. Ik ben dankbaar voor mijn leven. Soms denk ik aan die laatste dag. Dat ik afscheid moet nemen van mijn vrouw. Wat zeg je dan in godsnaam? Ik geloof absoluut niet in een tweede leven. Het houdt abrupt op. En dat vind ik doodzonde.”

Waar ben je het meest trots op?

“Op mijn jongens (Youri en Geret, red.). Het zijn vijftigers. Hun leeftijd zeggen is nog erger dan mijn eigen leeftijd. Ik heb tegen mijn oudste kleinzoon gezegd: ‘Pas op, maak nog geen baby, want dan ben ik overgrootvader.’ Dan kan ik écht niet meer bij de meisjes aankloppen. Daar beginnen ze niet meer aan, hoor. (lacht)”

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste van het land?

“Ik zou Johanna kunnen zeggen, maar dat is me te slap. Sophia Loren heb ik twee jaar geleden ontmoet, op het filmfestival van Vlissingen. Een hele leuke vrouw. Of Monica Bellucci: wauw. En Hanne Decoutere (VRT-anker, red.). Haar mag ik ontzettend graag. Het is niet alleen fysieke schoonheid. Ik voel ook iets zachts, iets goeds bij haar.”



Toch even terug naar Johanna, Jan. Wat maakt haar mooi?

“Het feit dat ze stout is. Speels. Ze heeft een enórme lust in het leven, in alles. Toen ze vijftien was, en ik haar ontmoette, had ik hetzelfde gevoel als nu. Die aantrekking is in eerste instantie fysiek. Ik heb nog altijd zin in haar, omdat zij dat ook heeft in mij.”

Wat is de mooiste tijd van je leven, tot nu?

“Ik worstel met de tijd. Als je me vraagt: wat deed je in de jaren tachtig? Dat heb ik niet op een rij. Maar de beste jaren zitten tussen je 40ste en je 55ste. Dan heb je alles in je macht en heb je nog donker haar. (lachje) Maar ook nu is het een mooie tijd. Ik voel me góéd. Ik geniet. In de schwung van je leven gaat er veel aan je voorbij. Nu niet.”

Heb je ooit moeite gehad om in de spiegel te kijken?

“Dat zullen die keren zijn geweest dat het even rommelde in mijn huwelijk. Dat ik naar mezelf keek en dacht: kan dat wel, Jan? Maar ik heb nooit mensen oprecht gekwetst. Zelf heb ik vrienden geschrapt, omdat iemand me financieel of moreel bedrogen had. Dan ben ik slecht in goedmaken. Thuis gaat dat dan weer vanzelf. Ik ben niet te beroerd om te zeggen: ‘Sorry, het was mijn fout.’ Met de jaren word ik daar steeds beter in. Milder.”

Leuke nieuwe naam: Jan Milder.

“Daar heb ik niets op tegen. Ik zie nieuwe jobopties. ‘Heb je moeilijkheden thuis of op het werk? Bel Jan Milder!’”

Heb je voldoende tijd kunnen geven aan wie er echt toe doet?

“Ik was een aanwezige papa. Maar Johanna deed het meeste. Als een van de jongens ’s nachts huilde, ging ik niet opstaan. Want ik moest de voetbalster zijn, snap je? Ik ging niet staan stofzuigen, want ik was profvoetballer en moest uitblinken voor het waanzinnig op mij verliefde publiek. (lachje) En wat mijn ouders betreft: mijn vader stierf jong, mijn moeder werd 95. Een geweldige vrouw. Ze zat het laatste jaar in een tehuis, ik ging er elke dag naartoe. Ze is gestorven omdat ze het haatte afhankelijk te zijn van de zusters. Ze had hulp nodig bij alles, dat wilde ze niet langer. Ik heb tot het einde zo van haar genoten. Nog steeds denk ik nu en dan: oh, dat vraag ik even aan mama. Verrek. Dat gaat niet.”

Dit interview heeft eerder in Nina, het weekendmagazine van Het Laatste Nieuws gestaan.