Maak kennis met onze vrouw in... Sri Lanka! 

Ze vertegenwoordigt Nederland aan de andere kant van de wereld, met als standplaats Colombo. Ambassadeur Tanja Gonggrijp over haar werk én haar gezin, zo heel ver weg. 

Article continues after the ad

‘Als klein kind had ik al moeite met onrecht, armoede en oorlog. Ik dacht: misschien kan ik daar iets aan doen als ik later groot ben. Natuurlijk weet ik inmiddels dat de meeste maatschappelijke problemen behoorlijk complex zijn, maar die idealistische drive heb ik nog steeds. In Sri Lanka, mijn eerste post als ambassadeur, hoop ik dan ook echt een bijdrage te kunnen leveren. Zeker als het gaat om vrouwenrechten.

In 1960 koos Sri Lanka als eerste land ter wereld een vrouw als premier, maar desondanks is de cultuur nog behoorlijk traditioneel: vrouwen worden geacht in de eerste plaats voor hun gezin te zorgen. Het aandeel van vrouwen op de arbeidsmarkt is met 37 procent al akelig laag, en in de politiek, het parlement en de regering gaat het om minder dan zes procent. Om dat op te krikken, organiseerden we vorig jaar na de lokale verkiezingen cursussen voor gekozen vrouwelijke politici rond onderwerpen als mondigheid en belangenbehartiging. Samen met de Noorse en de Britse ambassadeur – beiden vrouw – heb ik inmiddels de afspraak om ook onszelf waar mogelijk als rolmodel in te zetten. Dat werkt, dus waarom niet?

Een ander heet hangijzer is de klimaatverandering. Op Sri Lanka valt nu in droge regio’s nóg minder regen en in natte regio’s alleen maar meer. Een ramp voor de landbouw, en daarmee voor het land. Nederland kan daarbij helpen, bijvoorbeeld door middel van kennisuitwisseling op het gebied van watermanagement en duurzame landbouw. Bijkomend punt is dat Sri Lanka veel inkomsten uit het toerisme haalt. Maar meer toeristen betekenen meer plastic, meer consumptie, meer luchtvervuiling. Dan is het dus zaak om te kijken hoe je toerisme kunt koppelen aan duurzaamheid. Ook daarbij kan Nederland advies geven. 

Ik maak lange dagen, met in de avond nog regelmatig recepties en diners. Ideaal om via informele contacten dingen voor Nederland gedaan te krijgen, maar drie keer per week is voor mij het maximum. Ik heb ook nog een man en twee kinderen. Je kunt zeggen dat mijn man zijn baan in de telecom-business voor mij heeft opgegeven, maar hij vindt dit zelf ook een mooi avontuur. Bovendien was het zeker de eerste maanden erg prettig dat hij de kinderen na school thuis opving en meteen naar hun verhalen kon luisteren. Inmiddels kijkt hij wel weer om zich heen, en gelukkig is telecom redelijk universeel.

De kinderen vonden onze verhuizing aanvankelijk niet leuk, dat zeg ik eerlijk. Vooral de oudste was erg gehecht aan zijn vriendjes, zijn voetbalteam en alle vrijheid die we in Nederland gewoon vinden. Zelf naar het voetbalveld fietsen is er in Colombo niet bij. Gelukkig hebben ze nu al aardig hun draai gevonden op de internationale school. En online gamen blijkt een goede manier om het contact met Nederland levend te houden.

We wonen in de privévertrekken van de residentie. Als er ’s avonds een officiële ontvangst is, mogen de jongens altijd even komen kijken. Dat vindt iedereen alleen maar leuk.’

Achtergrond studie Internationale Betrekkingen   

Burgerlijke staat getrouwd, twee zoons (7 en 9)

Ontdekte ‘Sigiriya, een hoge rots met een interessante paleisruïne.’

Mist soms ‘Je eet hier vooral rijst met curry, in allerlei varianten. Soms denk ik: nu graag een tosti.’

(c) DPG Media / Nouveau 2020

Deze reportage stond eerder in de printeditie van Nouveau. Nooit meer iets missen? Neem een abonnement op Magazine.nl!