Het einde van 2016 nadert, nog een paar uur en het is zover. Hoog tijd om de balans op te maken en straks, vlak voordat buiten de pijlen de lucht in gieren, onze goede voornemens uit te spreken voor het nieuwe jaar. Met in de ene hand een glas bruisende bubbels en in de andere die heerlijke maar o zo vette appelflap.

Hoe realistisch is jouw lijstje voor 2017? 

Ieder jaar nemen miljoenen mensen over de hele wereld zich voor, een aantal zeurende zaken uit hun leven te bannen, te verbeteren of los te laten. Twee voornemens die op veel lijstjes voorkomen zijn het kwijtraken van die vervelende overtollige kilo’s en stoppen met roken. Een kwart van alle voornemens wordt helaas in de eerste week van het nieuwe jaar al gebroken. Hoe komt het toch dat wij al die goed gefundeerde intenties van ons zo snel laten varen en beter nog, hoe zouden we tot een succesvoller resultaat kunnen komen? 

Het valse hoop syndroom 
Professor Peter Herman, als docent psychologie verbonden aan de universiteit van Toronto, schaart genoemde problematiek onder ‘het valse hoop syndroom’. Een steeds terugkerende cyclus waarin we ons iets vrijwel onmogelijks ten doel stellen, daarin eerst ook vooruitgang boeken, maar dan moeten onderkennen dat het niet haalbaar is, we een aanpassing erop proberen om er uiteindelijk toch in te mislukken. En het voornemen een jaar later opnieuw uit te spreken. Doorgaans maken mensen deze cyclus zeker 5 tot 6 keer door voordat ze het doel bereiken waarmee ze aanvankelijk van start gingen. Er is dus hoop! 

Lees ook: De top 3 van goede voornemens is weer bekend (én opmerkelijk)

Realistischer voornemens 
Ten eerste moeten we ons patroon van verwachtingen bijstellen, aldus Peter Herman. Wij leggen onszelf veel te grote stappen in veel te korte tijd op. Een realistischer plan speelt zich af in kleine stapjes en binnen een ruimer tijdsbestek. Ga daarnaar op zoek; al die kleine treden samen vormen een solide, hoge trap (die dan ook niet zo snel meer omvalt). 

Kies je goede voornemens dus voorzichtiger en laat ze op realistische wijze corresponderen met de snelheid in tijd/hoeveelheid die daarbij past. Onze sterke neiging de dingen te snel en te groots aan te willen pakken, dienen we echt te temperen. 

Rustig aan werkt beter
Zo ook de overtollige kilo’s; in plaats van te kiezen voor een voorzichtig stappenplan van een paar ons per maand (en daarmee toch zomaar 5, 6 kilo op jaarbasis), leggen wij onze lat liever een flink stuk hoger. Niks 6 kilo per jaar, wij gaan ervoor en beulen onszelf begin januari af voor minstens 1 kilo per maand. Vaak stellen we ons doel al binnen drie maanden bij als we zien dat ons plan toch wat ambitieus was. Teleurgesteld over de moeizame start grijpen we na nog een paar pogingen vaak snel terug op ons oude patroon. Waardoor we ook die veel realistischer 5 of 6 kilo per jaar bij lange na niet halen. 

Te hoge verwachting 
Een tweede struikelblok is de hoge verwachting die mensen hangen aan het bereiken van hun doel. Wij verwachten een (kleine) metamorfose na het kwijtraken van een paar kilo’s door te denken dat het ons transformeert in ‘super sexy’, of tot uitermate succesvol in zaken of in de liefde. Herman drukt ons op het hart dat een verandering in kilo’s met name nuttig is, maar ons echt geen wereldschokkende gedaanteverandering zal brengen. 

Als we dat inzien zullen we ons doel met een veel positiever gevoel bereiken. En heeft het goede voornemen ook echt nut gehad.