Stine Jensen (44) schrijft in haar column over haar zoektocht naar wijsheid, liefde en geluk in de wereld van yoga en filosofie.

Parijs, stad van de romantiek. En van Café de Flore, waar Simone de Beauvoir en Jean Paul-Sartre filosofeerden over de liefde. Misschien ook wel de stad met de meest hooggespannen verwachting voor alle stellen die zichzelf op een weekendje Parijs trakteren: nu zál en móét het romantisch zijn.

Lees ook
'In Parijs bracht ik mijn eerste echte liefdesnacht door'

Toen ik zeventien was, kwam ik er voor het eerst en niet in de gebruikelijke romantische combinatie van twee pas-verliefden. Ik bracht er met mijn zus en mijn moeder een paar dagen door tussen kerst en oud en nieuw. Mijn ouders waren net gescheiden en mijn moeder wilde niet thuis gaan zitten somberen. We ontdekten al snel dat ‘romantisch’ een eufemisme voor ‘heel erg klein’ is. Mooi, zo’n krappe kamer voor verliefde stelletjes, maar net iets te veel opgelegde intimiteit voor twee puberende dochters en hun moeder. Op Tweede Kerstdag bleken de ­meeste restaurants gesloten of jaren van tevoren geboekt. 

We zagen heel Fransige gezinnen – keurig gekapt en gekleed – samen lachen en wijn drinken. Wij eindigden in een wat aftands restaurantje met een humeurige ober. Zelf was ik niet in opperbeste stemming. Had ik een mobiele telefoon gehad, dan had ik erin gewoond. De muur stond er toen nog niet. In het jaar 2000 deden twee kunstenaars nog een schepje boven op de romantische reputatie van Parijs door Le mur des je t’aime te bouwen in Montmartre. In meer dan 250 talen staat er op een grote graniet-zwarte muur in het wit gekrast ‘Ik hou van jou’. Misschien komt het door mijn noordelijke achtergrond, of omdat ik een kind van gescheiden ouders ben, maar ik zeg het niet gemakkelijk: ‘Ik hou van jou.’ Er zit de beladen suggestie van het eeuwige in, ‘voor altijd’. Als romanticus geloof ik hartstochtelijk in ‘voor altijd’, maar de praktijk wijst anders uit. De Britse schrijver Oscar Wilde zei ooit: ‘Altijd! Dat is een vreselijk woord. Het bezorgt me rillingen als ik het hoor. Vrouwen zijn er dol op. Ze verpesten elke ­romance door die ‘voor altijd’ te willen laten duren.’ In 2013 maakte ik een programma over de liefde en kwam ik na lange tijd weer in Parijs. Ik passeerde de liefdesmuur en streek er neer op een bankje. Ik dacht aan al die mensen die uit elkaar gaan, onder wie mijn ouders, en onder wie ik zelf. Al die stellen die ooit in het begin huppelend Parijs hadden bezocht – ‘voor altijd!’. Ik werd melancholisch van die muur, van de onhoudbare Franse filosofische recepten van Sartre en De Beauvoir (vrije liefde!) in een poging de liefde toch nog voor altijd te laten duren. Ik wil een nieuwe liefdesmuur, in Parijs, met in 250 talen: ik hield van je.