Hoeden in alle soorten en maten geven de dag kleur. Maar waarom zijn hoedjes op Prinsjesdag zo’n onmisbaar onderdeel van de traditie geworden?
Een kwestie van etiquette
Tot halverwege de 20e eeuw was het voor vrouwen vanzelfsprekend: bij officiële gelegenheden hoorde een hoed. Prinsjesdag, met de koning(in) op de troon en de Ridderzaal gevuld met hoogwaardigheidsbekleders, was bij uitstek een dag waarop etiquette en protocol de toon zetten. Terwijl hoeden in het dagelijks leven langzaam uit het straatbeeld verdwenen, bleef de traditie op Prinsjesdag overeind.
De modegeschiedenis van Prinsjesdag
In de jaren ’70 en ’80 leek de traditie even te verdwijnen, maar vrouwelijke Kamerleden wisten de hoedjesparade nieuw leven in te blazen. In 1977 vestigde Erica Terpstra volgens IsGeschiedenis extra aandacht op het fenomeen toen ze als een van de weinigen een hoed droeg. Haar keuze gaf een impuls aan de traditie, die in de jaren daarna steeds meer navolging kreeg. Zo groeide de parade uiteindelijk uit tot een fenomeen: van klassieke pillbox-hoedjes tot uitbundige creaties met bloemen, veren of politieke statements. Voor ontwerpers en hoedenmakers is Prinsjesdag hét podium geworden om hun vakmanschap te tonen.
Van etiquette naar spektakel
Tegenwoordig is de Prinsjesdag hoedjesparade een van de meest besproken onderdelen van de dag. Waar de Troonrede en de Miljoenennota vooral over politiek gaan, zorgen de hoeden voor luchtigheid, persoonlijkheid en een vleug glamour. Voor veel vrouwen is het bovendien een kans om hun eigen stijl te laten zien.
Een traditie die blijft
Of het nu een klein, verfijnd hoedje is, een groot klassiek exemplaar of een uitbundig kunstwerk: de hoed is uitgegroeid tot hét symbool van Prinsjesdag. Wat ooit begon als etiquette, is inmiddels een modefeest dat bijna net zo iconisch is als de Troonrede zelf.