Royalty

Farah Diba over haar leven in ballingschap: 'De kunst van het hebben is makkelijk, de kunst van verliezen is moeilijk'

Regelmatig laat ze weer van zich horen, Farah Pahlavi, bij de meeste mensen beter bekend als Farah Diba (1938), de laatste keizerin van Perzië, het huidige Iran. Ze pleit vooral voor vrede en vrijheid voor de Iraniërs.

Ella Vermeulen
6 minuten
Farah Diba

Farah Pahlavi is sinds 1979 niet meer in haar vaderland geweest, maar zegt dat er geen dag voorbijgaat dat ze er niet naar verlangt. ‘Ik mis het landschap, de geur van jasmijn, de sneeuw op de Damavand. Ik mis de rivieren, de bomen en de vriendelijkheid van de mensen. Ik wil positief blijven. In onze lange geschiedenis heeft Iran vaak te maken gehad met tegenslag en ondanks dat heeft de Iraanse identiteit het altijd overleefd. Mensen zijn er erg moedig. Vooral de vrouwen, die nog moediger zijn dan de mannen.’

Liefde in Parijs

Dat geldt indirect ook voor haar, want Farah Diba is altijd overeind gebleven, ondanks groot persoonlijk verdriet. Ze groeide op in een welgesteld gezin in Teheran dat na de voortijdige dood van haar vader in financiële problemen kwam en van een villa moest verhuizen naar een gedeelde flat. Op school was ze sportief, aanvoerster van het basketbalteam en slim genoeg om een beurs te krijgen voor een studie architectuur in Parijs. Daar ontmoette ze in 1959 tijdens een receptie op de ambassade Mohammad Reza, destijds de sjah van Iran. ‘Het was geen liefde op het eerste gezicht’, zegt ze. ‘Maar een vriendin zei: ‘Toen hij vertrok, keek hij naar jou.’’ De sjah maakte haar die zomer het hof, ze trouwden in december.

Farah en Mohammend op hun bruiloft in 1959 (NL Beeld)

Troonopvolger baren

De bruid was op dat moment 21 jaar, de bruidegom 40 en al twee keer gescheiden omdat zijn eerdere echtgenotes hem geen zoon hadden geschonken. Het huwelijk trok internationale belangstelling. De jonge koningin droeg een trouwjurk van Yves Saint Laurent, die destijds ontwerper bij Dior was. Op haar hoofd droeg ze de speciaal voor haar gemaakte Noorul-Ain-tiara en op haar schouders de immense druk om een zoon te baren. Dat lukte. Het stel kreeg vier kinderen: Reza (1960), Farahnaz (1963), Ali Reza (1966-2011) en Leila (1970-2001). Toen de opvolging veilig was gesteld, kreeg ze iets meer vrijheid om haar rol als koningin-gemalin in te vullen.

Zichtbare koningin

Farah ontpopte zich als francofiel, zorgde voor een cultureel uitwisselingsprogramma en hield zich bezig met instituten in de gezondheidszorg en het onderwijs. In eerste instantie hield ze zich ver van controversiële kwesties, maar later gebruikte ze haar invloed op haar man om de aandacht te richten op zaken als rechten en onderwijs voor vrouwen, die in 1963 stemrecht kregen, lang voor vrouwen in bijvoorbeeld Zwitserland. Zo werd ze een uitgesproken en zeer zichtbare figuur in het land, wat niet bij iedereen goed viel, maar dat hield haar niet tegen. ‘Ik geloof in vrijheid en gelijke rechten voor vrouwen,’ zei ze daarover, ‘het recht om te werken, het recht om een hoge positie te bekleden, het recht om de voogdij over haar kinderen te krijgen na een scheiding.’

‘Toen de koning die kroon op mijn hoofd plaatste, kroonde hij alle vrouwen van Iran’

Pahlavi en de pauwentroon

Hoe groot haar rol werd, bleek in 1967 toen ze werd gekroond tot de eerste shahbanu (keizerin) van modern Iran. Ze werd ook benoemd tot regent, mocht Reza iets overkomen voor hun zoon meerderjarig zou zijn. ‘Toen de koning die kroon op mijn hoofd plaatste, kroonde hij alle vrouwen van Iran’, zei ze. Mooie woorden, die in de jaren erna geen werkelijkheid werden. De val van de Iraanse monarchie is zo’n verhaal waarbij glamour, modernisering, geopolitiek, religie, ongelijkheid en persoonlijke hoogmoed allemaal tegelijk ontploften. Farah Diba zat daar middenin: intelligent, cultureel ambitieus, westers georiënteerd en uiteindelijk ook het gezicht van een regime dat het contact met grote delen van het land verloor. Dat kwam door de plannen van de sjah. Op papier waren die indrukwekkend. Iran kreeg universiteiten, snelwegen, een groeiende middenklasse en een cultureel leven waar Farah een grote rol in speelde. Zij stimuleerde kunst, musea, ballet, film en moderne architectuur. Teheran moest een soort Parijs van het Midden-Oosten worden. Zij was verrassend serieus en inhoudelijk. Veel intellectuelen vonden haar destijds modern, elegant en capabel. Wat er misging, was dat de sjah met zijn ambities voor extreme ongelijkheid zorgde. Hij moderniseerde Iran razendsnel, maar op een autoritaire manier, terwijl corruptie, ongelijkheid en repressie groeiden. Voor veel Iraniërs voelde het alsof ze hun land, tradities en politieke vrijheid kwijtraakten aan een kleine, extreem rijke elite rond het hof. En het staatshoofd noemde zich weliswaar modern, maar was bepaald niet democratisch: politieke oppositie werd hard onderdrukt door de wrede geheime dienst. Tot zover ‘modern’ en ‘verlicht’.

De kroning van Farah Diba in 1967 (NL Beeld)

De Persepolis-party

Een vroeg breekpunt was het woestijnfeest bij Persepolis in 1971. Het was toen al duidelijk dat de Pahlavi’s met geld smeten. Hun rijkdom was bijna niet te bevatten, dankzij de inkomsten uit oliebronnen. De schatkamer van het Perzische hof was zo goed gevuld dat Farah anderhalf jaar elke dag een andere kroon of tiara kon opzetten. Het feest matchte die weelde en moest 2500 jaar Perzische monarchie vieren. Bij de beroemde ruïnes werd een dorp aan gigantische tentencomplexen gebouwd. Wereldleiders en de elite genoten van geïmporteerd Frans eten, design-interieurs en miljoenen bloemen. Het kostte meer dan honderd miljoen dollar en moest Iran presenteren als oeroud én modern, rijk én kosmopolitisch. Veel Iraniërs ervoeren het vooral als grotesk en vernederend. De enorme kosten en luxe schuurden met de armoede van de gewone burgers en het gebrek aan politieke vrijheid. Het feest werd achteraf het symbool van de vervreemding tussen het hof en de bevolking, met Farah Diba als ‘Marie-Antoinette in Technicolor’. Farah kreeg er deels de schuld van, omdat zij zichtbaar was. De woede was echter veel fundamenteler.

De revolutie van 1979

Reza onderschatte hoe diep de woede zat en stoomde door. Tot de revolutie van 1979 een bont gezelschap van geestelijken, conservatieven, studenten, linkse revolutionairen, mensen die in armoede leefden en intellectuelen samenbracht. Wat hen bond, was woede over de corruptie, afkeer van westerse invloed, economische frustratie en antiautoritair sentiment. Ayatollah Khomeini wist die onvrede effectief te kanaliseren. Veel mensen dachten trouwens niet dat ze een ultrareligieuze staat zouden krijgen. Sommigen hoopten juist op meer democratie. Khomeini en de geestelijkheid trokken uiteindelijk de macht naar zich toe.

Op de vlucht

‘Er was een groeiend, tastbaar gevoel van ongemak’, noteerde Farah in haar memoires over haar laatste maanden in het land, voor de keizerlijke familie Iran uit vluchtte. Van de grootste denkbare weelde werden ze ongewenste vreemdelingen die een jaar moesten leuren om ergens permanent asiel te vinden. Iran had een arrestatiebevel voor hen uitgevaardigd. Het was niet duidelijk in hoeverre landen die hen zouden opnemen onder druk zouden worden gezet om de Pahlavi’s uit te leveren. ‘Het waren de zwartste maanden van ons leven’, zei Farah destijds. ‘Ik was nooit geïnteresseerd in geld. Ik heb er altijd op neergekeken. Maar nu ik veel minder geld heb, zie ik in dat je zonder geld niet ver komt. Uiteindelijk komt alles aan op geld.’ Via Egypte, Marokko, de Bahama’s, Mexico, de Verenigde Staten en Panama keerden ze in maart 1980 terug naar Egypte, waar Reza Pahlavi in ballingschap stierf aan de gevolgen van lymfklierkanker.

‘Mensen in Iran zijn er erg moedig. Vooral de vrouwen, die nog moediger zijn dan de mannen’

Groot verdriet

Farah Diba en haar kinderen mochten nog twee jaar in Egypte blijven, tot de Verenigde Staten lieten weten dat ze daar welkom waren. ‘Ik ben niet bitter’, zegt ze over haar ballingschap. ‘Als je zo gaat denken, laat je de vijand winnen.’ Eenmaal tot relatieve rust gekomen bleek hoe de ballingschap een wissel had getrokken op het gezin. Zowel Leila als Ali Reza stapten uit het leven, iets waar ze nooit overheen is gekomen. ‘Het is alsof een deel van jezelf sterft’, zegt ze. ‘Ik verloor mijn vader toen ik nog een kind was. Mijn beste vriendin toen we pubers waren. Als veertiger verloor ik mijn land, mijn man en mijn moeder. Pas toen Leila overleed, besefte ik dat de rode draad van mijn leven verlies is. En dat dit het levensverhaal van alle mensen is.’

De laatste keizerin

Haar tijd verdeelt ze tegenwoordig over Washington, waar haar zoon met zijn gezin woont, en Parijs, waar ze het appartement met uitzicht over de Seine van haar moeder erfde. Farah blijft voor monarchisten een bijna mythische figuur: elegant, tragisch, ‘de laatste keizerin’. Voor tegenstanders symboliseert ze een elite die dacht dat glamour, moderne ideeën en oliewinsten voldoende waren om legitimiteit te kopen. Mensen die haar nu kennen zien een vaak weemoedige oude dame, die een beetje onvast door het 16de arrondissement loopt met haar hondje. Farah zegt zelf vrede te hebben gevonden: ‘Ik vind steun in mijn geloof. Alles wat ik had, was te leen, nooit om te houden. De kunst van het hebben is makkelijk, de kunst van verliezen is moeilijk. Maar uiteindelijk leren we allemaal die les.’