Mentale gezondheid eindelijk in balans
Hanna vertelt dat haar mentale gezondheid na jaren van schommelingen eindelijk stabiel aanvoelt. ‘Periodes van manie of depressie heb ik al best lang niet meer. Het zijn nu vooral golfbewegingen: periodes van veel energie en van minder energie. Ik heb geleerd daar beter mee om te gaan. Omdat ik bepaalde stofjes tekortkom, slik ik wel medicatie.’
Een zware strijd tijdens de zwangerschappen
Ze legt uit dat haar zwangerschappen een grote uitdaging vormden, vooral door de hormonale ontregeling en de hevige slapeloosheid die daarmee gepaard ging. ‘Dan kan dat niet. Dat was wel een uitdaging. Mijn hormonen raken dan van slag, waardoor ik last krijg van heftige slapeloosheid. Dat breekt je op en maakt je radeloos. Tijdens mijn eerste zwangerschap van Sara James ben ik zelfs in het ziekenhuis beland om met behulp van medicatie mijn slaapritme weer op orde te krijgen. Ook tijdens mijn laatste zwangerschap van Ramses ontwikkelde ik slapeloosheid en moest ik op dringend advies van de arts aan de slaapmedicatie, waardoor ik moest stoppen met borstvoeding. Heel moeilijk, want ik wilde mijn herstel niet boven zijn belang zetten. Ja, het was ook een teleurstelling dat ik me ineens weer zo kwetsbaar voelde. Ik dacht dat ik de code had gekraakt en dat het gewoon klaar was, want het ging al zo lang goed.’
Openheid als vorm van voorleven
Volgens haar draait opvoeden vooral om ‘voorleven’, en daarom kiest Hanna bewust voor volledige openheid over hoe het met haar gaat. ‘Toen ik zwanger was van de tweede, realiseerde ik me dat als ik een deel van mezelf geheimhield, ik mezelf ook niet accepteerde. Dat ik daarmee de boodschap overdraag dat je jezelf niet mag laten zien. Ik wilde mijn kinderen niet leren dat je alleen meetelt als je aan het zogenaamd perfecte plaatje of de verwachtingen voldoet. Als de maatschappij je vertelt wat “normaal” is, waardoor je iets anders uitsluit, ga je je daartoe toch verhouden. Maar iedereen heeft zijn eigen unieke verhaal, en al die verhalen zouden naast elkaar moeten bestaan. Ik geloof heel erg in de kracht van verhalen. Als we die met elkaar delen, ontstaan er nieuwe perspectieven. Dan ontstaat er ruimte voor elk prachtig individu met zijn eigen kwaliteiten.’
‘Ik ben zelf hoogsensitief. Ik kan een kamer inlopen en meteen voelen wie er niet goed in zijn vel zit.’
De kracht van psychische variaties
Ze benadrukt dat psychische variaties volgens haar niet alleen kwetsbaarheden zijn, maar ook krachtige eigenschappen die veel te vaak worden onderschat. ‘We kijken vaak naar psychische variaties als kwetsbaarheden, maar het zijn ook krachtige instrumenten. Mensen met het etiket ADHD zijn vaak rasondernemers. Ze kunnen honderd dingen tegelijk, hebben veel energie, ideeën en creativiteit. Mensen binnen het autistisch spectrum zijn weer sterk in details; zij kunnen vaak uitstekend programmeren. Ik ben zelf hoogsensitief en supercreatief. Ik kan een kamer inlopen en meteen voelen wie er niet goed in zijn vel zit. Dus in plaats van mensen een label te geven waarmee ze meteen 2-0 achterstaan, kun je ook kijken naar iemands kwaliteiten.’
Verhalen die verbinden
In haar werk bij Cinetree en het HER Film Festival richt Hanna zich bewust op verhalen die verbinden en een hoopvol perspectief bieden. ‘We programmeren met Cinetree films die verbinden en een hoopvol perspectief bieden, die de positieve kant belichten. In de media worden negatieve dingen vaak uitvergroot, waardoor een te somber beeld van de wereld ontstaat. Dat is een money game, want dat is waar mensen op klikken. Maar in het echte leven zijn er nog altijd acht miljoen Nederlanders die vrijwilligerswerk doen – acht miljoen mensen die hun tijd inzetten om anderen te helpen. Wij willen dat andere geluid een podium geven via festivals, films en documentaires. Zoals met het HER Festival, waarmee we aandacht vragen voor de positie van vrouwen en het gesprek voeren over het belang van gelijke rechten.
Maar we maken ook documentaires over thema’s waar vaak een taboe op rust. We werken nu aan een groot project over mannen en mentale gezondheid. Want mannen praten niet, maar plegen wel twee keer zoveel zelfmoord. Daar zit nog een heel verhaal.’
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FbOKngwSvDkFZCw1764582321.jpg)
Opgroeien met het belang van bijdragen
Ook haar inzet voor het platform Get it Done komt voort uit een diepgewortelde behoefte om iets bij te dragen aan een betere wereld. ‘Ik heb het in ieder geval van jongs af aan meegekregen. Ik ben opgegroeid in Oost-Afrika, in Kenia en Oeganda. Mijn ouders waren ontwikkelingswerkers – of je zou ook kunnen zeggen: sociaal ondernemers. Mijn moeder is verpleegkundige en mijn vader landbouwkundige. Hij deed landbouwprojecten, maar ze hebben ook ziekenhuizen opgezet waar mijn moeder werkte. Doen waar je in gelooft en iets bijdragen heb ik van hen meegekregen.’
Vormende jeugd in Oost-Afrika
Ze kijkt met warmte terug op haar jeugd in Oost-Afrika, die ze als zowel onschuldig als vormend beschouwt. ‘We woonden in een klein dorpje op het ziekenhuisterrein, we waren geen expats in een compound. Ik was altijd buiten – boomhutten bouwen, spelen met andere kinderen voor wie ik met mijn blonde haren een exoot was. Later, rond mijn elfde, toen we in Oeganda in de hoofdstad gingen wonen, was het wel wat heftiger. Ik lag ’s nachts vaak wakker van de mitrailleurschoten omdat het politiek onrustig was. We hadden zelfs een panic room in huis. Toch was het een fijne jeugd, ook al verhuisden we veel en moest ik steeds opnieuw vriendjes maken, waardoor je niet echt wortelschiet.’
‘Iedereen heeft zijn eigen unieke verhaal, en al die verhalen zouden naast elkaar moeten bestaan.’
Afrika als blijvend thuis
Voor Hanna voelt Afrika nog steeds als thuis, een plek waar gemeenschap en verbondenheid vanzelfsprekend zijn. ‘In Afrika ligt nog steeds mijn hart. Dat is mijn thuis. Ralf, mijn man, moet altijd lachen als we daar zijn, want dan is hij mij kwijt; dan ben ik alleen maar met mensen aan het praten en nieuwe vrienden aan het maken. Kenianen en Oegandezen zijn ontzettend sociaal en gemeenschapszin staat daar hoog in het vaandel. Het zit al in termen als Ubuntu; ik ben omdat wij zijn. Er is daar veel ruimte voor het “wij”, terwijl in het Westen het “ik” vaak de meeste plek inneemt. Ze zorgen echt voor elkaar. Je hebt daar geen bejaardenhuizen of verpleeginstellingen – je ouders neem je in huis als dat nodig is. Bepaalde psychische problemen, maar ook eenzaamheid, komen daar veel minder voor. Dat is eigen aan de moderne samenleving, met zijn telefoons en sociale media, die mensen uit échte verbinding houden.’
Ouders die nog midden in het leven staan
Ze vertelt dat haar ouders nog vitaal en actief zijn, maar dat ze het vanzelfsprekend vindt om voor hen te zorgen wanneer dat ooit nodig is. ‘Ze zijn nog relatief jong, zeker van geest, en goed van gezondheid. Mijn moeder is een tijdje ziek geweest, maar het gaat nu weer goed met haar. Mijn vader is nog steeds een avonturier die altijd projecten aan het opzetten is. Mijn moeder is juist tot rust gekomen en besteedt veel van haar tijd aan de kleinkinderen, wat ik echt als een cadeau ervaar. En mocht het op een dag nodig zijn, dan kunnen ze bij ons komen wonen. We hebben al een bijgebouw in de tuin staan. Dat hoeft alleen nog verbouwd te worden.’
Verder lezen? Het hele interview met Hanna Verboom vind je in de nieuwste Nouveau, vanaf donderdag 4 december in de winkel of te bestellen via tijdschriftland.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2F1UeblhPfcrg6GR1764582379.jpg)
- Interview: Jeroen Mei
- Nine IJff