Personality

Saniye Çelik: 'Ik heb dat keiharde werk gedaan, boeven vangen, op vechtpartijen af, midden in de actie'

Van mavomeisje naar politievrouw naar hoogleraar. Saniye Çelik (50) deed het. Ze is nu een krachtige stem in het debat over diversiteit. ‘Ik denk dat ik trots mag zijn.’

Saniye

Als dochter van arbeidsmigranten in een Brabants dorpje schopte ze het tot bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Daar doet ze onderzoek naar diversiteit en inclusie bij de politie. Onlangs kreeg Saniye Çelik de Vrouw in de Media Award voor haar ‘krachtige en authentieke stem in het debat’. ‘Ik denk dat ik trots mag zijn’, lacht Çelik. ‘Er zijn niet veel vrouwen vanuit de mavo hoogleraar geworden. Mijn les is: kom in beweging. Ik geloof sterk in de next step. Want ik ben zelf echt zo vaak uit mijn comfortzone gestapt.’ Ze vertelt haar verhaal vanuit haar stijlvol ingerichte appartement in Amsterdam, met uitzicht over de Amstel. Haar jeugd bracht ze door in Heusden, in een gezin met zes kinderen. ‘Mijn vader werkte op een scheepswerf, mijn moeder in een glasfabriek. Elke dag ging ze vijftien kilometer heen en weer op de fiets.’

Brabantse jeugd

‘Het was een warm gezin en ik had een Brabantse jeugd: carnaval, schaatsen, saamhorigheid. De boodschap van mijn ouders was: zorg dat je op je eigen benen kan staan, zorg dat je studeert. Dat was indertijd helemaal niet gebruikelijk in ons dorp. In de vierde van de mavo zag ik een wervingsposter van de politie met daarop een vrouw. Ik dacht: wauw, dat kan ik dus ook! Het paste bij mij. Ik was levendig, energiek, ik hield van actie. Ik vertelde thuis dat ik bij de politie wilde en mijn moeder reageerde met: ‘Wat moet je als vrouw bij de politie?’ Maar mijn vader zei: ‘Je moet doen wat je leuk vindt.’ Dus meldde ik me aan voor de politieopleiding. Ik was nog geen achttien en 1 meter 53. Maar ik werd aangenomen. Niet lang daarna stond ik gewoon in uniform op straat. Ik heb dat keiharde werk gedaan, boeven vangen, op vechtpartijen af, midden in de actie.

'Ik geloof sterk in de next step. Want ik ben zelf echt zo vaak uit mijn comfortzone gestapt'

Vanwege mijn verschijning stonden mensen soms verbaasd te kijken. Maar ik had geleerd: je mond is je beste wapen. Er waren weinig vrouwen bij de politie en al helemaal weinig vrouwen van kleur. Toen ontstond mijn interesse voor diversiteit. Ik zat in een fijn team, maar er werden wel grappen over vrouwen gemaakt en er hingen Playboy-posters aan de muur. Ik accepteerde dat als iets wat er bij hoorde. Er waren ook plagerijen. Ze hadden mijn fiets een keer heel hoog opgehangen in de fietsenstalling zodat ik er niet bij kon. Ik zei niets, maar zette alle herenfietsen op slot en nam de sleuteltjes mee. De volgende dag stond mijn fiets weer op zijn plaats.

Ik zag bij de politie ook mensen vertrekken. Vooral vrouwen en mensen van kleur. Ik dacht: wat is hier aan de hand? Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Ik was ambitieus, ik wilde hogerop, maar dat lukte niet. Ik solliciteerde op zoveel interne functies, maar keer op keer kreeg ik nul op het rekest. Toen ben ik gaan studeren, verschillende studies, allemaal in de avond. Ik kreeg mijn dochter en zoon terwijl ik studeerde én werkte. Uiteindelijk zette ik de stap naar de universiteit, om personeelswetenschappen te doen. Het was mijn man die mij pushte, op het irritante af. Hij studeerde daar namelijk eerst, terwijl ik kostwinner was. Hij zei: ‘Jij kunt dit ook.’ En dat bleef hij zeggen.’

'Ik leerde ook: groeien doe je niet op één plek'

Lange adem

‘Voor mijn master onderzocht ik waarom mensen met een culturele achtergrond bij de politie vertrekken. Ik leerde dat mensen die zich aanpassen aan de heersende cultuur veel tevredener zijn en meer kansen krijgen. Dus als je het wilt maken, moet je inschikken. Dat is belangrijk als het om diversiteit gaat. Je kunt niet altijd en overal maar jezelf zijn. Maar je moet daarin wel een middenweg vinden. Er is een grens en die bepaal je zelf. In 2007 werd ik beleidsadviseur ongewenste omgangsvormen en diversiteit bij de politie. Ik kwam erachter dat een bedrijfscultuur veranderen iets van een lange adem is. Je bent er nog niet als je alleen mensen van kleur binnenhaalt. Je moet zorgen dat ze willen blijven. Daar moet je oog voor willen ontwikkelen.

Foto: Stef Nagel

Ik leerde ook: groeien doe je niet op één plek. Mijn kansen bij de politie waren beperkt. Dus ging ik naar het ministerie van Binnenlandse Zaken om het diversiteitsbeleid van het kabinet Balkenende IV te coördineren. Een miljoenenproject, waar Rutte I onmiddellijk de stekker uit trok. In 2017 werd ik lector Diversiteit en Inclusie aan de Leidse Hogeschool. Zes jaar later hoogleraar. De politie bekostigt mijn leerstoel en dat vind ik bijzonder. Ik ben gedreven, maar ik ben ook flexibel. Ik denk dat dat een belangrijke reden is voor mijn succes. Daarnaast is het belangrijk mensen om je heen te hebben die dingen in je zien die jij zelf nog niet ziet. Mijn man is daar een van. We zijn bijna dertig jaar getrouwd. Hij begeleidt onderwijsprojecten en hij schrijft en doet onderzoek, net als ik. We lezen elkaars werk en leveren over en weer commentaar. Hij steunt mij altijd. Toen ik naar de uitreiking van de Vrouw in de Media Award ging, zei hij: ‘Ik zie je wel met die award verschijnen.’ Ik werk hard, maar ik doe vooral dingen waar ik blij van word en daar haal ik energie uit. Er is ook weerstand tegen diversiteit, dat voel ik zeker, maar pessimisme brengt me nergens. Voor mij is het glas altijd half vol.’

Dit artikel staat in de nieuwe Nouveau. Deze is vanaf vandaag verkrijgbaar in de winkel of bestel je makkelijk via tijdschrift.land.

Misschien ook voor jou:
Peggy Vrijens: ‘Ik durf steeds schaamtelozer te zijn’ | Nouveau