Personality

Quirine (56): 'De lifestyle waarin we verzeild zijn geraakt is een baan erbij'

Quirine (56) en haar man zijn ‘geslaagd’ in het leven. Maar door de tegenwoordige druk om ‘álles’ uit dat leven te halen, heeft ze geen tijd of rust om simpelweg te genieten. Ze zou wel een stapje terug willen doen, maar: ‘dat zou grote consequenties kunnen hebben voor mijn huwelijk ...’

Puck van de Heuvel Leestijd 7 minuten
Openhartig
Openhartig

‘Twee keer per week anderhalf uur pilates. Elke vrijdag een uur therapie, want ik heb een beroep waarin ik moet luisteren en wil ook weleens over mezelf praten. Mijn vak vraagt om een representatief uiterlijk, dus opmaken, haar föhnen, mani-pedi ‒ ik sta er soms om half zes voor op. Verder twee keer per week een uurtje bootcamp met buurtvriendinnen en een personal trainer. Er is altijd wel iets waar ik even mijn gezicht moet laten zien. En als ik niet meega naar de golfbaan, zou ik mijn man Joost nog amper spreken. De leesclub is gelukkig maar eens per maand, en eigenlijk meer een club voor vrouwen die van wijn houden, maar voor je goede fatsoen moet je natuurlijk wel weten waar het boek over gaat. De oudste is het huis uit, maar de jongste woont nog thuis en heeft wensen rond matcha en TikTok-onzin. Alles bij elkaar is het veel.

Het begon met een verhuizing naar een buurt vol succesvolle vrouwen op sneakers en een trenchcoat over hun fitnessoutfits. Ze waren allemaal intensief bezig met hun lijf, vertelden daar enthousiast over en voor ik het wist, mengde ik ook proteïnepoeder door mijn koffie en stonden er zestien supplementen op het aanrecht op advies van een orthomoleculair coach à honderdtwintig euro per uur. Het is een prijzige manier van leven, alles ‘clean’. Beperkend ook, een soort chique sekte waarin selderijstelen voor snack doorgaan. Ik kan niet zeggen dat een smoothie met boerenkoolpoeder en spirulina een smaaksensatie is, maar als iedereen roept dat het zo goed voor je is, ga je daar toch in mee.

Goed bezig

De grap is dat niemand het een cult noemt, terwijl het dat wel is, maar dan onder het mom van ‘goed voor jezelf zorgen’. Je kunt op afkeurende blikken rekenen als je kritische vragen stelt over de gezondheidshype van dat moment, het is toch een kwestie van erin geloven. Bewust leven blijkt een dagtaak te zijn. Er is altijd een nieuwe routine, een nieuwe behandeling, een nieuwe manier om het nét iets beter te doen dan eerder. Minder koolhydraten, meer vezels. Je kunt niet meer zomaar een rimpel laten opvullen ‒ iets wat binnen vijf minuten is gepiept ‒ je moet je aan een bindweefselmassage onderwerpen om te kunnen zeggen dat je nog puur natuur bent. Weer een uur weg en lekker is anders. Je huid, je spieren, je darmen, je energielevel, je slaap – ik heb een intense hekel aan mijn smartwatch die alles bijhoudt en toch doe ik hem niet af. Er is al zoveel tijd, geld en energie in gaan zitten. De data in het ding vormen het bewijs dat ik de laatste jaren ‘goed bezig’ ben geweest. Ik heb een vriendin die zegt dat haar lichaam inmiddels een soort start-up is geworden. Er moet voortdurend in geïnvesteerd worden. Als ik mijn agenda bekijk, zie ik een aaneenschakeling van onderhoud. Niet alleen op het gebied van persoonlijke verzorging, maar ook wat betreft mijn werk. Je niet inschrijven voor cursussen maakt een ongemotiveerde indruk, je kunt niet zomaar een meeting overslaan of de uitleg over een update skippen. Maar ik denk vaak: dit had een mailtje kunnen zijn. Je moet tegenwoordig bovendien overal enthousiasme voor tonen, want problemen zijn nooit meer problemen, maar ‘uitdagingen’. Het kost tijd, geld en energie, die je nergens anders meer aan kunt besteden.

Die permanente verbeteringsdrang, zowel op mijn werk als privé, begint me op te breken. Ik heb soms het gevoel dat ik in een soort estafette leef. Je geeft het stokje van de ene afspraak door aan de volgende. Waarom heb ik me in vredesnaam laten verleiden een cursus filosofie te gaan doen? Acht weken lang, elke donderdagavond, met huiswerk, omdat iedereen roept ‘dat de Stoïcijnen zo hot zijn’. Het gaf me te denken, die quote van Seneca: ‘Het komt erop aan hoe goed je leeft, niet hoe lang’.

Verplicht lezen

Gezond, bewust, investeren in jezelf, in je sociale en professionele kapitaal, je wordt er tegenwoordig mee doodgegooid. Blijven leren is een must en heeft status. Maar het is niet iets waar ik nog energie van krijg. Ik verlang naar gewoon eens een paar weken normaal kunnen werken en voor de tv een dutje doen. En in plaats van in het park lunges doen bij een bankje, wil ik vooral op dat bankje gaan zitten en even niksen. Joost is vooral op zijn werk gericht en vindt dat we ‘geslaagd’ zijn in het ­leven. Hij speelt het spel mee en vindt het prettig dat alles – hijzelf, het huis, de tuin, ik – er verzorgd uitziet. En eerlijk is eerlijk: ik ook. Het is niet zo dat ik ineens een slobbertrui wil ­dragen en mijn haar in een rommelknot wil doen. Maar het zou wel wat minder mogen. Als ik kijk naar mijn belachelijk dure crèmes – waarom heb ik me een twaalfstappenroutine met double cleansing laten aanpraten? – verlang ik naar een likje rozenglycerine, ook bekend als het complete beautyregime van mijn moeder. De lifestyle waarin we verzeild zijn ­geraakt, is een baan erbij. Hoe fijn het ook is om geen geldzorgen te hebben, het heeft niet de vrijheid gebracht die ik voor ogen had.

'Kun je toastjes met supermarktbrie serveren als je bij vrienden biologische broccoliroosjes krijgt met zelfgemaakte hummus?'

Het heeft vooral veel verplichtingen opgeleverd. Ik vind het gênant hoe opgelucht ik kan zijn als een vriendin een afspraak afzegt. Dat betekent zomaar een paar uur cadeau. Ik heb dan net wat meer tijd om verplicht wat hoofdstukken te lezen in een boek dat ik nooit zelf zou hebben gekocht, om niet voor gek te staan bij de leesclub. Het mag dus wel wat minder, wat mij betreft. Ook met de snufjes. Een vriendin vertelde me dat ze sinds kort haar ochtendroutine had uitgebreid met een roodlichtmasker en een apparaat dat haar lymfesysteem stimuleert. Ze zei het op dezelfde toon waarop mensen ooit vertelden dat ze een snelkookpan hadden gekocht. ‘Je moet er wel twintig minuten voor uittrekken’, zei ze, ‘maar het doet wonderen.’ Twintig minuten. Voor mijn lymfesysteem. Ik knikte beleefd en dacht ondertussen: waar haal je die twintig minuten vandaan? Maar even later zat ik wel – hoezo fomo? – te googelen wat dat kost, zo’n masker.

Het ingewikkelde is dat niemand je ooit vraagt of je hier eigenlijk wel zin in hebt. Het gebeurt gewoon. Je doet een beetje mee, je probeert iets nieuws, iemand tipt een behandeling, een bestemming of een must-do en voor je het weet, is het een vast onderdeel van je leven geworden. Hoe lang kan ik de schijn nog ophouden? Vorig jaar ben ik een lang weekend met ‘vriendinnetjes’ naar Ibiza geweest. Dat was het grootste prosecco-cliché ooit, verkleed in boho maxi-jurken en absurd dure zonnebrillen. Ik dacht bij alles: wat doe ik hier? Dit jaar willen ze weer en ik moet er niet aan denken. Ik wil hooguit naar Cadzand en dan met een bakje kibbeling een beetje naar de zee kijken en ’s avonds liefst in mijn eigen bed liggen.

Telefoon op stil

Tegelijk vind ik dat eng, want hoe zou dat vallen bij anderen? Wanneer maak je de indruk dat je de boel laat versloffen? Kun je toastjes met supermarktbrie serveren als je bij vrienden biologische broccoliroosjes krijgt met zelfgemaakte hummus? Is het sociale zelfmoord om af te haken bij dat buurvrouwenbootcamp of is iedereen zo druk met zichzelf dat het amper zal worden opgemerkt? Ik droom vaak van een simpeler ­leven. Niet in de zin van een moestuin en kampeervakanties, maar als in minder ‘moeten’. Ongelakte nagels, sneakers die niet zo duur zijn dat ze niet vies mogen worden, pizza en een bak sla als maaltijd. Pizza durf ik hier niet te laten bezorgen, in deze buurt wordt hooguit sushi afgeleverd. Er zijn echter grenzen aan hoe vaak je sashimi kunt eten zonder te gaan verlangen naar een bruine boterham met roomboter en kaas. Die ‘kan’ in dit wereldje overigens wel, maar alleen in de vorm van zuurdesem met een ‘heritage’ starter en boter en kaas van de boerderijwinkel waar alles drie keer zo duur is als elders. Die pretenties, niet normaal. Ik zou dankbaar moeten zijn dat we het ons kunnen veroorloven, dat we de kinderen kunnen laten studeren en dat Joost en ik het zo ver hebben geschopt. Daarom zit mijn groeiende onvrede me dwars. We hebben veel waar andere mensen van dromen. Ik wil niet kniezen en denken: is dit het nu? Ik wil ook niet buiten de boot vallen of Joost het gevoel geven dat hij niet zou mogen genieten van wat we hebben bereikt. Het lijkt zo simpel, een stapje terugdoen, maar het zou grote consequenties kunnen hebben voor mijn huwelijk en ons leven. En voor mijn ‘status’, waar ik stiekem ook wel een beetje aan hecht.

Toch loop ik tegen steeds meer dingen aan. Een vriendin appte dat onze lunch niet doorging. Normaal gesproken zou ik meteen iets anders inplan - nen: een rondje hardlopen, iets voor mijn werk doen of koffiedrinken met iemand die ik zelf al te vaak heb afge - zegd. Maar ik deed voor de verande - ring eens niets. Laptop dicht, geen radio, geen podcast – ook al zo’n tijd - verslinder – en mijn telefoon op stil. Ik werd in eerste instantie hartstikke onrustig van het niksen en daarna meer zen dan ik ooit op yoga ben geweest. Ik keek naar de supplementen op het aanrecht. Zestien potjes, keurig naast elkaar, als een soort miniapotheek voor iemand die eigenlijk niets mankeert. Het grootste deel heb ik opgeborgen. Niet omdat ik een heel ander mens wil worden, zo moedig ben ik niet. Maar misschien kan het een beetje minder. Ik weet nog niet precies hoe dat eruitziet. Of hoe anderen zullen reageren. Of hoe Joost het zal vinden. Maar het is een begin.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.