Personality

Paul Haenen over contactgestoorde ouders: ‘Misschien werd ik interviewer, omdat ik thuis nooit antwoorden kreeg’

Elke maand vraagt Cisca Dresselhuys aan een bekende Nederlander wat hij of zij nog graag had willen bespreken met zijn moeder of vader. Deze keer: Paul Haenen.

Redactie Nouveau
Wat ik altijd nog aan mijn ouders had willen vragen...
Paul Haenen ouders zwart wit close up

In deze aflevering van onze serie Wat ik altijd nog aan mijn ouders had willen vragen: Paul Haenen (79), de (stem)acteur, cabaretier, programmamaker, presentator en journalist, die onsterfelijk is geworden met zijn alter ego’s Margreet Dolman en Dominee Gremdaat. Aan zijn jeugd koestert hij weinig warme herinneringen: ‘Alle aandacht ging thuis naar mijn moeder.’  

‘Mijn ouders waren contactgestoord, ik was contactgestoord, mijn jeugd was bepaald onaangenaam. Alle aandacht ging thuis naar mijn moeder, die haar hele leven aan straatvrees heeft geleden. Iedereen probeerde mee te helpen om haar daarvan te genezen, maar dat is nooit gelukt. Nu denk ik: ze koesterde het, ze wilde er niet vanaf, het was haar bezit. Mijn twee oudere broers en ik deden alles in huis; de boodschappen, doktersbezoek, noem maar op. Toen ik twaalf was, ging ik met haar naar de dokter, die een paar honderd meter verder woonde. Maar we gingen met een taxi. Als we door de dokter naar de spreekkamer werden geroepen, dacht iedereen: die moeder gaat met haar zoontje mee, maar het was andersom, het zoontje moest met de moeder mee. Ze leed aan een verzakking van de baarmoeder, dus dan moest er iets gebeuren met een zogenaamde ring. Die moest erin of eruit en daar sta je dan bij als jochie van twaalf.  

 Artistiek en kwetsbaar 

Als het erom gaat, wat ik haar nog zou willen vragen, dan zou dit zeker een vraag zijn: hoe zijn die angsten van jou begonnen? Waardoor? Woor wie? Wanneer? Later ging het gerucht - zoiets had ze laten doorschemeren aan mijn broer Tom - dat ze door haar vader misbruikt was. Haar moeder was overleden toen ze twaalf was. Ze had ook weleens verteld dat ze haar vader op haar dode moeder had zien liggen. Dat had ze allemaal verdrongen. Was dit mogelijk de oorzaak van haar angsten?  Die vader was een heel strenge man. Mijn moeder hield trouwens erg van strenge mannen. Zo was ze ook gek op Chroesjtsjov. Je voelde bij ons thuis altijd de onderhuidse spanning. Er werd niet geschreeuwd of geslagen, maar er werden weleens dingen gesist. Zo siste mijn vader weleens ‘slang’ tegen m’n moeder.  

Hoe die twee ooit aan elkaar geraakt zijn? Dat zou ook een goede vraag aan beiden zijn. Mijn moeder was een vlot, artistiek, maar kwetsbaar meisje, heel klein, 1.51 meter. In haar jonge jaren was ze heel erg verliefd op een beeldhouwer, die voor haar neus werd weggekaapt door haar zusje, die met hem trouwde. Dat moet vreselijk voor haar geweest zijn. M’n vader was een wat saaie onderwijsman, die waarschijnlijk erg verliefd op haar was, meer dan zij op hem. Daar zou ik ze beiden ook nog graag iets over willen vragen. Hoe ging dat? Zijn jullie ooit echt gek op elkaar geweest?  

familiefoto eigen archief Paul zwart wit
Paul met zijn vader en hond Topsy.

Toen mijn vader gepensioneerd was en hij met z’n vrouw in een bungalow in Lemelerveld woonde, zei ik een keer dat ik het oneerlijk vond dat mama al meer dan tien jaar dezelfde alimentatie kreeg en toen antwoordde hij dat ze een kankergezwel in z’n hoofd was. Ik antwoordde toen: ‘Weet je wel dat ik je altijd gehaat heb?’ Ik zal toen eind twintig begin dertig geweest zijn. Op zijn sterfbed gaf ik hem trouwens een zoen, ik was toen 37. Dat had ik sinds mijn achttiende, op zijn verzoek, niet meer gedaan.  

 Status van getrouwde vrouw 

Ik koos altijd de partij van mijn moeder, ik hield van haar, maar ik was niet echt haar kind, ik was haar mantelzorger. Soms zette ze zich even over haar straatvrees heen. Bijvoorbeeld toen ze rijlessen nam, 250 lessen maar liefst, maar het rijbewijs heeft ze nooit gehaald. We dachten dat ze verliefd was op de rijinstructeur, een lieve Italiaanse man. Die lessen betaalde m’n zuinige vader dan weer wél. Dat moesten we weten ook. Daar had-ie het vaak genoeg over. Uiteindelijk zijn ze gescheiden, wat m’n moeder lang heeft tegengehouden, want ze wilde de status van getrouwde vrouw liever niet kwijt.  

familiefoto eigen archief Paul zwart wit
Paul met z’n man Dammie, schoonzus Charo en zijn moeder.

Ik denk weleens dat ik interviewer ben geworden, omdat ik thuis nooit antwoord kreeg op m’n vragen. M’n moede zei altijd: ‘Ach, laat toch zitten, jongen’. M’n vader kwam altijd met een of andere zware filosoof aan. Als interviewer laat je je niet met een kluitje in het riet sturen, maar bij je ouders neem je genoegen met onvolledige antwoorden. Je vraagt niet door, je legt je neer bij hun antwoord, terwijl je voelt dat het niet de hele waarheid is.  

Aan het eind van haar leven bleek m’n moeder opeens heel verrassend te reageren toen ze niet alleen kon blijven in haar Amsterdamse huis, waar ze 45 jaar gewoond had. Een speciaal voor haar ingericht huisje bij mijn broer Tom vond ze veel te donker, maar toen ze daarna in een Goois pension trok, zei ze: ‘O, wat is het hier fijn licht’. Eindelijk verlost van haar straatvrees?’ 

Interview: Cisca Dresselhuys NL Beeld, Privéarchief