Personality

Meral Polat over verlies vader: ‘Nog altijd spijt dat ik niet meer stampij heb gemaakt zodat hij eerder geopereerd zou worden’

Elke maand vraagt Cisca Dresselhuys aan een bekende Nederlander wat die nog graag had willen bespreken met zijn of haar moeder of vader.

Cisca Dresselhuys
4 minuten
Wat ik altijd nog aan mijn ouders had willen vragen...
Meral Polat zwart wit

In deze aflevering van onze serie Wat ik altijd nog aan mijn ouders had willen vragen: actrice en zangeres Meral Polat (44). Polat studeerde in 2004 af aan de Toneelschool van Amsterdam en speelde o.a. in het theaterstuk De gesluierde monologen en tv-series als Oogappels en De Luizenmoeder. Op het ogenblik is ze te zien in de ziekenhuisserie Dag en Nacht. Met haar band Meydan treedt ze de komende maanden op in Nederland, Polen, Duitsland, Italië, Frankrijk en Tsjechië. Zij is single en woont in Amsterdam.

‘Een aardverschuiving’, zo ervoer ze de plotselinge dood van haar vader zes jaar geleden. Zij was degene die hem 's ochtends dood in zijn bed aantrof. Hij stond op de nominatie om geopereerd te worden aan z’n hart, maar het was coronatijd, dus de wachtlijsten waren lang. Bovendien was er geen spoed bij, volgens zijn cardioloog. ‘Ik belde als een gek een ambulance, die er binnen een paar minuten was. Ze hebben nog geprobeerd hem te reanimeren, maar uit onderzoek bleek dat hij ‘s nachts al was overleden. Ik heb er nog altijd veel spijt van dat ik niet meer stampij heb gemaakt om ervoor te zorgen dat hij toch sneller geopereerd zou worden. Hij was eerder door een andere cardioloog ook al zo lang aan het lijntje gehouden en van het kastje naar de muur gestuurd. Terwijl hij aan familiair hartfalen leed. Tegen die cardioloog hebben we later, met succes, een tuchtzaak aangespannen. Maar ach, wat maakte het allemaal nog uit, mijn lieve vader was er niet meer, overleden op 64-jarige leeftijd, helemaal alleen, nog midden in het leven.’

Charismatisch

‘Sinds zijn komst naar Nederland in 1980 had hij hard gewerkt in allerlei baantjes, van zakkensleper bij Albert Heijn, via eigenaar van een videotheek tot eigenaar van een schoonmaakbedrijf. De avond voor zijn dood bleek hij nog naar vakantiehuisjes in Turkije te hebben gekeken op zijn computer. Toen het gebeurde was mijn moeder op familiebezoek in Turkije, dus in eerste instantie heb ik al het regelwerk op me genomen. En dat was heel wat, want mijn vader had niets geregeld omtrent zijn dood. Ook niet waar hij begraven wilde worden; in Turkije of in Nederland. Hij zei: ‘Mijn kinderen beslissen maar wat ze met mij willen doen.’ En dus is hij begraven op Westgaarde in Amsterdam. Bij het uitzoeken van een steen, bleken we een exemplaar te hebben gekozen dat uit Oost-Turkije afkomstig was, volstrekt toeval. Mijn moeder staat er heel anders in dan mijn vader. Die heeft alles wat met haar dood te maken heeft al lang tot in de puntjes geregeld.

Mijn ouders waren trouwens al meer dan tien jaar gescheiden, maar nog altijd heel goed met elkaar. Ik zei weleens: ‘Na jullie scheiding begon jullie verkering pas echt.’ Ik ben altijd een enorm vaderskind geweest. Ik kon met hem sparren en kon uren met hem praten. Hij was een intellectueel, een kunstenaar, hield van reizen, een heel charismatische man. We zagen elkaar een paar keer week en belden elke dag. We maakten samen muziek; hij op de saz (een snaarinstrument) en ik zong. Hij was politiek geïnteresseerd, een betrokken mens, activistisch ook; we gingen samen naar demonstraties. Mijn vader verenigde eigenlijk alles in zijn karakter; mijn eigenschappen en die van mijn broer. De technische interesse deelde hij met mijn broer en met mij het kunstenaarschap en het activisme.’

Vader en moeder en de jonge Meral (privébeeld)
Meral met haar vader (privébeeld)

Handen uit de mouwen

Mijn moeder is een heel ander mens: praktisch, erg verzorgend, druk met dingen als koken, schoonmaken, opruimen, tv-kijken en met vriendinnen naar yoga gaan. Ik kan haar weleens verwijten dat zij, na mijn vaders dood, niet zijn rol in mijn leven kon overnemen. Dat is natuurlijk volstrekt niet eerlijk, maar zo voelt het soms wel. De dood van mijn vader heeft trouwens wel invloed gehad op de relatie met mijn moeder. Wij zijn dichter bij elkaar gekomen, naar elkaar toe gegroeid. Ik bewonder haar praktische kant, die ze ook toonde toen we het huis van mijn vader moesten leegruimen. Zij was heel sterk. Handen uit de mouwen en aan de slag, makkelijk in het weggooien van spullen. Net als mijn vader is zij iemand die altijd zegt: ‘Met mij gaat het goed, niks aan de hand.’ En steeds vol zorg voor de ander. Nu vraag ik haar vaker: ‘Wat heb jij nodig? Hoe gaat het met jou?’

Als kind werd mijn vader dagelijks in elkaar geslagen, alleen maar omdat hij een Koerd was

‘Ik heb zeker nog vragen voor mijn vader. De belangrijkste is: ‘Wat betekende het voor je om Koerd te zijn in Turkije?’ Twintig procent van de bevolking is daar Koerdisch, een onderdrukte gemeenschap. Hij vertelde weleens dat hij als kind dagelijks in elkaar geslagen werd als hij naar school liep, alleen maar omdat hij een Koerd was. Hoe bleef hij staande in een wereld, waar hij als tweederangs burger werd gezien? Verder zou ik graag wat meer weten over zijn moeder, mijn oma, die ik nooit gekend heb. Zij stierf toen ze 58 was. Ze had twaalf kinderen gebaard, van wie er acht zijn blijven leven. Ik had graag meer over haar gehoord. Ik heb het steeds vanzelfsprekend gevonden, dat hij er altijd voor ons was. Hij vroeg nooit iets voor zichzelf. Nu zou ik vragen: ‘Wat had je nodig van mij en van ons? Wat had je zelf nodig en wat had ik voor je kunnen doen?’