Moeder-dochter band
'Eerst was er ongeloof. Daarna verdriet. En vervolgens heel lang woede. Ik geloof niet dat ik alle fasen van rouw in de juiste volgorde heb doorlopen, maar wat ik nu voel is vooral onverschilligheid. En dat is aan de ene kant vreselijk, maar aan de andere kant ook een verademing na al die jaren van stress en machteloosheid. Het heet ouderverstoting als je kind geen contact meer met je wil. En het is vreselijk. Esmée was altijd een leuke, slimme meid, nooit problemen. Altijd vriendinnen over de vloer, ze zeilde door het vwo en haar technische studie. We hadden onze moeder-dochterdingen: samen winkelen in een andere stad, samen naar musicals, waar we allebei dol op waren. Ik hield zielsveel van haar en was heel trots op hoe ze haar eigen leven opbouwde. Dat is toch waar je het als ouder voor doet, dat je ziet dat je kind zichzelf kan redden.
Dat eigen leven veranderde al vrij snel toen ze op haar 26ste haar huidige partner leerde kennen. Het was haar eerste echte relatie, en in een mum van tijd woonde ze met hem samen. Ze was weg van hem. En ook van het idee dat ze nu aan een volgende fase in haar leven kon beginnen. Veel vriendinnen waren al getrouwd, een paar hadden zelfs al kinderen; ze wilde niet achterblijven.
Ik heb de fout gemaakt om op te merken dat ze wel erg hard van stapel liepen. In mijn ogen was het niet verstandig hoe ze alles wat ze had opgebouwd terzijde schoof om met hem verder te gaan en alles te doen zoals hij het wilde. In een goede relatie is daar ook wel een tussenweg in te vinden, volgens mij. Dat gesprek interpreteerde ze niet als moederlijke bezorgdheid, maar als een motie van wantrouwen. Ze werd minder spraakzaam, had vaker geen tijd om af te spreken en als ze ons wél wilde zien, kwam haar vriend altijd mee, zodat we niet vrij met elkaar konden praten.
Eenrichtingscontact
Ik heb erg mijn best gedaan om iets van het contact te maken, maar haar partner is een verwende man die ik niet voor haar gekozen zou hebben. Met hem kwamen ook de verwijten van haar kant. Dat ik geen goede moeder was geweest, dat ik te weinig interesse in haar had getoond. Ik ben daar maanden van slag van geweest, kon aan niets anders denken.
'Kom eens met voorbeelden', zei ik. Dan schreeuwde ze: 'Dat ik het moet uitleggen, zegt alles!' Ik durfde het eerst niet aan anderen te vertellen. Je moet als moeder wel erg slecht zijn als je kind je niet meer wil zien. Daarna ben ik het toch gaan toetsen. Bij vriendinnen en bij mijn broer, mensen die Esmée vanaf haar geboorte kennen. Zij herkenden haar versie van mij als rotmoeder niet. Dat troostte me wel een beetje, maar loste natuurlijk niets op. Nu zou het makkelijk zijn om alles op haar partner af te schuiven. Hij heeft ongetwijfeld een rol gespeeld. Ik hoorde dat aan haar manier van praten, haar woordkeuze, die steeds meer de zijne werd. Maar bij een conflict hebben twee mensen een aandeel, dus ik steek ook de hand in eigen boezem.
Ik had enthousiaster moeten reageren toen ze geld wilde lenen voor een veel te duur huis. Ik had blijer moeten doen toen dat huis niet doorging en ze naar de andere kant van het land verhuisden. Ik had gewoon 'gefeliciteerd' moeten zeggen toen ze daar een baan onder haar niveau vond. Ik heb misschien dingen gemist die voor haar belangrijk waren. Ik heb te lang willen moederen, waarschuwen en beschermen, omdat ik van mijlenver meende te zien aankomen dat ze niet gelukkig zou worden. Een volwassen vrouw mag natuurlijk haar eigen keuzes maken, ik had eerder los moeten laten. Uiteindelijk heb ik dat ook gedaan.
'Je moet als moeder wel erg slecht zijn als je kind je niet meer wil zien'
Het was een verbijsterend besef dat wat ik ook deed, toch niet goed zou vallen. Alles wat ik deed was verkeerd, dus deed ik uiteindelijk maar niets meer. Nou ja, haar veel geluk wensen en een mooi cadeau geven voor in hun nieuwe huis, op twee uur rijden. En daarna bleef het stil. Niet eens een bedankje. Een rare gewaarwording als je altijd close bent geweest. Alles werd beladen. Ze las mijn appjes, maar reageerde sporadisch. Het werd een vreemd soort eenrichtingscontact, waarin uitsluitend afhankelijk was van de kruimels die ze me af en toe gunde.
Het vrat aan me. Ik sliep er niet meer van, begreep niet goed wat er mis was gegaan en wist niet hoe ik het kon goedmaken. Het was een ruis in mijn hoofd die er altijd was. Ik geef eerlijk toe dat ik een paar keer te ver ben gegaan. Zoals naar de andere kant van het land gaan om door haar straat te rijden, in de hoop een glimp van haar op te vangen. Ik durfde niet aan te bellen, uit angst dat ze zou zeggen: 'Ik wil dit niet.'
Opluchting
Ik heb ook ooit uren in de auto in de parkeergarage bij haar werk zitten wachten. Toen heb ik haar even gezien. Ze zag er normaal uit, liep te bellen voor ze instapte. Haar haar was wat donkerder geverfd en de bob waarmee ik haar voor het laatst had gezien was halflang geworden. De meest vertrouwde mens de wereld voor me, en tegelijk een vreemde. Toch was ik blij dat zo op het eerste gezicht goed met haar ging.
Kort daarna kwam er weer een afwijzing. Ze wilde niet naar de tachtigste verjaardag van haar oma komen als wij daar ook waren. Of we een timeslot konden afspreken. Mijn man zei: 'Dit gaan we dus niet doen.' Hij had gelijk. Het was en bleef mijn dochter, maar in onze relatie was zij iemand geworden die alles wilde bepalen. Ik zag om me heen hoe ouders van onze leeftijd een gelijkwaardigere relatie met hun kinderen kregen; bij ons was dat niet zo. We waren alleen goed voor geld of om goedkoop bij te logeren als ze een vliegvakantie vanaf Eindhoven hadden geboekt, waar wij in de buurt wonen.
Ik was dan blij haar weer even te zien, maar het waren gespannen momenten. We waren allebei niet onszelf en ze gingen meteen na het eten naar de logeerkamer om maar niet bij ons te hoeven zijn. Maar wel verwachten dat een van ons hem om vier uur 's nachts naar de luchthaven zou rijden. 'De volgende keer boeken ze maar een hotelletje', zei mijn man na de laatste keer, eind 2024. En dat was voor het eerst dat ik iets van opluchting voelde bij een dergelijk idee.
Het is een taboe om te zeggen dat je je eigen kind een vervelend mens vindt. Maar er bleken grenzen te zitten aan de vijandigheid die ik nog kon verdragen. Mijn man heeft laten weten dat we hen niet van het vliegveld konden ophalen en dat ze zelf iets moesten regelen. Daarna hebben we maanden niets meer van haar gehoord. Ik was even in paniek: 'Laten we dit terugdraaien, app maar dat we het wel doen.' Maar mijn man zei dat het klaar was. Achteraf was ik blij dat hij die knoop doorhakte.
Want na alle stress, eenzaamheid en zelfverwijt volgde toen heel lang stilte. Heel veel verdriet over hoe het was gelopen. Maar ook rust. Niet meer elk cryptisch appje proberen te duiden, niet meer omzichtig terug-appen omdat alles verkeerd begrepen kon worden. Mijn hart brak als ik andere moeders en dochters zag, maar tegelijk sliep ik voor het eerst in jaren weer zonder pillen.
'Het is bizar om een kind te verliezen dat nog leeft en bij wijze van spreken elke dag voor je deur kan staan'
Sprankje hoop
Mijn gevoel van eigenwaarde keerde langzaam terug. Ik ben in therapie gegaan om te leren omgaan met het gevoel van onmacht dat me in de jaren ervoor had gesloopt. Het is bizar om een kind te verliezen dat nog leeft en bij wijze van spreken elke dag voor je deur kan staan. Je kunt het niet blijven proberen, maar je kunt het ook niet loslaten. Ik heb zo vaak gehoopt dat het contact kon worden hersteld en ben zo vaak teleurgesteld dat ik er bijna kapot aan ben gegaan.
Het is afwijzing op een manier die bijna niet voor te stellen is. Je gezamenlijke verleden is weg, een toekomst lijkt er ook niet meer te zijn. Moeder zijn, wat me zielsgelukkig heeft gemaakt en een groot deel van mijn identiteit vormde, kon ik eigenlijk niet meer. Ik miste haar zo, de vertrouwdheid, haar lach, haar ratelende telefoontjes: 'Hoi, met mij, moet je horen!'
Ze is ons enige kind, niemand noemde me nog 'mam'. Dat zorgde voor groot verdriet en kostte veel energie. Dat moest stoppen, ik kon me niet door de dagen blijven slepen om iets waar ik geen invloed op bleek te hebben. Hoe dieptriest het ook is, erin berusten helpt me om weer wat vaker de zon te zien schijnen. Ik weet ook niet of ik zou staan te juichen als ze opeens weer voor mijn neus zou opduiken. Een deel van me zou haar willen omhelzen en nooit meer loslaten, maar er is inmiddels ook een deel dat zich afvraagt of ik er nog zin in zou hebben, na alles wat er is gebeurd.
Je hoeft niet alles van je kind te pikken. Maar als ik dat zo zeg, voelt het meteen alsof ik weer faal. Dat is misschien wel het hopeloze van moeder zijn: je kunt er niet zomaar mee ophouden. Soms stuur ik daarom toch een luchtig kaartje. Dan hoor ik niets terug, maar het is mijn manier om te laten merken dat de deur hier niet dicht zit. Ook app ik soms een foto van vroeger, met iets vrijblijvends als 'hou van je'. Ik zie aan de blauwe vinkjes dat ze die ziet. Ze heeft me goddank nog niet geblokkeerd. Wat me ook nog een sprankje hoop geeft, is dat ze nooit letterlijk heeft gezegd: 'Ik wil je nooit meer zien.' Misschien is het valse hoop. Maar zonder hoop blijft er niets meer over.
De namen in dit artikel zijn gefingeerd.