Personality

Jeanine (56): 'Ik hou van mijn vriend, maar ik word gek van zijn kinderen'

Sinds twee jaar heeft Jeanine (56) een relatie met een leuke man met wie het op alle fronten klikt. Samenwonen zou een logische volgende stap zijn, ware het niet dat zijn volwassen dochters hem maar niet los kunnen laten.

Redactie Nouveau
Openhartig
Openhartig

Een relatie met bagage

‘Iedereen heeft op onze leeftijd bagage. Mijn vriend Boris en ik zijn allebei gescheiden. Ik heb bewust met daten gewacht tot mijn jongste het huis uit was. Meer ruimte voor mij, minder confronterend voor haar. Dat Boris ook gescheiden met volwassen kinderen was, vond ik prettig, dan zit je toch in dezelfde situatie. Dat wil zeggen: tot op zekere hoogte. Het verschil tussen ons is dat mijn kinderen het gezellig vinden om af en toe naar huis te komen, maar verder hun eigen leven leiden, terwijl zijn dochters van 23 en 25 erg met zijn leven verweven zijn. Ze claimen hem enorm. Als hij niet voor de katten van de jongste moet zorgen, moet hij wel op de baby van de oudste passen. Klussen in huis, de boekhouding, met de auto naar de garage omdat ze zelf naar hun werk moeten (hij rijdt ze dan ook nog naar kantoor), het zijn van die prinsessen die doodnormaal vinden dat hun vader (en trouwens ook hun moeder) altijd voor hen klaar staat.

Zelfredzaam versus afhankelijk

Stiekem denk ik weleens dat ze eerder in hun leven niet erg zijn gestimuleerd om zichzelf te redden. Mijn ex en ik hebben dat wel gedaan. Als er iets is, dan zijn we er uiteraard voor onze ­kinderen, maar het is toch fijn om te zien dat ze zelfredzaam zijn. Boris’ dochters zijn vooral... makkelijk. Ze vragen zich niet eens af of ze zelf iets kunnen oplossen, het eerste wat ze doen als de wastafel niet meer lekker doorloopt is hun vader bellen. En hij gaat er dan onmiddellijk heen. Ik denk dat hij het stiekem leuk vindt dat ze hem nog altijd nodig hebben. Het zegt iets over hem dat hij zo voor ze klaar staat en ik vind het fijn voor Boris dat hij zo’n goede band met zijn kinderen heeft, maar die twee vormen wel een enorme stoorzender in onze relatie.

Argwaan

Boris en ik hebben elkaar twee jaar terug leren kennen, via ons werk. We gingen uiteten, en dat leidde tot daten. Of je nu twintig of bijna zestig bent, het eerste weekendje weg is altijd een relatietest. Wij gingen naar Leuven. Het moest drie keer worden verzet, omdat zijn dochters hem ergens voor nodig hadden. En toen we er eenmaal waren, was hij erg druk met zijn telefoon, omdat ze hem steeds appten. Op een gegeven moment had hij daar genoeg van en zette hij zijn telefoon op stil. Tot iemand van de receptie belde en de oudste dochter doorverbond. Hij bleek 43 appjes van zijn dochters te hebben gemist, in toenemende staat van paniek ‘want we kennen haar helemaal niet en god mag weten wat er aan de hand is’. Dat vond hij niet leuk. Hij reageerde best kortaf en ik dacht: eindelijk! Eenmaal thuis heeft hij naar eigen zeggen ‘een goed gesprek’ met ze gehad en ik dacht dat ze daarna wel wat normaler zouden gaan doen, maar ze blijven vol argwaan naar me kijken. Ik zou uit zijn op zijn geld (ik ben vermogender dan hij), ik ben te dominant (lees: ik draag een bril met een opvallend montuur) en ik doe mijn best niet om hen te leren kennen.

Die pogingen heb ik inderdaad op een laag pitje gezet, na ettelijke afspraken, feestjes en etentjes waarbij ik maar belangstelling bleef tonen, terwijl ze niet één vraag aan mij stelden. Ze hadden het de hele tijd maar over ‘ons pap’ en haalden eindeloos verhalen van vroeger op, waarin ik geen rol had. Mijn tijd is kostbaar, ik heb geen zin meer om als zwijgend en knikkend publiek te dienen voor zijn dochters. Dus tegenwoordig zeg ik vaker: ‘Spreek maar lekker alleen met ze af, dat vinden ze veel leuker.’ Dat vindt Boris dan weer ongemakkelijk, maar happy family spelen lukt me op deze manier niet. Niet met twee vrouwen die totaal geen interesse voor een ander kunnen opbrengen. Ik heb het een jaar lang geprobeerd. Contact maken, belangstelling tonen, kaartjes voor verjaardagen sturen, cadeautje voor Boris’ kleinkind gekocht, Boris’ jongste zelfs naar Schiphol gereden toen haar vader niet kon. Daar was ik dan weer wel goed genoeg voor.

Grenzen trekken

Ik probeer rekening met ze te houden. Ik zit niet aan hun vader te plukken als ze erbij zijn. Ik begrijp dat ze dat niet willen zien en dat ze aan hun moeder denken. Aan de andere kant: hun ouders zijn inmiddels elf jaar gescheiden, als ze er nu nog altijd niet aan gewend zijn? En als ze zien dat hun moeder en ik, als we toch eens in familieverband bij elkaar zijn, een normaal gesprek kunnen voeren, waarom lukt het dan niet met die twee? Ik krijg niets terug voor mijn belangstelling. Ik word getolereerd, maar vooral genegeerd. Het is een keertje klaar. Ik lig liever met een boek op de bank, dan dat ik weer zo’n middag uitzit. Ik snap dat het wennen is als je vader een nieuwe partner heeft. Geen enkel kind vindt het fijn wanneer ouders scheiden, ik ben voor hen het levende bewijs dat er dingen veranderd zijn. Maar als je allebei je eigen leven hebt, met partners en zelfs met een kind, dan is het toch raar om zo van de kook te raken als je vader weer een relatie heeft? Wees gewoon blij voor hem.

'Ik weet al wie dit gaat verliezen. Geen ouder die niet voor zijn of haar kinderen kiest.'

Dealbreaker

Aan Boris heb ik intussen weinig. We hebben het er soms wel over en dan zegt hij dat hij begrijpt dat het voor mij niet leuk is. Maar hij wil niemand teleurstellen, wat leidt tot onduidelijke grenzen en het vermijden van keuzes. Het liefst zit hij alles uit, in de hoop dat het probleem zich vanzelf oplost. Ik heb niet echt een rol in deze dynamiek. Ik ben geen stiefmoeder, geen vriendin van vroeger, geen ‘moederfiguur’, maar toch zit ik ineens in het familieplaatje. En vindt hij het toch wel erg fijn als ik meega naar een kinderverjaardag waar ik weinig zin in hebt of naar een familiefeestje, ‘want jij hoort nu bij mij en je hoort er dus ook bij’. Zo ervaar ik dat niet. Ik zie zijn dochters eerder denken: waarom moet zij altijd mee? En dat snap ik nog ook. Maar als ik, zoals de laatste tijd, zeg dat ik verhinderd ben, voelt Boris zich weer afgewezen. Bijkomend probleem is dat hij graag zou gaan samenwonen. Dat lijkt me erg gezellig en het zou flink schelen in de kosten. Van het geld dat we overhouden, zouden we veel leuke dingen kunnen doen. Boris is een aardige, attente man, we kunnen ontzettend lachen, het is heel ontspannen om bij elkaar te zijn en in bed klikt het ook. Het is echt een cadeautje dat ik hem heb leren kennen en deze kans op geluk heb gekregen. Wat me tegenhoudt, zijn die dochters van hem. Ik denk dat het realistisch is te denken dat zij zich niet heel anders zullen opstellen als hun vader hier woont, afgaand op de afgelopen twee jaar. En ik erger me nu al aan hen, laat staan als ik alles van hun verzoeken en gesprekken meekrijg. Nu speelt een deel van het contact tussen Boris en zijn dochters zich nog bij hem af, buiten mijn zichtveld. Ik kan me terugtrekken in mijn eigen huis. Dat kan niet meer als hij bij me intrekt en daar zie ik erg tegenop. Het is een grote beslissing die niet makkelijk terug te draaien valt, omdat de woningmarkt zo krap is. Ik heb een beetje een hekel aan mezelf dat ik me er niet gewoon romantisch aan kan overgeven, dat ik niet kan denken: we gaan ervoor en het komt goed. Maar ik weet gewoon dat dat naïef zou zijn. Ik durf echter niet met zoveel woorden te zeggen dat de houding van zijn dochters voor mij de dealbreker is, want hij houdt van hen en ik wil niet gaan stoken. Hij vraagt zich intussen wel hardop af waarom ik de volgende stap niet wil zetten en ik zal niet eeuwig wegkomen met kokette antwoorden.

Verliezen

Als ik zeg dat het me beter lijkt allebei ons eigen huis aan te houden, vermoed ik dat hij zich erg afgewezen zal voelen. Boris is een gezelligheidsdier, hij houdt van thuiskomen als daar al iemand is, van samen eten, van samen een serie streamen en daarover kletsen. Niet bij elkaar intrekken kan net het punt zijn waarop hij denkt: ik ga nog eens verder kijken of er iemand is die wel echt samen verder wil. Niet willen samenwonen, ik vind het zelf ook nogal wat. Als hij het tegen mij zou zeggen, zou ik er kapot van zijn en me afvragen wat er mis met me is. En als hij aanstuurt op een ‘goed gesprek’ en vraagt waarom ik die stap niet wil zetten, zal ik zo tactvol mogelijk moeten vertellen dat ik moeite heb met de hoge mate waarin zijn dochters beslag op hem leggen en mij negeren. Ik weet al wie dit gaat verliezen. Geen ouder die niet voor zijn of haar kinderen kiest. Ik hoef geen dikke vriendinnen met zijn dochters te worden, ik zou al blij zijn met een beleefd contact. Op een normale manier een beetje deel uitmaken van elkaars levens. Dat ik een bedankje hoor als ik uren heb staan sloven op een zondagse lunch waarbij ze alleen maar over zichzelf hebben gepraat. Of voor kerst een stukje zeep krijg in plaats van als enige in het gezelschap niets, terwijl ik wel voor hen cadeautjes onder de boom heb gelegd. Dat mijn bestaan en mijn rol in het leven van hun vader enigszins gerespecteerd zou worden. Het makkelijkste zou zijn om voor me ­ zelf te kiezen. Rust, meer tijd, minder innerlijke strijd. Ik heb weleens genoeg van het gepieker hierover. De consequentie hiervan – en ik acht de kans groot dat dit gebeurt – is dat Boris dan zal zeggen dat hij niet langer wil investeren in iets wat blijkbaar geen echt gezamenlijke toekomst heeft. Dat kan ik hem niet kwalijk nemen. Uit elkaar gaan zou me heel verdrietig maken, omdat we het samen zo leuk hebben. Maar we zitten ook vast in een soort ongelijk spel waarin zijn dochters de spelregels bepalen en hij dat prima vindt. En dat is niet hoe ik de rest van mijn leven wil doorbrengen.’

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.