Personality

Dominic Seldis: ‘Het is een nachtmerrie om een muzikant als man te hebben’

Voor Dominic Seldis (54) telt dit jaar vele mijlpalen. De Britse contrabassist en jurylid van tv-programma Maestro trouwt deze zomer met zijn grote liefde. Vorige maand bracht hij zijn autobiografie uit en momenteel staat hij in theaters met een nieuwe onemanshow. Nouveau sprak met hem over zijn leven in Nederland, de liefde en zijn onvoorwaardelijke passie voor muziek.

Thalia Brandt
Dominic Seldis: ‘Het is een nachtmerrie om een muzikant als man te hebben’

‘Een aaneenschakeling van gelukkige toevalligheden’, noemt Dominic Seldis zijn carrière. De Britse contrabassist doorliep vanaf zijn achtste een prestigieuze muziekkostschool (‘een soort Zweinstein voor musici’) en trad wereldwijd op met diverse orkesten. Achttien jaar geleden werd Dominic aangenomen als eerste solo-contrabassist bij het Koninklijk Concertgebouworkest en streek hij in Nederland neer. Sinds 2012 kennen fans van televisieprogramma Maestro hem als bevlogen jurylid.

Het leven in Nederland

In Nederland vond hij tien jaar terug eveneens de liefde. Komende zomer geeft hij zijn partner Floor het ja-woord in de hoofdstedelijke Uilenburgersjoel. Het is dan ook niet geheel toevallig dat onze fotoshoot plaatsvindt in deze voormalige synagoge uit 1766. ‘Toen ik hier voor het eerst binnenliep was ik meteen verliefd op de akoestiek, de rauwe sfeer en de ietwat vervallen schoonheid’, zegt Dominic. ‘Deze plek voelt speciaal, deels vanwege mijn Joodse achtergrond (Dominics vader was Joods, red.). Soms put ik inspiratie uit die achtergrond – en dan niet qua geloof, maar meer in de zin dat ik bij morele dilemma’s denk: wat zouden mijn vader of grootvader hebben gedaan? Mijn Duits-Joodse grootouders vluchtten in oorlogstijd naar het Verenigd Koninkrijk: een beslissing waar veel pijn aan ten grondslag lag en die de rest van hun leven heeft gekleurd. Regelmatig sta ik erbij stil wat een geluk ik heb dat ik, als buitenlander, uit vrije wil naar Nederland ben gekomen en hier zo’n mooi leven heb mogen opbouwen.’

Deze zomer trouwt hij zijn partner eigenlijk opnieuw, vertelt Dominic. ‘Onze trouwdocumenten hebben we al getekend, maar omdat dit in coronatijd plaatsvond, konden alleen mijn oudste dochter en Floors jongste broer daarbij aanwezig zijn. Floor was destijds ook zeven maanden zwanger van onze zoon, Louis. Inmiddels zijn we vijf jaar gehuwd. Daarbij word ik in juni 55, hebben Floor en ik samen mijn boek geschreven en sta ik in theaters met een nieuwe show. Genoeg prachtige mijlpalen om te vieren met onze families en dierbaren.’

Hij roemt zijn schoonouders: ‘Zij stonden vanaf dag één voor honderd procent achter onze relatie, hoewel Floor en ik flink in leeftijd schelen. Mijn middelste dochter uit mijn vorige huwelijk is nu 27; net zo oud als Floor toen wij verliefd werden. Als mijn dochter naar me toe zou komen met de mededeling: ‘Pap, ik heb een nieuwe vriend. Je kent hem wel van tv; hij is een stuk ouder en heeft drie tienerdochters.’ Zou ik dan staan te springen? Eerlijk gezegd niet. Maar Floors ouders openden direct hun deur én hun hart voor mij.’

‘Ik heb meer dan 20.000 euro aan taallessen uitgegeven. Ik ben zelfs bij de nonnen in Vught geweest’

Dominic Seldis

De totstandkoming van zijn biografie

Over waarom hij en Floor zijn boek DOMINIC schreven, vertelt hij: ‘De uitgeverij vroeg me. Een deel van mijn ego dacht: geweldig, want ik lees niet veel, maar áls ik iets lees, zijn dat autobiografieën. Had ik toen geweten dat dit boek ons een jaar volledig in beslag zou nemen, dan was ik er nooit aan begonnen. Floor en ik hebben inmiddels ook schoon genoeg van praten over Dominic Seldis. Aan de andere kant: hoeveel echtparen kunnen zeggen dat ze zoiets samen hebben gecreëerd? Ik ben een oudere vader. Als Louis mijn leeftijd heeft, ben ik er niet meer. Later kan hij mijn levensverhaal lezen, mocht hij dat willen. Ik heb alles in het Engels opgetekend en Floor heeft dat zo vertaald dat het dicht bij mijn originele woorden blijft. Heel knap, ik denk dat de enige die dat kan, degene is die naast me in bed ligt. Dit project heeft ons nóg dichter bij elkaar gebracht.’

De ontmoeting met Floor

De vonk tussen hem en Floor sprong over in de tijd dat zij nog collega’s waren bij Het Concertgebouw: ‘Floor werkte destijds voor Het Concertgebouw. We begonnen als vrienden. Waarom ik voor haar viel? Ze is slim, empathisch, hilarisch en waanzinnig mooi. Een vriendin vroeg: ‘Dominic ben jij soms heel rijk?’, want Floor is in alle opzichten te goed voor mij. Ze had direct een sterke band met mijn kinderen: vrij snel nadat ik ze voorzichtig aan elkaar voorstelde, noemden ze haar al ‘mama Floortje’. Tussen Floor en mijn ex-vrouw is er wederzijds respect. Van zo’n situatie kun je alleen maar dromen.’

Hoewel hij zichzelf ooit had voorgenomen om het bij één gezin te laten, kon hij de diepe wens van Floor niet negeren: ‘Maar ik dacht ook: wees geen idioot. Dit is de vrouw van je dromen, straks raak je haar kwijt. Nadat ik gescheiden was, heb ik mijn dochters beloofd dat ik nooit meer zou trouwen of opnieuw vader zou worden. Die beloftes heb ik verbroken, maar met toestemming van degenen aan wie ik ze gedaan had. Natuurlijk ben ik nu zielsgelukkig dat ik op mijn besluit ben teruggekomen! Mijn dochters vinden hun broertje ook geweldig.’

‘Het is een nachtmerrie om een muzikant als man te hebben’

Dominic Seldis

Liefde voor de contrabas

De overstap van de viool naar de contrabas op dertienjarige leeftijd voelde als een ontbrekend puzzelstukje dat op zijn plek viel: ‘Absoluut. Alles klopte gewoon. Ik dacht: ‘wat heb ik in vredesnaam al die jaren met die viool gedaan?’ – dat instrument speelde ik vanaf mijn vierde. De bas voelt supernatuurlijk aan tegen mijn lichaam – hij past zelfs perfect tegen mijn middelbare mannenbuikje – en het was voor mij geen enorme uitdaging om er een redelijk goed geluid uit te krijgen. Als klassieke bassist had ik niet verwacht dat ik ooit in de spotlights zou staan, nee. Contrabassisten bevinden zich standaard achterin het orkest. Zij zeggen niks en maken hooguit grapjes naar elkaar.’

Zijn muzikale opvoeding was intens en vormde de basis voor de dikke huid die hij in de orkestwereld nodig heeft: ‘Zeer. Mijn ouders waren geen muzikanten, maar regelmatig bezochten mijn ouders, mijn broers en ik concerten en voorstellingen. Toen bleek dat mijn oudere broer en ik een uitzonderlijk talent hadden voor de viool, lieten ze ons naar een speciale kostschool gaan. In Nederland wordt zo’n school als een straf gezien, maar dat is in Groot-Brittannië niet het geval. Overigens zou ik er niet aan moeten denken om mijn kinderen naar een kostschool te sturen, maar zij zijn dan ook niet muzikaal hoogbegaafd. Als kind kreeg ik van muziekleraren vooral te horen wat ik verkeerd deed tijdens het spelen. Daardoor kweek je een dikke huid, wat onontbeerlijk is voor een muzikant, want ik bevind me in de meest competitieve branche ter wereld.’

In de hiërarchie van de klassieke muziekwereld heeft Dominic inmiddels een vaste plek tussen de internationale top veroverd: ‘Als je de muziekwereld vergelijkt met de Formule 1 ben ik geen Max Verstappen – en dat wil ik ook niet – maar ik ben er trots op dat ik inmiddels deel uitmaak van de top 8 wereldwijd. Ik werk keihard. Mijn dochters nemen hun werk ook heel serieus, dat zit in ons DNA.’

Worsteling op school en dyslexie

Terwijl zijn familieleden uitblonken in taal en wetenschap, voelde Dominic zich op school vaak een buitenstaander door zijn onzichtbare beperking: ‘Klopt. Ouderavonden waren voor mijn vader een drama. Mijn vader was een woordvirtuoos. Hij kon fantastisch spreken en hardop lezen – hij heeft zelfs ooit een sprekersprijs gewonnen. Ik was in beide ontzettend slecht. Thuis voelde ik me ‘de domme’, degene die het van zijn persoonlijkheid moest hebben. Mijn ene broer is professor in de pedagogiek geworden, de andere een zeer intelligente ondernemer. Ik heb núl schooldiploma’s, alleen voor twee muziekexamens! Hoewel ik nooit getest ben, weet ik inmiddels van mezelf dat ik dyslexie heb.’

Zijn dyslexie blijkt niet alleen invloed te hebben op het lezen van bladmuziek, maar ook op zijn moeizame proces om de Nederlandse taal machtig te worden: ‘Daar heb ik trucjes voor, net als voor autocue. Mijn dyslexie is mild tot matig, afhankelijk van hoe moe ik ben. Dat het me nooit gelukt is goed Nederlands te leren, komt doordat ik dyslectisch ben. Dyslexie en het onvermogen een vreemde taal te leren gaan vaak samen, ontdekte ik toen ik daar recent research naar deed. Dat was een openbaring: oké, ik ben dus niet dom. Regelmatig krijg ik online haatreacties, bijvoorbeeld na een tv-uitzending, omdat ik geen Nederlands spreek. Serieus, denken mensen nou echt dat ik niet dolgraag met mijn kind in zijn moedertaal zou communiceren? Ik heb meer dan 20.000 euro aan taallessen uitgegeven. Ik ben zelfs bij de nonnen in Vught geweest.’

Hoogtepunten en het effect van Maestro

Zijn bekendheid door televisie heeft deuren geopend die voorheen voor een klassiek geschoold musicus potdicht bleven: ‘Dat Tan Dun, een van ’s werelds belangrijkste componisten, in opdracht van het Concertgebouworkest een concerto voor mij schreef. Lang nadat ik in het orkest in de hemel ben beland, zullen contrabassisten dit stuk nog spelen. Maestro heeft een waanzinnig effect gehad op mijn leven. De Britse versie, waarin ik jureerde, werd matig ontvangen, maar het succes van de Nederlandse blijft groeien. Dat opende deuren die anders gesloten zouden blijven.’

Die nieuwverworven status stelt hem in staat om projecten te realiseren waar hij vroeger alleen van kon dromen: ‘Ik denk dat geen andere klassieke contrabassist op aarde een autobiografie heeft. Of ruim 50.000 kaartjes heeft verkocht met eigen theatertournees. Die prachtige aanvullingen op mijn muzikale loopbaan dank ik aan mijn Maestro-bekendheid. Mijn nieuwe theatershow Back to Bass-ics is ook een gigantisch carrièrehoogtepunt, want het is de eerste keer dat ik een show zelf bedenk, produceer én betaal. Een theatertournee realiseren is waanzinnig duur, dit kost vele malen meer dan mijn jaarsalaris bij het Concertgebouworkest. Het voelt als in een achtbaan stappen: aan de ene kant sta ik doodsangsten uit, maar uiteindelijk hoop ik te kunnen zeggen dat het gelukt is en dat ik er sterker uit ben gekomen.’

‘Floor en ik hebben inmiddels schoon genoeg van praten over Dominic Seldis’

Dominic Seldis

Theater en podiumangst

Met zijn show wil hij afrekenen met het stoffige imago van klassieke muziek en tegelijkertijd zijn eigen demonen bezweren: ‘Ik speel klassieke stukken, maar ook hedendaagse – zoals een lange medley van Gershwin-liedjes in een jazzkwartetformatie – en vertel persoonlijke verhalen. Ik doe zelfs een zelfgeschreven cabaretnummer. Ik houd ervan om muzikale hokjes te doorbreken. Het idee dat klassieke muziek alleen bedoeld is voor intellectuelen, of dat het hogere kunst is en andere muziekgenres niet, daar stoor ik me echt aan.’

Zijn muziek fungeerde ook als een noodzakelijke vorm van therapie na een zware periode van podiumangst en persoonlijk verlies: ‘Dat stak na de coronapandemie de kop op. Af en toe heb ik nog steeds een beetje last. Wat me het meest heeft geholpen om hierover heen te komen, is, gek genoeg, spelen. Deels omdat het exposure-therapie is, maar vooral omdat ik hypergeconcentreerd ben wanneer ik speel: op zo’n moment is er in mijn hoofd geen ruimte voor gevoelens. Toen mijn vader overleed hielp spelen me ook. Zijn dood drukte mentaal ontzettend zwaar op me, maar wanneer ik optrad, verdween het verdriet tijdelijk. Door in alle stadia van rouw op te treden heb ik mezelf weer weten op te bouwen. Anderen gebruiken daar therapie voor.’

De rauwe impact van het verleden

Het verlies van zijn vader blijft een litteken dat onverwachts weer kan gaan bloeden, ondanks de jaren die verstreken zijn: ‘Hij deed dat natuurlijk niet om mijn leven ellendig te maken, maar het is een van de ergste dingen die iemand kan overkomen. Ik had een jong gezin en verantwoordelijkheden en dacht: als dit me niet onderuit haalt, kan het vanaf hier alleen maar beter worden. Door deze gebeurtenis ben ik dankbaarder geworden voor alle goede dingen, maar het raakt me nog steeds hard. Een journalist bracht dit onderwerp laatst ter sprake en ik barstte in tranen uit.’

De ontlading na het applaus

Het leven met een gedreven musicus vraagt om een partner die de extreme pieken en dalen van het vak begrijpt: ‘Maak je een grapje? Dat is een nachtmerrie. Alleen al het volstrekt onredelijke gedrag dat volgt na een goed of slecht optreden! Ik heb bijvoorbeeld standaard ‘decompressietijd’ – tijd om tot rust te komen – nodig, omdat de adrenaline door mijn lichaam giert. Er zijn momenten geweest dat Floor me letterlijk de trap op moest dragen, omdat ik zo moe was dat ik niets meer kon. Niemand wil zijn man naar bed slepen, for Christ’s sake.’

Uiteindelijk is muziek voor hem geen keuze, maar een levensvoorwaarde: ‘Voor mij is muziek net zo belangrijk als water en eten. Haal één van die drie dingen weg en ik kan niet bestaan.’