Personality

De vader van 2026: waarom Kluun zweert bij humor en authenticiteit

De vader van nu is een heel andere man dan de autoritaire figuur van enkele decennia geleden. In haar nieuwe boek Vaders, gesprekken over vaderschap onderzoekt journalist Esther Goedegebuure wat het hedendaagse vaderschap inhoudt. In een drieluik voor Nouveau deelt zij fragmenten uit gesprekken met drie markante mannen. Deze keer: schrijver Raymond van de Klundert, ook wel bekend als Kluun.

Esther Goedegebuure
5 minuten
De vader van 2026: waarom Kluun zweert bij humor en authenticiteit

Schrijver Kluun (1964) – een ‘overjarige puber’ volgens zijn dochters – deed onderzoek naar het doen en laten van tieners. Met de boeken die hij daarover schreef, loodste hij hele volksstammen ploeterende ouders door wat je een crisissituatie in een gezin zou kunnen noemen. Op zijn vaderblazoen zitten best wat krasjes, maar hij is er goudeerlijk over, doet aan zelfreflectie en ontzettend zijn best.

Harde werker

‘Mijn vader en ik zijn allebei een spiegel van onze tijd. Hij werkte heel hard, eerst in de textiel- en later in de sigarenindustrie van Tilburg. Hij kwam één, hooguit twee keer per jaar kijken naar een voetbalwedstrijd van mij. Daar komt een vader tegenwoordig niet meer mee weg. Je moet iedere week langs de lijn staan, anders ben je ‘een slechte ouder’. Hij was een heel lieve vader, maar ik heb zelf, net als de meeste mannen van mijn leeftijd, heel wat meer uur met mijn kinderen doorgebracht. En dan ben ik nog gescheiden. Ik moet wel zeggen: hoe ouder mijn dochters werden, hoe leuker ik het vond. Na drie meiden was ik dat duwen tegen zo’n schommel in het Vondelpark goed beu. Doodsaai vond ik het.

Je hebt van die mannen die zeggen: ‘Er is niets dat mij blijjer maakt dan de hele dag met mijn kind samen zijn.’ Maar ondertussen werken ze gewoon vier dagen per week. Ik heb dat altijd ‘veins’-vaders genoemd. Als je zegt dat je het zo leuk vindt, doe het dan zoals in Scandinavië, wees dan een vol eerste jaar met je kind. Dan wil ik nog weleens zien hoe blij je bent. Zelf ben ik er eentje die er steeds beter in is geworden. De puberteit vind ik een leuke fase, dan worden het echte mensen, beginnen ze hun identiteit te ontwikkelen door hun kledingstijl of manier van praten. Ze krijgen wensen, dromen. Ze botsen ook voor het eerst tegen dingen aan als liefdesverdriet. De puberteit is groei.

Allemaal anders

Mijn vrouw Anne en ik hebben samen vijf kinderen. Ze zijn in alles anders. In uiterlijk, in stijl, in interesses, dat vind ik zo leuk. Met pubers in huis kijk je weer in de spiegel, word je eraan herinnerd hoe je zelf was. Als ik in het theater sta, doe ik altijd één inlevings-oefening. Dan vraag ik aan de zaal of ze willen terugdenken aan dat jochie of dat meisje van veertien dat ze zelf waren. Dan zie je mensen transformeren. Wij hebben geleerd al onze onzekerheden te maskeren, daar zijn we meesters in geworden. In die pubers zie je de onzekerheden, die ze met alle macht proberen te overschreeuwen, weer terug.

Niet alles is zo grappig natuurlijk. Ik kan heel moeilijk tegen het ongegeneerd gijzelen van de sfeer in huis. Tegen jengelende peuters kon ik ook slecht, maar aan dat lompe, asociale, chagrijnige, egocentrische van een puber erger ik me kapot. Ik was echt niet zo. Omdat ik er boeken over heb geschreven, weet ik hoe het komt, al vind ik het nog steeds moeilijk ermee te gaan. Mijn eerste reactie is ‘doe ’s even normaal, joh’. Niet dat het zin heeft...

‘Kinderen zijn niet je kloon, niet je accessoire’

Kluun

In de puberteit gaat het niet om de tijd die je met ze doorbrengt maar om de inhoudelijke betrokkenheid. Ik neem ze mee naar Springsteen, The Stones en Paul McCartney en zij mij naar Harry Styles, Sabrina Carpenter en Kendrick Lamar. Ik zit niet op Snapchat maar wel op Instagram, doe aan TikTok, ik ga bijna overal in mee. Dat houdt me jong. Mijn kinderen wijzen mij op grappen die niet meer kunnen omdat ze seksistisch of discriminerend zijn en dat vind ik fijn. Ik hoef zelf geen afzakbroeken of wijde pijpen te dragen, maar wil wel weten dat het mode is. Ik wil een mens van deze tijd zijn en dat het lukt, dank ik voor een groot deel aan de opvoeding die ik krijg van mijn kinderen.

Zelf was ik geen lastige puber, dat komt waarschijnlijk omdat ik alles mocht. Vanaf een jaar of vijftien ging ik van donderdag tot met zondag uit in Tilburg. Ik zorgde wel dat ik elk jaar overging. Leren ging me redelijk makkelijk af en zolang ik acceptabele rapporten had, kon ik doen wat ik wilde. Met roken had ik niks, maar daar zouden mijn ouders weinig van gezegd hebben. Blowen deed ik niet omdat ik niet rookte. Andere drugs bestonden niet, althans, niet in mijn omgeving. Wel was ik bijna elke week een keer ziek omdat ik te veel bier had gedronken. Zolang ik de troep zelf opruimde vonden mijn ouders dat ook best. Ik had dus niks te klagen en toen ik na mijn militaire dienst de heao in Breda ging doen, ben ik nog twee jaar bij mijn ouders blijven wonen. Het enige conflict dat we hadden ging over mijn eerste vriendinnetje. Mijn ouders mochten haar niet. Eigenlijk hadden ze daar gewoon gelijk in.

Familieopstelling

In Familieopstelling, mijn laatste roman, moet mijn hoofdpersoon, die in een spiritueel traject zit, een boze brief aan zijn vader schrijven. Ik schreef die brief vanuit de hoofdpersoon. ‘Dit is geen boze brief’, zei mijn redacteur. Zelfs de tweede poging vond hij niet sterk genoeg. Ik ken de woede of rebellie ook helemaal niet. Ik hield van andere muziek dan mijn vader, ja, maar ik heb me door hem altijd gezien en gewaardeerd gevoeld. Ook als vader heb ik veel zelfvertrouwen. Ik wil niet zeggen dat ik een goede vader ben, maar ik hou heel veel van mijn kinderen. Dan ben je eigenlijk al voor een groot deel geslaagd, heb ik door het voorbeeld van mijn vader meegekregen.

Kinderen zijn niet je kloon, niet je accessoire. Jouw status hangt niet af van je kinderen. Zoek je status, neem dan een tattoo, een ring of een dure auto. Ze hoeven niet te worden, te denken, te zijn, te leven zoals jij. Nee, het is anders. Jij moet ze helpen te worden wie zij zijn. Als je van ze houdt en ze een beetje laat, ook in hun puberteit, komt het wel goed. Als het echt fout dreigt te gaan, grijp je natuurlijk in. Voor de rest is mijn advies: laat ze vrij en overlaad ze met zelfvertrouwen.’