‘Twintig en tweeëntwintig zijn mijn dochters. Het zijn leuke meiden. Toen de jongste een paar maanden geleden definitief het huis uitging, had ik een tevreden gevoel. Alles wat mijn man en ik er aan zelfredzaamheid, humor, verantwoordelijkheidsgevoel en sociale vaardigheden in hadden proberen te stoppen was aardig blijven plakken. Ik voelde ook opluchting, dat het erop zat. Wat natuurlijk onzin is, want moeder ben je levenslang. Maar voor mij voelde het ook vaak als levenslang. Als ik nog eens zou kunnen kiezen, zou ik niet meer aan kinderen beginnen. En dan heb ik het niet over mijn dochters, van wie ik veel hou en op wie ik heel trots ben, maar over hoe moeder zijn je leven verandert – of beter gezegd: overneemt. Je lijf wordt nooit meer hetzelfde, je hebt nooit meer rust, je relatie verandert onherroepelijk.
Het taboe op spijt
Er zijn geboren moeders, die dat allemaal heerlijk vinden en het missen als hun kinderen het huis uit zijn. Mijn eigen moeder was zo iemand. Ik heb dat zelf nooit zo ervaren. Ik ben dol op mijn lege nest, al zal ik dat niet van de daken schreeuwen. Het is een groot taboe om te zeggen dat je spijt hebt van het moederschap. Je stuit meteen op weerstand. Mensen willen niet horen dat moeders geen moeders willen zijn, dat past niet in het stereotiepe plaatje. Voor je het weet heb je de moedermaffia achter je aan. Mensen vinden het per definitie zielig voor je kinderen. Maar ik heb goed voor ze gezorgd, ze veel knuffels gegeven, voorgelezen, huiswerk met ze gemaakt, getroost bij gebroken harten. Wel heb ik onderschat hoe ze alles zouden veranderen.
Geromantiseerd
Mijn man is altijd fulltime blijven werken. Hij had het hoogste salaris, dus was het logisch dat hij kostwinner zou worden. Daar hadden we beter over moeten nadkenken. Hij heeft veel minder van zijn ‘oude’ leven hoeven opgeven en hij vond het leuk om vader te zijn, vermoedelijk omdat hij veel minder de saaie momenten met de meisjes meemaakte. Zijn enthousiasme heeft de tweede opgeleverd. Ik voelde me schuldig omdat ik dacht dat ik de oudste tekort deed en dacht: dan hebben ze in ieder geval elkaar en een vader die helemaal voor ze gaat. Het lag ook in de lijn der verwachtingen. Ik zag vriendinnen smoorverliefd worden op hun kinderen en dacht dat het vanzelf zou gaan, dat ‘houden van’ dat overal bovenuit stijgt. Ik heb dat geromantiseerd. Bij mij was dat uiteindelijk niet zo.
‘Waarom zou ik niet mogen verlangen naar zitten aan een zwembad zonder schreeuwende kinderen die bommetjes maken?’
De dagelijkse sleur
Een groot deel van kinderen grootbrengen heeft niets te maken met vertederende momenten en diepe ontroering. Veel vaker sta je in de ‘niet doen, laat dat’-stand en is er sprake van geestdodende sleur. Het verandert je, je energie lekt weg. Je verliest je vlammetje vanbinnen omdat je zo moe bent en zoveel andere dingen aan je hoofd hebt. Wie cijfert zich na jarenlang gratis weg om andere wezens gelukkig te maken? Dat is rationeel gezien toch helemaal geen redelijke deal? Ik wou dat ik het heilige vuur had gehad om onbaatzuchtig te gaan zorgen, maar ik miste dat.
Dromen van Parijs
Op de moeilijkste dagen dacht ik bij het boodschappen doen vaak: wat als ik nu niet naar huis rij, maar naar Parijs? Er waren zoveel dingen die ik had kunnen doen als ik geen moeder was geworden. Ik had fulltime kunnen blijven werken en carrière kunnen maken, in plaats van als parttimer op hetzelfde niveau te blijven hangen. Toen ik weer meer uren kon gaan werken, was het te laat om die inhaalslag te maken. Ik had mezelf kunnen verrijken met reizen, kunst, dutjes, wandelingen, films en wat al niet meer, in plaats van al die jaren een stap achteruit te doen voor de kinderen.
‘Je lijf wordt nooit meer hetzelfde, je hebt nooit meer rust, je relatie verandert onherroepelijk’
Eindelijk rust
Soms heb ik het gevoel dat ik kan uitademen, na de afgelopen 22 jaar te hebben geleefd met een soort ‘omgekeerd verlangen’ naar een leven zonder kinderen. We gaan deze zomer op vakantie naar een ‘adults only’-resort. Op een bizarre manier geeft het me troost, dat ik blijkbaar niet de enige ben die niet idolaat is van alles wat kinderen doen. Ik hou het meestal voor me. Ik weet wat mensen denken: gemene vrouw, kinderhater. Volgens mij ben ik dat niet. Maar waarom zou ik niet mogen verlangen naar zitten aan een zwembad zonder schreeuwende kinderen die bommetjes maken?
Volgende generatie
Ik vind het spannend hoe mijn dochters het later zullen aanpakken. Ze zijn nu nog zo jong dat een kinderwens niet speelt. Maar als ze er wel voor gaan, moet ik ze dan niet waarschuwen? Zouden ze ervoor kiezen om kinderloos te blijven, dan zou ik ze daarin steunen. Het taboe lijkt er een beetje af te zijn, je hoort nu wel vaker dat mensen er bewust voor kiezen om niet aan kinderen te beginnen. Die komen dan met argumenten als overbevolking of het klimaat. Dat klinkt weloverwogen, maar in mijn ogen zijn het allemaal rookgordijnen. Als ik eens goed doorvraag, willen ze gewoon hun eigen leven niet opgeven. En gelijk hebben ze.’
De namen in dit artikel zijn gefingeerd.