‘Ze appt me nog vaak. Wanneer ik weer naar Dubai kom. “Zo gezellig, weer lekker samen shoppen.” Ze is een contact uit de tijd dat het mijn man en mij nog voor de wind ging, meer een kennis dan een vriendin. Maar rijke ‘vrouwen van’ zijn vaak zo eenzaam, dat ze je al snel een vriendin noemen.’
Rijk
‘Deze woont in een enorm huis met Chagalls aan de muur, een infinity pool en een ‘executive assistent’ die alles voor haar regelt. Echt alles, van een anti-katerinfuus tot een jurk die per privéjet wordt ingevlogen vanuit Parijs, want “waarom niet?”
Voor alle duidelijkheid: tot deze categorie rijken hebben mijn man en ik nooit behoord. Maar we hadden het wel goed. Vrijstaand huis in Het Gooi, een voorraad champagne in de wijnkast, vier luxe vakanties per jaar, veel weekendjes weg. Het kon niet op en ik ga niet liegen: het was geweldig.
Ik kom zelf uit een ‘normaal’ gezin. Mijn ouders zaten allebei in het onderwijs. Vakantie betekende bij ons zelfgesmeerde krentenbollen mee. Als er eenmaal genoeg geld is, ga je het vanzelf normaal vinden om altijd uit eten te gaan en gaat een broek van vierhonderd euro een koopje lijken.
Ik droeg graag Emilia Wickstead – zestienhonderd euro voor een katoenen jurk. Er hangen er nog twee in de kast, de andere heb ik inmiddels verkocht. Er moest een creditcard worden afbetaald, er lag een dikke rekening van de garage en we moesten ook gewoon eten. Dat is lastig met een geblokkeerde pinpas.
Spullen verkopen helpt dan even, al lost dit het probleem niet op.’
Paranoïde
‘Het is ontzettend lastig om veel minder uit te geven als je intussen wel hoge vaste lasten hebt en in een sociale kring zit waar ze ‘prosecco is voor paupers’ zeggen en het dus altijd champagne moet zijn. Niet uit de supermarkt, maar minimaal een Heidsieck of Bolli van veertig, vijftig euro per fles.
Feestjes worden zo iets om buikpijn van te krijgen, maar het is in deze omgeving zo ingeburgerd om regelmatig samen te borrelen, dat je er ook niet onderuit kunt, wil je erbij blijven horen. Ik heb de schijn lang kunnen ophouden. Boodschappen deed ik bij een Aldi veertig kilometer verderop. Goedkope wijn en sterke drank goot ik over in mooie karaffen. Geen hond die het verschil proeft. En gerookte zalm smaakt naar gerookte zalm, waar je hem ook koopt.
Het was lastiger om onder dingen uit te komen als fundraisers. Vijfhonderd euro voor een etentje voor het goede doel, dat kon echt niet meer. Dan moet je in de smoezendoos duiken: familieverplichtingen, werk, een bruiloft. We hebben weleens een zaterdag door ons eigen huis geslopen en met de luiken dicht in de slaapkamer gebivakkeerd uit vrees betrapt te worden.
Je wordt er moe van, van al dat liegen. Paranoïde, ook. Leugens zijn lastig te onthouden. Ik schrijf vaak steekwoorden in mijn agenda, om ze overeind te kunnen houden. Dit bovenop de slapeloze nachten en de stress van aanmaningen, berichten van de bank en brieven van deurwaarders.
Had je me vijf jaar geleden gevraagd wat ik vond van mensen die hun post niet openmaken, dan had ik ze voor gek verklaard. Nu begrijp ik heel goed waarom ze dat doen. Ik zou niets liever willen dan alles kunnen betalen, maar als er geen geld is, betekent elke envelop extra stress.
Soms is de verleiding groot om open kaart te spelen over hoe we hier terecht zijn gekomen. Geïnvesteerd in de verkeerde cryptomunt. Te laat belasting betaald, dus naheffingen. Eén onderneming van ons is failliet gegaan in de coronatijd. De onderneming die we nog hebben staat op omvallen.
Met geld verdien je al snel meer geld. Het omgekeerde geldt ook: heb je geen geld, dan zak je steeds dieper weg. Je kunt nog een tijdje blijven drijven op creditcards en potjes, maar op een dag is gewoon alles op.
Stel dat we eerlijk zouden zijn, dan zijn we binnen een week paria’s. Ik heb gezien hoe het eerder ging met kennissen die in de financiële problemen raakten. ‘Wat erg voor jullie’ zeggen, maar intussen meewarig kijken en je daarna uit de weg gaan. Zo werkt dat in deze Gooische bubbel. Er zitten echt ook fantastische mensen tussen, maar als je niet meer kunt meekomen, houdt het snel op.’
‘Ons huis wordt steeds leger, wat we aan kennissen uitleggen als wens om te ontspullen’
‘Quiet luxury’
‘Mijn man en ik weten al maanden wat we moeten doen: actie ondernemen voor de bank beslag gaat leggen op ons huis. Dat moet worden verkocht. Daarvan zou een groot deel van de schulden kunnen worden afbetaald. Ik moet een baan zoeken. Mijn man moet zich volledig richten op de zaak die we nog hebben, om die weer in de zwarte cijfers te krijgen.
Het is makkelijker gedacht dan gedaan. Ik ben de trut die denkt: maar wanneer moet ik dan naar yoga? En mijn man kan zich geen leven voorstellen waarin hij geen lid is van de golfclub. Eigenlijk willen we allebei gewoon dat wat we de afgelopen twintig jaar hebben opgebouwd houden.
We praten er eindeloos over en zeggen dan zinnige dingen over hoe we het gaan oplossen, maar tegelijk is er een soort blinde vlek. Alsof we hopen dat dit uiteindelijk toch vanzelf zal worden opgelost. Soms lijkt het ook alsof het lot ons aan het lijntje houdt. Dan komt er toch weer een mooie order binnen en is er weer even hoop. Lossen we genoeg af om een pinpas te kunnen deblokkeren en weer even boodschappen te doen.
Om de Belastingdienst tegemoet te komen, hebben we mijn cabrio verkocht. Dat kon ik nog wel aan de buitenwereld verkopen met: ‘ik gebruik hem nauwelijks’. Maar die auto was wel zo’n beetje het laatste van echte waarde dat we van de hand konden doen.
Mijn man en ik weten allebei dat het aan ons is om dit op te lossen. Van onze ouders zullen we niet veel erven. Maar wanhoop, daar gaat een mens roekeloze dingen van doen. Het casino waar we overmoedig binnenstapten ‘om het eens even te regelen’ leverde op een inzet van vijftig euro driehonderd euro winst op, die we prompt weer inzetten en verloren. Op de terugweg bleef ik er maar over malen: waarom hebben we dit gedaan? Waarom niet gewoon weggaan met die driehonderd euro? Wat is dat voor een gekte die dan in je hoofd ontstaat?
Omdat we het zo moeilijk vonden die laatste stap te zetten, bleven we dingen verkopen om het hoofd enigszins boven water te kunnen houden. Kunst, design, elektronica. Ons huis is zo steeds leger geworden, we leggen het in onze kennissenkring uit als een behoefte aan ontspullen. ‘Quiet luxury’ en zo. Wat dus in werkelijkheid vooral stille armoede is.
De grenzen aan wat nog geloofwaardig is beginnen in zicht te komen. Het begint op te vallen hoe vaak ik (‘Sorry, te druk’) ergens niet mee naar toe kan. Geen geld voor de jaarlijkse vriendinnenvakantie op Ibiza, geen geld voor een vip-box bij een concert, geen geld voor een dagje spa.’
Bungalowpark
‘Ik jok steeds vaker dat mijn moeder me nodig heeft als mantelzorger en krijg dan onmiddellijk tien tips van in te huren professionals. Ik speur in kringloopwinkels naar pareltjes die ik met een beetje bluf als vintage cadeautje aan een vriendin zou kunnen geven. En ik zit uren op Funda om te kijken wat ons huis zou kunnen opbrengen. Zo’n anderhalf miljoen, denk ik. Misschien minder, want er is nogal wat achterstallig onderhoud.
Met de afbetaling van wat er nog open staat aan de hypotheek, leningen en schulden zouden we ongeveer twee ton moeten overhouden. Dat is een vermogen. En tegelijk voelt het als weinig, als je ooit zonder met je ogen te knipperen een safari van twintigduizend euro afrekende. Ik ben het gevoel voor geld kwijt, voor wat normaal is.
Maar ik besef wel heel goed dat dit onze enige en laatste kans is en dat ik daar niet over moet piepen, omdat er mensen zijn die geen andere keuze dan de schuldhulpverlening hebben. Volgende week komt de makelaar. Heel verdrietig, heel gênant, heel definitief. Het plan is om na de verkoop tijdelijk op een bungalowpark te gaan wonen. Via mijn zwager kunnen we daar iets voor maximaal zes maanden huren. Dat zou genoeg moeten zijn om even op adem te komen en de financiën te regelen.
Mijn man gaat zelf in de zaak staan die we nog hebben. Ik kom uit de ICT en heb mijn kennis altijd bijgehouden. Het zou moeten lukken daar werk in te vinden. Het is veel in één keer en ik kan totaal niet overzien wat ons te wachten staat, maar het moet.
Ik zie op tegen de vragen die zullen komen als het te koop-bord in de tuin staat. Ik schaam me voor hoe we hebben gefaald, maar ook voor hoe we het zo ver hebben laten komen. Deels pech, deels ook echt verkeerde beslissingen van ons. Het is zinloos om er nog een mooi verhaal omheen te verzinnen. We moeten met de billen bloot: dit leven is voorbij.
Het heeft niet eens zin de meubels op te slaan, we krijgen toch nooit meer een woning die groot genoeg is voor onze modulaire bank. Het is niet zoals ik me het leven op deze leeftijd had voorgesteld. Geen Zwitserlevengevoel, maar alles op de fiets, want dat kost niets.
Over Dubai treur ik niet. Maar dit heerlijke huis en alle leuke, luxe dingen die we hadden ga ik vreselijk missen. Geld is vrijheid, dat besef je pas als het er niet meer is.’
De namen in dit artikel zijn gefingeerd.