Personality

Ariane Hendriks: 'De rechter herkent intieme terreur vaak niet'

Voormalig advocaat en docent familierecht Ariane Hendriks vraagt onvermoeibaar aandacht voor intieme terreur. ‘Mijn inspiratie haal ik uit de veerkracht van de slachtoffers.’

Renate van der Zee Leestijd 5 minuten
Ariane Hendriks

‘Steeds vaker kwamen er vrouwen bij me die in doodsangst zaten voor hun ex, terwijl ze zeiden dat hij hen nooit had geslagen. Hun verhalen leken op elkaar. Ze werden bijvoorbeeld opgesloten in een kast als ze iets deden wat hun man niet beviel. Ze konden niet zelf beslissen wat ze met hun geld deden, wat ze aten, welke kleren ze droegen en met wie ze praatten. En na de scheiding bleef hun ex hen bedreigen en lastigvallen, vaak via gerechtelijke procedures. Ik vroeg me af: wat speelt hier?’

Als familierechtadvocate stond Ariane Hendriks (49) jarenlang slachtoffers van huiselijk geweld bij – een van haar cliënten was bijvoorbeeld de ex-partner van ‘Iceman’ Wim Hof. Maar dit fenomeen verbaasde haar. ‘Ik verdiepte me erin en kwam erachter dat het in het buitenland allang bekendstaat als intieme terreur: een vorm van huiselijk geweld waarbij de pleger volledige controle over zijn partner wil. Dat gaat gepaard met allerlei vormen van dwang en intimidatie. Het ingewikkelde is dat er vaak geen sprake is van fysiek geweld. Ik heb intiemeterreurzaken meegemaakt die ik als extreem heftig ervoer, waarbij de vrouw in de relatie elke persoonlijke vrijheid kwijtraakte en een schim van zichzelf werd, zonder dat haar ex haar ooit een blauw oog had gemept. Toen ik las over intieme terreur, begreep ik opeens waarom die vrouwen zo bang waren. Want die daders zijn in staat hen te vermoorden, ze dreigen daar vaak mee en het gebeurt soms ook.

Het grote probleem waar ik als advocaat voor stond, was dat rechters intieme terreur niet herkenden. Sowieso wordt geweld tegen vrouwen heel vaak gebagatelliseerd door de rechterlijke macht, maar voor intieme terreur was helemaal geen oog. De situatie werd geframed als een vechtscheiding, waarbij beide partners schuld hebben. En dan gebeurde het dat er bijvoorbeeld een omgangsregeling voor de kinderen werd opgelegd, waardoor een gevaarlijke situatie ontstond. Want de pleger ging gewoon door met zijn dwingende en controlerende gedrag met veel schade voor de vrouw en de kinderen tot gevolg. Zo’n man moet je juist op afstand houden. Samen met mijn collega Ingrid Vledder besloot ik toen cursussen te gaan geven om kennis te verspreiden. En we schreven een boek over intieme terreur.’

Linkse basishouding

Ariane Hendriks werd geboren in Amsterdam, in een traditioneel gezin. Ze was een nieuwsgierig kind. ‘Ik kom bepaald niet uit een feministisch nest’, vertelt ze. ‘Ik ben gereformeerd opgevoed, iedere zondag naar de kerk. Dat was wat benauwend. Ik had geen slechte relatie met mijn ouders, maar voelde wel een grote behoefte om zo snel mogelijk weg te komen. Ik had al vroeg het idee: er moet heel veel meer zijn dan alleen dit. Ik ging studeren in Maastricht, lekker ver weg. Eerst Cultuur- en Wetenschapsstudies. Die studie stelde al die interessante vragen waarover ik wilde nadenken. Waarom doen wij mensen de dingen die we doen en waarom vinden wij de dingen die we vinden? Ik begon aan een promotieonderzoek, maar begreep al snel dat onderzoek doen in archieven veel te eenzaam is voor mij.

‘Het ingewikkelde is dat er vaak geen sprake is van fysiek geweld bij intieme terreur'

Ik ging vervolgens Rechten studeren, een studie waarmee ik makkelijk een baan zou kunnen vinden en die genoeg interessante mogelijkheden bood. Ik deed die opleiding ’s avonds, terwijl ik overdag als beleidsmedewerker Justitie en Asiel bij de SP-Tweede Kamerfractie werkte. Die linkse basishouding heb ik van huis meegekregen. Mijn vader was voor iemand uit zijn milieu verrassend links, echt een vakbondsman. Ik ging aan de slag op een sociaal advocatenkantoor met een feministische achtergrond. Verrassend genoeg had ik daar best veel aan dat inktzwarte gereformeerde wereldbeeld waarmee ik was opgegroeid. In de kerk hoorde ik dat de mens van nature slecht is, geneigd tot al het kwaad. Dat we leven in een gebroken wereld. Ik raakte dus niet zo snel uit het veld geslagen van de verschrikkelijke verhalen die ik hoorde van slachtoffers van huiselijk geweld.

Onder de indruk

Toch ben ik na zeventien jaar gestopt met mijn werk als advocaat. Vanwege het onbegrip binnen de rechterlijke macht en de jeugdzorg. Ik kon het niet meer opbrengen om telkens weer duidelijk proberen te maken wat een pleger van intieme terreur mijn cliënte had aangedaan en me te realiseren dat ik tegen een muur praatte. Die vrouwen stonden helemaal alleen en klamp ten zich aan mij vast, terwijl ik zo weinig voor hen kon doen. Sinds 2024 ben ik docent familie- en jeugdrecht aan Tilburg University. Ik werk parttime, zodat ik daarnaast kan doorgaan met kennis verspreiden over intieme terreur. Ik zie dat er nu langzamerhand meer aandacht voor komt. Er is echt momentum voor verandering en daar ben ik positief over. Maar ik ben wel bang dat het een hype is en dat de belangstelling over twee jaar stopt. Want het is geen hype: minstens de helft van wat wij conflictscheidingen noemen, is een kwestie van intieme terreur.

Ik werk hard, maar ik maak ook zeker tijd voor leuke dingen in mijn leven. Ik woon in een Amsterdamse volkswijk met een zoon van zestien en een man die historicus is. Ik houd van koken voor grote groepen vrienden en ga graag dansen: mijn man en ik doen aan stijldansen en lindy hop. Dat is heel ontspannend, want als je danst, kun je niet aan iets anders denken. Mijn inspiratie haal ik uit de veerkracht van de slachtoffers van intieme terreur. Ik ben iedere keer opnieuw onder de indruk als ik zie hoe deze vrouwen toch weer iets proberen te maken van hun leven. Vrouwen die zo kapot zijn gemaakt en toch weer overeind komen, die geven mij energie om aandacht te blijven vragen dit onderwerp.’