Voor leuke 40+ vrouwen met stijl

Antoinette (60): 'Ik ben dol op mijn kleindochter, maar ik wil niet oppassen'

Het lijkt tegenwoordig bijna de norm dat je als oma tenminste één dag per week op je kleinkinderen past. Maar Antoinette (60) weigert daarin mee te gaan. ‘Ik trein liever met een vriendin naar zee dan dat ik poepluiers verschoon.’

Openhartig

‘Het begon guitig met de eerste foto van de echo: ‘Nou mam, heb je al een oppasdag die je wilt reserveren?’ Het was niet echt een vraag, maar meer alsof ze ervan uitging dat ik graag zou willen oppassen. Ik was heel blij voor mijn dochter Monique en haar man dat ze zonder al te veel moeite zwanger waren geraakt en wilde de pret niet bederven, dus ik lachte gewoon maar en zei verder niets. Maar ik voelde wel meteen: dat wil ik helemaal niet, een vaste oppasdag. Het benauwde me, het voelde als een last, niet als iets leuks. Later kwam Monique erop terug, toen ze dingen aan het regelen was voor na haar verlof. Haar schoonmoeder wilde graag de donderdag als vaste oppasdag, of ik de maandag voor mijn rekening zou willen nemen, ‘want dan werk je toch niet’. Dat klopt.’

Altijd hard gewerkt

‘Ik werk sinds mijn twintigste. Eigen kapsalon gehad, tegenwoordig fulltime in loondienst. Ik voel mijn lijf na een dag staan, indraaien, knippen en föhnen. En praten. Als ik thuis ben, vind ik het fijn om alleen te zijn en heb ik echt even tijd nodig om bij te trekken van de dag. Zondag doe ik boodschappen en mijn huishouden en lig ik veel op de bank om mijn rug een beetje rust te geven. Maandag is de salon gesloten. Die dag gebruik ik om vriendinnen op te zoeken of eens naar een museum of een andere stad te gaan. Naar de matinee in de bioscoop of het filmhuis, daar geniet ik ook van. Ik vind het heerlijk om over mijn eigen tijd te beschikken na al die jaren werken en zorgen en moet er niet aan denken om nu achter een buggy te gaan lopen. Voor het eerst in veertig jaar heb ik een beetje ruimte voor mezelf. Dat wil ik niet opgeven voor weer een nieuwe verplichting.

Monique leek niet echt te horen wat ik probeerde uit te leggen. Of ik dan niet een dag minder kon gaan werken en de dinsdag kon nemen. Ik zei dat dat niet kon omdat ik er in dat geval financieel te veel op achteruit zou gaan. Sinds de scheiding ben ik alleenstaand en dus ook kostwinner en hoewel ik zuinig leef, is het geen vetpot. Een dag minder werken, zou betekenen dat ik geen buffer meer kan opbouwen en dat spaarpotje geeft me nu net zoveel rust. Ik vond dat zelf een heel redelijk argument en hoopte dat Monique er genoegen mee zou nemen, want in werkelijkheid zou ik ook niet willen oppassen als ik twee keer zoveel verdiende. Maar dat vond ik zo naar om te zeggen.’

Iedereen doet het

‘Om me heen zie ik aan kennissen en vriendinnen hoe slopend het is om je de hele dag te wijden aan een kleintje. En hoe makkelijk hun kinderen zijn. Die willen weekendjes samen weg. Oppassen wordt vaak ook blijven slapen en ze de volgende dag ook ‘even’ naar school brengen of in het weekend naar de voetbal. Ik heb een vriendin die haar knieoperatie blijft uitstellen omdat het niet uitkomt met haar oppasdagen. ‘Maar je krijgt er zoveel voor terug’, wordt er dan altijd snel bij gezegd, alsof het taboe is om te zeggen dat je het ook zwaar en beperkend vindt. In mijn omgeving is er maar een die zegt dat ze het eigenlijk heel saai vindt en bekent dat een fles wijn opentrekken het eerste is wat ze doet als haar kleinzoon is opgehaald. Vriendinnen die op hun kleinkinderen passen doen dat uit liefde voor hun kind, om ze te helpen of ‘omdat iemand het moet doen’. En vast ook wel omdat ze dol zijn op hun kleinkinderen. Maar misschien ook wel een beetje omdat iedereen het doet. Gratis kinderopvang door grootouders is de norm geworden. Ik voel me er best rot over dat ik die oma ben die zich niet vol vertedering inzet voor haar kleinkind.‘

Liever andere dingen doen

‘Als ik echter heel eerlijk ben, heb ik die tijd gehad. Kinderen zijn schattig, maar je loopt toch de hele dag te redderen om ze bezig te houden en te verzorgen. Die fase ken ik door en door als moeder. Ik was smoorverliefd op mijn kinderen en heb het met veel plezier en liefde gedaan, maar het was iets wat bij twintig, dertig, veertig zijn hoorde. Die energie van toen, die heb ik niet meer. Ik sta bovendien anders in het leven omdat ik het een en ander heb meegemaakt: de scheiding, borstkanker, heel erg krap zitten. Dat zet je aan het denken over hoe je wat je nog voor je hebt wilt doorbrengen. En in vergelijking met al die oppassende grootouders is het vast erg egoïstisch van me, maar ik trein liever een dagje naar zee met een vriendin dan dat ik poepluiers verschoon. Uiteindelijk heb ik dit letterlijk moeten uitspreken, omdat Monique er stiekem toch vanuit bleef gaan dat ik wel zou bijdraaien. ‘Als je de baby straks ziet, denk je er vast anders over,’ zei ze steeds. Ik had gehoord over de wachtlijsten bij de crèche en dacht: ik moet het echt zeggen, anders komt ze straks in de problemen omdat er geen plek is. Het was geen prettig gesprek. Ik had het hart in mijn keel en ze reageerde best boos: ‘Nou, daarmee maak je mijn leven wel een stuk lastiger.’

Teleurgesteld was ze ook. Emotionele chantage: ‘Mam, je wilt toch niet dat de baby met drie maanden al naar de crèche moet?’ Ze zei nog net niet: ‘Hou je soms niet van me?’ Alsof ik haar persoonlijk afwees. Wat ze waarschijnlijk ook zo ervoer. Andersom wees zij ook mij af, omdat ze niet wilde respecteren dat ik iets anders wilde dan zij in haar hoofd had, maar dat kwartje viel niet bij haar. Het was niet zo dat ik niet van haar hield en niet blij was dat er een kindje op komst was, ik wilde alleen niet structureel oppassen. Ik vond het erg pijnlijk, want ik ben graag mensen ter wille. Maar ik dacht ook: als ik het voor jou doe, moet ik het ook voor je broers doen als die kinderen krijgen. Ik moest er niet aan denken in die fuik terecht te komen, het leek me beter om maar meteen duidelijk te zijn.‘

'De verloskundige vroeg argeloos of ik ging oppassen. ‘Daar heeft mijn moeder het veel te druk voor,’ zei Monique net iets te bits.'

Feest

‘Daarna hadden we lange tijd een soort eenrichtingsverkeer. Ik vroeg hoe het met haar ging, zij ging op in haar zwangerschap alsof ze de eerste vrouw ooit was die een kind kreeg. Vragen hoe het met mij was, zat er niet meer in. Ik snapte dat ze ervan baalde, maar het voelde ook alsof ik alleen maar interessant voor haar was als oppas. Om toch een beetje met haar mee te leven, ging ik mee naar de volgende echo. De verloskundige vroeg argeloos of ik ging oppassen. ‘Daar heeft mijn moeder het veel te druk voor,’ zei Monique net iets te bits. Instant verdriet. Wat kunnen emoties toch met je sollen. In haar vriendenkring is het zo’n beetje standaard dat de opa’s en oma’s een dag of meer oppassen. Als die mensen daar echt van genieten, is dat natuurlijk geweldig, maar ik vind niet dat ik me daarom verplicht zou moeten voelen om het ook maar te gaan doen.

Toch voelde het alsof ik haar in de steek liet. Later in de zwangerschap begon het me te ergeren dat ze er nog steeds over mokte. Dan klaagde ze dat de crèche zo duur was dat het amper zin had om te gaan werken. Ik knikte maar wat en dacht: dit had je ook kunnen bedenken voor je stopte met de pil. Jij wil een kind, regel het maar zelf. Dat heb ik ook altijd gedaan toen haar twee broers en zij klein waren. Mijn ex werkte voltijds, ik werkte drie dagen en die dagen gingen ze naar de crèche en later naar de buitenschoolse opvang. Ze zijn er niet slechter van geworden. Waarom zou ik me verantwoordelijk moeten voelen voor het leven waar twee volwassen mensen bewust voor hebben gekozen? Een vriendin die wel oppast, waarschuwde me dat de baby zich veel meer aan de andere oma zou gaan hechten. Klopt, dat was de consequentie. Fijn voor haar. En ik zou veel missen van mijn kleinkind. Vond ik niet echt een argument, want mijn dochter appt me nog foto’s als ze bij de gynaecoloog ligt, ik had er alle vertrouwen in dat ik regelmatig kiekjes zou krijgen.‘

'Mijn dochter benoemt dat vaak, hoe blij ze is met al die hulp. En dan voel ik me wéér schuldig. Maar ik denk ook: ik zou voor geen goud ook nog eens jouw huishouden erbij willen doen, doe het lekker zelf.'

De band

‘Het was ook niet zo dat ik er niets mee te maken wilde hebben, ik wilde gewoon het soort oma zijn zoals ik vroeger zelf had. Bij wie je op bezoek ging en weleens logeerde en dat het dan feest was omdat ze zich niet geroepen voelde om op te voeden. Maar niet elke week. Want ze had nog andere dingen te doen. En ik kan me niet herinneren dat mijn moeder daar ooit moeilijk over deed en die werkte ook. Zij regelde het met een vriendin of een zus en in ruil daarvoor hadden wij ook vaak kinderen van anderen over de vloer. Zo ging dat toen. Dat past niet helemaal in het perfecte plaatje dat mijn dochter voor ogen heeft. Die wil vooral een oplossing die haar leven makkelijker maakt. Om die reden past de andere oma op in het huis van de jonge ouders, die inmiddels een dot van een dochter hebben gekregen: Laura. Die natuurlijk nog veel slaapt, zodat die oma intussen ook even een strijk wegwerkt en alvast eten kookt. Mijn dochter benoemt dat vaak, hoe blij ze is met al die hulp. En dan voel ik me wéér schuldig. Maar ik denk ook: ik zou voor geen goud ook nog eens jouw huishouden erbij willen doen, doe het lekker zelf.

Monique en ik zijn gelukkig weer een beetje naar elkaar toegegroeid sinds Laura er is. Het zijn grote gebeurtenissen; moeder worden, en als moeder opschuiven naar oma. Alles en iedereen wordt er zachter van. Af en toe pas ik op, als ze graag een avondje uit willen. Wel gewoon bij mij thuis. Dat is enig als mijn kleindochter een gezellige bui heeft en pittig als ze moe is en alleen maar wil jengelen. Het is ook precies goed voor mij. Meer dan dit trek ik niet.’

Personality
  • Adobe Stock