Litteken door Karen van Dellen

Ik ben drie jaar oud en de vader is de held. Er loopt ergens ook nog de moeder rondom mij, maar zij is er voor het kleine, het schuilen, zij kookt en kleedt mij aan. De vader is er voor avontuur, voor capuchon op en haren in de wind, voor grote stappen in laarzen. Voor struinen door maisvelden, voor koorddansen op stoepranden, voor voetballen, voor op handen lopen, voor vastklemmen zodat je voelt dat je spieren hebt. Spieren waarmee je verder kan lopen dan je dacht, ineens los kan fietsen. Het witte hemd van de vader ligt losjes om zijn borstkas. Er is wat haar, bulten waarvan ik veel later weet dat het ribbenkast heet. Die deinen zacht op en neer, om nooit op te houden met ademen. Onder zijn linkerborst een litteken: een rondje met een stip erin. Ik stip het aan, het woord tiptoets bestond niet. “Kijk” zegt de vader, “dat heb jij ook!” Hoe je iets cadeau kan krijgen dat je al had. Ik gloei van trots. We kijken elkaar aan in de spiegel, zeggen niets. Ik ben vanaf nu ook de vader in mijzelf. Het jonge broertje bekijk ik, hoewel drie jaar oud, vanaf een meter eenentachtig. Wij, de vaders, groot. Ik ben zeven jaar, weet nu dat ik niet een meter eenentachtig ben.

Er is stilte, nog even staren de ogen van littekens onder de linker borsten elkaar aan

Ik ben minder sterk geworden dan de vader, de spieren van zeven jaar zijn krachtiger dan die van de driejarige zelf die ik was. Het plafond onbegrensde kracht is gedaald. Ik grinnik daarom, ik en de vader in mij. Er is zoveel tijd nog te leven. De spurt omhoog, de littekens naderen elkaars hoogte: gegroet in de badkamerspiegel. Ik ben sterker dan de moeder. Trek een indewegzittend kinderzitje van haar bagagedrager, de vader in mij balde de biceps: Pang, los! De ogen van de moeder verheugd geïrriteerd: het kind groeit. Ik ben elf jaar, de vader zegt niet veel. De vader beweegt, de vader observeert, de littekens, sporadisch samen in de spiegel zijn een schoollineaal van elkaar af. Soms, steeds minder soms, ben ik sterker dan de vader. Ik heb meer stem. Ik kan de stem gebruiken, maar doe dat niet graag tegen hem. Er is stilte, nog even staren de ogen van littekens onder de linker borsten elkaar aan. Ik ben 11 jaar en 2 maanden.

Ik beweeg en begin te stinken, groei niet alleen omhoog

Ik wil niet. Het moet stoppen, de vader in mij trekt zich terug. Ik beweeg en begin te stinken, groei niet alleen omhoog. Ik wil neutraal, ik wil mens, alleen mens zijn. Ik doe mijn ogen dicht en bid. Dus dit is bidden. God Almachtig (godallemachtig): stop! Ik had benen en armen, voeten en vingers. Ik was neutraal. Het groeit, het kan niet anders, ik weet het. De arm van de vader ligt bedachtzamer om mijn schouders. Er wordt anders tegen mij aan geblikt: doe normaal. Dit is dus normaal. Langzaam verdwijnt mijn litteken onder mijn borst. Ik ben 16, ik heb geen litteken, ik heb een beha.

Reacties (0)