Vroeger was één extra dagje vrij eigenlijk nog karig. In de middeleeuwen was Pasen namelijk zo’n belangrijk feest dat het niet één, niet twee, maar vaak wel acht dagen duurde. Deze Octaaf van Pasen was een week vol religieuze plechtigheden en rust.
Van vroomheid naar volksvermaak
Na de Reformatie in de 16e eeuw werd dit drastisch ingekort. De kerk vond al dat feesten maar overdreven, maar het volk liet hun vrije maandag niet zomaar afpakken. Zo bleef de maandag behouden als officiële feestdag, terwijl de rest van de week langzaam van de kalender verdween.
Hoewel de zondag echt in het teken stond van de kerk en de wederopstanding, was de maandag van oudsher de dag van het volksvermaak. Dit was de dag dat de gewone man en vrouw de straat op gingen.
- Eitje tik: In veel dorpen werden wedstrijden gehouden.
- Paasvuren: Vooral in het oosten van het land een eeuwenoude traditie om de winter te verjagen.
- Flaneren: Men trok de mooiste nieuwe kleren aan (de 'paasbest'-outfit) om gezien te worden in het dorp of de stad.
Waarom we het nu nog steeds vieren
In 1964 werd Tweede Paasdag in Nederland officieel vastgelegd als een verplichte vrije dag. Het is inmiddels diep geworteld in onze cultuur als een dag van samenzijn. Waar de kerstdagen vaak draaien om uitgebreide diners en binnen zitten, staat Tweede Paasdag symbool voor het voorjaar: naar buiten gaan, de eerste zonnestralen meepakken en de lente vieren.
Zo haal je alles uit je Tweede Paasdag
Tegenwoordig vullen we de dag op onze eigen manier in. Of je nu kiest voor een luxe high-tea met vriendinnen, een bezoek aan een antiekmarkt of simpelweg een uitgebreid ontbijt met het gezin: het is de ultieme dag om te onthaasten voordat de werkweek weer begint.