Geen wekker vroeg in de ochtend. Geen werkoverleg om negen uur. Geen file. Geen mails waar snel op gereageerd moet worden. Alleen koffie, de krant, en de vrijheid van een dag zonder plannen. Dat is het beeld dat Sofie (37) en Raphaël (49) voor ogen hebben. Voorlopig is het nog geen werkelijkheid, maar het houdt hen al een paar jaar dagelijks scherp. Ruim voor ze hun 67ste verjaardag vieren, willen ze samen met pensioen – en ze hebben uitgerekend hoe ze dat voor elkaar gaan krijgen.
Twee horizonnen, één plan
Sofie en Raphaël zijn al acht jaar een koppel. Ze werken allebei in loondienst, en allebei hebben ze een gemiddeld inkomen. Wat hen onderscheidt van de meeste stellen die over vroegpensioen dromen, is hun leeftijdsverschil. ‘In het begin was dat een voldongen feit’, zegt Sofie. ‘Tot we over later begonnen na te denken. Als Raphaël met pensioen gaat op zijn 63ste, ben ik 51. Wil ik dan nog jaren blijven werken? En als ik wacht tot ik 65 ben, is hij al 77. Dat is niet de toekomst samen die wij voor ons zien.’
De vraag die daaruit groeide, bleek de motor van alles wat erna kwam: wat als we slim genoeg met ons geld omgaan om tegelijk met werken te stoppen? ‘Het maakt onze planning strikter dan die van een koppel zonder leeftijdsverschil’, zegt Raphaël. ‘Maar het maakt hem ook concreter. We hebben een exacte datum, geen abstracte droom.’
‘We hebben een exacte datum, geen abstracte droom’
Alles begint bij mindset
De grootste blokkade op weg naar financiële vrijheid, leerde het stel, zit niet in een Excel-bestand. Die zit tussen de oren. Beleggen is voor rijke mensen. Het is veel te risicovol. We verdienen lang niet genoeg. Investeren is voor andere mensen, mensen die er verstand van hebben. Dat soort overtuigingen, vaak van huis uit meegekregen en afkomstig uit een tijd waarin je spaarrekening nog wat rente opleverde, blijven hardnekkig hangen.
Voor Raphaël, die al langer over zijn pensioen nadacht, was het relatief snel duidelijk. Voor Sofie duurde het langer. ‘Op je 37ste heb je het gevoel dat je nog alle tijd hebt. Dat is precies wat je tegen jezelf zegt, en het is precies wat het je kost.’ Het uitstel zelf, ontdekten ze, komt duurder te staan dan het geld dat je investeert. Hun eerste oefening was niet het bepalen van hun budget, maar een mentaal onderzoek. Welke overtuigingen over geld hebben we meegekregen? Aan welke blijven we vasthouden, welke staan onze plannen in de weg? Pas toen ze die vragen eerlijk beantwoord hadden, begonnen ze te rekenen.
Rente als een stille bondgenoot
Hun tweede inzicht is even oud als de wiskunde zelf en wordt systematisch onderschat: samengestelde interest. Rente op rente. Groei op groei. Het rendement van vorig jaar levert dit jaar zélf rendement op. Een illustratie: wie maandelijks tweehonderd euro belegt met een gemiddeld jaarrendement van zeven procent, heeft na 25 jaar ruim 160.000 euro opgebouwd. Wie pas tien jaar later met dezelfde inleg start, blijft bij hetzelfde eindpunt steken op nog geen 65.000 euro. Het verschil is bijna 100.000 euro, en dat is geen kwestie van talent of geluk, het is een kwestie van tijd.
Voor wie nu 25 is, klinkt zo’n voorbeeld misschien ontmoedigend. Onterecht, zeggen Sofie en Raphaël. ‘Het principe werkt op elke termijn. Wie nu begint en een stevig kapitaal heeft staan, profiteert in vijf of tien jaar nog steeds van het mechanisme, alleen met een ander startpunt en een andere strategie. De fout is niet te laat beginnen – het is namelijk nóóit te laat. De fout is níét beginnen.’
‘De fout is niet te laat beginnen – het is namelijk nóóit te laat. De fout is níét beginnen’
De toekomst eerst, dan pas het nu
Hun praktijk is eenvoudiger dan de meeste mensen verwachten. Het loon dat binnenkomt, verdelen ze elke maand in drie heldere stromen: de vaste lasten (huur of hypotheek, verzekeringen, abonnementen), de kosten van het dagelijks leven (boodschappen, uit eten gaan, kleding, reizen en plezier) en de toekomst (sparen en beleggen). De truc, zeggen ze, zit in de volgorde. Niet wat overblijft gaat naar de toekomst, maar wat naar de toekomst gaat, tackelen ze eerst.
‘Betaal jezelf eerst. Op de dag dat je loon binnenkomt, zet je automatisch een spaarbedrag opzij voor er iets anders de deur uitgaat.’ Sofie legt nu bewust een groter aandeel van haar inkomen opzij dan ze vroeger deed. ‘We hebben onze drie potjes afzonderlijk én samen, en we bekijken elk jaar opnieuw of de verhouding nog klopt.’
Aan beleggen zelf hebben ze nog geen halve dag per week werk. Ze breken hun hoofd niet over welke aandelen uit te kiezen, ze volgen de koersen niet op de voet, en ze hoeven niet te discussiëren over wanneer in of uit te stappen. Ze kopen wereldwijd gespreide indexfondsen, ook wel: ETF’s, die met één transactie in duizenden bedrijven beleggen, automatisch, elke maand opnieuw. Die strategie is saai maar effectief: precies de combinatie die veel particuliere beleggers links laten liggen en die hen het meeste oplevert.
Wel is er één regel waar ze strikt aan vasthouden: voor er één euro de markt op gaat, staat er een spaarbuffer van drie tot zes maanden vaste lasten klaar. Hun financiële airbag. ‘Zonder die buffer ga je in paniek verkopen zodra het tegenzit. En het gaat tegenzitten, dat hoort erbij.’
‘Zonder buffer ga je in paniek verkopen zodra het tegenzit. En het gaat tegenzitten’
FIRE, maar zonder de extremen
De beweging waarin hun aanpak past, heet FIRE: Financial Independence, Retire Early. In zijn meest extreme vorm betekent het het leven van zestig procent van je inkomen, en alles eromheen wegschaven. Dus behoorlijk ascetisch en weinig benijdenswaardig. Maar de kerngedachte is breder en bruikbaarder: bouw genoeg vermogen op om werk een keuze te maken in plaats van een verplichting. Want met pensioen gaan, hoeft niet stoppen met werken te betekenen. Het kan ook minder werken zijn, of een sabbatical kunnen nemen. Een jaar reizen, bijvoorbeeld. De waarde zit in de keuzevrijheid, niet in het opgeven van het werk zelf.
De vuistregel die FIRE bekend heeft gemaakt, is de vierprocentregel: als je jaarlijks vier procent van je vermogen opneemt en de rest blijft groeien, kun je in theorie onbeperkt teren op je portefeuille. Wil je van dertigduizend euro per jaar leven? Dan heb je grofweg 750.000 euro nodig. Een groot getal maar niet onhaalbaar, mits tijd, rendement en discipline elkaar genoeg ruimte geven om te doen wat ze doen.
Sofie en Raphaël berekenen geen gemiddelde. Ze berekenen wat zíj nodig hebben voor het leven dat zíj willen, op het moment dat hij 63 wordt en zij 51. Niet wat de buren nodig hebben, niet wat statistieken voorspellen voor de gemiddelde Nederlander. ‘Dat getal is ons kompas’, zegt Raphaël. ‘En het is een persoonlijk getal. Niemand anders kan het voor je berekenen.’
Elke euro die vandaag opzijgezet wordt, kan morgen al voor je toekomst werken
FIRE is een langetermijnstrategie. Raphaël is 49, Sofie is 37 – ze zijn er volop mee bezig, niet aan het einde van de weg. Maar dat, zeggen ze, is precies waar het over gaat. Je hoeft het eindpunt nog niet te zien om de eerste stap te zetten. Elke euro die vandaag opzijgezet wordt, kan morgen al voor je toekomst werken. Elke dag dat je wacht, is een dag samengestelde rente die je laat liggen. Het bemoedigende: die klok werkt ook in jouw voordeel, vanaf het moment dat je begint.