Kees van Dongen: Rotterdamse lefgozer in Parijs

Kees van Dongen

Een havenarbeider die uitgroeide tot een van de meest toonaangevende kunstenaars van Parijs. Dat is in een notendop het leven van Kees van Dongen (1877-1968). Zijn werk bruist van vrolijkheid en vitaliteit en is nu te zien in het Singer Laren.

Kees van Dongen
© Kees van Dongen

Hoe kan het dat een gastje uit Delfshaven in een paar jaar tijd langszij komt met grootheden als Matisse, Braque en Picasso en uitgroeit tot de gang­maker en inspirator van de Nederlandse avant-garde?

'Die vraag staat centraal in deze tentoonstelling,’ zegt directeur van Singer Laren, Jan Rudolph de Lorm. De expositie Kees van Dongen, de weg naar succes is geen overzicht van hoogtepun­ten uit het werk van Van Dongen, maar een reconstructie van zijn weg naar het succes, met de schilderijen die daarbij horen.

Nederlandse wilde

Kees van Dongen
© Kees van Dongen

Kees van Dongen bleek al jong tekentalent te hebben, maar zijn ouders hadden geen geld om hem te laten studeren. Dus werkte hij vanaf zijn veertiende in de Rotterdamse havens terwijl hij ’s avonds een opleiding deed aan de kunstacademie.

Vervolgens ging hij aan de slag als illustrator bij het Rotterdamsch Nieuwsblad. Hij tekende graag de zelfkant van de maatschappij: de rosse buurt van Rot­terdam, zeelui en vrouwen in de prostitutie. Die interesse zou hem goed van pas komen, want het was een thema dat ook populair was onder de avant-gardekunstenaars van die tijd.

In 1887 reisde hij voor het eerst naar Parijs, met zijn vriendin Guus Preitinger, die daar bij een fotoatelier ging werken. In Parijs kreeg hij een baantje als illustrator bij het tijdschrift l’Assiette au Beurre. In 1901 illustreerde hij daar bijvoorbeeld een themanummer over prostitutie.

Maar van Dongen wilde meer, hij wilde erkenning als beeldend kunstenaar. ‘Hij rea­liseerde zich: als ik als kunstenaar wil door­breken, moet ik schilder worden,’ vertelt De Lorm. ‘Hij ging stadsgezichten van Parijs maken met een vrij losse toets en een licht palet, heel mooi.’

Kees van Dongen
© Kees van Dongen

Van Dongen kreeg zijn eerste solotentoon­stelling in 1904 en die was meteen een daverend succes. Hij werd ingehaald als de nieuwe ‘Nederlandse wilde’, in de voetsporen van Jongkind en Van Gogh.

Twee jaar later presenteerden de fauvisten zich met veel tamtam in Parijs. Dit was een expressionistische kunstenaarsbeweging die opviel door het gebruik van knallende kleuren. Op hun tentoonstelling hing ook werk van Van Dongen.

‘Vanaf dat moment wordt hij echt Kees van Dongen,’ zegt De Lorm. ‘Hij ging figuren schilderen. Vooral vrouwen, soms naakt of deels ontkleed, in felle, ongekende kleuren.’

Kees van Dongen
© Kees van Dongen

Wat daarbij hielp, was dat van Dongen in 1908 een atelier naast de Folies Bergère huurde. Hij betrok niet alleen zijn modellen uit dat revuetheater, maar ook zijn elektri­citeit. En onder dat elektrische licht liet hij die danseressen poseren.

‘Hij is de eerste kunstenaar die zijn modellen laat poseren onder kunstlicht. Zo komt hij tot het gebruik van eigenaardige kleuren, zoals kanariegeel en fosforgroen. Dat is het specifieke element dat hij toevoegt aan de fauvisten.’

Bohémien

Van Dongens werk gaat over vrolijkheid, vrijheid en vitaliteit. Over erotiek, dans en zang en je verliezen in het uitgaansleven. Het ongebonden bestaan van de bohémiens in Parijs dat hij zelf zo goed kende.

Kees van Dongen 1929
© Getty Images

Hij onder­hield vriendschappen met Picasso, Matisse en de dichter Apollinaire en portretteerde onder anderen kunstenares Fernande Olivier en revuester Mistinguette.

Rond 1910 ging hij op reis naar Zuid- Europa en Noord-Afrika, op zoek naar ‘exotische’ onderwerpen, toen erg in de mode. Hij schilderde er Spaanse danseressen, geslui­erde vrouwen en kamelen in de woestijn.

‘Zijn werk wordt nog gestileerder. Alsof het uitgeknipte figuren zijn. En hij gebruikt weer andere kleuren: okergeel en diep oranje.’

Kees van Dongen 1950
© Getty Images

Daarmee begon het onstuimige succes van Kees van Dongen pas echt. Hij ging in een chique Parijse wijk wonen met de succesvolle kunstenares en modeontwerpster Léa ‘Jasmy’ Jacob. Mede door haar invloed en contacten werd hij een spil in de Parijse kringen van de mode en de kunst. Hij was niet langer de anarchistische jonge wilde, maar werd zelf een glamourfiguur.

Uitbundige feesten

Kees van Dongen
© Getty Images

Bij de tentoonstelling verschijnt een boek van kunsthistorica en gastconservator van de expositie Anita Hopmans. Later dit jaar verschijnt ook een tweede, heel ander boek over het opmerkelijke leven van de kunste­naar: Kees van Dongen, Ster van de lichtstad, geschreven door Rudolf Engers.

Die maakte kennis met van Dongen toen hij als Rotterdamse scholier voor de schoolkrant schreef, zocht hem later een aantal maal op in Parijs en onderhield contacten met zijn weduwe en zoon. Hij legde een grote verza­meling aan van zijn grafische werk.

Kees van Dongen
© Getty Images

Engers schetst Van Dongen als een man die ervan hield uitbundige feesten te geven, geweldig kon dansen en gek was op verkleed­partijen en practical jokes. Volgens een van de vele anekdotes in het boek hield hij tijdens zijn feesten vaak zijn oude schilderskloffie aan en sloop hij zo nu en dan naar buiten om een pijp te roken.

Zo kon het gebeuren dat hij buiten stond en door twee rijke feest­gangers werd gevraagd of dit het huis van Kees van Dongen was. ‘Ik geloof van wel,’ antwoordde hij. Voordat het paar zijn huis binnenging hield van Dongen zijn hand op. De man, die geen idee had wie hij was, gaf de beroemde kunstenaar een fooi.

Kees van Dongen: de weg naar succes is te zien tot en met 7 mei in het Singer Laren

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in