Bij het woord eenzaamheid denken we al snel aan verstokte vrijgezellen in verwaarloosde appartementen, of aan ouderen in verzorgingshuizen die zelden bezoek krijgen.
Subtiel, maar toch aanwezig
Wie staat er stil bij de student die – ondanks een druk sociaal leven – stiekem heimwee heeft naar het vertrouwde gezinsleven? Bij het kind dat in de klas altijd de hoogste cijfers scoort en er daardoor nét niet helemaal bijhoort? Of aan de overbelaste moeder die geen einde ziet komen aan haar to-dolijst en zich onbegrepen en niet gehoord voelt?
Sandra Kamp wil met haar boek De stille epidemie laten zien hoe divers gevoelens van eenzaamheid kunnen zijn én hoe gevaarlijk deze ontwikkeling is. De helft van de bevolking voelt zich weleens eenzaam, waarvan één op de tien zelfs ernstig. Wat als deze trend doorzet en we alleen maar meer langs elkaar heen gaan leven?
Allereerst wil Sandra benadrukken dat ze geenszins de ‘gewone’ eenzaamheid wil bagatelliseren. ʻIk wil juist de subtiliteit laten zien’, legt ze uit. ʻOnzichtbare eenzaamheid zit in hele alledaagse situaties en momenten. Op scholen, kantoren, studentenflats en feestjes. En dat proces wordt versneld door de snelle, individualistische wereld waarin we leven.’
In haar dagelijks werk als organisatieadviseur probeert ze bewust oog te hebben voor dit probleem. Haar uitgangspunt is de zelfdeterminatietheorie, die ervan uitgaat dat elk mens drie basisbehoeften heeft om zich gemotiveerd te voelen: autonomie, competentie en verbondenheid met de omgeving.
ʻAls je die verbondenheid niet ervaart, kan dat uiteindelijk leiden tot disconnectie van de groep en dus eenzaamheid. Als ik me verdiep in een organisatie probeer ik daarom iedereen in het team een even grote stem te geven. Niet iedereen staat vooraan om zijn woordje te doen, sommige mensen vinden het spannend om zich uit te spreken of hebben meer tijd nodig om een antwoord te formuleren op je vragen. Maar zij hebben het net zo goed nodig om gehoord te worden. Om erbij te horen. Pas dan kun je floreren en gelukkig zijn.’
De langste en slimste van de klas
Ze kent het klappen van de zweep; zelf kende Sandra in haar leven vaker periodes van eenzaamheid. ʻOp mijn elfde was ik al 1.76 meter, ik stak op school boven iedereen uit. Ik werd altijd als eerste gekozen met gym en leerde makkelijk. Ogenschijnlijk had ik niets te klagen, maar ik voelde me niet verbonden met mijn leeftijdsgenoten.
Ik wilde graag normaal zijn, maar zo voelde ik me niet. Dat zit in heel subtiele dingen, zoals dat bij touwtjespringen altijd het touw hoger moest zodra ik aan de beurt was. Of dat ik me schaamde wanneer ik als enige in de klas een 10 had gehaald voor een toets.
Als kind label je dat soort gevoelens natuurlijk niet als eenzaamheid en het was ook echt niet alsof ik dagelijks ongelukkig was. Verre van. Maar naarmate ik ouder werd en het lengteverschil met mijn omgeving verdween, merkte ik wel dat ik vanbinnen nog steeds de neiging had mezelf te verstoppen, gebogen te lopen, niet te veel uit te blinken.
Dat gevoel kan zomaar ineens naar boven komen, bijvoorbeeld in een baan waarin ik me niet helemaal op mijn plek voel of een feestje waar ik niemand ken.’
Niet dat ze zielig is, onderstreept Sandra, maar met haar eigen ervaringen wil ze laten zien dat eenzame gevoelens van een kind kunnen doorsijpelen naar het volwassen leven. En dat ze daar vaak onzichtbaar worden voor anderen.
ʻVoor mijn werk sta ik regelmatig op podia, ik kan prima grote groepen leiden en ben goed in social talk. Daardoor hebben mensen niet door dat ik het óók soms spannend vind of me ongemakkelijk voel. Op een slechte dag kan het een wereld van verschil vormen als iemand iets vraagt als: “Hoe ging het?” of “Goed gedaan joh!” Zo’n simpele opmerking zorgt ervoor dat je je verbonden voelt met elkaar en daardoor voel je je automatisch beter.’
'Op een slechte dag kan het wereld van verschil maken als iemand iets vraagt als: Hoe ging het?'
Paardenbloempluisjes
Volgens Sandra verliezen we elkaar in de huidige samenleving steeds meer uit het oog, mede door de komst van internet en social media. ʻIk doe het zelf ook hoor, constant dat ellendige ding in je hand, maar als alles in het leven altijd maar Instagrammable moet zijn en we vooral digitaal communiceren, raken we steeds meer de ware connectie met elkaar kwijt.
Daarbij rust er een taboe op zeggen hoe het écht met je gaat. Doe je dat wel, dan voelen anderen zich snel ongemakkelijk, weten niet wat ze moeten zeggen of hebben de behoefte om dingen te verzachten: “Het komt wel weer goed.”
Aardig bedoeld natuurlijk, maar zo’n opmerking kan een averechts effect hebben en iemands gevoel van eenzaamheid juist vergroten. Het is veel fijner als je er voor de ander bent. Dat kan al met een klein woordje van erkenning, zoals: “Wat vervelend om te horen”, of simpelweg een arm om je heen.’
Sandra wil anderen geen ‘trucjes’ leren, maar hoopt juist dat mensen vanuit oprechte betrokkenheid weer meer oog gaan hebben voor elkaar. Wie daarmee begint, creëert een domino-effect, gelooft ze.
Ze bedacht er zelf de term dandelioneffect voor, oftewel het paardenbloemeffect. ʻVeel mensen vinden dat een lelijke bloem. Als ik hem in de tuin zie, trek ik hem er ook meteen uit’, zegt ze lachend. ʻTegelijkertijd is het een bloem die – als je goed kijkt – wel degelijk schoonheid heeft en zich bovendien heel snel verspreidt.
De pluisjes, die ogenschijnlijk niets waard zijn, waaien makkelijk ergens heen en vormen daar weer nieuwe bloemen. Zo is het ook met kleine, subtiele dingen die je kunt doen in het leven van een ander. Een kort praatje maken met die stille collega, gedag zeggen tegen een voorbijganger op straat, een boodschap doen voor je buurvrouw, een kaartje sturen naar je vriendin die het moeilijk heeft...
Het zijn allemaal zaadjes die zich verspreiden, want dit soort acties zijn besmettelijk. Jou kost het vrijwel geen moeite, maar soms kun je de enige zijn die zich om die ander bekommert op een dag.’
Niet alleen in haar werk probeert Sandra zo in het leven te staan, maar ook privé. Ze groet vreemden op straat, zelfs als dat onnatuurlijk voelt. ʻZoals bij de man in het park bij wie ik de neiging voelde om mijn tas naar me toe te trekken.
Ik heb ook weleens mijn dag niet waardoor ik misschien minder benaderbaar overkom, maar dan hoop ik ook dat iemand naar mij uitreikt. Ik kom zelf oorspronkelijk uit Amsterdam, waar elkaar groeten minder de norm is, maar ik kom voor mijn werk in het hele land en merk dat de verbondenheid in kleine dorpen veel groter is.
Laatst was ik bijvoorbeeld in Zeeland in een winkeltje waar je niet kon pinnen. Ik wilde mijn spullen al terugleggen toen iemand achter me in de rij aanbood voor mij te betalen. “Dan breng je het geld toch vanmiddag even langs?”, zei ze.
Ik was verbaasd, maar in de jaren vijftig was zulk gedrag veel normaler, weet ik van de generatie boven mij. Daar zouden we met z’n allen best wat meer naar terug mogen.’
'Kijk waar je elkaar kunt vinden, in plaats van waar je van elkaar verschilt'
Touwtje uit de brievenbus
Tegelijkertijd realiseert ze zich dat we het verleden niet zomaar kunnen terughalen. Het ‘touwtje door de brievenbus’ waar wijlen Jan Terlouw over mijmerde is niet voor niets verdwenen.
We leven in een tijd van cancelcultuur, digitalisering, oorlogsdreiging, individualisme en polarisatie. ʻIn oktober geef ik een masterclass Van polarisatie naar nieuwsgierigheid’, zegt Sandra. ʻWe moeten proberen weer met nieuwsgierigheid en respect naar elkaar te luisteren, hoe lastig dat soms ook is.
Kijk waar je elkaar kunt vinden, in plaats van waar je van elkaar verschilt. Ja, het is een lastige tijd, maar ik ben altijd een glas-halfvoltype geweest. Ik wil vertrouwen houden. Waar gaat het anders heen met de wereld van mijn kinderen?’
De sleutel ligt daarom deels ook bij nieuwe generatie, vindt ze. ʻMijn dochters – inmiddels 20 – waren op school snelle leerlingen, net als ik. Oh nee, daar gaan we weer, dacht ik toen. Hoe kon ik voorkomen dat ook zij zich eenzaam en anders zouden gaan voelen?
Toen heb ik bedacht dat we elkaar elke avond voor het slapengaan vier vragen stelden: wat vond je vandaag het leukst, wat het minst leuk, waar ben je trots op en wat heb je gedaan voor een ander? Daardoor ontstonden mooie, spontane gesprekken, waarin we ons als gezin verbonden voelden en de meiden ook buiten hun eigen bubbel keken.’
Of al die kleine paardenbloempluisjes echt effect hebben? ʻEenzaamheid is een groot maatschappelijk probleem dat je heus niet zomaar oplost’, relativeert Sandra. ʻMaar als we allemaal iets meer naar elkaar omkijken, iets minder op elkaar mopperen, iets opmerkzamer zijn of iemand oké is achter die glimlach en iets minder langs elkaar heen leven, dan wordt de wereld volgens mij wel een stukje zachter.’