Als klein meisje leer je al dat je ‘lief’ moet zijn en wordt driftig gedrag als lastig gezien. Boosheid vinden we lastig, terwijl het net als blijdschap, verdriet en angst een basisemotie is. ‘Als je boos wordt is dat vaak een natuurlijke reactie van ons systeem op onrecht, overschrijding van grenzen of een gevoel van onmacht’, zegt Noura Soussi, GZ-psycholoog en schematherapeut. ‘Het heeft dus een beschermende functie. Het geeft het signaal dat er iets niet klopt of dat er een behoefte niet vervuld wordt. Bij verlies hoort verdriet, bij gevaar angst en als je boosheid voelt is er meestal iets dat moet veranderen. In de kern is boosheid dus heel gezond en net zo belangrijk als de andere emoties.’
Kort lontje zit in je genen
Hoe snel of intens je boos wordt, zit voor een deel in je genen. Dat weten we dankzij tweelingenonderzoek: eeneiige tweelingen, die genetisch vrijwel identiek zijn, lijken vaker op elkaar in het uiten van boosheid dan twee-eiige tweelingen. Uit dit soort studies blijkt dat zo’n dertig tot veertig procent van ons ‘korte lontje’ erfelijk is. Ook hersenonderzoek bevestigt dat: de gevoeligheid van de amygdala, het emotiecentrum dat woede aanstuurt, is voor meer dan de helft genetisch bepaald. Dat betekent dat sommige mensen van nature sneller boos worden. ‘Hoe temperamentvol je bent, is inderdaad deels erfelijk. Iemand met een temperamentvol karakter reageert sneller en feller dan iemand die meer introvert of gesloten is. Dat is niet slecht, maar bepaalt wel hoe je met boosheid omgaat.’
Opkroppen
Toch leren we vaak van jongs af aan al dat boosheid er niet mag zijn. Dus negeren we het, kroppen we het op en slikken we onze woorden in. Met alle gevolgen van dien, weet Noura. ‘Het onderdrukken van je boosheid vergroot de kans op hoofdpijn, spierspanning, burn-out en depressie. En het kan voor problemen zorgen in je relatie of op de werkvloer.’ Wanneer boosheid omslaat in woede, is er vaak meer aan de hand. ‘Je kunt intense woede voelen als je die boosheid in je langdurig onderdrukt. Dat zorgt voor kortsluiting in je hersenen. Het limbisch systeem reageert dan explosief omdat de spanning te lang is opgehoopt. Als je boosheid blijft wegdrukken, bouwt die energie zich op totdat het op een heftige manier eruit moet. Zo krachtig is deze emotie. Als je niet met die woede leert omgaan, kan het lichamelijk, emotioneel en relationeel grote gevolgen hebben en destructief werken.’
Constructieve boosheid
Juist daarom is het zo belangrijk om woede beter te leren begrijpen én te omarmen. Maar daar speelt je omgeving een grote rol in. ‘Boos zijn is nog altijd een taboe. We vinden boze mensen vaak eng en spannend. Kinderen leren vaak al dat boos zijn niet oké is. Bij meisjes wordt het zelfs minder geaccepteerd dan bij jongens. Als je niet leert dat je deze emotie op een gezonde manier mag uiten en je grenzen mag aangeven, bepaalt dat ook deels hoe je met boosheid, maar ook de andere emoties, omgaat. Culturele waarden, normen en je opvoeding, naast wat je persoonlijk hebt meegemaakt, spelen allemaal een rol.’ Hoe kun je dan gezond boos zijn? Het begint met herkennen en erkennen, in plaats van die emotie wegdrukken. Noura: ‘Boosheid kun je zien als een rookmelder. Het signaleert dat er actie nodig is.
Als je dat op een gezonde manier doet, kan het je ontzettend veel kracht geven. Voel je boosheid opkomen? Kom dan in beweging. Maak een ommetje, schreeuw in een kussen of stap even letterlijk uit de situatie. Dat helpt. Het gaat erom dat je de emotie niet wegduwt, maar een veilige manier vindt om ermee om te gaan. Zo kun je de opgebouwde spanning weer loslaten.’
In je relatie en op je werk
Door boosheid constructief te uiten, kan het zelfs zorgen voor persoonlijke groei, weet Noura. ‘Stel jezelf eens de vraag: ‘Wat maakt mij zo boos?’ Dit helpt om de boosheid en jezelf te leren begrijpen, want dat kan diep zitten. Vervolgens kun je er wat mee doen. Bijvoorbeeld je grenzen aangeven, assertiever worden of voor jezelf opkomen, om duidelijk te maken wat voor jou belangrijk is.’ Dit kun je in talloze situaties toepassen, zoals in je relatie of op je werk. ‘In relaties bespreek ik vaak dat boosheid uitnodigt om te kijken naar waar de behoefte ligt en wat nodig is om daaraan tegemoet te komen. Dus durf je boosheid te tonen zonder weg te lopen of te schreeuwen. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: ‘Ik voel me gekwetst of overruled of tekortgedaan en dat maakt me boos. En ik wil dat je me hierin serieus neemt.’ Ook op je werk kun je op een gezonde manier je boosheid uiten. Stel dat een deadline niet haalbaar is, put jezelf dan niet uit, maar geef het aan. Zeg bijvoorbeeld tegen je leidinggevende: ‘Ik merk dat ik me gefrustreerd voel, want deze planning klopt niet met de realiteit. Kunnen we kijken naar een andere aanpak?’’
Boosheid delen
De kracht van boos zijn, wordt inmiddels ook door de wetenschap omarmd. Zo blijkt uit onderzoek dat boosheid je creatiever maakt: je denkt sneller out of the box en vindt eerder nieuwe oplossingen. En het heeft zelfs gezondheidsvoordelen. Studies laten zien dat het uiten van boosheid beschermend werkt voor je hart en stress verlaagt. Een andere mooie eigenschap is dat het zorgt voor verbinding. ‘Boosheid kan je op persoonlijk vlak enorm sterk maken, maar ook collectieve kracht geven’, legt Noura uit. ‘Het kan een motor zijn om je grenzen te bewaken, maar ook om samen op te staan voor wat belangrijk is. Denk bijvoorbeeld aan maatschappelijke bewegingen en activisme. Bij maatschappelijke woede, bijvoorbeeld over Gaza of het klimaat, kan gezonde boosheid er meer uitzien als je uitspreken of deelnemen aan protesten. Je kan ook denken aan petities tekenen, doneren of creatief activisme. Door je boosheid op deze manier te uiten, voorkom je dat je verlamd raakt of destructief wordt in je reactie. Juist vanuit je verontwaardiging kan je zo iets opbouwen. Door samen boosheid te delen en die energie om te zetten in actie, kan échte verandering ontstaan. Dat hebben velen al keer op keer bewezen.’