Een zeemeermin door Elisabeth ten Cate

De zee plaagt de rand van het drukbezochte strand waar ik de enige onbekende ben. Een bleke, buitenlandse passant in een Italiaans dorp waar iedereen alles van elkaar weet. Mijn voeten zijn onwennig in het warme zand en terwijl ik richting een parasol loop voel ik vele ogen branden in mijn rug. Omdat ik een vreemdelinge ben misschien, of omdat veertig centimeter lange littekens mijn benen versieren. Lang heb ik niet om na te denken over dat cruciale dilemma, want nog voordat ik mijn handdoek neergelegd heb hoor ik een luide stem. “Dit is de Nederlandse huisgenote van mijn dochter…degene met benen die opnieuw in elkaar gezet zijn.”

Verhalen over gereconstrueerde ledenmaten zijn niet alledaags op de witte stranden van Marche. Ze zijn een noviteit in vergelijking met het verouderde nieuws over de lokale architect wiens zoon in quarantaine zit. De dagelijkse coronatellingen zijn evenmin interessant. Maar een twintiger met benen vol metaal, is een heel ander verhaal.

Een verhaal dat begon op een nacht waarop ik ook alle aandacht trok. Niet vanwege mijn elegantie op de dansvloer of vanwege de grote finesse waarmee ik de salsa routine van die avond uitvoerde. Maar omdat mijn knie zo ernstig uit de kom schoot dat ik mijn arm brak terwijl ik poogde de schade te minimaliseren.

Mijn benen, voor het oog gespierd en slank, waren in werkelijkheid een defecte constructie

Wat een simpele misstap leek, bleek een stuk chronischer. Mijn benen, voor het oog gespierd en slank, waren in werkelijkheid een defecte constructie. Een probleem dat gecorrigeerd moest worden door mijn botten te breken en opnieuw in elkaar te pinnen met titanium. De interne schade zou hersteld worden zodat ik weer kon lopen. In ruil daarvoor zouden mijn benen voor het oog minder egaal zijn.

Ik laat de pratende dorpelingen achter me liggen en loop vastberaden af op de zee. Mijn littekens stralen in volle glorie onder de bikini die ik speciaal voor deze vakantie aangeschaft heb. Het zou onmogelijk zijn om ze permanent te verbergen voor de ogen van anderen, tenzij ik nooit meer zou zwemmen of me zomers zou kleden. Maar de golfen lonken altijd en ik houd van het warme zuiden. De realisatie dat ik dus niet anders kan dan mijn esthetische imperfectie te accepteren geeft me rust. Ik adem diep in en maak mijn eerste slag. Terwijl ik het zilte water op mijn lippen proef herinner ik me een droom.

Een droom levendig als de realiteit, maar gevuld met vreemde dingen die niet waar konden zijn. Ik geloof dat dromen een waarheid laten zien die we nog niet volledig kunnen omarmen.  Een waarheid die vastzit in ons onderbewustzijn, wachtend op de kans te ontsnappen. Wanneer we rondwaren in de wereld van de nacht zien we nu en dan een glimp van wat we nog niet volledig onder ogen kunnen komen. Zodat we eraan kunnen wennen, misschin, en in staat zijn de confrontatie aan te gaan wanneer de tijd daarvoor rijp is. En voor mij was het nu zo een moment.

In mijn droom werd ik wakker in een ziekenhuisbed. Mijn benen waren gevoelloos en ingezwachteld. Ik was moe en voelde me raar door de narcose. “Ik kan mijn benen niet bewegen,” fluisterde ik en ik voelde paniek opborrelen in mijn lijf.   “Maak je geen zorgen,” zei de verpleegster in een poging me te kalmeren. “De chirurg komt zo en zal alles uitleggen.”

Het waren in feite geen menselijke botten, we troffen de graten van een visachtige

Hopeloos probeerde ik mijn tenen te bewegen, maar ik voelde niets. Ik probeerde mijn heupen te wiegen van links naar rechts, maar alles onder mijn pelvis bleef gevoelloos. “Toen we je opensneden,” zei de chirurg nadat hij me aangetroffen had in een staat van hysterie, “toen we je opensneden realiseerden we dat je botten niet gewoon verkeerd in je lichaam zaten. Het waren in feite geen menselijke botten. We troffen de graten van een visachtige.” Ik trok mijn wenkbrauwen op van verbazing. “Een halve staart bevond zich in je rechterbeen, de andere helft in je linkerzijde. We hebben ervoor gekozen beide helften te verenigen.”

Graten, dacht ik. De staart van een zeemeermin. “We hebben je staart gereconstrueerd zodat we je binnenkort vrij kunnen laten in de zee. Zodat je je weer kunt herenigen met jouw soort.” Zijn ogen fonkelden in het licht van de kamer. Een blik die zowel opgewonden als meelevend was. “En mijn schubben?” vroeg ik, want ik had nooit schubben op mijn benen gezien. “We hebben ook schubben voor je gemaakt zodat je je niet als een vreemde vis in het water hoeft te voelen. Ze zijn perfect.”

Ik werd wakker als een zeemeermin in mijn droom. En hoewel ik wist dat dit nooit zou gebeuren na mijn echte operatie kon ik niet anders dan denken aan de nonchalance waarop de transformatie geaccepteerd werd door mij en de chirurg. Waarom ook niet? Waarom zou ik niet opstaan als een zeemeermin? Niet de letterlijke, maar de metaforische soort.

Mijn hart vertelde me dat mijn operaties voor een transformatie zouden zorgen. Ze zouden me geen zeemeerminstaart geven, maar twee nieuwe functionele benen waarmee ik rond kon lopen zonder angst en restricties. Een metamorfose van mijn oude zelf die graag gemaskerd door het leven ging, naar een zichtbaar getekende zelf. 

Maar ook een nieuwe zelf die ja kan zeggen tegen zorgzaamheid en liefde in tijden van nood. Een zelf die ervaart dat het niet gevaarlijk is om anderen te vertrouwen. Een zelf die niet bang is om uitgelachen te worden. Een zelf die straalt ondanks de enorme littekens op haar benen. Een zelf die voelt als mezelf, maar die minder belemmerd wordt door negatieve gedachten. Een zelf die niet wegloopt voor de interne littekens die niemand ziet.

Ik stap uit de zee en wikkel me in mijn handdoek. De zon is fel en ik wil niet verbranden. De Italianen zijn nog steeds in gesprek met elkaar en nemen me op in hun groep zodra ik bij ze kom staan. Mijn Italiaans is verre van vloeiend, maar ik open mijn mond en beantwoord hun vragen. Ze zien mijn littekens niet als een imperfectie, maar als een verhaal. Ze accepteren de onwaarschijnlijkheid van de situatie en bewonderen het knappe staaltje werk dat verricht is door mijn doctoren. En terwijl we praten voel ik me gelukkig. Gelukkig omdat ik weer kan vrijuit kan bewegen en gelukkig omdat ik weet dat hun ogen op mij vielen, en niet op de littekens.

Reacties (0)