''Mam, in juli ga ik met vriendinnen naar surfkamp', zegt dochterlief met een glimlach van oor tot oor, terwijl mijn hart tot stilstand komt. 'Met z'n vieren, met de bus. Mag dat van jou?' 'Nee!', schreeuwt alles in mij. 'Nee, natuurlijk niet, gek! Toen ik zelf zo jong was als jij ging ik naar El Arenal op Mallorca. Daar heb ik uiteindelijk twee maanden als propper gewerkt. (Chiquer wordt dit verhaal niet...) En ik heb te veel gezien en meegemaakt, dus nee, natuurlijk ga je nergens heen zonder mij!', schreeuwt mijn hart terwijl het langzaam weer op gang komt. 'Wat leuk!', hoor ik mezelf zeggen. 'En met wie ga je? Gaan er ouders mee?'
Zodra je als moeder hoort 'alleen weg met vriendinnen' maakt je brein een overzicht van alle angstige Netflix-documentaires die je nooit had moeten kijken.
Ik zat veertig jaar geleden op Mallorca. Zonder ouders. Zonder mobiele telefoon. Zonder locatievoorziening. Mijn moeder wist niet meer dan: ze zit ergens op een eiland. Dat was voldoende informatie in de jaren tachtig. Twee keer per week stond ik met een stapeltje peseta's in de rij voor een telefooncel om het thuisfront te laten weten dat alles goed was. Twee keer per week! Vonden mij ouders dat allemaal prima? Nee, natuurlijk niet, ze stonden doodsangsten uit. Maar dat heet loslaten blijkbaar.
'Dat is moeder zijn: je vertrouwen in je eigen kind groeit, terwijl je vertrouwen in de rest van de wereld keldert.'
Let wel: ik rookte niet, dronk niet en gebruikte niets. Dat scheelt waarschijnlijk enorm in de hoeveelheid rampverhalen die ik vandaag kan vertellen. Drinken, roken; mijn dochter doet dat gelukkig ook allemaal niet. En toch lig ik wakker. Niet vanwege haar. Vanwege anderen. Dat is moeder zijn: je vertrouwen in je eigen kind groeit, terwijl je vertrouwen in de rest van de wereld keldert. Want inmiddels zijn we tientallen jaren verder. Tegenwoordig kan er rotzooi in drankjes worden gedaan. Tegenwoordig filmen mensen alles. Tegenwoordig hoeven problemen niet eens fysiek dichtbij te zijn om levensgroot binnen te komen.
Loslaten hoort erbij. Natuurlijk. Kinderen moet je ruimte geven. Vleugels. Vertrouwen. Vrijheid. Toen zij in groep zes zat, ben ik al eens achter de bus aan richting de Efteling gereden onder het mom van 'hulpmoeder' terwijl er voldoende waren. Ik kan dat niet blijven doen... toch? Rara, wie er deze maand heel toevallig óók aan de kust zit. Puur toeval. Op ongeveer één kilometer afstand van dat surfkamp. Met een verrekijker. Omdat ze zo goed kan loslaten.'