Gallyon van Vessem
Columns

Gallyon van Vessem over een hartverscheurend moment bij de supermarkt: ‘Wil je soms ruilen met mijn leven?’

Voor Nouveau schrijft presentatrice Gallyon van Vessem (57) maandelijks een column over haar nieuwe leven als single moeder. Deze maand: 'Wil je ruilen?!'

Gallyon van Vessem
2 minuten
Gallyon van Vessem

Ik loop met mijn honden naar de ingang van de Albert Heijn als ik hoor: 'Flikker op met die bakfiets.' De stem snijdt door de ochtend als een bot mes. Hard, onbeschoft en totaal onnodig. Een vrouw kijkt verschrikt op. Haar bakfiets staat keurig geparkeerd achter de fietsen in het rek. Niemand hoeft eromheen te slalommen. Niemand wordt gehinderd. Niemand heeft er last van. Behalve deze man. Ze probeert het nog uit te leggen. ‘Meneer, ik heb een gehandicapte zoon. Ik moet even een winkelwagentje pakken. Hij staat echt niemand in de weg.’  Het helpt niet. ‘Jullie zijn allemaal hetzelfde!’ boert hij als een krankzinnige. Eén zin waar geen gesprek meer achter zit. Uitsluitend frustratie.

In mijn hoofd heb ik hem inmiddels al lang zijn ogen uitgekrabd. In werkelijkheid loop ik met mijn honden naar hetzelfde fietsenrek en vraag ik: ‘Ga je ook nog wat van mijn honden zeggen?’ Hij kijkt me aan, spuugt op de grond en fietst weg. Een veel te strak T-shirt. Een rode opgezwollen kop. Een harige buik die onder zijn shirt uit piept. Achterop een kratje bier en een verdwaald broodje. Weg is hij. De vrouw blijft achter. En dan begint ze te huilen. Niet zachtjes. Niet een traan die je discreet wegveegt. Echt huilen.

Ik sla mijn armen om haar heen. Ik ken haar niet. Nog geen minuut geleden wist ik niet eens dat ze bestond. ‘Neem het niet persoonlijk,’ zeg ik. Maar eigenlijk hoor ik zelf al hoe onmogelijk dat klinkt. Want soms is iets wél persoonlijk. Niet omdat iemand jou kent. Maar omdat je al zo lang, zo veel draagt, dat de volgende onvriendelijkheid de druppel wordt. Even daarvoor snauwde ze de man met een snik in haar stem toe: ‘Wil je soms ruilen met mijn leven?’ En in die ene zin zat alles. De vermoeidheid. De zorgen. De eeuwige verantwoordelijkheid. De eenzaamheid die soms hoort bij zorgen voor een kind dat meer hulp nodig heeft dan de wereld begrijpt.

'Misschien heeft het leven hem ook niet gespaard. Misschien heeft hij gisteren geprobeerd zijn ongeluk weg te drinken.'

Terwijl ik haar vasthoud, denk ik aan die man die wegfietst. Misschien heeft ook hij zijn problemen. Misschien heeft het leven hem ook niet gespaard. Misschien heeft hij gisteren geprobeerd zijn ongeluk weg te drinken. Wie zal het zeggen? Maar ik weet wel dit: geluk zit niet in hoe hard je kunt schreeuwen tegen een vreemde. Niet in het vernederen van iemand die al haar handen vol heeft. Niet in het afreageren van je eigen ellende op de eerste de beste die je tegenkomt. De vrouw blijft achter met haar tranen. De onredelijke man fietst weg. En ineens is het mij glashelder wie van die twee werkelijk de zwaarste last draagt. En wie uiteindelijk het rijkst is, ondanks alle zorg...