'Volgende maand is het juli en dan moet ik met vakantie. Moet, ja. Ik ben geen vakantiegangster. Nooit geweest. Ik heb dus nog een paar weken om beter in shape te komen dan ik nu ben. En dus heb ik in al mijn wijsheid besloten te gaan hardlopen. Joggen. Rennen. Ik weet niet welke term van deze tijd is. Ik ben op zich van alle drie geen fan.
Bang om ze te verliezen tijdens mijn ongetwijfeld krachtige cadans, duw ik de spuugdure AirPods zo diep in mijn gehoorgang dat ik vrees dat ze later chirurgisch verwijderd moeten worden. Een kittig kort broekje, een shirt dat 'ademt' – ik niet, het shirt wel – en sneakers waarvan de verkoper zei: 'Hier ga je echt verschil mee merken.' Ik mag het hopen – voor dat geld. Startklaar sta ik. Met in mijn ene hand een sleutelbos waar de gemiddelde gevangenisbewaarder trots op zou zijn, en in de andere mijn iPhone met een enorm koord eraan zodat ik 'm niet kan verliezen. Soort van de kleuter met plasketting. Enfin, beginnersfouten, morgen ga ik dat allemaal anders doen. Nu starten.
'Muziek zacht betekent geluiden horen uit de natuur. En dus ook een enorme wesp die om mijn hoofd zoemt'
Ik moet even mijn ritme vinden. Yah Mo Be There van Michael McDonald (gruwelijk geile stem) lijkt volledig ongeschikt. Eigenlijk geldt dat voor mijn hele muziekbibliotheek, hoewel ik er de jaren tachtig prima op kon joggen. Of rennen. Of hardlopen. Maar vooral dansen. Na ongeveer dertig meter hoor ik mijn hart dwars door Shalamar's Night to remember bonken. Niet figuurlijk. Gewoon letterlijk.
Ik stop even, ik heb tenslotte al dertig meter afgelegd, en zet mijn muziek zacht. Muziek zacht betekent geluiden horen uit de natuur. En dus ook een enorme wesp die om mijn hoofd zoemt. In blinde paniek schiet ik als een Forrest Gump uit de startblokken – 'Run Forrest, run!' De wesp vliegt mee. Ik gil met mijn lippen stijf op elkaar omdat ik bang ben dat ik 'm inslik.
Mijn honden rennen vrolijk mee. Eindelijk actie met de baas. James, de blonde labrador, rent vooruit, draait zich om en laat de bal uit zijn bek vallen. Ik probeer de bal nog te ontwijken, maar in plaats daarvan lijk ik er naartoe getrokken te worden en stap er bovenop. Languit lig ik met geschaafde knie, verzwikte enkel, en mijn sleutelbos tussen de brandnetels. Leuk geprobeerd. Dit ga ik zeker weer doen. Maar eerst de enkel laten herstellen. Een jaar of twee.'