Gallyon van Vessem
Columns

Gallyon van Vessem over de start van het voorjaar: 'De maand waarin ogenschijnlijk iedereen weer single wordt'

Voor Nouveau schrijft presentatrice Gallyon van Vessem (57) maandelijks een column over haar nieuwe leven als single moeder. Deze maand: mij niet bellen.

Gallyon van Vessem
Gallyon van Vessem
Column Gallyon van Vessem

'Het is maart. De lente komt eraan. Officieel. Kalendertechnisch. Dreigend. Overal om me heen mensen die het ineens weer voelen kriebelen. Letterlijk. Jassen terug in de kast, open schoenen eruit, zonnebrillen op, ook al is het acht graden en waait het horizontaal. Iedereen praat over plannen. Over zomer. Over licht. Over nieuw. Ik houd niet van lieflijk. Ik houd van woest. Dreigende luchten en hoge golven. Ik houd niet van fluitende vogels die doen alsof de wereld ineens paradijselijk is. Ik houd van bruut weer. Van stormachtig. Herfst en winter zijn eerlijker. Die zeggen: trek iets warms aan, blijf binnen. Voor mij het ultieme moment om juist naar buiten te gaan. Dansen met de elementen, liefst verkleumd naar binnen, terwijl de herfstbladeren tegen de ramen aanwaaien.

De lente daarentegen levert mij vooral stress op. Ik hoor het overal om me heen: je móét naar een terras, je móét genieten, je móét naar buiten. Je móét zin hebben. In het leven. In mensen. In terrasjes. In daten...

'Geef mij maar een winterdate. Twee mensen tegenover elkaar bij zacht kaarslicht, de handen gevouwen om een glas rode wijn...'

Gallyon

Maart is namelijk ook de maand waarin ogenschijnlijk iedereen weer single wordt, of zich in elk geval zo gedraagt. De jacht opent. De winter was voor bezinning, reflectie, ‘even geen gedoe’, maar nu moet het weer. De appjes. De borrels. In de zon. Obligate gesprekjes, onderzoekende blikken vanachter de nieuwste collecties zonnebrillen. Een stralende glimlach, een slok rosé. Daten lijkt altijd nauw verbonden met de lente.

Geef mij maar een winterdate. Twee mensen tegenover elkaar bij zacht kaarslicht. Gloeiende wangen van de temperatuurverschillen tussen buiten en binnen. Koude handen, gevouwen om een glas zware rode wijn, of hete kop thee. Buiten nevelig, binnen knus en anoniem.

Maart daarentegen dwingt je tot zichtbaarheid. Tot meedoen. Tot het idee dat als je niet meegaat in het collectieve ontluiken, je zuur bent. Een chagrijn, iemand die ‘er niet lekker in zit’. Ik zit er juist heel lekker in. In mijn voorkeur. In mijn tempo. In mijn weerstand tegen opgelegd geluk. Maar probeer dat maar eens uit te leggen aan iemand die zegt: ‘Kom op, het is zulk lekker weer, je mist wat!’, terwijl jij denkt: het is twaalf graden en ik mis de regen.

Misschien is dat wel het echte probleem van maart. Niet dat de lente begint, maar dat we doen alsof er maar één juiste reactie op bestaat. Alsof genieten een groepsactiviteit is. Alsof verlangen synchroon moet lopen. Ik verlang anders. Ik verlang naar die eerste echte herfstdag, midden in de zomer, waarop iedereen moppert. Ik verlang naar storm. Naar donker. Naar rust. En ja, ook naar liefde, maar dan graag zonder terrasverwachting.

Dus nee, ik ga niet ineens daten omdat maart dat suggereert. Ik ga niet fladderen omdat anderen dat doen. Ik wacht. Of ik doe het op mijn manier. In het halfdonker. Met iemand die begrijpt dat niet iedereen bloeit bij zonlicht. Maart mag zijn staart roeren. Maar mij niet bellen. Ik zit binnen. Voor de haard. Met een boek. En een flink glas rood. Proost!'