Begin deze week stuurde hoofdredacteur Claudia, net als ik een taalliefhebber, mij een app met daarin een artikel van de Volkskrant. De titel: “Nederlands kan ik toch al, denken studenten”.

Uit dat artikel komt naar voren dat steeds minder mensen kiezen voor een studie Nederlands. Dat vind ik best erg. Het heeft namelijk invloed op het onderwijs van jouw (klein-)kinderen, de beroepsbevolking van de toekomst. Want minder alumni, betekent simpelweg minder eerstegraads docenten Nederlands. Een groep waar we er nu niet bepaald teveel van hebben.

Oftewel: kinderen die nu op de basisschool zitten, en de kinderen die straks naar de basisschool gaan, lopen een grote kans om überhaupt niet meer op een behoorlijk niveau Nederlandse les te krijgen.

Je wilt toch dat jongeren goed leren lezen en schrijven?

Denk je eens in wat dit betekent voor de toekomst van boeken, van magazines, van lesmateriaal, van álles wat je leest. Dat is bizar veel, want het overgrote deel van de communicatie verloopt schriftelijk. Je wilt toch dat jongeren goed leren lezen en schrijven? Dat ze post van de gemeente begrijpen, formulieren normaal kunnen invullen?

Oorzaken worden ook genoemd. Één daarvan vind ik ‘kwalijk’, en dat is dat Nederlands schijnbaar op een té saaie manier wordt gedoceerd. ‘Zes jaar lang trucjes leren’, ‘jarenlang dezelfde geestdodende oefeningen’. Tsja, ik kan niet zeggen dat ik dat niet begrijp.

Laat mij één week hetzelfde kunstje doen en ik verveel me al een ongeluk, laat staan een jáár. Dus daar valt veel winst te behalen. Want ‘creatief schrijven’, als klas samen gedichten / verhalen schrijven, debatteren over taal, dát maakt dat iets gaat leven. Een goede én leuke docent is daarbij niet onbelangrijk.

'Dat kan ik toch al?'

‘Nederland ontleest’. De media staan al jaren bol van dergelijke berichten. Als een column vijf minuten van je tijd vraagt, staat er boven ‘long read’. Dat kan toch niet waar zijn? Vijf minuten hè! Geen 50….

En ondertussen zijn we dus aangeland bij het punt dat studenten zeggen: ‘Dat kan ik toch al'. Waarop ik denk: If only…

Want heel veel Nederlanders beschikken helemaal niet over zo’n goede kennis van de Nederlandse taal.

Ik heb daar al eens een blog over geschreven. Over het verschil tussen ‘me’ en ‘mijn’, tussen ‘jou’ en ‘jouw’, tussen ‘ik’ en ‘mij’, tussen ‘hun’ en ‘zij’ (ugh!) en, nog zo’n gruwel: de d’s en de t’s en de dt’s … Even voor de duidelijkheid: Dit is het soort fouten dat niets met dyslexie te maken heeft.

Als ik in een vlaag van verstandsverbijstering weer ‘ns zo dom ben om daar, bijvoorbeeld op Facebook, iets over te zeggen tegen iemand, krijg ik zonder uitzondering de reactie: “Daar gáát het niet om, het gaat om de inhoud, en ik snap toch zeker wel wat er bedoeld wordt, irritante arrogante snob die ik ben?! En dat schrijven ze dan dus zo: ”‘je snap toch zekers wel wat er bedoelt word irrietante arrogante snop?!’

Fout is gewoon fout

En ja, natuurlijk snap ik wat er bedoeld wordt, en natuurlijk gaat het over de inhoud. En daarnáást draagt goed Nederlands bij aan de duidelijkheid van de discussie.

Ik zeg echt niet dat we middeleeuws Nederlands moeten leren. Taal is een levend iets, vandaar ook ‘het cadeau’ en ‘het kado’. Persoonlijk vind ik die laatste ietsjepietsje lelijk, is een kwestie van smaak. Maar, fout is gewoon fout.

Straattaal zoals de rappers die gebruiken is ook leuk, en vormt inmiddels een onderdeel van onze samenleving, maar het kan toch niet zo zijn dat dát onze Nederlandse taal gaat vervangen? Nu klink ik natuurlijk als een ouwe opoe, maar ik zou daar serieus verdrietig van worden.

En wat ik toch ook kwijt wil: Iets waar de media óók bol van staan, is integratie, en dat ‘nieuwe Nederlanders’ als éérste en zo snel mogelijk, onze taal moeten leren. Nou, als je als Nederlander dan zo hecht aan tradities en integratie, en dan vooral het beheersen van de taal, waarom zorg je er dan niet voor dat je zelf een goede ambassadeur bent?

Doe 'ns gek en lees een boek

Wees zelf het voorbeeld. Doe ‘ns gek en lees een boek. Doet wonderen voor je woordenschat én taalgevoel. Doe ‘ns heel gek, en lees een boek voor aan je (klein-)kind/buurkind/nichtje.

Tekst, geschreven tekst, draagt bij aan je kennis, aan je ontwikkeling.

Dyslexie

Wellicht ten overvloede, maar ik meld het toch: Ik heb het uitdrukkelijk niét over mensen met dyslexie. Voor die mensen heb ik juist bewondering dat ze wél gewoon meeschrijven op Facebook. Want zul je zien dat zo’n taalpurist als ik dan weer iets zegt. Ik ken een paar mensen met dyslexie. Eentje daarvan is afgelopen jaar geslaagd voor haar VWO. Zij is voor mij een kanjer.

Maar, niet iedereen met schrijfproblemen heeft dyslexie. In Nederland heeft ongeveer 5 op de 100 mensen officieel gediagnosticeerde dyslexie. Het feit dat hoogleraren aangeven dat de diagnose vaak veel te snel, veel te vroeg, en daarmee onterecht wordt gesteld, is een kwalijke zaak.

Méér aandacht

Zij stellen, en ik ben het daar volmondig mee eens, dat kinderen die problemen laten zien bij het lezen en schrijven juist méér aandacht en ondersteuning nodig hebben. Méér leesoefeningen, méér schrijfoefeningen, méér spelenderwijs met taal bezig zijn en zo die achterstand wegwerken.

Want laten we vooral niet uit het oog verliezen dat dyslexie erfelijk is, het is een handicap, waar je je leven lang mee zit. Dat is echt wel even iets anders dan het domweg niet goed geleerd hebben. En dat brengt me weer terug bij mijn punt van hierboven: Om dat alles te realiseren, zijn leraren Nederlands nodig. Goéde leraren, enthousiaste leraren. Het begint bij de basis.

Elke week het laatste nieuws ontvangen in je mailbox? Het beste van Nouveau.nl, Máxima en cultuur voor leuke vrouwen met stijl. Schrijf je in

 

Reacties (1)

Renée

Helemaal mee eens! 

Als ik een verhaal lees en er staat 'me vriend' of iets dergelijks, dan ben ik al geneigd om niet meer verder te lezen. Regelmatig verbeter ik mijn man, die vaak 'hun' in plaats van 'zij' gebruikt (zo irritant!). Ik hoop ook niet dat dit ooit 'goed' Nederlands wordt, omdat iedereen het al zo gebruikt; inderdaad zoals jij zei: fout is gewoon fout.

Ik lees mijn zoontje van twee jaar 3 boekjes voor. 3? wordt er vaak gevraagd. Ja, 3. En zijn woordenschat is groot! Hij praat me de oren van mijn hoofd! Heerlijk! En natuurlijk is het ook wel eens vermoeiend, maar als ik dit dan lees, denk ik: ik ben toch goed bezig en ik ben blij dat het nu al zijn vruchten afwerpt!

Sylvia (1973). Geboren in het Gooi, wonend en werkend in het Heuvelland van Zuid-Limburg. Getrouwd met de liefde van haar leven, voor wie ze tien jaar geleden naar het Limburgse is verhuisd. Hij is ondernemer met een bedrijf in het zuiden, dus verhuizen was voor hem geen optie. Op deze plek en op haar eigen website www.sylvia.nl vertelt ze over haar leven. Sylvia neemt zichzelf niet heel serieus en niet alle mensen begrijpen haar humor, wat regelmatig tot allerlei vermakelijke misverstanden leidt.

Archief

2018
2017