Toen ik je voor het eerst zag, was je een klein hummeltje van drie weken oud. Je oogjes waren nog blauw en je piepte meer dan dat je miauwde, maar vanaf het allereerste ogenblik waren wij samen meant to be. Ik ging op de grond zitten, jij waggelde naar me toe, klom in mijn nek, gaapte, en viel in slaap met je kopje verstopt in mijn haar.

Vijf weken later, een paar dagen voor kerst, mochten we, Lief-van-toen en ik, je eindelijk ophalen. Magic Tim van de House of Silverstars. Giekje voor intimi.

Je maakte kennis met grote broer Max, een rooie kater met bruine ogen. Je probeerde indruk te maken door een hoge rug en dikke staart op te zetten, maar Max keek een keer en besloot dat je een wasbeurt nodig had. Binnen tien seconden lag je op je rug te genieten, #FriendsForLife.

Je was mijn eerste huisdier ‘zonder rugzak’. Mijn dieren kwamen altijd van de straat en uit het asiel. Ik loop altijd naar de zieligerds. Jij was de enige uitzondering en man, wat hebben we samen een plezier gehad en wat hield ik van je.

Je groeide als kool en hoewel ik het jammer vond dat dat hele kleine zo snel verdween, werd je elke dag liever en mooier. Samen werden we ouder. Ik was 26 toen ik je kreeg en ik deelde alle ups en downs met jou. En daar zijn er best wat van voorbij gekomen. Je was de enige die álles wist. Jou vertelde ik alles en je mooie vacht was meer dan eens nat van mijn tranen. We zijn ook drie keer samen verhuisd. De eerste keer met veel plezier, je was toen een half jaar oud en we vonden dat je een echte tuin moest hebben. Je leerde vogels vangen en kwam zelfs een keer thuis met een baby-konijntje. Toen heb je me wel aan het huilen gemaakt. Daarna racete ik als een gek naar Utrecht om het beest naar een opvang te brengen waar ie twee dagen later alsnog het loodje legde… Wat je maar niet leerde, was dat je gewoon géén kikkers/padden moest vangen. Elke keer trok je vieze bekken en schudde met je kop, maar dat oorzaak-en-gevolg-principe heb je nooit goed begrepen.

Waar je dan weer wel heel goed in was, was jezelf in de nesten werken op zondag. Een wesp doorslikken, een splinter in je poot… áltijd op zondag. Lees: torenhoge dierenartsrekeningen. Dat ik elke keer dreigde je zakgeld in te houden, heeft nooit indruk gemaakt.

Een paar jaar later kregen we opnieuw gezinsuitbreiding. Vanaf La Gomera bracht ik je zusje mee, Muis. Ineens hadden we drie M’s: Max, Magic en Muisje. Muis was in het begin super bang en je trok je niet zoveel van haar aan, maar toen ze eenmaal loskwam, vond je haar een vervelend mormel en nam jij de opvoeding van me over. Elke keer als ze lastig was (en dat vond je haar al snel), joeg je haar met één mep onder de kast. Na een week of wat was die opvoeding voltooid (chapeau daarvoor) en werden jullie dikke vriendjes.

Een paar jaar later verhuisden we opnieuw. Jij, Muis en ik samen. Dát was heel verdrietig… Afscheid nemen deed pijn. Maar ook daar sleepte je me doorheen, samen met kleine Muis. We sliepen samen in dat te grote bed in dat nieuwe huis, aten samen gegrilde kipfilet en keken samen Grey’s Anatomy.

Tot die laatste verhuizing in 2007. Jij was acht, ik was 34 en we gingen naar het Zuid-Limburgse Heuvelland, naar mijn Lief. Jij en Muis dachten vast dat jullie in het kattenparadijs waren gekomen; overal tuin, bosjes en hoog gras. Zodra het zonnetje scheen, was je buiten en ik zág je genieten. We waren happy en je zou nog minimaal twaalf jaar bij me blijven, want dat was onze deal: samen oud worden.

Maar dat is ons niet gelukt. Op 13 oktober 2012 stond je niet op toen ik thuiskwam. Dat vindt een ander misschien niet heel vreemd, want het was ergens midden in de nacht, maar ik vond het raar. Dus liep ik naar jou… Je lag op de bank en tilde wel je mooie koppie op, maar verder kwam je niet in beweging. Vanaf dat moment ging het mis. Marcel, de dierenarts, kwam erbij en het was niet goed. We gingen naar België waar je extra onderzoeken kreeg, maar ik had geen diagnoses nodig. Ik zag het aan je. Je had pijn. Ik belde weer met Marcel en op 18 oktober kwam hij thuis langs. Mijn hart brak die avond in duizend kleine stukjes toen ik zei dat het ‘goed’ was, dat je mocht gaan. (Want hoezo goed?! Wat was er in vredesnaam goed aan?)

Je sliep heel rustig in, op je lievelingskussen op je lievelingsplek op de bank. Muisje heeft nog een poos bij je gelegen zodat ook zij afscheid kon nemen. De volgende dag in het crematiecentrum heb ik je zelf gedragen, tot het allerlaatst. Ik weet nog dat ik een week domweg amper aanspreekbaar was. Het verdriet om jou deed gewoon fysiek pijn. Bovendien was drie dagen later, 21 oktober, je verjaardag. Je hebt je dertiende verjaardag niet gehaald.

Inmiddels is het 2017. Afgelopen woensdag was het vijf jaar. Muisje is nu ouder dan jij geworden bent, ze is een oud dametje. En, Garfield woont nu bij ons. En hoewel ik ook van hem zielsveel hou, mis ik jou nog steeds. Het enige wat gelukkig waar blijkt te zijn, is dat verdriet een beetje slijt. Want voor het eerst heb ik niet de hele dag gehuild en had ik een glimlach bij alle herinneringen.

Morgen is je verjaardag. Ik ga een kaarsje voor je branden en omdat ik weet dat ik dan ga huilen, heb ik ook al bedacht dat ik daarna met Garfield in mijn armen ga dansen op foute muziek, zodat we weer lachen en met liefde en plezier aan je denken. Dag lieve Giek...

Reacties (0)